Businessman in red boxing gloves

Verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel

SVZ advocaten kan u bijstaan bij het aantekenen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel van de Belastingdienst. Indien de Belastingdienst een dwangbevel heeft uitgevaardigd kan op basis hiervan overgegaan worden tot vergaande invorderingsmaatregelen. Zo kan overgegaan worden tot beslaglegging op de debiteuren of banktegoeden. Verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is een belangrijke wijze om hiertegen in verweer te komen. De Belastingdienst kan op basis van een dwangbevel goederen executoriaal verkopen. Hierdoor kan de continuïteit van uw onderneming ernstig in gevaar komen. Indien het overleg met de Belastingdienst is vastgelopen en grote schade dreigt te ontstaan door de invordering van de Belastingdienst kan gekozen worden voor het aantekenen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel.

Verzet tegen dwangbevel schorst invordering tenzij sprake is van kansloos verzet

Op grond van artikel 17.1 Leidraad Invordering 2008 dient na het aantekenen van verzet de verdere tenuitvoerlegging van het dwangbevel opgeschort te worden. De Belastingdienst dient de uitspraak van de rechtbank af te wachten. Deze bepaling is opgenomen in het beleid van de Belastingdienst waaraan zij in beginsel gehouden is. Dit is slechts anders indien sprake is van een verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat naar de mening van de Belastingdienst kansloos is of indien de belangen van de staat worden geschaad indien uitstel van tenuitvoerlegging zou worden verleend. Het verzet aantekenen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel heeft dan ook alleen zin indien er goede argumenten bestaan om in verzet te komen en het verzet goed gemotiveerd wordt. Ook kan het zinvol zijn om tijdens de procedure zekerheid te verschaffen aan de Belastingdienst om te voorkomen dat de belangen van de staat onnodig worden geschaad. Door het aantekenen van verzet tegen een dwangbevel kan in veel gevallen rust gecreëerd worden en in overleg met de Belastingdienst naar een oplossing gezocht worden. Indien de Belastingdienst weigert om de tenuitvoerlegging van het dwangbevel op te schorten kan dit in een kort geding procedure aan de orde worden gesteld.

Op welke gronden kan verzet worden ingesteld tegen dwangbevel

Er bestaan diverse gronden waarop een procedure verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan worden gebaseerd. Aangevoerd kan worden dat de Belastingdienst in strijd handelt met het invorderingsbeleid of op onredelijke gronden een voorstel van de belastingplichtige heeft afgewezen. Een andere belangrijke grond is dat de uitvaardiging van het dwangbevel of de wijze van tenuitvoerlegging in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook kan worden gewezen op formaliteiten die niet in acht zijn genomen of kan worden aangevoerd dat ten onrechte gekozen is voor versnelde invordering.

In de procedure waarbij verzet wordt aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan tevens worden aangevoerd dat de wijze waarop de Belastingdienst wil invorderen te vergaande gevolgen heeft voor de onderneming. De Belastingdienst moet in beginsel kiezen voor een wijze van invorderen waarvan de onderneming en andere belanghebbenden zo min mogelijk schade ondervinden. Indien het uitgevaardigde dwangbevel niet aan de wettelijke vereisten voldoet kan dit ook een reden zijn om het dwangbevel buiten behandeling te stellen. Niet aangevoerd kan worden dat een belastingaanslag niet juist is. Daarvoor moet immers bezwaar- of beroep worden ingesteld. Slechts in gevallen waarin zeer evident is dat de belastingaanslag niet klopt kan op deze grond verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel worden ingesteld. Het gaat hier slechts om een marginale toetsing. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij ambtshalve aanslagen, op basis van schattingen, die aantoonbaar veel te hoog zijn.

Hoe verloopt de procedure van verzet tegen dwangbevel

De procedure van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel begint met de betekening van een dagvaarding. Deze dagvaarding dient door een advocaat opgesteld te worden en vervolgens aan de Belastingdienst betekend te worden door een deurwaarder. Vervolgens wordt de dagvaarding aangebracht bij de rechtbank en krijgt de advocaat van de Belastingdienst (landsadvocaat) de mogelijkheid om schriftelijk te reageren. In de meeste gevallen volgt daarna een zitting bij de rechtbank en zal de rechtbank uiteindelijk uitspraak doen. Voor meer informatie over de kansen, risico’s en kosten van de procedure verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kunt u contact opnemen met SVZ advocaten.

Lees meer over Fiscaal recht: