<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/" >

<channel>
	<title>fiscaal recht &#8211; SVZ Advocaten</title>
	<atom:link href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://svz-advocaten.nl</link>
	<description>Advocatenkantoor gevestigd in Haarlem &#38; Hilversum</description>
	<lastBuildDate>Wed, 16 Apr 2025 12:05:12 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Advocaat bij verdenking btw-fraude</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/advocaat-bij-verdenking-btw-fraude/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 16 Nov 2022 15:15:21 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2951</guid>

					<description><![CDATA[Op het moment dat de Belastingdienst een onderzoek instelt naar btw-fraude bij uw onderneming is het belangrijk om tijdig deskundig...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Op het moment dat de Belastingdienst een onderzoek instelt naar btw-fraude bij uw onderneming is het belangrijk om tijdig deskundig advies in te winnen. SVZ advocaten heeft kennis van het <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">belastingrecht en het fiscale procesrecht</a> (waaronder de regels inzake <a href="https://svz-advocaten.nl/procesrecht/bewijs-in-belastingzaken/">bewijslastverdeling</a>). Wij kunnen u bijstaan bij het samenstellen van een dossier, het voeren van onderhandelingen met de Belastingdienst en het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures. Ook indien u te maken krijgt met problematische btw schulden kunnen wij u adviseren over de mogelijkheden en het beperken van fiscale risico’s (betalingsregeling, sanering, faillissement en/of de risico’s op bestuurdersaansprakelijkheid).</p>
<h2>Vermoeden van schijnhandeling</h2>
<p>De Belastingdienst kan bijvoorbeeld stellen dat sprake is van een schijnhandeling. Voor de heffing van btw, en het aftrekrecht, moeten prestaties daadwerkelijk worden verricht. Indien er in werkelijkheid geen prestatie heeft plaatsgevonden maar wel een factuur is opgesteld om btw voordeel te bereiken, is sprake van btw fraude. Het kan echter ook voorkomen dat wel degelijk een prestatie is verricht, maar dat dit lastig is om aan te tonen. In andere gevallen kan de Belastingdienst stellen dat de waarde van goederen veel lager is terwijl slechts met als doel belastingvoordeel te verkrijgen een andere waarde is toegepast. SVZ advocaten staat u graag terzijde bij het samenstellen van een dossier, het voeren van onderhandelingen en/of het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures.</p>
<h2>Niet indienen van aangifte of indienen foutieve aangifte btw</h2>
<p>De btw is een aangiftebelasting waardoor de ondernemer op eigen initiatief aangifte moet doen en het berekende belastingbedrag moet betalen. De <a href="https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/home/home" target="_blank" rel="noopener">Belastingdienst</a> gaat ervan uit dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist zijn. Indien de aangifte toch onjuist is en te weinig belasting is aangegeven of betaald, kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag en boete opleggen. Er kunnen veel verschillende oorzaken bestaan van de foutieve aangiften.</p>
<p>Denk bijvoorbeeld aan:</p>
<ul>
<li>Financiële problemen waardoor bewust een foutieve aangifte is ingediend;</li>
<li>Foutieve advisering door een boekhouder/accountant;</li>
<li>Achterstanden in de administratie.</li>
</ul>
<p>Over de hoogte van boete kunnen geschillen ontstaan met de Belastingdienst. De specifieke omstandigheden van het geval zijn daarbij van groot belang. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het maken van bezwaar tegen een belastingboete bij het vermoeden van btw-fraude. Een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscaal advocaat</a> van SVZ advocaten kan u daarnaast bijstaan bij het voeren van onderhandelingen over de afwikkeling van btw-schulden. Een belastingboete kan daarnaast in bepaalde gevallen voorkomen of beperkt worden door op eigen initiatief een suppletieaangifte (een herstelaangifte) in te dienen.</p>
<h2>Gebrekkige of valse facturen</h2>
<p>De verdenking van btw fraude kan ook zien op gebrekkige of foutieve facturen. Bij gebreken in facturen kan de Belastingdienst het <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/aftrek-van-btw-bij-onjuiste-of-kwijtgeraakte-facturen/">recht op aftrek</a> weigeren. Indien aangetoond kan worden dat aan de materiële voorwaarden voor aftrek van btw is voldaan, kan onder voorwaarden toch aanspraak gemaakt worden op de aftrek btw. In bepaalde gevallen zal de Belastingdienst de factuur als ‘vals’ bestempelen. De term ‘valse factuur’ brengt mee dat de Belastingdienst uitgaat van bewuste fraude (met grote risico’s op naheffing, boetes en aansprakelijkheid). Hiervan kan sprake zijn als de omschrijving op de factuur niet klopt met de werkelijkheid. De factuur kan bijvoorbeeld opgesteld zijn door een derde, zonder medeweten van uw onderneming, met als doel van deze derde om aanspraak te kunnen maken op de aftrek van btw. Uw onderneming kan dan te maken krijgen met een naheffing door de Belastingdienst waarbij hoge boetes opgelegd kunnen worden. Het is belangrijk hiertegen tijdig bezwaar te maken. Ook kan het zijn dat de factuur niet overeenstemt met de daadwerkelijk verrichte diensten of leveringen. Hierdoor kan bijvoorbeeld het btw-percentage onjuist zijn. Het stempel van fraude is niet altijd juist. In bepaalde gevallen is geen sprake van opzet maar is de werkelijkheid genuanceerder. Daarnaast kunt u als ondernemer ook het slachtoffer zijn van opzettelijke fraude door een derde. <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem contact op met SVZ advocaten</a> indien de Belastingdienst van mening is dat u gebruik heeft gemaakt van ‘valse facturen’.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Verjaring van belastingschulden</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/verjaring-van-belastingschulden/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 15 Nov 2022 15:27:35 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1140</guid>

					<description><![CDATA[De verjaring van belastingschulden is mogelijk na verloop van tijd. Na het verjaren van de belastingschuld kan de Belastingdienst de...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De verjaring van belastingschulden is mogelijk na verloop van tijd. Na het verjaren van de belastingschuld kan de Belastingdienst de betreffende aanslag niet langer invorderen. Op uw verzoek kan een advocaat fiscaal recht van SVZ advocaten u adviseren over de mogelijke verjaring van een belastingschuld. Neem direct contact op via <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="LUheym8976ScvZCozPsCvw==189Fc2835wJEf0s+xh5CyNwtG0XCzKfNCg3ryUZrqwsWV4=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser." rel="nofollow"><span 
                data-original-string='OO6SDea6f9BBdox6qzZB7A==189ewCK9MsT/052ZUQONyJU6oZm8mQkpU/5LxJB82z4ZqY='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> voor meer informatie of een geheel vrijblijvende bespreking.</p>
<h2>Termijn verjaring belastingschuld</h2>
<p>De Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) en de Invorderingswet bevatten regels over de termijn van verjaring. De verjaringstermijn start op het moment dat de betalingstermijn is verstreken. De betalingstermijn is opgenomen in de belastingaanslag. Op grond van artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=4&amp;titeldeel=4.4&amp;afdeling=4.4.3&amp;z=2020-04-15&amp;g=2020-04-15" target="_blank" rel="noopener">4:104 lid 1 AWB</a>  geldt dat vijf jaar nadat de betalingstermijn is verstreken de belastingschulden in beginsel verjaard zijn. Dit betekent dat de aanslag niet meer ingevorderd mag worden. Het is voor de Belastingdienst daarna niet meer mogelijk om rechtsgeldig aanmaningen te versturen, beslag te leggen of belastingteruggaven te verrekenen met de verjaarde belastingschuld.</p>
<p>Doet u toch een betaling op een verjaarde aanslag? Dan geldt deze betaling niet als onverschuldigd omdat ook na de verjaring nog een ‘natuurlijke verbintenis’ blijft bestaan. Het is daarom belangrijk om u goed te laten adviseren indien een belastingschuld wellicht verjaard kan zijn.</p>
<h2>Stuiting van de verjaring belastingschuld</h2>
<p>Het is echter niet zo dat iedere belastingschuld die volgt uit een belastingaanslag die ouder is dan vijf jaar ook verjaard is. Net zoals dat geldt in het privaatrecht kan de verjaring van belastingschulden gestuit worden. In de meeste gevallen laat de Belastingdienst belastingschulden niet verjaren en worden de termijnen geautomatiseerd goed in de gaten gehouden. Uit artikel 4:110 AWB volgt dat na stuiting weer een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar gaat lopen.</p>
<p>Een specifieke regeling geldt voor de periode dat (officieel) <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/uitstel-van-betaling-voor-ondernemers-met-belastingschulden/">uitstel van betaling is gegeven door de Belastingdienst</a>. In deze periode loopt de verjaringstermijn niet door en wordt deze dus opgeschort. Indien de Belastingdienst alleen stil zit en niet invordert, maar geen formeel uitstel van betaling heeft gegeven loopt de verjaringstermijn gewoon door.</p>
<p>Ook op verschillende andere wijzen kan de verjaring van een belastingschuld gestuit worden door de Belastingdienst. Het instellen van een daad van rechtsvervolging en de erkenning door de belastingplichtige van het recht van de Belastingdienst gelden bijvoorbeeld als stuiting. Ook het versturen van een aanmaning, een beschikking verrekening, een dwangbevel en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel (bijvoorbeeld executieverkoop) leiden op grond van artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=4&amp;titeldeel=4.4&amp;afdeling=4.4.3&amp;artikel=4:106&amp;z=2020-04-15&amp;g=2020-04-15" target="_blank" rel="noopener">4:106 AWB</a> tot stuiting van de verjaring. Ook een gewone ingebrekestelling stuit de verjaring op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;hoofdstuk=IV&amp;afdeling=3&amp;artikel=27&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 27 Invorderingswet</a>.</p>
<p>Is een derde aansprakelijk gesteld? Dan geldt een specifieke regeling voor de verjaring.</p>
<h2>Advies SVZ advocaten</h2>
<p>Op uw verzoek kan een <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-advocaat/">fiscaal advocaat van SVZ advocaten</a> u adviseren over de mogelijke verjaring van belastingschulden. SVZ advocaten krijgt veel verzoeken over de verjaring van belastingschulden. Daarom neemt SVZ advocaten alleen dossiers in behandeling waarbij het gaat om aanslagen van enige omvang, waarbij alle informatie kan worden verstrekt en er een reële kans van slagen bestaat.  Bij het geven van het advies zal altijd het voorbehoud worden gemaakt dat het advies is gebaseerd op de gegevens die u heeft verstrekt. Tenminste moeten de volgende gegevens verstrekt worden.</p>
<ul>
<li>Aanslag met dagtekening;</li>
<li>Alle brieven, beschikkingen, mededelingen of andere schriftelijke documenten van de Belastingdienst waarop het aanslagnummer is vermeld;</li>
<li>Informatie over betalingsregelingen en gegeven uitstel van betaling;</li>
<li>Informatie over mogelijke periode van faillissement;</li>
<li>Aanmaningen, dwangbevelen, exploten en andere documenten inzake de invordering van de belastingaanslag;</li>
<li>Overzicht van de verrichte betalingen en uitgevoerde verrekeningen met betrekking tot de betreffende aanslag.</li>
</ul>
<p>Zijn uw belastingschulden niet verjaard? Wellicht kan SVZ advocaten namens u een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">verzoek tot kwijtschelding of sanering</a> van de belastingschuld indienen bij de Belastingdienst. In bepaalde gevallen is ook de inhoudelijke betwisting van oude aanslagen nog mogelijk.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Neem c<a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">ontact op met SVZ advocaten</a> voor meer informatie over de mogelijke verjaring van uw belastingschuld.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat bij belastingprocedure</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/advocaat-bij-belastingprocedure/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 02 Nov 2022 14:02:12 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2927</guid>

					<description><![CDATA[In dit artikel vindt u meer informatie over de belastingprocedure. Heeft u een belastingadvocaat nodig voor uw fiscale zaak? Neem...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In dit artikel vindt u meer informatie over de belastingprocedure. Heeft u een belastingadvocaat nodig voor uw fiscale zaak? Neem dan contact op met SVZ advocaten. SVZ advocaten heeft de juiste kennis in het huis van het <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscale procesrecht</a> en kan u bijstaan bij het voeren van procedures tegen de Belastingdienst. Wij kunnen optreden als uw procesvertegenwoordiger of alleen een aantal stukken controleren, adviezen geven of met u meegaan naar de zitting. Neem voor meer informatie contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Fiscale procedure: welke rechtbank is bevoegd?</h2>
<p>In het geval een bezwaarprocedure tegen een aanslag of aansprakelijkheidsbeschikking niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, kan een beroepschrift ingediend worden bij de rechtbank. Van de 11 rechtbanken in Nederland behandelen slechts vijf rechtbanken belastingzaken (rechtbanken Den Haag, Noord-Holland, Noord-Nederland, Gelderland en Zeeland-West-Brabant). Het is belangrijk dat het beroepschrift bij de juiste rechtbank wordt ingediend. Op de uitspraak op bezwaar staat over het algemeen aangegeven bij welke rechtbank het beroepschrift ingediend moet worden. Voor de bevoegdheid van de rechtbank wordt aangesloten bij de woon- of vestigingsplaats van de belastingplichtige. Binnen het belastingrecht geldt dat indien een beroepschrift bij de verkeerde rechtbank wordt ingediend, de rechtbank het beroepschrift zal moeten doorsturen naar de juiste rechtbank. Uiteraard is het beter om dit te voorkomen, mede om onnodige vertraging tegen te gaan.</p>
<h2>Beroepstermijn in belastingzaken</h2>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=6&amp;afdeling=6.2&amp;artikel=6:7&amp;z=2021-01-01&amp;g=2021-01-01" target="_blank" rel="noopener"><u>artikel 6:7 AWB</u></a> bedraagt de beroepstermijn zes weken. Deze termijn begint te lopen op de dag na dagtekening van de uitspraak op bezwaar of op de latere dag van bekendmaking van de uitspraak (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&amp;hoofdstuk=V&amp;afdeling=2&amp;artikel=26c&amp;z=2018-01-01&amp;g=2018-01-01" target="_blank" rel="noopener"><u>artikel 26c AWR</u></a>). Te laat beroep ingesteld? Niet altijd leidt een te laat ingediend beroepschrift tot niet ontvankelijkheid. In bepaalde omstandigheden kan aangevoerd worden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is (waardoor aan de termijnoverschrijding geen gevolgen worden verbonden). Wellicht zijn er fouten gemaakt bij bekendmaking van een besluit door de Belastingdienst of heeft de belastingplichtige door bijzondere omstandigheden geen kennis kunnen nemen van het besluit van de Belastingdienst.  SVZ advocaten kan u nader adviseren over de ontvankelijkheid van een bezwaar- en beroepschrift. In algemene zin geldt dat het erg belangrijk is om de korte termijnen, zoals deze gelden binnen het belastingrecht, goed in de gaten te houden.</p>
<h2>Griffierechten bij fiscale procedure</h2>
<p>Bij een fiscale procedure bij de rechtbank is griffierecht verschuldigd. De griffiekosten in belastingzaken verschillen van € 46 tot € 338. Natuurlijke personen  betalen een lager bedrag aan griffiekosten dan rechtspersonen. De tarieven zijn bij de rechtbank lager dan bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Meer informatie over de hoogte van de griffierechten kunt u vinden op <a href="https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Kosten-rechtszaak/Griffierecht/Paginas/Griffierecht-bestuursrecht.aspx" target="_blank" rel="noopener">de website van de rechtspraak</a>. Wordt de fiscale procedure geheel of gedeeltelijk gewonnen? In dat geval zal de Belastingdienst de griffiekosten moeten vergoeden. Ook in andere gevallen kan de Belastingdienst veroordeeld worden tot betaling van de griffiekosten aan de belastingplichtige. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de Belastingdienst niet juist heeft gehandeld ten opzichte van de belastingplichtige.</p>
<h2>Procesvertegenwoordiging in fiscale zaken</h2>
<p>Procederen bij de belastingrechter kan zonder advocaat en/of gemachtigde. Gezien de complexiteit van de fiscale wet- en regelgeving, het procesrecht en de regels omtrent <a href="https://svz-advocaten.nl/procesrecht/bewijs-in-belastingzaken/">bewijslastverdeling</a> kan het toch verstandig zijn om een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscaal advocaat</a> in te schakelen. De rechtbank zal in dat geval de correspondentie naar de gemachtigde toesturen. Neem voor meer informatie over de mogelijkheden van procesvertegenwoordiging in fiscale zaken contact op met SVZ advocaten. Daarnaast kan SVZ advocaten ook een second opinion verzorgen van het door uzelf of uw gemachtigde opgestelde beroepschrift.</p>
<h2>Eisen beroepschrift in belastingzaak</h2>
<p>Er gelden een aantal eisen waaraan een beroepschrift moet voldoen. Zo moet het beroepschrift schriftelijk worden ingediend. Tevens moet het beroepschrift in een fiscale procedure voorzien zijn van een handtekening, naam en adres van de indiener. Daarnaast moet een omschrijving zijn opgenomen van het besluit waartegen het beroep is gericht. Een kopie van de uitspraak op bezwaar wordt met het beroepschrift meegezonden (artikel 6:5 lid 2 AWB). Ook moet het beroepschrift de gronden van het beroep en de motivatie hiervan bevatten. Bij eventuele verzuimen wordt een termijn gegeven om deze te herstellen.</p>
<p>In algemene zin kan de volgende indeling worden aangehouden bij het opstellen van een beroepschrift.</p>
<ul>
<li>inleiding met algemene gegevens, dagtekening beroepschrift en dagtekening uitspraak op bezwaar en een verwijzing naar het als kopie bijgesloten uitspraak op bezwaar;</li>
<li>uiteenzetting van alle relevante feiten, waar mogelijk onderbouwd met bewijsstukken.</li>
<li>omschrijving van het geschil tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst;</li>
<li>onderbouwing van het standpunt, met een goede motivatie en verwijzing naar bewijsstukken. De doestelling is hierbij uiteraard om de rechtbank te overtuigen van het gelijk;</li>
<li>de conclusie met indien mogelijk een cijfermatige onderbouwing.</li>
</ul>
<p>Door het volgen van een logische indeling van het beroepschrift in een fiscale zaak, is het voor de rechtbank duidelijk welk standpunt u inneemt. Uw zaak wordt daarmee op logische en begrijpelijke wijze gepresenteerd. Ook indien u zelf of samen met een boekhouder een beroepschrift opstelt, kan SVZ advocaten op een aantal specifieke punten het concept stuk controleren en aanvullen. Op deze wijze kunt u wellicht proceskosten voorkomen, maar wel het optimale resultaat in uw zaak behalen.</p>
<h2>Verweerschrift Belastingdienst in belastingprocedure</h2>
<p>Nadat de rechtbank het beroepschrift heeft doorgezonden aan de Belastingdienst zal de Belastingdienst in beginsel binnen 4 weken een verweerschrift indienen. De Inspecteur kan de rechtbank om uitstel vragen. De Belastingdienst zal over het algemeen in het verweerschrift ingaan op de ontvankelijkheid van het beroep, de feiten, de geschilpunten, de bewijslastverdeling (zeker indien de Belastingdienst van mening is dat omkering van de bewijslast dient plaats te vinden) en op de conclusie van de Belastingdienst. Indien u een door de Belastingdienst ingediend verweerschrift in een belastingzaak wil laten controleren, kunt u contact opnemen met SVZ  advocaten. Wij kunnen u bijstaan bij het formuleren van een reactie op het standpunt van de Belastingdienst en u adviseren over uw fiscale bewijspositie.</p>
<p>In complexe zaken kan de rechtbank kiezen voor een tweede schriftelijke ronde.</p>
<h2>Bewijsstukken indienen in belastingzaken</h2>
<p>Het bewijsrecht en de bewijslastverdeling is van groot belang in fiscale zaken. Bewijsstukken moeten tijdig voor de zitting worden ingediend. In beginsel moeten stukken de elfde dag voor de zitting ingediend worden. Het tijdig indienen van bewijsstukken in een belastingzaak is van belang om te voorkomen dat stukken worden uitgesloten door de rechter. De belastingrechter wil voorkomen dat een partij wordt overvallen door nieuwe stukken die vlak voor de zitting ingediend worden. De goede procesorde kan meebrengen dat te laat ingediende stukken toch niet geweigerd worden. Het hangt bijvoorbeeld af van de omvang en complexiteit van de bewijsstukken alsmede de redenen waarom de stukken zo laat zijn ingediend. Voor meer informatie en/of advies over het indienen van bewijsstukken in fiscale procedures kunt u contact opnemen met SVZ advocaten.</p>
<h2>Zitting en pleitnota belastingprocedure</h2>
<p>Tijdens de zitting krijgen partijen veelal gelegenheid om de standpunten nog een keer toe te lichten en te reageren op de standpunten van de wederpartij. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van een pleitnota. Een pleitnota is gelijk ook een hulpmiddel voor de griffier, doordat minder opgeschreven hoeft te worden tijdens de zitting. Een pleitnota wordt een officieel gedingstuk via aanhechting ervan aan het proces-verbaal van de zitting. De rechter kan er ook voor kiezen om partijen direct vragen te stellen en geen gelegenheid te bieden voor het voordragen van een pleitnota. De juiste voorbereiding van een zitting tijdens een fiscale procedure is van groot belang. Indien gewenst kan een belastingadvocaat van SVZ advocaten u bijstaan tijdens de zitting. U staat er dan niet alleen voor en u weet zeker dat uw standpunt goed naar voren komt.</p>
<h2>Nieuwe standpunten innemen tijdens zitting</h2>
<p>In een fiscale procedure mag de belastingplichtige van eis veranderen en de Belastingdienst mag nieuwe verweren naar voren brengen. Volgens de regels van goede procesorde kunnen echter niet oneindig nieuwe eisen en verweren ingenomen worden. Tijdens de zitting mogen in beginsel nieuwe stellingen naar voren gebracht worden, tenzij de goede procesorde zich hiertegen verzet. Hierbij is van belang dat de wederpartij zich goed moeten kunnen verdedigen en voorbereiden, dit kan onder omstandigheden niet mogelijk zijn als op het laatste moment nieuwe standpunten naar voren worden gebracht. De rechtbank zal hierbij toetsen aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Zo zal de rechtbank rekening houden met de redenen/oorzaken waarom het nieuwe standpunt niet eerder is ingebracht. Daarbij zal de rechter er rekening mee houden dat een partij in hoger beroep kan gaan en daarbij een herkansing heeft. In algemene zin is het belangrijk om in het beroepschrift alle standpunten goed te motiveren. Indien een aantal argumenten/stellingen niet in het beroepschrift in uw fiscale zaak naar voren zijn gebracht kan dit, in de meeste gevallen, bij voorkeur voor de zitting alsnog schriftelijk worden gedaan.</p>
<h2>Uitspraak belastingzaak en hoger beroep</h2>
<p>In de meeste zaken wordt een beroepschrift en verweerschrift ingediend en daarna vindt een zitting plaats. Uiteindelijk zal de rechter tot een uitspraak komen . Na afsluiting van het onderzoek ter zitting zal de rechter mededelen wanneer uitspraak wordt gedaan. Een uitspraak van de rechter dient gemotiveerd te worden. In een uitspraak wordt onder meer ingegaan op de feiten, de standpunten van partijen, de rechtsoverwegingen en de beslissing (het dictum). De datum van verstrekking van de uitspraak is de datum van bekendmaking van de uitspraak. In de uitspraak wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn hoger beroep kan worden ingesteld. De termijn om hoger beroep in te stellen bedraagt zes weken na de bekendmaking van de uitspraak. In de uitspraak wordt ook ingegaan op de proceskostenveroordeling en op de vergoeding van de griffiekosten. Heeft u een uitspraak ontvangen in belastingzaak en wilt u advies over de mogelijkheden van hoger beroep? <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem dan contact op met SVZ advocaten</a> uit Haarlem voor een deskundig advies over uw belastingprocedure.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Bewijs in belastingzaken</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/bewijs-in-belastingzaken/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 20 Oct 2022 15:27:35 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2899</guid>

					<description><![CDATA[In belastingzaken geldt dat bewijs en het bewijsrecht van groot belang is. Met het juiste bewijs kan de fiscale procedure...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In belastingzaken geldt dat bewijs en het bewijsrecht van groot belang is. Met het juiste bewijs kan de fiscale procedure gewonnen worden. Standpunten van de Belastingdienst moeten in veel gevallen worden afgewezen indien hiervan onvoldoende feitelijk onderbouwing wordt gegeven door de fiscus. Het beoordelen van de bewijspositie voordat een procedure wordt gestart, is belangrijk. Ook is het goed om helder te hebben dat veel stellingen door de Belastingdienst aannemelijk gemaakt moeten worden. In dat geval is het belangrijk om aan te voeren dat Belastingdienst niet voldoende bewijs heeft geleverd.</p>
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">SVZ advocaten is uw partner in fiscale procedures</a> en kan u op deskundige wijze bijstaan. Daarnaast werkt SVZ advocaten met duidelijke afspraken en hanteren wij in fiscale procedures een uurtarief van € 180 exclusief btw.</p>
<p>In dit artikel wordt ingegaan op de belangrijkste aspecten van bewijsvoering in belastingzaken.</p>
<h2>Partijen bepalen het geschil</h2>
<p>Voordat beoordeeld kan worden welk bewijs noodzakelijk is, moet duidelijk zijn wat de inhoud en de omvang van het geschil tussen partijen is. Een belangrijk uitgangspunt dat geldt in fiscale procedures is vastgelegd in artikel 8:69 lid 1 AWB.</p>
<p><em>De bestuursrechter doet uitspraak op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting.</em></p>
<p>De belastingrechter beperkt zich bij het doen van een uitspraak tot het door partijen naar voren gebrachte geschil. Hierdoor worden de grenzen van de ‘rechtsstrijd’ bepaald. De rechter zal hier niet buiten treden. Dit mede om verassingsbeslissingen te voorkomen.</p>
<p>Wel kan de rechter zelfstandig de wet en de jurisprudentie toepassen op de feiten, ook als partijen niet rechtstreeks een beroep hebben gedaan op deze wetgeving en/of jurisprudentie. De rechter kent de wet en is zelfs verplicht om de rechtsgronden aan te vullen. Dit is mede van belang omdat binnen het belastingrecht ook zonder advocaat of gemachtigde geprocedeerd kan worden.</p>
<p>Verder zal de rechter ambtshalve, dus niet op expliciet verzoek van een partij, voorschriften van openbare orde moeten controleren. Hierbij kan gedacht worden aan de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep en de bevoegdheid van de rechter. De rechter zal dus bijvoorbeeld onderzoeken of tijdig bezwaar is gemaakt.</p>
<p>De rechter zal niet snel zelf de feiten, zoals deze door partijen naar voren zijn gebracht, aanvullen. De rechter is hiertoe echter wel bevoegd (artikel 8:69 lid 3 AWB). De belastingrechter heeft de vrijheid om tijdens de zitting onderzoek te doen naar niet betwiste feiten die door een partij naar voren zijn gebracht. Indien een partij feiten stelt en de andere partij deze niet betwist, hoeft er geen bewijs van deze feiten naar voren gebracht te worden. Hieruit blijkt dat het belangrijk kan zijn om gestelde feiten en overige stellingen te betwisten.</p>
<h2>Juridische argumenten hoeven niet bewezen te worden</h2>
<p>Waar van feitelijke stellingen in bepaalde gevallen bewijs moet worden aangeleverd, geldt dat niet voor juridische argumenten. De rechter dient de wet en de jurisprudentie te kennen en zal zelfstandig toetsen of juridische stellingen van partijen kloppen. In een fiscale procedure wordt een geschil naar voren gebracht en komen feiten en omstandigheden naar voren. De belastingrechter zal een beslissing nemen over het geschil en dit baseren op de wet- en regelgeving. Als de juridische argumenten van een partij niet kloppen, kan de rechter een vordering/verzoek alsnog toewijzen op basis van een ander juridisch argument. In artikel 8:69 AWB is opgenomen dat de bestuursrechter ambtshalve de rechtsgronden aanvult. Toch is het in een belastingzaak van groot belang om de juridische/fiscale standpunten goed te onderbouwen en te koppelen aan feiten en omstandigheden. Dit verhoogt uiteindelijk namelijk weldegelijk de kans op een goed resultaat.</p>
<h2>Feiten die niet betwist zijn</h2>
<p>De rechter hoeft geen bewijsoordeel te vellen over feiten die niet betwist worden. Indien de belastingplichtige bijvoorbeeld een stelling inneemt die door de Belastingdienst niet wordt betwist, hoeft de belastingplichtige geen bewijs aan te dragen. Als er een geschil bestaat over een feit, dient de partij die het bewijsrisico draagt hiervan bewijs aan te dragen. Dit is slechts anders indien een partij feitelijk niet in de mogelijkheid is geweest om een stelling te betwisten (bijvoorbeeld een stelling die tijdens de zitting wordt ingenomen terwijl de ander procespartij niet aanwezig is). SVZ advocaten adviseert u graag over het op juiste wijzen betwisten van feiten en stellingen van de Belastingdienst in een belastingzaak.</p>
<h2>Algemene ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid</h2>
<p>Met betrekking tot een uitspraak kan de belastingrechter zich mede baseren op algemene ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid. Zo is het een feit van algemene bekendheid dat een week 7 dagen bevat. Het aannemen van een algemene ervaringsregel is minder eenvoudig. Gebaseerd op het verleden moeten bepaalde regels/oordelen bestaan voor de toekomst. Het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:3878" target="_blank" rel="noopener">Hof ’s-Hertogenbosch</a> baseerde het bijvoorbeeld op algemene ervaringsregels dat voor een beleggingsmaatschappij een pand in onverhuurde staat minder waard is dan een pand in verhuurde staat.</p>
<h2>Eigen kennis van de rechter</h2>
<p>De belastingrechter kan ook eigen wetenschap gebruiken in de fiscale procedure. Dit kan echter alleen indien het gaat om feiten die te vinden zijn in voor eenieder toegankelijke bronnen en de rechter de bron vermeldt waaraan hij zijn kennis ontleent. De eigen wetenschap van de rechter die ziet op andere mededelingen of waarnemingen kan alleen gebruikt worden indien de rechter partijen hierover op de hoogte heeft gesteld en partijen zich hierover hebben kunnen uitlaten.</p>
<h2>Hoofdregels bewijslastverdeling in fiscale zaken</h2>
<p>Als hoofdregel kan de bewijslastverdeling in belastingzaken gebaseerd worden op de materieelrechtelijke norm. Er dient dus goed gekeken te worden naar de tekst en de strekking van het wetsartikel. De partij die zich beroept op een rechtsgevolg dat volgt uit een wetsartikel of rechtsregel, moet de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden stellen en bij betwisting ook bewijzen. Op grond van bijzondere rechtsregels en uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan telkens een afwijkende bewijslastverdeling volgen.</p>
<p>De volgende hoofregels gelden tijdens fiscale procedures.</p>
<ul>
<li>Voor aftrekposten en vrijstellingen geldt dat de ondernemer/belastingplichtige de bewijslast draagt voor de feiten en omstandigheden (bijvoorbeeld: zakelijke kosten, hypotheekrenteaftrek of aftrekbare studiekosten);</li>
<li>De Belastingdienst draagt de bewijslast voor feiten waaruit volgt dat meer belasting wordt geheven (hoger inkomen, zoals meer omzet en/of hoger gebruikelijk loon DGA of niet opgegeven bankrekening).</li>
</ul>
<p>Ook bij fiscale bestuurdersaansprakelijkheid volgt de bewijslastverdeling uit de wettelijke regeling. Indien de ontvanger de<a href="https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/"> bestuurder aansprakelijk</a> wil stellen rust op  de ontvanger in beginsel de bewijslast dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van aan de bestuurder te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Indien echter niet tijdig melding van betalingsonmacht is gedaan, volgt uit artikel 36 Invorderingswet het vermoeden dat het niet betalen van de belasting aan de bestuurder is te wijten. Bestuurdersaansprakelijkheid staat dan in beginsel vast. Tegenbewijs aanleveren is slechts toegestaan nadat de bestuurder aannemelijk maakt dat het niet aan hem is te wijten dat de vennootschap niet tijdig melding heeft gedaan van betalingsonmacht. Hieruit blijkt dat het betreffende wetsartikel vaak een specifieke regeling geeft voor de bewijslastverdeling. Afhankelijk van de wettelijke regeling kan de bewijspositie zwaarder of lichter zijn.</p>
<p>Neem voor uw specifieke zaak contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Bewijsvermoeden bij onverklaarbaar hoge uitgaven in verhouding tot inkomsten.</h2>
<p>Een bijzondere situatie is aan de orde als de Belastingdienst stelt dat door de belastingplichtige gedane uitgaven in verhouding tot het opgegeven inkomen onverklaarbaar hoog zijn. Indien bijvoorbeeld een auto van € 70.000 wordt aangeschaft terwijl het inkomen volgens de aangifte inkomstenbelasting niet hoger is dan € 15.000 (en er geen vermogen aanwezig is) roept dit vraagtekens op. Wellicht zijn er aanvullende inkomsten die niet zijn opgegeven in de belastingaangifte?</p>
<p>Het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BO5116" target="_blank" rel="noopener">Gerechtshof Arnhem</a> heeft op 9 november 2010  een bewijsvermoeden geformuleerd dat ingaat tegen de hoofregel dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat het inkomen van de belastingplichtige hoger is dan opgegeven in de belastingaangifte. Er kan in een dergelijk geval een bewijsvermoeden ontstaan dat het inkomen van de belastingplichtige hoger is. Het is dan aan belastingplichtige om dit bewijsvermoeden te ontzenuwen door feiten en omstandigheden te stellen waarmee verklaart kan worden uit welke bron de uitgaven zijn gedaan. Als het bewijsvermoeden voldoende weerlegt is met feitelijke stellingen, dient de Inspecteur aannemelijk te maken dat de belastingplichtige de uitgaven wel heeft gedaan uit belastbare inkomsten die niet zijn opgegeven in de belastingaangifte.</p>
<p>Uit voorgaande uitspraak blijkt dat iedere zaak anders is en dat advies van een fiscaal jurist over uw bewijspositie in een fiscale procedure van groot belang kan zijn.</p>
<h2>Bewijsnood belastingplichtige en redelijkheid en billijkheid</h2>
<p>Onder omstandigheden kan met een beroep op de eisen van redelijkheid en billijkheid de bewijslast aan de andere partij toegedeeld worden. Ook door een ondernemer/belastingplichtige kan hierop onder omstandigheden een beroep gedaan worden. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de belastingplichtige in bewijsnood verkeert terwijl de Belastingdienst eenvoudig over de gegevens kan beschikken. Dit was bijvoorbeeld aan de orde in een uitspraak van de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2009:AZ7931" target="_blank" rel="noopener">Hoge Raad van 20 februari 2009</a>.</p>
<h2>Bewijslastverdeling bij belastingboete</h2>
<p>Op grond van artikel 6 EVRM dient een belastingplichtige voor onschuldig gehouden te worden tot bewezen is dat hij schuldig is. Het is dan ook evident dat de bewijslast met betrekking tot de feiten en omstandigheden die tot een boete kunnen leiden op de inspecteur rust. De inspecteur dient te bewijzen dat sprake is van opzet of grove schuld. Vervolgens is het wel aan de belastingplichtige om feiten en omstandigheden naar voren te brengen waaruit volgt dat hem in verminderde mate of geen verwijt kan worden gemaakt (denk aan een pleitbaar standpunt). Ook kan de belastingplichtige actief wijzen op overige straf verminderende omstandigheden.</p>
<p>Indien een aanslag is vastgesteld met omkering van de bewijslast (bijvoorbeeld in het kader van een informatiebeschikking) dient zorgvuldig getoetst te worden of de (daaraan gekoppelde) boete wel passend en geboden is. De rechter moet uitdrukkelijk rekening houden met het gegeven dat de verschuldigde belasting is vastgesteld met omkering van de bewijslast en wellicht hierdoor ook hoger is uitgekomen. Voorgaande beoordeling dient duidelijk vastgelegd te worden in de uitspraak van de rechter.</p>
<h2>Welke bewijsmiddelen kunnen ingezet worden?</h2>
<p>Het bewijs kan geleverd worden door alle middelen, tenzij de wet anders bepaald. Hierbij kan gedacht worden aan facturen, bankafschriften, foto’s, verklaringen van derden, getuigenverklaringen, overeenkomsten of verklaringen van deskundigen. Daarnaast kan aan vermoedens bewijs worden ontleend, dit zolang zij niet worden ontkracht. Hieruit blijkt dat veel verschillende bewijsmiddelen gebruikt kunnen worden. SVZ advocaten adviseert u graag over het inzetten van de juiste bewijsmiddelen in een fiscale procedure.</p>
<h2>Gebruik onrechtmatig bewijs door belastingdienst</h2>
<p>Onrechtmatig bewijs kan onder omstandigheden niet worden gebruikt in een belastingprocedure. Het bewijs dient dan uitgesloten te worden. Het kan belangrijk zijn hierop te wijzen tijdens de belastingprocedure.</p>
<p>In het geval het bewijs niet is verzameld door de belastinginspecteur maar door een derde, geldt het volgende. Gebruik van dit bewijs is niet toegestaan in het geval het gebruik van het onrechtmatig verkregen bewijs tevens in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de onrechtmatigheid rechtstreeks jegens de belastingplichtige is begaan. Bewijs is onrechtmatig in het geval de wijze van verkrijging zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht (zie <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:643" target="_blank" rel="noopener">HR 20 maart 2015, nr. 13/03959, BNB 2015/173</a>).</p>
<p>Als de inspecteur het bewijs zelf heeft verzameld geldt dat hij gebonden is aan de beginselen van behoorlijk bestuur en nadat het geschil bij de rechter ligt ook aan de regels betreffende de goede procesorde. Is het bewijs verkregen op fiscaalrechtelijk onrechtmatige wijze, dan dient bewijsuitsluiting te volgen. De inspecteur mag bijvoorbeeld zijn bevoegdheden niet misbruiken door stukken bij derden op te vragen (bijvoorbeeld een belastingadviseur) die zien op het geven van belastingadvies. Dit is in strijd met het &#8221;fair play&#8221; beginsel. Nadat een procedure bij de rechtbank loopt, is het ook niet toegestaan bij de belastingplichtige nadere gegevens op te vragen op grond van artikel 47 AWR. Partijen moeten immers op gelijkwaardige wijze kunnen procederen. Voor meer informatie of advies over onrechtmatig bewijs in fiscale procedures kunt u contact opnemen met SVZ advocaten.</p>
<h2>Omkering en verzwaring bewijslast na informatiebeschikking</h2>
<p>Indien sprake is van een onherroepelijk geworden informatiebeschikking volgt omkering en verzwaring van de bewijslast. Omkering van de bewijslast is alleen aan de orde indien de bewijslast volgens de hoofregel op de belastingplichtige rust (anders hoeft de bewijslast niet omgekeerd te worden). In veel gevallen gaat het bijvoorbeeld om de omzet van een ondernemer. Normaliter rust op de inspecteur de bewijslast dat deze omzet hoger is dan opgegeven in de belastingaangifte. Na het onherroepelijk worden kan de belastinginspecteur een redelijke schatting maken van deze omzet. Een redelijke schatting brengt mee dat niet naar willekeur geschat mag worden maar dat aansluiting moeten worden gezocht bij wel beschikbare gegevens of andere objectieve maatstaven. Is voldaan aan het vereiste van een redelijke schatting dan dient de belastingplichtige te doen blijken, dat is een zwaardere bewijslast dan de normale bewijslast die inhoudt aannemelijk maken, dat de aanslag of beschikking niet klopt. Dit betekent aldus niet alleen een omkering maar ook een verzwaring van de bewijslast. De belastingplichtige kan dus allereerst aanvoeren dat de schatting niet redelijk is en daarnaast proberen tegenbewijs aan te voeren van zijn daadwerkelijke fiscale positie. Het is altijd verstandig om tijdig bezwaar te maken tegen een informatiebeschikking.</p>
<h2>Omkering en verzwaring bewijslast niet doen van vereiste aangifte</h2>
<p>In het geval geen belastingaangifte is ingediend of niet de vereiste aangifte is ingediend dient op grond van artikel 25 lid 3 en artikel 27 e lid 1 AWR ervan uitgegaan te worden dat de aanslag of beschikking juist is, tenzij de belastingplichtige aantoont (doet blijken) dat en in hoeverre de belastingaanslag onjuist is. Ook in dat geval is dus sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. De belastingplichtige moet wel op de juiste wijze zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte. Indien de aangifte wel tijdig maar niet juist is, kan niet in alle gevallen sprake zijn van omkering en verzwaring van bewijslast. Aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast moet worden vastgesteld dat sprake is van een of meer gebreken in de aangifte die ertoe leiden dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Ook dient getoetst te worden of het bedrag dat als gevolg van de foutieve belastingaangifte te weinig is geheven, op zichzelf beschouwd aanzienlijk is. Niet iedere kleine fout of iedere vergissing kan tot omkering en verzwaring van de bewijslast leiden. Neem voor meer informatie of advies contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Advies fiscaal advocaat over bewijs</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem contact op met SVZ advocaten</a> indien u advies of begeleiding wenst te ontvangen bij het voeren van een belastingzaak. Wij kunnen u zowel op het gebied van formele belastingrecht als materiële belastingrecht adviseren en bijstaan. Ook over het bewijsrecht en daaruit volgende bewijslastverdeling in een fiscale procedure adviseren wij u graag.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aftrek van btw bij onjuiste of kwijtgeraakte facturen</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/aftrek-van-btw-bij-onjuiste-of-kwijtgeraakte-facturen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 12 Oct 2022 15:22:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2938</guid>

					<description><![CDATA[De Belastingdienst stelt als belangrijke voorwaarde voor de uitoefening van het aftrekrecht van btw dat de ondernemer beschikt over een...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De Belastingdienst stelt als belangrijke voorwaarde voor de uitoefening van het aftrekrecht van btw dat de ondernemer beschikt over een aan hem uitgereikte factuur die op voorgeschreven wijze is opgemaakt. Bij een belastingcontrole kan het recht op aftrek worden geweigerd indien de facturen niet bewaard zijn of indien de facturen fouten bevatten. De Belastingdienst mag echter niet altijd het recht op aftrek weigeren bij gebreken in facturen of indien facturen zijn kwijtgeraakt. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">fiscaal recht</a> en staat regelmatig ondernemers bij als het aankomt op bezwaar- of beroepsprocedures en/of onderhandelingen met de Belastingdienst over het recht op aftrek van btw bij onjuiste of kwijtgeraakte facturen.</p>
<p>Het uitgangspunt is dat een ondernemer die goederen levert of diensten verricht hierover btw berekend. Een deel van de benodigde goederen of diensten wordt vaak elders ingekocht. De leveranciers berekenen op hun beurt ook btw aan de ondernemer en deze btw wordt in de belastingaangifte in aftrek gebracht. Voor het recht op aftrek moet de ondernemer conform artikel 15 Wet OB 1968 over een juiste factuur beschikken. Indien de factuur ontbreekt of niet geheel juist is, dient allereerst onderzocht te worden of wel voldaan is aan de materiële voorwaarden voor het recht op aftrek van btw.</p>
<h2><strong>Materiële vereisten recht op aftrek van btw</strong></h2>
<p>De materiële vereisten voor het bestaan van het recht op aftrek van btw zijn als volgt:</p>
<ul>
<li>De goederenlevering of diensten zijn daadwerkelijk door een andere btw-ondernemer verricht;</li>
<li>De afnemer is een btw-ondernemer; en</li>
<li>De afnemer gebruikt deze goederen/diensten voor btw-belaste handelingen.</li>
</ul>
<p>Allereest is aldus van belang dat zowel de leverancier als de afnemer als ondernemer kan worden aangemerkt, volgens de voorwaarden van de Wet OB 1968. Er is vrij snel sprake van een ondernemer voor de omzetbelasting. Een ondernemer is een ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent, volgens artikel 7 Wet OB 1968. Daarbij moet met enige duurzaamheid prestaties in het economische verkeer worden verricht. Het is niet van belang wat het oogmerk of het resultaat is van de ondernemer.</p>
<p>Uiteraard dient verder voldoende aannemelijk te zijn dat daadwerkelijk diensten of leveringen zijn verricht in het kader van btw-belaste handelingen.</p>
<p>Indien kan worden aangetoond dat voldaan is aan de materiële voorwaarden voor de aftrek van btw, mag de Belastingdienst de aftrek van btw niet zonder meer weigeren. Dit blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. HvJ EU 15 september 2016 zaak C-516/14).</p>
<p>Als de Belastingdienst van mening is dat de ondernemer geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting, dan kan zij een naheffingsaanslag opleggen. In de bezwaarprocedure die daarop volgt, is het aan de ondernemer om te bewijzen dat hij, in ieder geval in materiële zin, wel recht heeft op aftrek van omzetbelasting. De ondernemer kan hiervoor verschillende documenten overleggen om aan te tonen dat er wel is voldaan aan de materiële voorwaarden. Zo kunnen offertes, correspondentie en bijvoorbeeld een pakbon al goede aanwijzingen geven. SVZ advocaten adviseert u graag bij geschillen met de Belastingdienst over de aftrek van btw.</p>
<h2><strong>Formele vereisten aftrek van btw</strong></h2>
<p>Naast de materiële voorwaarden gelden er ook formele voorwaarden voor het recht op aftrek van de voorbelasting. Deze formele voorwaarden hebben betrekking op de factuur. De ontvangen factuur moet voldoen aan de eisen die <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&amp;hoofdstuk=VI&amp;afdeling=4&amp;artikel=35a&amp;z=2013-01-01&amp;g=2013-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 35a Wet OB 1968</a> hieraan stelt, zoals:</p>
<ul>
<li>De datum van uitreiking van de factuur;</li>
<li>Een factuurnummer;</li>
<li>Het btw-identificatienummer waaronder de ondernemer de goederenlevering of de diensten heeft verricht;</li>
<li>Het btw-identificatienummer van de afnemer waaronder hij een goederenlevering of een dienst heeft afgenomen waarvoor hij tot voldoening van de belasting is gehouden;</li>
<li>De volledige naam en het volledige adres van zowel ondernemer als afnemer;</li>
<li>De hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten;</li>
<li>De datum waarop de goederenlevering of dienst heeft plaatsgevonden of voltooid is;</li>
<li>Het toegepaste tarief van de belasting;</li>
<li>Het te betalen bedrag van de belasting.</li>
</ul>
<h2><strong>Toch btw aftrek mogelijk bij gebrekkige facturen?</strong></h2>
<p>Kleine gebreken in facturen leiden niet snel tot grote problemen. Als bijvoorbeeld de naam van de ondernemer verkeerd is gespeld, maar deze ondernemer nog wel geïdentificeerd kan worden, dan kan het recht op aftrek van btw in beginsel niet geweigerd worden. Ook grotere gebreken, zoals een vage omschrijving van de geleverde goederen of diensten, leiden niet per definitie tot weigering van de btw-aftrek. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat het recht op btw-aftrek niet mag worden geweigerd als de factuur gebrekkig is, als wel is voldaan aan de materiële eisen. In veel gevallen kan met het juiste verweer alsnog het recht op aftrek van btw worden geëffectueerd.</p>
<p>In het besluit van 6 december 2014, nr. BLKB2014/704M, V-N 2015/7.16 (met wijziging BLKB2017/7366) komt het uitgangspunt naar voren dat indien wordt voldaan aan de materiële voorwaarden het recht op aftrek niet mag worden geweigerd.  In dit besluit is de volgende goedkeuring opgenomen.</p>
<p><em>Goedkeuring</em></p>
<p><em>Ik keur onder voorwaarden goed dat de aftrek van btw is toegestaan als die btw is vermeld op een factuur die niet volledig aan de wettelijke eisen voldoet, maar alleen als het lichte gebreken betreft. Er is sprake van een licht gebrek als de inspecteur, op basis van de (gegevens op de) factuur constateert dat, ondanks het gebrek op de factuur, voldaan wordt aan de materiële voorwaarden voor de aftrek.</em></p>
<p><em>De goedkeuring geldt niet als:</em></p>
<ul>
<li><em> degene die de factuur heeft uitgereikt de daarop vermelde btw of enige andere in verband met de prestatie verschuldigde belasting geheel of gedeeltelijk niet heeft voldaan, terwijl degene die de factuur heeft ontvangen dat wist of redelijkerwijze moest vermoeden en daarvan direct profijt heeft gehad dan wel invloed heeft gehad op het fiscaal laakbare handelen van degene die de factuur heeft uitgereikt; of</em></li>
<li><em> het geheel van feiten en omstandigheden de conclusie rechtvaardigt dat doel en strekking van de desbetreffende wettelijke bepalingen zou worden miskend als de aftrek van de btw zou worden toegestaan.</em></li>
</ul>
<p>Over de toepassing van dit besluit in specifieke gevallen kunnen geschillen ontstaan met de Belastingdienst. De Belastingdienst zal al snel het standpunt innemen dat onvoldoende zorgvuldigheid is betracht en dat facturen niet goed zijn gecontroleerd. Op grond van de jurisprudentie van het Hof van Justitie kan tegen dergelijke standpunten in een aantal gevallen met succes bezwaar worden gemaakt. Daarbij is het mede van belang om de Belastingdienst zoveel mogelijk aanvullende informatie te verstrekken. Neem voor meer informatie geheel vrijblijvend contact op met SVZ advocaten uit Haarlem.</p>
<h2><strong>Correctie gebrekkige factuur en aftrek btw</strong></h2>
<p>Als een factuur gebrekkig is en dus niet aan deze vereisten voldoet, dan kan de Belastingdienst de btw-aftrek weigeren en een naheffingsaanslag sturen. Voorzichtigheid en oplettendheid is dus geboden. Als er een fout wordt ontdekt, is het verstandig dit te melden bij de leverancier. De leverancier kan de factuur terugnemen en een nieuwe factuur uitreiken die wel aan alle vereisten voldoet voor de aftrek van btw. De leverancier is immers ook verplicht een juiste factuur uit te reiken. De leverancier kan de factuur daarnaast corrigeren door middel van een creditfactuur. Deze factuur moet wel nadrukkelijk verwijzen naar de originele factuur door het factuurnummer te vermelden. Van belang hierbij is dat de ondernemer de factuur niet betaald totdat een juiste factuur is uitgereikt. Dit zorgt ervoor dat de leverancier sneller een correcte factuur aanbiedt.</p>
<h2><strong>Gebreken in facturen? Vraag om correctie en doe onderzoek!</strong></h2>
<p>Indien de leverancier de btw die op de factuur is aangegeven niet aangeeft in de belastingaangifte en/of betaald aan de Belastingdienst, loopt de ondernemer een zeer groot risico indien de door hem ontvangen facturen gebreken bevatten. Indien de Belastingdienst aannemelijk kan maken dat de ondernemer heeft kunnen of zelfs moeten vermoeden dat de leverancier de btw niet zou voldoen aan de Belastingdienst, kan dat een reden zijn om alsnog het recht op aftrek van btw te weigeren. De ondernemer die een factuur ontvangt, moet daarom altijd alert blijven op de juistheid daarvan. Is er een verkeerd adres op de factuur vermeld of klopt de omschrijving van het geleverde goed niet, dan adviseren wij ondernemers om altijd contact op te nemen met de leverancier om hem te verzoeken een nieuwe, correcte factuur uit te reiken. Als het btw-identificatienummer ontbreekt op de factuur, adviseren wij verder dat de ondernemer enig onderzoek doet naar deze leverancier/contractuele wederpartij. Is deze partij wel als ondernemer ingeschreven, heeft deze ondernemer een btw-nummer en is hij betrouwbaar?</p>
<h2><strong>Ondernemers te goeder trouw ondanks gebreken in facturen</strong></h2>
<p>Een ondernemer heeft een bepaalde zorgplicht om ervoor te zorgen dat transacties geen onderdeel vormen van een fraudeketen. In het geval van fraude of misbruik van recht wordt de btw-aftrek logischerwijs wel geweigerd. De praktijk is echter vaak anders dan de theorie en veel ondernemers zijn volledig te goeder trouw. Juiste voor de belangen van deze ondernemers wenst SVZ advocaten op te komen.</p>
<p>Ook als de leverancier de btw niet of niet geheel voldoet aan de Belastingdienst kan de btw-aftrek bij de ondernemer worden geweigerd. Dit is het geval als de ondernemer die de factuur ontvangt dit wist of redelijkerwijs moest vermoeden en daar profijt van heeft gehad. Er kan dan immers sprake zijn van fraude. Goedbedoelende ondernemers kunnen te maken krijgen met hoge naheffingsaanslagen en hoogoplopende geschillen met de Belastingdienst. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Indien u echter toch te maken krijgt met een geschil met de Belastingdienst over de aftrek van btw kunt u contact opnemen met SVZ advocaten. Wij staan u graag terzijde bij het voeren van procedures en/of het bereiken van een schikking met de Belastingdienst. In een aantal gevallen kunt u daarnaast wellicht uw schade civielrechtelijk verhalen op de leverancier. Ook daarover kan SVZ advocaten u nader adviseren.</p>
<h2><strong>Factuur kwijt en aftrek van btw</strong></h2>
<p>Het verliezen/kwijtraken van facturen brengt grote financiële gevolgen met zich mee. Dit geldt voor omzetbelasting maar ook voor andere belastingen. Het eerste advies is dan ook om een goede administratie bij te houden en facturen goed te bewaren. Indien toch facturen zijn kwijtgeraakt kan de Belastingdienst het recht op aftrek van btw in beginsel weigeren. Het Hof van Justitie geeft nog wel enige mogelijkheden. Als een ondernemer de originele factuur kwijt is, dan kan hij met andere middelen bewijzen dat de handeling waarop het verzoek om btw-aftrek betrekking heeft, daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Denk hierbij aan kopieën van de facturen, pakbonnen, bankafschriften, namen van leveranciers etc. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het samenstellen van een dossier waarmee alsnog het recht op aftrek van btw kan worden geclaimd.</p>
<p>Als de facturen verloren zijn gegaan door bijvoorbeeld brand of diefstal, moet de ondernemer een back-up of kopieën van de administratie kunnen laten zien om alsnog de btw te mogen aftrekken. Als de ondernemer dat niet kan aantonen, komt dit in algemene zin voor rekening en risico van de ondernemer. Van hem wordt verwacht dat hij voorzichtig omgaat met zijn administratie. SVZ advocaten adviseert u graag over het behouden van het recht op aftrek van btw nadat u een deel van de facturen bent kwijtgeraakt.</p>
<h2><strong>Fiscaal advocaat bij weigering aftrek btw Belastingdienst</strong></h2>
<p>De geschillen/discussies met de Belastingdienst over de aftrek van btw bij foutieve of ontbrekende facturen zijn niet eenvoudig. Mocht u een naheffingsaanslag ontvangen waarbij de btw-aftrek wordt geweigerd, dan kunnen wij u bijstaan bij de te nemen stappen. Wij kunnen u adviseren over uw juridische/fiscale positie en een bezwaarschrift of beroepschrift voor u opstellen.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Met onze kennis van de actuele belastingwetgeving, besluiten en jurisprudentie kunnen wij u goed bijstaan en wij zullen daarbij alles in het werk stellen om een optimaal fiscaal resultaat voor uw onderneming te behalen. Neem vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> met ons op.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat bij procedure verzet tegen dwangbevel</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/advocaat-tegen-dwangbevel/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 03 Oct 2022 14:26:37 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1135</guid>

					<description><![CDATA[Bij het aantekenen van fiscaal verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan een fiscaal advocaat van SVZ advocaten u...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Bij het aantekenen van <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/verzet-tegen-de-tenuitvoerlegging-van-een-dwangbevel/">fiscaal <strong>verzet tegen</strong> de tenuitvoerlegging van een <strong>dwangbevel</strong></a> kan een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscaal <strong>advocaat</strong></a> van SVZ advocaten u bijstaan. Neem contact op voor een geheel vrijblijvende afspraak over de mogelijkheden.</p>
<p>Een dwangbevel geeft de Belastingdienst immers de bevoegdheid om ingrijpende invorderingsmaatregelen te nemen jegens uw onderneming. Een ondernemer kan geconfronteerd worden met beslagleggingen en executieverkopen waardoor de continuïteit van de onderneming in gevaar kan komen. Uiteraard heeft overleg met de Belastingdienst altijd de voorkeur boven het aantekenen van fiscaal verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. De betrokken <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">advocaat fiscaal recht</a> van SVZ advocaten kan u bijstaan bij de onderhandeling over een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/uitstel-van-betaling-voor-ondernemers-met-belastingschulden/">betalingsregeling</a> of <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">sanering van belastingschulden</a>. Indien dit overleg echter geen resultaat oplevert kan het verstandig zijn uw casus voor te leggen aan de rechtbank. Dit kan door door de betekening van <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/dagvaarding-verzoekschrift/">een dagvaarding</a> waarbij verzet wordt aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Ook bij een aangekondigde beslaglegging of executieverkoop door de Belastingdienst is de procedure verzet tegen dwangbevel een belangrijk instrument. Neem direct contact op via <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="5UrNo8Si6z51GWzLrAoEhQ==1894TxloynrPrLZSKikjgyMwLTut+vyN6DsFh4ZSZbUzEo=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='lgvYs2cP0CMx5x6gEhH2ZQ==189MNr3qODrvwRTF20AqyxJN0lTRcC8Xi69ZFimdBGITWQ='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> voor meer informatie of een geheel vrijblijvende bespreking.</p>
<h2>Invordering geschorst na verzet?</h2>
<p>Een dwangbevel, met vergaande bevoegdheden, wordt uitgevaardigd door de Belastingdienst zonder dat <a href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken" target="_blank" rel="noopener">de rechtbank</a> dit vooraf heeft getoetst. Indien de belastingplichtige het niet eens is met dit dwangbevel of met de wijze waarop het dwangbevel ten uitvoer wordt gelegd is toetsing door de rechter van groot belang. De procedure verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan echter maandenlang duren. Indien de Belastingdienst in deze periode de invordering doorzet kan dit grote en onomkeerbare schade tot gevolg hebben. Daarom is in <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024096&amp;artikel=17&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 17.1 Leidraad Invordering 2008</a> opgenomen dat na het instellen van verzet de (verdere) invordering in beginsel opgeschort dient te worden. Het oordeel van de rechtbank over de zaak dient leidend te zijn. In de Leidraad Invordering van de Belastingdienst is beleid opgenomen waaraan de Belastingdienst zich dient te houden. Er gelden uitzonderingen voor gevallen dat de procedure evident geen kans van slagen heeft omdat de zaak kansloos is. Een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">advocaat fiscaal recht</a> van SVZ advocaten zal daarom uw zaak goed moeten onderbouwen met bewijsstukken en de standpunten moeten motiveren. Ook in het geval de Belastingdienst kan onderbouwen dat de belangen van de Staat der Nederlanden teveel geschaad worden indien de invordering zou worden opgeschort kan de Belastingdienst besluiten de invordering ondanks het ingestelde verzet door te zetten. Om te voorkomen dat de Belastingdienst de invordering doorzet kan bijvoorbeeld, indien mogelijk, zekerheid verstrekt worden aan de Belastingdienst zodat de risico’s voor de Belastingdienst minder groot worden. Met het aantekenen van verzet tegen een dwangbevel door een a<a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">dvocaat fiscaal recht van SVZ advocaten</a> kunnen beslagleggingen en executieverkopen in veel gevallen voorkomen worden en bestaat er ruimte om opnieuw in gesprek te gaan over een betalingsregeling of een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/ondernemingsrecht/crediteurenakkoord/">crediteurenakkoord om het faillissementen te voorkomen</a>.</p>
<h2>Gronden verzet tegen dwangbevel</h2>
<p>Een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">advocaat fiscaal recht</a> van SVZ advocaten kan op verschillende gronden verzet aantekenen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Daarbij kunnen bepalingen uit het invorderingsbeleid worden aangehaald. Ook kan het zijn dat de Belastingdienst op onredelijke gronden een redelijk voorstel heeft afgewezen. De wijze waarop de Belastingdienst invordert kan ingrijpende gevolgen hebben voor de onderneming en daardoor in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In bepaalde gevallen kiest de Belastingdienst ten onrechte voor versnelde invordering. Daarnaast kunnen formaliteiten zijn geschonden bij de uitvaardiging van een dwangbevel.</p>
<p>Een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">advocaat fiscaal recht</a> zal altijd ingaan op de belangen van uw onderneming, de gevolgen van invordering en de mogelijke alternatieven. De rechtbank zal immers het belang van de Belastingdienst, namelijk het innen van belastingen, als zeer belangrijk aanmerken. Wel moet de Belastingdienst kiezen voor een wijze van invordering, daaronder begrepen het aangaan van regelingen, waarbij de belangen van de onderneming niet onnodig geschaad worden. De Belastingdienst moet in haar afweging bijvoorbeeld betrekken dat het leggen van derdenbeslag bij belangrijke relaties van de onderneming (onnodige) reputatieschade kan meebrengen. Wellicht is daarom een alternatieve wijze van invordering te prevaleren.</p>
<p>Overigens kan in de procedure verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in beginsel niet als grond naar voren worden gebracht dat de belastingaanslag onjuist is. Daarvoor moet immers bezwaar, beroep of een verzoek tot ambtshalve vermindering worden ingediend. Bij het instellen van verzet is de civiele rechtbank bevoegd en daarbij geldt als uitgangspunt dat er van wordt uitgegaan dat de ingevorderde aanslag juist is. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als evident is dat een belastingaanslag veel te hoog, is kan de civiele rechter daar rekening mee houden middels een marginale toetsing. Hierbij kan gedacht worden aan ambtshalve aanslagen, veelal gebaseerd op hoge schattingen, die zijn opgelegd omdat niet (tijdig) een fiscale aangifte is ingediend.</p>
<h2>Procedure verzet tegen dwangbevel</h2>
<p>Allereerst wordt door een advocaat een (verzet)dagvaarding opgesteld en deze wordt vervolgens aan de Belastingdienst betekend door een deurwaarder. Na betekening door een deurwaarder is de procedure formeel gestart en dient de Belastingdienst ook rekening te houden met het eerder aangehaalde artikel 17.1 van de Leidraad Invordering 2008. De volgende stap is dat de dagvaarding naar de rechtbank wordt gestuurd (het aanbrengen van de dagvaarding). Er zijn in dat geval ook <a href="https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Kosten-rechtszaak/Griffierecht" target="_blank" rel="noopener">griffierechten</a> verschuldigd aan  de rechtbank. De landsadvocaat van de Belastingdienst zal schriftelijk reageren en vervolgens volgt in veel gevallen een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/mondelinge-behandeling-comparitie-zitting/">zitting bij de rechtbank</a>. Op deze zitting wordt de zaak besproken en kan de rechter vragen stellen aan partijen en de mogelijkheden van een schikking bespreken. Indien geen schikking wordt bereikt zal de rechtbank uiteindelijk een uitspraak doen.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Neem contact op met een fiscaal advocaat van SVZ advocaten voor meer informatie over mogelijkheden van de procedure verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel van de Belastingdienst.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Verzet tegen beslaglegging Belastingdienst</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/verzet-tegen-beslaglegging-belastingdienst/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 07 Sep 2022 12:03:40 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2144</guid>

					<description><![CDATA[Tijdig verzet maken tegen een beslaglegging van de Belastingdienst kan veel gevolgschade voorkomen voor uw onderneming. Indien een belastingschuld, ook...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Tijdig verzet maken tegen een beslaglegging van de Belastingdienst kan veel gevolgschade voorkomen voor uw onderneming. Indien een belastingschuld, ook na het versturen van een dwangbevel, niet volledig wordt betaald, kan de Belastingdienst beslag leggen op het vermogen van de belastingschuldige/ondernemer. Met een dwangbevel heeft de Belastingdienst een executoriale titel.</p>
<p>Zonder enige voorafgaande rechterlijke toetsing kan de Belastingdienst bijvoorbeeld:</p>
<ul>
<li>Beslag leggen op roerende zaken;</li>
<li>Derdenbeslag leggen (denk aan de bank of debiteuren);</li>
<li>Beslag leggen op aandelen;</li>
<li>Beslag leggen op onroerende zaken.</li>
</ul>
<p>SVZ advocaten kan tijdig verzet instellen tegen de beslaglegging, onderhandelen met de Belastingdienst en/of onterechte belastingaanslagen aanvechten.</p>
<h2>Geen onnodige schade veroorzaken</h2>
<p>De Belastingdienst dient zich niet alleen aan de bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te houden, maar ook aan de verder gaande bepalingen uit de Leidraad Invordering 2008. Op grond van artikel 1.1.5 Leidraad Invordering 2008 moet de ontvanger van de Belastingdienst kiezen voor de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze van invordering. Mede op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur dient de Belastingdienst geen onnodige schade te veroorzaken. Indien bijvoorbeeld beslag op een onroerende zaak met overwaarde mogelijk is, zonder directe gevolgen voor de continuïteit van de onderneming, dient te worden afgezien van ingrijpende derdenbeslagen bij klanten van de onderneming. Beslag leggen bij klanten van de onderneming of bij de bank kan immers tot grote schade leiden. De ontvanger van <a href="https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/home/home" target="_blank" rel="noopener">de Belastingdienst</a> dient te kiezen voor de minst belastende of bezwarende wijze van invorderen.</p>
<h2>Verzet instellen</h2>
<p>SVZ advocaten kan in verzet komen tegen de beslaglegging. Een beslaglegging is een tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan verzet worden gemaakt. Onder bepaalde omstandigheden kan ook een kort geding procedure worden gestart tegen de executiemaatregelen van de Belastingdienst.</p>
<h2>Verzet tegen derdenbeslag</h2>
<p>Het leggen van derdenbeslag door de Belastingdienst heeft ingrijpende gevolgen. Een derdenbeslag wordt gelegd door het uitbrengen van een exploot aan deze derde. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een debiteur of de bancaire instelling. Binnen 8 dagen dient dit beslag ook aan de belastingschuldige betekend te worden. De derde is verplicht om een verklaring in te vullen over de vordering die de belastingschuldige heeft op de derde en/of welke hij onder zich heeft van de belastingschuldige. De verklaring moet naar waarheid worden ingevuld met als sanctie dat de derde aansprakelijk wordt jegens de Belastingdienst voor het bedrag waarvoor beslag is gelegd. Commercieel is het zeer schadelijk als derdenbeslag wordt gelegd. Daarnaast heeft het vaak grote invloed op de beschikbare liquiditeiten van de ondernemer.  Neem direct contact op met SVZ advocaten indien uw onderneming wordt geconfronteerd met een dergelijke derdenbeslag.</p>
<h2>Onderhandelen met de Belastingdienst</h2>
<p>SVZ advocaten kan onderhandelen over een betalingsregeling of een sanering van belastingschulden. Indien belastingschulden kunnen worden betwist, kunnen wij namens u hiervoor de formele procedure starten. Om een beslaglegging door de Belastingdienst te voorkomen of ongedaan te maken dient u tijdig de juiste procedure te starten. In bepaalde gevallen kan vervangende zekerheid worden geboden of een alternatief voorstel worden gedaan. SVZ advocaten kent de juiste route en onderhoudt goede contacten met de Belastingdienst.</p>
<h2>Belastingdienst aansprakelijk bij onrechtmatig beslag</h2>
<p>Indien de beslaglegging van de Belastingdienst is gebaseerd op een onjuiste aanslag of indien voor een onjuist bedrag beslag wordt gelegd, dient de Belastingdienst <a href="https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/recht-op-schadevergoeding-bij-onterecht-beslag/">de schade voor de onderneming te vergoeden</a>. SVZ advocaten kan voor u beoordelen of een beslaglegging door de Belastingdienst onrechtmatig is geweest en uw schade berekenen. Indien noodzakelijk kan de Belastingdienst aansprakelijk worden gesteld.</p>
<h2>Advocaat bij beslaglegging Belastingdienst</h2>
<p>Neem contact op met SVZ advocaten indien u wordt geconfronteerd met een dwangbevel of beslaglegging door de Belastingdienst. Wij staan u graag terzijde bij het zoeken van een passende oplossing met als doel zoveel mogelijk schade voorkomen. Onze voorkeur heeft altijd om een oplossing in overleg met de Belastingdienst te bereiken. Indien noodzakelijk zullen wij echter ook een procedure starten en opkomen voor uw belangen.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wanneer is navordering door Belastingdienst toegestaan?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/navordering-belastingdienst/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[blitsadmin]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 26 Aug 2022 13:36:19 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1181</guid>

					<description><![CDATA[Navordering door de Belastingdienst, waarbij wordt teruggekomen op een eerder opgelegde aanslag, is niet altijd toegestaan. Wanneer achteraf blijkt dat...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Navordering door de Belastingdienst, waarbij wordt teruggekomen op een eerder opgelegde aanslag, is niet altijd toegestaan. Wanneer achteraf blijkt dat te weinig of ten onrechte geen belasting is geheven kent artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) de fiscus de bevoegdheid toe om onder voorwaarden na te vorderen. Deze bevoegdheid ziet op de heffing van aanslagbelastingen, zoals de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Indien u geconfronteerd wordt met navordering door de Belastingdienst is het belangrijk om advies in te winnen over uw verweer- en bezwaarmogelijkheden. Geschillen kunnen ontstaan over de bevoegdheid tot navordering in een concrete situatie waarbij al sprake is van een definitieve aanslag. Neem direct contact op via <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="Y/cZXVTdphOg6IRAZnqWCg==189psfKvop4l2vREjFrHjYJmWL4cKNCzYzcJs4JBfvjhDw=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='v2HJA8jsZie/C4sy9RcW6g==189cLRTEg8CukQb8i4lzJIBBOEVmsJ8qNnsb2qtisV9MNI='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> voor meer informatie of een geheel vrijblijvende bespreking.</p>
<h2>Navorderingsaanslag</h2>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&amp;hoofdstuk=III&amp;artikel=11&amp;z=2020-04-15&amp;g=2020-04-15" target="_blank" rel="noopener">artikel 11 eerste lid AWR</a> is het de inspecteur die de aanslag vaststelt. Door middel van de aanslag wordt een materiële belastingschuld geformaliseerd. Zo ook het geval bij de navorderingsaanslag, ook bij deze aanslag wordt de materiële belastingschuld geformaliseerd. Om de onzekerheid van de belastingplichtige over zijn fiscale positie te beperken is de bevoegdheid om na te vorderen aan een aantal voorwaarden verbonden. Herstel van een aanslag moet dan ook geschieden door het opleggen van een navorderingsaanslag onder strikte voorwaarden.</p>
<p>In artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&amp;hoofdstuk=III&amp;artikel=16&amp;z=2020-04-15&amp;g=2020-04-15" target="_blank" rel="noopener">16 lid 1 eerste volzin AWR</a> wordt een limitatieve opsomming gegeven van gevallen waarin kan worden nagevorderd. Navordering door de Belastingdienst kan aan de orde komen in de volgende gevallen:</p>
<ul>
<li>Een aanslag is ten onrechte achterwege gelaten</li>
<li>De aanslag is tot een te laag bedrag vastgesteld</li>
<li>Een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting is ten onrechte verleend</li>
<li>Een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting is tot een te hoog bedrag verleend</li>
</ul>
<p>Verder zijn er in artikel 16 lid 2 AWR nog enkele bijzondere situaties genoemd waarbij navorderen ook mogelijk is. Dit gaat onder andere om situaties waarbij fouten die zijn gemaakt bij bijvoorbeeld verrekeningen van voorlopige aanslagen.</p>
<h2>Nieuw-feitvereiste</h2>
<p>De hoofdregel is dat navordering door de Belastingdienst alleen is toegestaan indien is voldaan aan het nieuw-feitvereiste of indien sprake is van kwader trouw. In de tweede volzin van het eerste lid van artikel 16 AWR wordt gegeven dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, geen grond kan opleveren voor navordering tenzij de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. Dit betekent in de eerste plaats dat de inspecteur moet beschikken over een nieuw feit dat hem ten tijde van het vaststellen van de aanslag niet bekend was. Het kan dus niet zo zijn dat herstel plaatsvindt door een onjuist inzicht van de inspecteur in het recht of door feiten die de inspecteur reeds bekend waren. Aan welke vereisten moet zo’n nieuw feit dan voldoen?</p>
<p>Van de inspecteur wordt in ieder geval verwacht dat hij zorgvuldigheid in acht neemt bij het opleggen van de aanslag en dat de aanslag zo correct mogelijk wordt opgelegd. Erg ver gaat deze nauwkeurigheid niet aangezien het gaat om een feit dat de inspecteur “redelijkerwijs” bekend had kunnen zijn. De inspecteur mag afgaan op de gegevens in de aangifte maar bij gerede twijfel moet hij nader onderzoek doen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de algemene ervaringsregels zoals een vergelijking van brutowinstpercentages in de desbetreffende branche, zie hiervoor ook een bekende uitspraak van de Hoge Raad (BNB 1955/214). Het is gelukkig wel zo dat de zorgvuldigheid van de inspecteur rechtszekerheid voor de belastingplichtige biedt waardoor niet zomaar kan worden nagevorderd. Heeft u te maken met navordering en vraagt u zich af dit is toegestaan? <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">SVZ advocaten</a> is gespecialiseerd in <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">fiscaal recht</a> en kan u adviseren over de mogelijkheden en over de vraag of in uw geval is voldaan aan het nieuw-feitvereiste.</p>
<h2>Ambtelijk verzuim</h2>
<p>Een feit is niet nieuw als dit een gevolg is van een verwijtbaar onjuist inzicht in het recht of de feiten van de inspecteur. Correctie door de inspecteur van al bekende feiten of simpel gezegd wanneer de inspecteur fouten maakt die aan hem te wijten zijn en de inspecteur een ambtelijk verzuim begaat, is via de weg van navorderen niet mogelijk. In een dergelijk geval is navordering door de Belastingdienst niet toegestaan. Het ambtelijk verzuim staat aan navordering in de weg en de inspecteur verzaakt hiermee zijn onderzoeksplicht.</p>
<h2>Uitzonderingen: navordering zonder nieuw feit</h2>
<p>Wel is het zo dat er een uitzondering op deze hoofdregel bestaat op grond van de zogenaamde schrijf- en tikfoutenleer (artikel 16 lid 2 sub c AWR). Voor navorderen op grond van deze uitzondering is verdere uitleg gegeven in jurisprudentie (HR 6 juni 1973). Het moet voor de belastingplichtige onmiddellijk duidelijk zijn – in één oogopslag (hebben) kunnen zien &#8211;  dat er een fout is gemaakt. Daarbij gaat het erom wat redelijkerwijs kenbaar is; het gaat hier om kenbaarheid van een belastingplichtige met gemiddelde kennis van en gemiddeld inzicht in het fiscale recht. Dit wordt ook wel het kenbaarheidsvereiste genoemd. Let wel op dat het begrip fout hierin neutraal en ruim moet worden opgevat.</p>
<h2>Aanslag wijkt 30% af van belastingschuld</h2>
<p>Daarnaast volgt uit het tweede lid van artikel 16 AWR dat navordering mogelijk is als de te weinig geheven belasting ten minste 30% bedraagt van de op grond van de belastingwet verschuldigde belasting. Deze grens is een niet weerlegbaar bewijsvermoeden. Blijkt dat de belastingaanslag ten minste 30% afwijkt van de belastingschuld, dan wordt aangenomen dat het de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld. Toetsing aan het kenbaarheidsvereiste is dan niet meer nodig. <strong>De termijn is twee jaar</strong> nadat de onjuiste aanslag is vastgesteld en niet op het moment van ontstaan van de belastingschuld.</p>
<h2>Kwade trouw en navordering door Belastingdienst</h2>
<p>Geen nieuw feit is verder nodig als de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. De kwade trouw moet gericht zijn op het feit dat grond oplevert voor navordering ter zake van dit feit én kwade trouw omvat zowel opzet – gericht op het niet bekend zijn van het feit bij de inspecteur – als voorwaardelijk opzet. Uit een arrest van de Hoge Raad (31 januari 2003) blijkt het volgende:</p>
<p><em>‘’Evenmin heeft het Hof vastgesteld dat, zoals voor een voorwaardelijk opzet op dit punt is vereist, belanghebbende zich ervan bewust is geweest dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de aangifte (..) onjuist was maar zich daardoor niet heeft laten weerhouden de aangifte te doen zoals hij heeft gedaan en zich aldus willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans een onjuiste aangifte te doen.’’. </em></p>
<p>Samengevat moet er sprake zijn van een willens en wetens handelen met aanmerkelijke kans dat de aangifte onjuist was. De toerekening vindt dan ook plaats indien de belastingplichtige ten aanzien van dat feit de inspecteur opzettelijk juiste inlichtingen heeft onthouden of opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. Bewustheid van het (voorwaardelijk) opzet moet bij de belastingplichtige aanwezig zijn bij het doen van de aangifte of bij het verstrekken van inlichtingen.</p>
<h2>Kwade trouw bij verkeerd advies adviseur?</h2>
<p>In het geval de boekhouder of adviseur te kwader trouw heeft gehandeld, en de belastingplichtige zelf niet, kan dit voor de beoordeling van artikel 16 AWR toch aan de belastingplichtige worden toegerekend. Bij de beoordeling of een vergrijpboete moet worden opgelegd is dit in beginsel niet het geval en kan een lagere of geen boete worden opgelegd indien er vertrouwd mocht worden op een advies van een adviseur. Dit betekent dat de Inspecteur geen nieuw feit nodig heeft als de adviseur/boekhouder te kwader trouw heeft gehandeld maar in een dergelijk geval niet automatisch een vergrijpboete kan opleggen.</p>
<h2>Vrijwillige verbetering: matiging boete?</h2>
<p>Stel nu dat een belastingplichtige toch een fout heeft gemaakt dan kan hij de fout <strong>binnen twee jaar herstellen</strong> nadat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan of aangifte had moeten doen. Deze vrijwillige verbetering moet wel plaatsvinden vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. De inspecteur legt in deze situatie geen boete op. Vindt herstel plaats ná deze tweejaarstermijn dan wordt er wel een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/bezwaar-maken-tegen-een-boete-van-de-belastingdienst/">boete</a> opgelegd maar kan de inspecteur alsnog rekening houden met de vrijwillige verbetering en kan de boete lager uitvallen.</p>
<h2>Navorderingstermijnen</h2>
<p>Volgens artikel 16 derde lid AWR vervalt de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag door verloop <strong>van vijf jaren</strong> na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, dan wordt de navorderingstermijn <strong>met de duur van dit uitstel verlengd</strong>.</p>
<p>In het derde lid is een beperkte navorderingstermijn bij herstel van fouten opgenomen. In een situatie als deze vervalt de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag <strong>door verloop van twee jaren</strong> na het tijdstip waarop het besluit is genomen om geen aanslag op te leggen, dan wel de belastingaanslag is vastgelegd</p>
<p>Met betrekking tot heffing van belasting over een bestanddeel in het buitenland opgekomen of in het buitenland wordt gehouden geldt een <strong>navorderingstermijn van 12 jaar</strong>. Ook deze termijn kan worden verlengd als er uitstel is verleend voor het doen van aangifte.</p>
<h2>Navorderingsaanslag buiten termijn: maak bezwaar</h2>
<p>Belangrijk om nog op te merken is dat een navorderingsaanslag – die buiten de termijn is opgelegd– niet van rechtswege nietig is. De belastingplichtige moet tijdig beroep doen op de termijnoverschrijding om de navorderingsaanslag vernietigd te krijgen. Het is dan ook belangrijk dat tijdig bezwaar- of beroep wordt ingesteld tegen een onjuiste navorderingsaanslag.</p>
<h2>Advies SVZ advocaten bij navordering</h2>
<p>Bent u het niet eens met uw navorderingsaanslag of heeft u hulp nodig bij het doen van aangifte? Onze <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-advocaat/">belastingadvocaten</a> kunnen u hierin begeleiden en u vooraf adviseren over de mogelijkheden.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aansprakelijk stellen boekhouder bij fouten</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/aansprakelijk-boekhouder/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 13 Jul 2021 08:44:51 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3462</guid>

					<description><![CDATA[Heeft u schade geleden door fouten van uw boekhouder? SVZ advocaten kan u bijstaan bij het aansprakelijk stellen van de...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Heeft u schade geleden door fouten van uw boekhouder? SVZ advocaten kan u bijstaan bij het aansprakelijk stellen van de boekhouder en het verhalen van de schade. Als advocatenkantoor hebben wij ruime ervaring met het voeren van procedures op het gebied van het aansprakelijkheidsrecht. Daarnaast hebben wij de juiste fiscale en cijfermatige kennis in huis zodat we ook daadwerkelijk kunnen beoordelen of inhoudelijk fouten zijn gemaakt.</p>
<p>Onze advocaat, mr. van Zijtveld, heeft bijvoorbeeld in 2015 een procedure gevoerd bij de rechtbank Midden-Nederland waarbij een boekhouder werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 111.863,89, te vermeerderen met wettelijke rente. Het betreffende vonnis kunt u lezen door verder te klikken naar de uitspraak van de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:6415&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI:NL:RBMNE:2015:6415" target="_blank" rel="noopener">rechtbank Midden-Nederland van 9 september 2015</a>.</p>
<h2>Aansprakelijkheid boekhouder: wat kunt u verwachten?</h2>
<p><a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=9&amp;paragraaf=1&amp;artikel=74&amp;z=2013-03-16&amp;g=2013-03-16" target="_blank" rel="noopener">Artikel 6:74 BW</a> verplicht de boekhouder om bij iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schade die de klant daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de boekhouder niet kan worden toegerekend. Indien u een boekhouder opdracht geeft om werkzaamheden te verrichten voor uw onderneming kunt u over het algemeen ten minste het volgende verwachten.</p>
<ul>
<li>Dat de gevoerde administratie voldoet aan de wettelijke eisen;</li>
<li>Dat fiscale aangiften tijdig worden ingediend;</li>
<li>Indien ook fiscale adviezen worden gegeven: dat deze adviezen kloppen;</li>
<li>Indien de boekhouder onvoldoende kennis heeft van fiscale deelgebieden: dat de boekhouder hierover geen adviezen verstrekt en aangeeft dat u een andere deskundige moet raadplegen;</li>
<li>Dat fiscale aangiften in overeenstemming met de wet- en regelgeving worden ingediend;</li>
<li>Dat opgestelde jaarrekeningen voldoen aan de gebruikelijke normen;</li>
<li>Dat verstuurde facturen in overeenstemming zijn met gemaakte prijsafspraken;</li>
<li>Dat niet zonder voorafgaand overleg stukken worden gestuurd naar de Belastingdienst, bancaire instellingen of het UWV.</li>
</ul>
<p>Binnen de samenwerking mag ook het een en ander van u verwacht worden. Zo dient u de boekhouder tijdig te voorzien van relevante stukken en relevante informatie te delen.</p>
<p>Indien de boekhouder niet aan zijn verplichtingen voldoet of zijn zorgplicht schendt kan sprake zijn van beroepsaansprakelijkheid van de boekhouder. De aansprakelijkheid van een boekhouder kan aan de orde komen indien de boekhouder onvoldoende zorgvuldig met uw belangen omgaat en fouten maakt.</p>
<p>In bepaalde gevallen zijn de gemaakte afspraken duidelijk vastgelegd. Echter, soms komt het voor dat geen duidelijk contract is opgesteld. De inhoud en omvang van de overeenkomst moet in dat geval aan de hand van alle feiten en omstandigheden worden vastgesteld. Vervolgens kan worden vastgesteld of sprake is van aansprakelijkheid van de boekhouder.</p>
<h2>Voor welke schade is een boekhouder aansprakelijk?</h2>
<p>De boekhouder kan aansprakelijk zijn indien door zijn of haar fouten belastingboetes worden opgelegd en/of belastingcontroles worden ingesteld. Ook kan het zijn dat u geen financiering hebt kunnen verkrijgen doordat de jaarrekening te laat is opgesteld of ondeugdelijk is. Indien door foutieve advisering teveel belasting is betaald kan er ook sprake zijn van schade die voor vergoeding in aanmerking komt. In bepaalde gevallen is het mogelijk om de aan de accountant betaalde vergoedingen terug te vorderen. Dit kan bijvoorbeeld door de overeenkomst te ontbinden.</p>
<h2>Aansprakelijk stellen boekhouder</h2>
<p>Het is belangrijk dat u tijdig en op de juiste wijze de boekhouder aansprakelijk stelt. Het op juiste wijze aansprakelijk stellen van de boekhouder is belangrijk.</p>
<p>Naast de regels van verjaring geldt ook de wettelijke plicht om tijdig te klagen (de klachtplicht). Indien u weet dat de boekhouder een belangrijke fout heeft gemaakt mag u niet te lang stilzitten. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het opstellen van een aansprakelijkheidsbrief, het berekenen van de schade en indien nodig het voeren van een procedure. Neem contact op voor een vrijblijvende afspraak om te bespreken of in uw geval sprake is van beroepsaansprakelijkheid van de boekhouder. Ook indien u een rechtsbijstandverzekering hebt kunnen wij u bijstaan. In dat geval kunt u een beroep doen op uw recht op een vrije advocaatkeuze. SVZ advocaten adviseert u graag over de mogelijke aansprakelijkheid van een boekhouder.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Hypotheekrenteaftrek en echtscheiding: de echtscheidingsregeling</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/echtscheidingsregeling/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 18 Mar 2021 14:59:08 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[familierecht voor ondernemers]]></category>
		<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3299</guid>

					<description><![CDATA[U gaat scheiden en heeft een eigen woning. Wanneer een echtscheidingsprocedure plaatsvindt wilt u natuurlijk zo lang mogelijk aanspraak kunnen...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>U gaat scheiden en heeft een eigen woning. Wanneer een echtscheidingsprocedure plaatsvindt wilt u natuurlijk zo lang mogelijk aanspraak kunnen maken op de hypotheekrenteaftrek, ook als u de woning noodgedwongen moet verlaten. Het verschilt per situatie hoe lang dit kan. Ook is onder andere van invloed of u getrouwd bent in gemeenschap van goederen of op basis van huwelijkse voorwaarden.</p>
<p>SVZ Advocaten is een kantoor dat gespecialiseerd is in fiscaal recht en echtscheidingsprocedures. Hierdoor zullen wij bij uw echtscheiding ook rekening houden met fiscale gevolgen.</p>
<p>De regeling van hypotheekrenteaftrek tijdens en na echtscheiding is complex. SVZ advocaten zal in een reeks van artikelen ingaan op de verschillende situaties.</p>
<p>In dit artikel wordt ingegaan op de echtscheidingsregeling waardoor de hypotheekrente nog twee jaar lang aftrekbaar kan zijn voor de echtgenoot die woning heeft verlaten.</p>
<h2>Echtscheidingsregeling: nog twee jaar renteaftrek na verlaten woning</h2>
<p>Alleen de rentelasten van schulden die zijn aangegaan voor de verwerving of verbetering van de eigen woning zijn fiscaal aftrekbaar. Er is alleen sprake van een eigen woning voor zover de woning als hoofdverblijf wordt gebruikt. Bij een echtscheiding zal een van de partijen de woning moeten verlaten. Een definitieve oplossing is dan vaak nog niet gevonden. Het zou bijzonder onwenselijk zijn indien de echtgenoot die de woning verlaat direct zijn aandeel in de rentelasten niet langer kan aftrekken omdat hij niet langer in de woning verblijft.</p>
<p>Op grond van artikel 3.111 lid 4 Wet IB 2001 kan de echtgenoot die de woning verlaat, en dus niet langer de woning gebruikt als hoofdverblijf, de woning nog gedurende twee jaren mede als hoofdverblijf in aanmerking nemen. Voorwaarde is wel dat de achterblijvende partner de betreffende woning als hoofdverblijf blijft gebruiken. De periode van twee jaar begint te lopen van het moment dat de echtgenoten duurzaam gescheiden van elkaar gaan leven. Dit betekent dat tijdens deze periode van twee jaar de woning zowel voor de achterblijvende partner als de vertrekkende partner als eigen woning kan kwalificeren. Dit is wel slechts alleen het geval voor de periode van de afwikkeling van de echtscheiding. Wanneer de echtscheiding is afgerond, ook wanneer u nog niet alle 24 maanden heeft ‘volgemaakt’, vervalt deze termijn (art. 5a lid 4 AWR) en komen de bepalingen van kracht die u overeengekomen bent met uw ex-partner.</p>
<p>Indien de woning in deze tweejaarstermijn te koop wordt gezet gelden de voorwaarden van de verhuisregeling. Vanaf het moment van verlaten van de woning wordt deze tijdelijk opgegeven als eigen woning. Indien de woning verlaten wordt door beide echtgenoten en de woning te koop wordt gezet, vindt de verhuisregeling zijn toepassing. In dat geval mag de woning gedurende drie kalenderjaren na het verlaten van de woning, nog worden opgegeven als eigen woning. In de periode dat het huis te koop wordt gezet en leegstaand is, telt de woning niet meer mee voor het eigenwoningforfait maar kan de hypotheekrente nog wel in aftrek worden genomen.</p>
<h2>Gemeenschappelijke woning: voorwaarden aftrek rente na scheiding</h2>
<p>Let op: in veel gevallen is de woning op grond van het huwelijksvermogensrecht of doordat de woning gezamenlijk is aangekocht gemeenschappelijk (ieder 50%). Ook de hypotheekschuld is dan door de echtgenoten gezamenlijk aangegaan. De rente wordt in dat geval voor 50% toegerekend aan echtgenoot A en voor 50% aan echtgenoot B. Iedere echtgenoot kan alleen de daadwerkelijk door hem of haar betaalde rente in aftrek brengen en alleen voor zover deze ook aan de betreffende echtgenoot kan worden toegerekend. In het geval de echtgenoten ieder 50% van de rente betalen kunnen zij deze rente ook beide in aftrek brengen. Indien een van de echtgenoten in deze situatie alle rente betaald kan slechts 50% van deze rente in aftrek worden gebracht. Het rentedeel dat voor de andere echtgenoot wordt betaald is dan niet aftrekbaar. Dit is uiteraard zeer onwenselijk. In bepaalde gevallen kan dit opgelost worden door de voor de andere partner betaalde rente als persoonsgebonden aftrek mee te nemen in de belastingaangifte. De rente moet dan voldoen aan de voorwaarden van een onderhoudsverplichting (alimentatie). Dit geldt zowel voor gehuwde als ongehuwde partners. Het juist vastleggen en onderbouwen van de afspraken kan in dergelijke gevallen erg belangrijk zijn.</p>
<p>Indien de echtgenoot die in de woning blijft wonen het (economische) eigendom van de woning volledig heeft gekregen, kan deze echtgenoot wel 100% van de rente betalen en aftrekken.</p>
<h2>Opgeven eigen woningforfait bij gemeenschappelijke woning</h2>
<p>Beide echtgenoten moeten ook tijdens de echtscheidingsprocedure 50% (althans, een percentage gelijk aan het eigendomsaandeel) van het eigenwoningforfait aangeven. Het eigenwoningforfait is een fictief inkomen dat gekoppeld is aan de eigen woning. Het opgeven van het eigenwoningforfait heeft feitelijk tot gevolg dat de aftrek van hypotheekrente wordt beperkt. Ook de echtgenoot die de woning verlaat dient dit eigenwoningforfait dus aan te geven.</p>
<p>Echter, feit is dat echtgenoot A 100% van het gebruiksgenot heeft en echtgenoot B 0%. Indien geen zakelijke vergoeding wordt betaald voor het gebruik van de woning (een gebruiksvergoeding) kan in veel gevallen het gebruik van de woning voor de belastingwetgeving als alimentatie in natura worden aangemerkt. De echtgenoot die in de woning blijft wonen geeft dan óók 50% van het eigenwoningforfait aan als ontvangen partneralimentatie. De echtgenoot die de woning verlaat geeft 50% van het eigenwoningforfait aan als betaalde alimentatie. Per saldo is in dat geval 100% van het eigen woning forfait belast bij de echtgenoot die woning blijft wonen en 0% bij de vertrekkende echtgenoot.</p>
<p>Het is belangrijk om bij het maken van afspraken rekening te houden met fiscale gevolgen. Neem voor meer informatie contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Hypotheekrenteaftrek tijdens echtscheiding: voorbeeldsituaties</h2>
<p>Iedere situatie is anders en het is daarom belangrijk dat u een deskundige inschakelt die uw specifieke situatie kan beoordelen.  Voor de renteaftrek is het bijvoorbeeld van belang wie de hypotheekrente betaalt, wie in de woning blijft wonen en wie eigenaar is van de woning. Lees verder voor meer informatie over <a href="https://svz-advocaten.nl/echtscheidingsregeling-voorbeeldsituaties-renteaftrek-tijdens-echtscheidingsprocedure/">veel voorkomende situaties met betrekking tot hypotheekrenteaftrek tijdens de echtscheidingsprocedure</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Recht op schadevergoeding bij onterecht beslag</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/recht-op-schadevergoeding-bij-onterecht-beslag/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 27 Aug 2020 10:03:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2108</guid>

					<description><![CDATA[Indien u als ondernemer geconfronteerd wordt met een onterecht beslag heeft u recht op een schadevergoeding. Een beslaglegging kan immers...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Indien u als ondernemer geconfronteerd wordt met een onterecht beslag heeft u recht op een schadevergoeding. Een beslaglegging kan immers tot grote problemen leiden en financiële problemen en reputatieschade met zich meebrengen. Indien achteraf komt vast te staan dat sprake is van een onterecht beslag is sprake van een onrechtmatige daad. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het berekenen van de schade en het verhalen van deze schade. De procesadvocaten van SVZ advocaten uit Haarlem hebben ervaring met het berekenen van schade, het aansprakelijk stellen van derden en indien nodig het starten van een procedure.</p>
<h2>Onterecht conservatoir beslag</h2>
<p>Een derde die meent een vordering op uw onderneming te hebben kan aan de rechtbank verlof vragen om conservatoir beslag te leggen. De voorzieningenrechter <a href="https://www.rechtspraak.nl/sitecollectiondocuments/beslagsyllabus.pdf" target="_blank" rel="noopener">toetst slechts marginaal</a> of voldoende gronden aanwezig zijn en of het beslag gerechtvaardigd is. In de meeste gevallen wordt de (vermeende) schuldenaar niet in de gelegenheid gesteld om vooraf verweer te voeren. Conservatoir beslag is immers bedoeld als verrassingsaanval, zodat mede voorkomen kan worden dat vermogensbestanddelen vervreemd kunnen worden.</p>
<p>Het leggen van conservatoir beslag komt, ondanks de toestemming van de voorzieningenrechter, altijd voor risico van de beslaglegger. Indien later, bij de inhoudelijke beoordeling van de vermeende vordering van de beslaglegger, blijkt dat het conservatoir beslag ten onrechte is gelegd, is sprake van aansprakelijkheid. De op dat moment bestaande onzekerheid over de vordering komt altijd voor risico van de beslaglegger. De beslaglegger dient alle schade te vergoeden.</p>
<h2>Verhouding uitspraak in kort geding en onrechtmatigheid beslag</h2>
<p>Na het leggen van conservatoir beslag wordt een bodemprocedure gevoerd. Aan het verlof van de voorzieningenrechter is immers de voorwaarde verbonden dat het geschil op korte termijn, meestal binnen twee weken, wordt voorgelegd aan de rechtbank. Deze bodemprocedure kan echter lang duren en in deze procedure beoordeelt de rechter of de vordering, en daarmee het eerder gelegde conservatoir beslag, terecht is.</p>
<p>Het is in de tussentijd mogelijk om een kort geding procedure te starten waarbij opheffing van het conservatoir beslag wordt gevorderd. Indien bijvoorbeeld beslag is gelegd bij belangrijke opdrachtgevers of bij de bank kan uw bedrijf in grote problemen geraken. In deze kort geding procedure wordt een voorlopig oordeel gegeven over de deugdelijkheid van de vordering en tevens vindt een belangenafweging plaats. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het voeren van een dergelijke <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/kort-geding/">kort geding procedure</a>. Indien in kort geding het conservatoir beslag niet wordt opgeheven en in stand blijft, betekent dit nog niet dat sprake is van een terecht beslag. De bodemrechter kan, in een procedure met volledige bewijsvoering, immers alsnog oordelen dat sprake is van een ondeugdelijk vorderingsrecht en daarmee een onrechtmatig beslag.</p>
<h2>Onterecht executoriaal beslag</h2>
<p>Bij een executoriaal beslag is in beginsel al sprake van een uitspraak/vonnis van de rechtbank over de vordering. Het vonnis van de rechtbank dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, biedt een executoriale titel die ten uitvoer kan worden gelegd. De beslaglegger waant zich wellicht veilig gezien het vonnis van de rechtbank. Er kan met dit vonnis bijvoorbeeld beslag worden gelegd op bankrekeningen, vorderingen of roerende zaken. Echter, indien in hoger beroep de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, is met terugwerkende kracht alsnog sprake van een onrechtmatig beslag. De beslaglegger dient ook in dat geval de schade, die hoog kan oplopen, te vergoeden. Ook een executoriaal beslag kan dus achteraf onterecht blijken te zijn. Dat op het moment van beslag leggen een geldige titel bestond, doet hier niet aan af.</p>
<p>De Hoge Raad heeft vooropgesteld dat de beslaglegger de veroorzaakte schade dient te vergoeden, ook als hij te goeder trouw handelde en hem of haar daarom eigenlijk geen schuld treft.</p>
<h2>Schadevergoeding bij onterecht beslag Belastingdienst</h2>
<p>De Belastingdienst kan zelf een dwangbevel uitvaardigen, zonder tussenkomst van een rechter, en op basis hiervan executoriaal beslag leggen. In bepaalde gevallen wordt gekozen voor versnelde invordering voordat de bezwaar- en beroepsfase tegen de achterliggende aanslag of beschikking is verlopen. Indien achteraf blijkt dat de aanslag of de beschikking en daarmee het dwangbevel onterecht is, geldt het volgende. In dat geval is eveneens sprake van een onterecht en daarmee onrechtmatig beslag. Ook in dat geval bestaat een recht op schadevergoeding bij een onterecht beslag gelegd door de Belastingdienst. SVZ advocaten is gespecialiseerd in fiscaal recht en aansprakelijkheidsrecht en kan u bijstaan om uw recht op schadevergoeding na een onterecht beslag van de Belastingdienst te formaliseren. De Belastingdienst kan eveneens aansprakelijk zijn indien voor een te hoog bedrag beslag is gelegd of indien onnodige schade is veroorzaakt bij het leggen van beslag.</p>
<h2>Schade door onterecht beslag</h2>
<p>De schade door een onterecht beslag kan omvangrijk zijn. Indien uw debiteuren niet langer bevrijdend aan uw onderneming mogen betalen en u niet over banktegoeden kan beschikken, komt de continuïteit van uw onderneming in gevaar. Hierdoor kunt u opdrachtgevers verliezen, betalingsachterstanden krijgen, reputatieschade lijden of problemen krijgen met de bank of verhuurder. In bepaalde gevallen kan zelfs een faillissement dreigen.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>SVZ advocaten staat u graag bij met raad en daad en onze advocaten zullen alles op alles zetten om schade te voorkomen, te beperken of te verhalen. Voor meer informatie neem contact op met mr. M. van Zijtveld op <span 
                data-original-string='0Om3mpvDdcXYrzjDBxnpzg==189sBfCLIU/dB3TcsrcTPBz6Tbsz3v+kEZxJqpR29e7uoU='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span> of 023-3034318.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Bestuurdersaansprakelijkheid en boekhoudverplichting</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/bestuurdersaansprakelijkheid-boekhoudverplichting/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 07 Aug 2020 13:00:28 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1900</guid>

					<description><![CDATA[SVZ advocaten adviseert over het voorkomen of beperken van bestuurdersaansprakelijkheid bij mogelijke schending van de boekhoudverplichting. SVZ advocaten combineert kennis van...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>SVZ advocaten adviseert over het voorkomen of beperken van <b>bestuurdersaansprakelijkheid </b>bij mogelijke schending van de <strong>boekhoudverplichting</strong>. SVZ advocaten combineert kennis van het aansprakelijkheidsrecht en belastingrecht. Neem direct contact op voor een vrijblijvende afspraak voor advies over de boekhoudplicht of deskundige bijstand bij geschillen over bestuurdersaansprakelijkheid. Nadat het faillissement van een vennootschap wordt uitgesproken kan de bestuurder door de curator aansprakelijk worden gesteld indien sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur en dit onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Een reden om de bestuurder aansprakelijk te stellen is het niet naleven van de boekhoudverplichting. Op<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:2949" target="_blank" rel="noopener"> 6 augustus 2019 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch</a> uitspraak gedaan in een procedure tussen een curator en de voormalig bestuurder van de failliete vennootschap. De curator stelt zich op het standpunt dat sprake is van een onvoldoende inzichtelijke administratie en dat de voorraadadministratie niet op orde is. Het Gerechtshof gaat in op de omvang van de boekhoudplicht en de aansprakelijkheid van de bestuurder. Neem direct contact op via <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="qHtSGRc9NJ+NpMrHmc3E3A==189PzUZsm/POkDTtu5ae5rybOtjZdN/tP76C3MWwzDCkBM=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='fw7ojCZdhobomMjKw2N6nQ==189+yXfX56NQoxfB9QditJo9X3WExgkfu8ZEvYCKZ+RVkk='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> voor meer informatie of een geheel vrijblijvende bespreking.</p>
<h2><strong>Boedeltekort en aansprakelijkheid</strong></h2>
<p>In een faillissement zijn er vaak veel schulden en onvoldoende baten om deze schulden te voldoen. De schulden overtreffen de baten. Dit wordt wel het tekort in de boedel genoemd. Doordat ook een faillissement kosten met zich meebrengt kan dit tekort oplopen tot een fors bedrag. In beginsel is een bestuurder niet aansprakelijk voor dit tekort. Dit betekent enerzijds dat het privévermogen van de bestuurder gespaard blijft maar anderzijds ook dat de schuldeisers gedupeerd achterblijven. Schuldeisers worden natuurlijk niet erg vrolijk van een faillissement waarbij zij forse schade lijden terwijl de bestuurder er op het oog gemakkelijk vanaf lijkt te komen en soms zelfs een nieuwe onderneming begint. Er is mede daardoor een wettelijke regeling in het leven geroepen om schuldeisers te beschermen tegen bestuurders die frauderen of de vennootschap anderszins onbehoorlijk besturen.</p>
<p>In artikel 2:248 BW is bepaald dat een bestuurder onder bijzondere omstandigheden toch aansprakelijk kan worden gehouden voor het gehele tekort in het faillissement. Hiervan kan sprake zijn indien het bestuur zijn taak in de drie jaren voor datum faillissement kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en deze kennelijke onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Kennelijk onbehoorlijk bestuur is aan de orde indien het bestuur zo handelt als geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden gehandeld zou hebben. Dit mag niet te snel aangenomen worden en in de praktijk kan een bestuurder dan ook niet gemakkelijk aansprakelijk gesteld worden. Dit is echter geheel anders indien geen goede boekhouding is bijgehouden of indien de jaarrekening niet tijdig is gedeponeerd. In dat geval kan veel eerder sprake zijn van aansprakelijkheid.</p>
<h2><strong>Boekhouding en aansprakelijkheid</strong></h2>
<p>Hieronder wordt nader ingegaan op de boekhoudverplichting. De boekhoudverplichting is opgenomen in artikel 2:10 BW. Het artikel luidt als volgt.</p>
<blockquote><p><em>Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de rechtspersoon en van alles betreffende de werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevens dragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.</em></p></blockquote>
<p>De kern van artikel 2:10 BW is dat de boekhouding van een onderneming op goed niveau moet zijn zodat snel inzicht kan worden verkregen in onder meer de debiteuren- en de crediteurenpositie, de stand van de liquiditeiten en de vermogenspositie van de onderneming. Uiteraard is van belang hoe groot de onderneming is en wat de aard van de onderneming is. De achterliggende gedachte van deze verplichting is dat de bestuurder een vennootschap niet behoorlijk kan besturen als hij niet op de hoogte is van de financiële positie van de onderneming. De bestuurder kan dan bijvoorbeeld geen verantwoordelijke beslissingen nemen en niet goed beoordelen of de vennootschap nieuwe verplichtingen wel kan nakomen. Het is afhankelijk van de complexiteit, omvang en aard van de onderneming aan welke eisen de boekhouding moet voldoen.</p>
<p>In de uitspraak van het Gerechtshof van 6 augustus 2019 wordt duidelijk dat als de aangetroffen voorraad fors afwijkt van de voorraadadministratie dit betekent dat de boekhouding niet voldoende op orde is. In onderhavige kwestie was de aangetroffen voorraad door de curator verkocht voor een bedrag van € 12.306,60. Volgens de boekhouding was echter voorraad aanwezig voor een bedrag van € 280.306,60. Dit verschil is veel te groot waardoor de boekhouding evident geen goed inzicht geeft in de vermogenspositie van de onderneming.</p>
<p>Daarnaast was het niet duidelijk welke vordering de vennootschap had op haar aandeelhouders. De boekhouding gaf dit onvoldoende duidelijk aan. Het Gerechtshof oordeelt dan ook dat niet is voldaan aan de boekhoudplicht van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&amp;boek=2&amp;titeldeel=1&amp;artikel=10&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 2:10 BW</a>.</p>
<h2><strong>Aansprakelijkheid bij niet voldoen aan boekhoudplicht?</strong></h2>
<p>Artikel 2:248 lid 2 BW bepaald dat ervan dient te worden uitgegaan dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld indien niet voldaan is aan de boekhoudplicht. Dit is dus een vaststelling die grote gevolgen kan hebben voor de bestuurder.</p>
<blockquote><p><em>Iedere bestuurder van een vennootschap met een gebrekkige administratie loopt dan ook een groot risico op persoonlijke aansprakelijkheid.</em></p></blockquote>
<p>Tevens geldt in dat geval het vermoeden dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Dit vermoeden kan de bestuurder wel proberen te ontkrachten om aan aansprakelijkheid te ontkomen. Dit is echter niet eenvoudig.</p>
<p>Bij kleine tekortkomingen in de boekhouding kan door de bestuurder worden aangevoerd dat sprake is van een onbelangrijk verzuim. Indien wordt aangenomen dat sprake is van een onbelangrijk verzuim kan de bestuurder ook aan aansprakelijkheid ontkomen. De boekhouding was in dit geval volgens het Gerechtshof dermate onjuist en onvolledig dat niet sprake is van een onbelangrijk verzuim. Een onbelangrijk verzuim kan bijvoorbeeld aan de orde zijn indien de boekhouding goed op orde is en er slechts kleine foutjes in zijn geslopen zonder grote gevolgen.</p>
<h2><strong>Andere oorzaak van het faillissement?</strong></h2>
<p>De bestuurder kan in de procedure proberen aan te tonen dat het faillissement niet is veroorzaakt door de onbehoorlijke taakvervulling maar door andere omstandigheden. Er zal dan dus sprake moeten zijn van een andere oorzaak. De bestuurder moet stellen en aannemelijk maken waardoor het faillissement volgens hem daadwerkelijk is veroorzaakt. Uiteraard moet deze reden van het faillissement niet zijn veroorzaakt door onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurder. De bestuurder kan bijvoorbeeld aanvoeren dat het faillissement is veroorzaakt door externe oorzaken zoals een economische crisis.</p>
<p>In de aangehaalde zaak voert de bestuurder aan dat sprake was van een sterke omzetdaling door toegenomen concurrentie. Tevens was een geschil ontstaan met de bank over zekerheden. De omzetdaling wordt weliswaar voldoende gemotiveerd door de bestuurder maar het Gerechtshof is van mening dat de bestuurder onvoldoende maatregelen heeft genomen om de omzet te verbeteren. Er is bijvoorbeeld geen analyse gemaakt van de achterliggende redenen van de omzetdaling en er is ook niet gesneden in de kosten. Het lukt de bestuurder dan ook niet om aan te tonen dat andere feiten en omstandigheden dan de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest.</p>
<h2><strong>Bewijspositie door gebrekkige boekhouding</strong></h2>
<p>De moeilijke bewijspositie van de bestuurder is veroorzaakt doordat geen goede boekhouding is bijgehouden. Daardoor is komen vast te staan dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Hierdoor is de bestuurder aansprakelijk voor het tekort in de boedel en dit kan zeer grote financiële gevolgen hebben. Immers, de rechtspersoonlijkheid van de onderneming beschermt de bestuurder dan niet meer. De curator kan zich verhalen op het vermogen van de bestuurder. Deze uitspraak toont het belang aan van het voeren van een goede en betrouwbare administratie.</p>
<div class="content-format-highlight">
<h2>Advocaat aansprakelijkheidsrecht met boekhoudkundige kennis</h2>
<p>Bent u bestuurder van een vennootschap en wilt u advies over mogelijke aansprakelijkheid? Of verkeert uw vennootschap in zwaar weer en wilt u zich als bestuurder voorbereiden op een faillissement? SVZ advocaten uit Haarlem kan u bijstaan bij het organiseren van een juiste boekhouding en indien noodzakelijk een faillissementsaanvraag voorbereiden. U kunt <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> opnemen met mr. M. van Zijtveld op <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="+fV317k2S5YqS8zAE+YH1w==189X17RD8ffQEtVaaH8572qD1AFZRlMA5TcVfTzq8MSz5Y=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser." data-rt-link-type="email"><span 
                data-original-string='Nc/J2O9Dss4lj4kL8CMxIQ==189J3O4cneUH4iwhi7lEN4xHCIrjGg8BM9tng9fWIG71tk='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span> </a>of 06-12253275.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Belastingdienst hervat dwanginvordering oudere belastingschulden in september</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/belastingdienst-hervat-dwanginvordering-oudere-belastingschulden-in-september/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 29 Jul 2020 08:43:31 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1801</guid>

					<description><![CDATA[De Belastingdienst is voornemens om vanaf september 2020 dwangbevelen te verzenden naar ondernemers en de dwanginvordering op te starten voor...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De Belastingdienst is voornemens om vanaf september 2020 dwangbevelen te verzenden naar ondernemers en de dwanginvordering op te starten voor belastingschulden die zijn ontstaan voor 2020 (dus ook voor de coronacrisis). Voornoemde mededeling is gedaan op  13 juli 2020 en kan de komende periode worden aangepast. Vanaf oktober 2020 zal de Belastingdienst verder inzetten op het afbouwen van het bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis. Hoe deze afbouw er precies uitziet en binnen welke termijnen de  opgebouwde schulden terugbetaald moeten worden is nog onduidelijk. Het is aannemelijk dat maatwerk mogelijk is en langere terugbetalingsregelingen mogelijk zullen zijn. Naar verwachting zal de Belastingdienst terughoudend omgaan met de invordering van belastingschulden die zijn ontstaan tijdens de coronacrisis, zeker bij sectoren die langer en zwaarder getroffen worden door de coronacrisis. Ook een eventuele ‘tweede golf’ kan gevolgen hebben voor de plannen van de Belastingdienst. Hieronder treft u de routekaart van de Belastingdienst aan over de hervatting uitvoering voor ondernemers aan.</p>
<p><img fetchpriority="high" decoding="async" class="alignnone wp-image-1804" src="https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers-300x153.png" alt="" width="992" height="506" srcset="https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers-300x153.png 300w, https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers-1024x523.png 1024w, https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers-768x392.png 768w, https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers-480x245.png 480w, https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers-640x327.png 640w, https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers-900x460.png 900w, https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers-1280x654.png 1280w, https://svz-advocaten.nl/wp-content/uploads/2020/07/klantreis-ondernemers.png 1317w" sizes="(max-width: 992px) 100vw, 992px" /></p>
<h2>Achtergrond bijzonder uitstel coronacrisis</h2>
<p>Het bijzonder uitstel heeft als achtergrond bedrijven te ondersteunen die in de problemen zijn geraakt door de coronacrisis. De maatregel ziet met name op de fiscale verplichtingen die zijn opgekomen tijdens de coronacrisis. Had een ondernemer al belastingschulden voor de coronacrisis? Dan is vanwege het soepele uitstelbeleid van de Belastingdienst vaak toch tijdelijk uitstel van betaling verleend. In ieder geval blijkt in de praktijk dat alle invorderingsmaatregelen opgeschort zijn. De Belastingdienst geeft nu feitelijk een waarschuwing af. Vanaf september zal voor oudere aanslagen, die zijn ontstaan voor de coronacrisis, de dwanginvordering gestart worden. Uiteraard is in overleg met de Belastingdienst veel mogelijk. Het innemen van een actieve houding en het tijdig indienen van voorstellen voor betalingsregelingen of verzoeken tot kwijtschelding of sanering is daarom van groot belang. Neem voor meer informatie contact op met SVZ advocaten uit Haarlem.</p>
<h2>Bijzonder uitstel van betaling vanwege coronacrisis</h2>
<p>Vanwege de coronacrisis geldt voor alle aanslagen inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw), assurantiebelasting, kansspelbelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (opslag duurzame energie, energiebelasting, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater), binnenlandse accijnzen (bier, wijn, tussenproducten, overige alcoholhoudende producten, minerale oliën en tabaksproducten) en verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken bijzonder uitstelbeleid, tot in ieder geval 1 oktober 2020.</p>
<p>Op grond van het beleid is het zeer eenvoudig om drie maanden uitstel van betaling te verkrijgen, waarbij weinig tot geen formaliteiten gelden. Heeft u een belastingschuld die lager is dan € 20.000? Dan kan ook vrij eenvoudig een tweede uitstel van betaling verkregen worden. Wel dient enigszins toegelicht en onderbouwd te worden op welke wijze uw onderneming is geraakt door de coronacrisis en dient u te verklaren dat maatregelen genomen zullen worden om de liquiditeitspositie van de onderneming te bewaken (door bijvoorbeeld geen dividend uit te keren). Het tweede uitstel van betaling voor ondernemers met een belastingschuld groter dan € 20.000 kent meer formaliteiten. Zo dient een derde verklaring van een deskundige (zoals een accountant) meegestuurd te worden. Hieruit dient te blijken dat de financiële problemen hoofdzakelijk zijn ontstaan door de coronacrisis. Verder dient een liquiditeitsprognose opgesteld en meegestuurd te worden.</p>
<h2>Onderneem tijdig actie</h2>
<p>Het verleende bijzonder uitstel van betaling kan aflopen in de periode tussen augustus en oktober 2020. Het is van belang om inzichtelijk te maken welke belastingschuld u heeft en binnen welke termijnen deze terugbetaald zou kunnen worden. Door dit goed te onderbouwen met jaarcijfers en prognoses kan een gemotiveerd voorstel worden gedaan aan de Belastingdienst. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het indienen van verzoeken om uitstel van betaling en <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">kwijtschelding of sanering van belastingschulden</a>. Indien u geconfronteerd wordt met dwangbevelen of beslagleggingen kunnen wij namens u onderhandelen met de Belastingdienst en indien nodig <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/advocaat-tegen-dwangbevel/">verzet aantekenen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel</a>. Neem voor meer informatie contact op met SVZ advocaten.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De mogelijkheden om oude aanslagen inkomstenbelasting te verminderen</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/de-mogelijkheden-om-oudere-aanslagen-inkomstenbelasting-te-verminderen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 28 Jul 2020 14:03:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1781</guid>

					<description><![CDATA[Heeft u belastingschulden inkomstenbelasting en bent u het niet eens met de hoogte van de opgelegde aanslagen? Ook na het...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Heeft u belastingschulden inkomstenbelasting en bent u het niet eens met de hoogte van de opgelegde aanslagen? Ook na het verstrijken van de bezwaartermijn van 6 weken bestaat er een mogelijkheid om oudere aanslagen inkomstenbelasting te laten verminderen. Het <strong>aanvechten van oudere aanslagen inkomstenbelasting</strong> is bijvoorbeeld van belang als deze aanslagen zijn gebaseerd op te hoge schattingen van de Belastingdienst of indien in het verleden niet op tijd bezwaar is gemaakt tegen een foutieve aanslag inkomstenbelasting. Wellicht heeft u hierdoor te kampen met een aanzienlijke belastingschuld inkomstenbelasting, die niet redelijk is gezien het door u in het verleden genoten inkomen. Om te voorkomen dat invorderingsmaatregelen worden genomen voor deze belastingschulden zal, waar mogelijk, de belastingschuld gemotiveerd betwist moeten worden. Neem direct contact op via <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="ej3VQhV512Iw/jEaOEpvQw==189NKzK77dbDQ4zHka1v+5N4Y9NDFYgUKfskEEWPOpC9wM=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='pyMjcvumxv3MwbUkYWX+3w==18963d4rOCTRLhfIoSmeze3bVzszsa/ua+ueBKylBrGVBc='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> voor meer informatie of een geheel vrijblijvende bespreking.</p>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&amp;hoofdstuk=9&amp;afdeling=9.2&amp;artikel=9.6&amp;z=2020-04-08&amp;g=2020-04-08" target="_blank" rel="noopener">artikel 9.6 Wet Inkomstenbelasting</a> jo. <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012031&amp;hoofdstuk=9&amp;artikel=45aa&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">Artikel 45aa Uitv. Reg. IB 2001</a> staat een formele procedure open tot vermindering van aanslagen inkomstenbelasting, tenzij vijf jaar is verstreken na het einde van het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft. Tot 1 januari 2021 kan dus in beginsel nog een verzoek tot ambtshalve vermindering tegen een aanslag inkomstenbelasting 2015 worden ingediend.</p>
<p>SVZ advocaten kan u bijstaan bij het voeren van procedures om aanslagen inkomstenbelasting, en eventuele opgelegde boetes, te laten verminderen.</p>
<h2>Bezwaartermijn belasting</h2>
<p>De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt ingevolge <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=6&amp;afdeling=6.2&amp;artikel=6:7&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht</a> (hierna: Awb) zes weken. In afwijking van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=6&amp;afdeling=6.2&amp;artikel=6:8&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:8 van de Awb,</a> vangt op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&amp;hoofdstuk=V&amp;afdeling=1&amp;artikel=22j&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 22j, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a> de termijn voor het instellen van bezwaar aan met ingang van de dagtekening van aanslag inkomstenbelasting, <u>tenzij </u>de dag van de dagtekening is gelegen voor de dag van de bekendmaking.</p>
<p>Op grond van artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=3&amp;afdeling=3.6&amp;artikel=3:41&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">3:41 Awb, eerste lid</a>, geschiedt de bekendmaking van besluiten door toezending of uitreiking aan de belanghebbende(n) tot wie het besluit is gericht. Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=6&amp;afdeling=6.2&amp;artikel=6:9&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:9, eerste lid, van de Awb</a>). Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=6&amp;afdeling=6.2&amp;artikel=6:11&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:11 Awb</a>). Indien de bezwaartermijn is verstreken wordt het ingediende bezwaar dus in beginsel niet ontvankelijk verklaard.</p>
<h2>Te laat bezwaar belastingaanslag, wat nu?</h2>
<p>Het is van groot belang dat ook oudere aanslagen inkomstenbelasting betwist kunnen worden en dat in deze procedure ook rechtsbescherming wordt gegeven. Op grond van artikel 9.6 Wet Inkomstenbelasting en ministeriële regelingen dient de Inspecteur in beginsel ambtshalve een te hoog vastgestelde belastingaanslag inkomstenbelasting te verminderen. Dit zodra het de Inspecteur is gebleken dat de betreffende belastingaanslag te hoog is vastgesteld. Dit is slechts anders indien de eerder genoemde termijn van vijf jaar is verstreken. Tevens gelden een aantal specifieke uitzonderingen. SVZ advocaten kan u hierover nader adviseren. In plaats van een bezwaarschrift wordt een verzoek tot ambtshalve vermindering ingediend waarin gronden worden aangevoerd tegen de betreffende belastingaanslag.</p>
<p>Wanneer meer dan vijf jaar zijn verstreken kan in beginsel geen verzoek tot ambtshalve vermindering worden ingediend. Uitzonderingsgevallen zijn denkbaar, bijvoorbeeld indien sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat sprake is van een verzuim door het laten verstrijken van de termijn. In bepaalde gevallen, indien evident is dat een aanslag (veel) te hoog is, kan worden overgegaan tot <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">kwijtschelding</a> door de ontvanger van de Belastingdienst.</p>
<h2>Bewijslast aanvechten oude belastingaanslag</h2>
<p>Indien een belastingplichtige van mening is dat een belastingaanslag inkomstenbelasting in het verleden te hoog is vastgesteld zal hij daarvoor voldoende feiten en omstandigheden naar voren moeten brengen. De belastingplichtige moet voldoende aannemelijk maken dat de aanslag verlaagd moet worden. In bepaalde gevallen zal hiervoor de boekhouding van de onderneming alsnog op orde gemaakt moeten worden. Ook kunnen bewijsstukken worden ingediend waaruit volgt dat een door de Inspecteur gemaakt schatting niet redelijk is geweest.</p>
<p>Het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:3374" target="_blank" rel="noopener">Hof Amsterdam heeft op 11 augustus 2016</a> bepaald dat in beginsel bij een verzoek tot ambtshalve vermindering geen sprake is van een verzwaarde bewijslast. Wel kan op een andere grond sprake zijn van een verzwaring van de bewijslast. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien sprake is van een onherroepelijk <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/bezwaar-maken-tegen-een-informatiebeschikking/">vaststaande informatiebeschikking</a> of indien de vereiste belastingaangifte niet tijdig is gedaan.</p>
<p>In algemene zin is het zeer belangrijk dat het verzoek tot ambtshalve vermindering met stukken wordt onderbouwd en goed wordt gemotiveerd. Voor deskundige bijstand bij het aanvechten van belastingaanslagen/belastingschulden kunt u <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact opnemen met SVZ advocaten uit Haarlem</a>.</p>
<h2>Bezwaar en beroep</h2>
<p>Indien het verzoek tot ambtshalve vermindering geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen door de Inspecteur is bezwaar hiertegen mogelijk. Het gaat conform de huidige wetgeving om een voor bezwaar vatbare beschikking. Uiteraard is het dan wel van groot belang om binnen zes weken bezwaar te maken tegen de gehele of gedeeltelijke afwijzing. Bij bezwaar wordt door een andere belastingambtenaar nogmaals getoetst of de beoordeling terecht is geweest.</p>
<p>Tegen de uitspraak op bezwaar is beroep mogelijk bij de belastingrechter. Hierdoor wordt rechtsbescherming gegeven aan de belastingplichtige en kan het oordeel van de Inspecteur getoetst worden door de rechter.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Heeft u belastingschulden inkomstenbelasting en bent u het niet eens met de hoogte van de opgelegde aanslagen? SVZ advocaten kan u adviseren over de mogelijkheden om deze aanslagen te betwisten en de juiste formele procedure voor u starten. Neem voor meer informatie contact op via <a href="mailto:in**@***********en.nl" data-original-string="LD/Te8jomoM9ZGQuZobCDA==189vHpFUdr+q6KarkWxA+JQpre1wynFQkMOQW6yL1I5u5M=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='MeFRSaLG8O+0qpYxRmIpdw==189iaERZyILfuPT/DvCYUbzKLUVQAMkC0nSrxdCJxdONks='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>in<span class="apbct-blur">**</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> of 023-3034318.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Kwijtschelding corona belastingschulden mogelijk?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/kwijtschelding-corona-belastingschulden-mogelijk/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 16 Jul 2020 08:21:04 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1710</guid>

					<description><![CDATA[Is kwijtschelding of sanering van corona belastingschulden mogelijk? Door de coronacrisis hebben veel ondernemers uitstel van betaling moeten aanvragen voor...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Is kwijtschelding of sanering van corona belastingschulden mogelijk?</strong> Door de coronacrisis hebben veel ondernemers uitstel van betaling moeten aanvragen voor hun belastingschulden. Niet zonder reden natuurlijk, de economische gevolgen van de coronacrisis zijn helaas ingrijpend. Het is nog onduidelijk hoe de Belastingdienst in de toekomst omgaat met deze aanzienlijke gezamenlijke belastingschuld van de ondernemers. Voor veel ondernemers wordt het immers zeer ingewikkeld om alle schulden, waaronder de belastingschulden, terug te betalen. Het kan daarom in het belang zijn van de Nederlandse economie en de schatkist om in specifieke (bijzondere) gevallen medewerking te verlenen aan gedeeltelijke kwijtschelding of sanering van de corona belastingschulden. De huidige wet- en  regelgeving biedt hiervoor voldoende mogelijkheden.</p>
<p>Neem direct <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op voor een <strong>vrijblijvend adviesgesprek</strong>.</p>
<h2>Begeleiding sanering of kwijtschelding corona belastingschulden</h2>
<p>SVZ advocaten heeft de nodige ervaring met het begeleiden van ondernemers bij het indienen van <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">een verzoek tot kwijtschelding of sanering van belastingschulden</a>. Een kwijtschelding of sanering van belastingschulden is veelal een laatste redmiddel bij problematische belastingschulden. Dit geldt zeker voor ondernemers die vanwege de coronacrisis uitstel van betaling hebben moeten aanvragen om een faillissement te voorkomen. Vanwege de diverse voorwaarden van de Belastingdienst zijn dit geen eenvoudige trajecten. Zo moeten, in beginsel, alle schuldeisers instemmen met een kwijtschelding of sanering en moet het verzoek met financiële stukken onderbouwd worden. <a href="https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/standaard_functies/prive/contact/rechten_en_plichten_bij_de_belastingdienst/kwijtschelding_van_belasting#ko" target="_blank" rel="noopener">De Belastingdienst toetst de voorwaarden streng</a> en is terughoudend met het kwijtschelden of saneren van belastingschulden.</p>
<h2>Wat is een sanering van belastingschulden</h2>
<p>Bij een sanering van een belastingschulden wordt de belastingschuld, samen met de andere schulden, afgekocht. Hiervoor wordt een bedrag beschikbaar gesteld, veelal door een derde. Voor schuldeisers kan dit interessant zijn omdat de uitkering in een faillissement normaliter nog veel lager zal zijn. In dat geval wordt immers geen bedrag beschikbaar gesteld door een derde en in het faillissement ontstaan zeer hoge kosten, waaronder het salaris van de curator. Hierdoor blijft er vaak minder over voor de schuldeisers dan bij een sanering van belastingschulden. Om een sanering van belastingschulden mogelijk te maken dient de financiële situatie van de onderneming zeer goed inzichtelijk gemaakt te worden. Schuldeisers moeten kunnen controleren of een sanering inderdaad interessant is en of zij niet worden benadeeld ten opzicht van andere schuldeisers.</p>
<p><strong>Voorbeeld:</strong> er is sprake is van een belastingschuld van € 50.000 en overige schulden van € 50.000. In totaal wordt een bedrag van € 40.000 beschikbaar gesteld door een derde voor een sanering van de schulden. De Belastingdienst ontvangt in dat geval 53,33% van haar vordering (€ 26.665) en de overige schuldeisers 26,67% van hun vordering (€ 13.335). De Belastingdienst dient als preferent schuldeiser immers het dubbele percentage te ontvangen bij een kwijtschelding of sanering van belastingschulden.</p>
<p>Daarbij speelt mee dat de Belastingdienst rekening dient te houden met algemene belangen, zoals maatschappelijke belangen, werkgelegenheid en concurrentieverstoringen. In het geval van belastingschulden veroorzaakt door de coronacrisis zal daarom wellicht nieuw beleid worden opgesteld.</p>
<h2>Voorwaarden sanering belastingschulden</h2>
<p>De voorwaarden voor de kwijtschelding of sanering van (corona) belastingschulden volgen uit de wet en diverse regelingen. De mogelijkheid van kwijtschelding of sanering van een belastingschuld is geregeld in artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;hoofdstuk=IV&amp;afdeling=3&amp;artikel=26&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">26 lid 1 Invorderingsweg 1990</a>. Verder is een regeling opgenomen in de <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004766&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990</a>. Op deze plek zal alleen ingegaan worden op de regeling van sanering van belastingschulden voor ondernemers. Voor particulieren geldt een ander en soepeler beleid.</p>
<p>Tenminste moet bij een sanering van belastingschulden aan de volgende voorwaarden voldaan worden.</p>
<ul>
<li>Alle schuldeisers stemmen in met een sanering van de schulden;</li>
<li>De Belastingdienst ontvangt ten minste het dubbele percentage ten opzichte van de overige schuldeisers;</li>
<li>Het ontvangen bedrag dient zowel absoluut als in relatie tot de belastingschuld een substantiële omvang te hebben;</li>
<li>De Belastingdienst wordt niet benadeeld ten opzichte van gelijkbevoorrechte crediteuren;</li>
<li>De fiscale verplichtingen die tijdens het verzoek tot sanering van belastingschulden opkomen, dus nieuwe fiscale verplichtingen, moeten volledig en tijdig voldaan worden;</li>
<li>Na het akkoord moet uitzicht bestaan op voortzetting van de onderneming. De onderneming dient dus levensvatbaar te zijn.</li>
</ul>
<p>Bij de indiening van het verzoek tot sanering van belastingschulden dient voorgaande goed gemotiveerd en onderbouwd te worden. Ook de andere schuldeisers dienen aangeschreven te worden.</p>
<h2>Gronden afwijzing sanering belastingschuld</h2>
<p>Er bestaan een aantal gronden op grond waarvan een sanering of kwijtschelding van corona belastingschulden kan worden afgewezen.</p>
<p>Een belangrijke grond is dat de belastingaanslag niet kan worden betaald terwijl dit is toe te rekenen aan de belastingplichtige. Over deze grond kan bij een verzoek tot kwijtschelding of sanering van belastingschulden de nodige discussie ontstaan. Het is van belang om te wijzen op oorzaken die niet zijn toe te rekenen aan de belastingplichtige. <strong>De coronacrisis is in onze ogen een duidelijke externe oorzaak die niet is toe te rekenen aan de belastingplichtige.</strong> Ondernemers die echter al voor de coronacrisis belastingschulden gemaakt hebben zullen een minder sterke casus hebben (afhankelijk van alle omstandigheden van het geval).</p>
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/svz-advocaten/">SVZ advocaten</a> kan u bijstand verlenen bij de motivering van uw verzoek tot kwijtschelding of sanering van belastingschulden.</p>
<p>Indien de onderneming niet levensvatbaar is wordt het verzoek tot sanering van de belastingschulden afgewezen. Gedacht kan worden aan ondernemingen die structureel verlies draaien. In het verzoek tot kwijtschelding of sanering van belastingschulden dient dan ook onderbouwd te worden dat de onderneming na sanering gezond is en voldoende potentieel heeft. Dit kan bijvoorbeeld onderbouwd worden met prognoses en contracten.</p>
<p>In beginsel kunnen voorlopige aanslagen, die nog niet definitief zijn, niet gesaneerd worden. Verder moet voldaan worden aan de door de Belastingdienst te stellen voorwaarden.</p>
<h2>Toetsing beslissing Belastingdienst</h2>
<p>Er bestaan diverse mogelijkheden om een afwijzing van een verzoek tot kwijtschelding of sanering van belastingschulden door de Belastingdienst aan te vechten. Wordt het verzoek tot kwijtschelding of sanering van de belastingschulden afgewezen door de Belastingdienst? Dan kan binnen 10 dagen administratief beroep worden ingesteld bij de directeur van de Belastingdienst tegen dit besluit. Ook tijdens de behandeling van dit administratief beroep dient de invordering opgeschort te worden. Een afwijzende beslissing van het verzoek tot kwijtschelden of sanering van belastingschulden door de Belastingdienst kan eveneens voorgelegd worden aan de burgerlijke rechter. Getoetst kan daarbij worden of de Belastingdienst de beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden en of de Belastingdienst in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Ook is er een mogelijkheid om de beslissing van de Belastingdienst voor te leggen aan de <a href="https://www.nationaleombudsman.nl/vraag-en-antwoord/klacht-of-bezwaar" target="_blank" rel="noopener">Nationale Ombudsman</a>.</p>
<p>SVZ advocaten kan u bijstaan bij het voeren van dergelijke procedures. Het uiteindelijk doel daarbij is te komen tot een kwijtschelding of sanering van (corona) belastingschulden. Daarbij zal getoetst worden of de Belastingdienst zich heeft gehouden aan de regeling uit de Invorderingswet en haar eigen beleid. Ook zal getoetst worden de Belastingdienst de beginselen van behoorlijk bestuur niet heeft geschonden.</p>
<h2>Het alternatief: faillissementsaanvraag</h2>
<p>Het alternatief van een sanering van de corona belastingschulden kan een faillissementsaanvraag zijn. In het geval de Belastingdienst niet wil instemmen met een kwijtschelding of sanering van de belastingschulden en ook geen uitstel van betaling wordt verleend komt de onderneming veelal in grote problemen. Het kan in dergelijke gevallen soms, mede om bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen, wenselijk zijn om het faillissement van de vennootschap aan te vragen. Uiteraard is niet in alle gevallen een faillissementsaanvraag wenselijk of verstandig. Vraag hiervoor altijd advies van een deskundige die alle omstandigheden van het geval in zijn oordeel betrekt.</p>
<p>In bepaalde gevallen kan na faillissement een doorstart van de onderneming mogelijk zijn. Hiervoor kan een voorstel worden verricht aan de curator in een faillissement. Ook <a href="https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/aanvraag-faillissement/">bij de aanvraag van een faillissement</a> en het voorbereiden van een doorstart van de onderneming kan SVZ advocaten u bijstaan.</p>
<p><em>Artikel geschreven conform situatie op 16 juli 2020.</em></p>
<h2>Update januari 2021: nieuws over kwijtschelding corona belastingschulden</h2>
<p>In januari 2021 heeft het kabinet de periode dat ondernemers vanwege de coronacrisis uitstel van betaling kunnen aanvragen of kunnen verlengen verlengd tot 1 juli 2021. Ondernemers die nog geen uitstel van betaling hebben aangevraagd kunnen dit alsnog doen.. De datum waarop gestart moet worden met de terugbetaling van de belastingschulden wordt ook verder vooruitgeschoven, namelijk van 1 juli 2021 naar 1 oktober 2021. Vervolgens krijgen de ondernemers een lange periode, 36 maanden, om de belastingschuld terug te betalen.</p>
<p>Voor veel ondernemers zal het financieel niet haalbaar zijn om naast hun nieuwe verplichtingen al deze oude schulden af te lossen. De Belastingdienst heeft aangekondigd soepeler te gaan kijken naar het gericht kwijtschelden van belastingschulden die zijn veroorzaakt door de coronacrisis. In het tweede kwartaal van 2021 zal hierover meer duidelijkheid worden verstrekt. Lopende saneringsaanvragen kunnen op verzoek worden aangehouden. SVZ advocaten zal u op de hoogte houden over de ontwikkelingen en staat u graag terzijde bij het maken van maatwerk afspraken met de Belastingdienst.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Versnelde invordering door de Belastingdienst</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/versnelde-invordering-door-de-belastingdienst/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 15 Jul 2020 07:39:24 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1694</guid>

					<description><![CDATA[Versnelde invordering door de Belastingdienst kan ingrijpende gevolgen hebben voor uw onderneming. De Belastingdienst kan bij versnelde invordering de normale...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Versnelde invordering door de Belastingdienst</strong> kan ingrijpende gevolgen hebben voor uw onderneming. De Belastingdienst kan bij versnelde invordering de normale betalingstermijnen en procedures terzijde schuiven en direct overgaan tot dwanginvordering. Daarbij kunt u te maken krijgen met dwangbevelen en beslagleggingen. Het is daarom van groot belang om direct in actie te komen indien u te maken krijgt met versnelde invordering. In dit artikel wordt nader ingegaan op de regeling van versnelde invordering, de voorwaarden hiervan en de mogelijkheden om in verzet te komen. Indien u in verband met de invordering van een belastingschuld juridische bijstaand nodig hebt van een belastingadvocaat kunt u <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact opnemen</a> met SVZ advocaten.</p>
<h2>Betalingstermijn aanslag en aanmaning</h2>
<p>Een (normale) belastingaanslag is invorderbaar zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. Een <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/navordering-belastingdienst/">navorderingsaanslag</a> is invorderbaar één maand na de dagtekening. Een naheffingsaanslag is invorderbaar veertien dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;hoofdstuk=II&amp;artikel=9&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 9 IW</a>).</p>
<p>Betaalt u binnen deze termijnen de aanslag niet? De ontvanger van de Belastingdienst zal eerst een aanmaning versturen <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;hoofdstuk=III&amp;artikel=11&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">(artikel 11 IW</a>) voordat hij overgaat tot het afdwingen van de betalingsverplichting waarbij hoge kosten worden doorgerekend. De Belastingdienst geeft de belastingschuldige een laatste mogelijkheid om zijn belastingschuld alsnog vrijwillig te voldoen. De <strong>aanmaning</strong> is feitelijk een betalingsherinnering, waarbij de belastingschuldige de mogelijkheid wordt geboden om alsnog binnen <strong>veertien dagen</strong> te betalen. Gedurende die aanmaningstermijn kan de Belastingdienst in beginsel niet tot dwanginvordering overgaan. Het is daarom in deze periode in beginsel niet toegestaan om een dwangbevel uit te vaardigen, executoriaal beslag te leggen of goederen te verkopen. Dit laatste is alleen anders indien sprake is van versnelde invordering door de Belastingdienst.</p>
<h2>Dwangbevel Belastingdienst</h2>
<p>Volgt ook na het versturen van de aanmaning geen betaling? Dan kan de Belastingdienst overgaan tot uitvaardiging van een dwangbevel. Na de rechtsgeldige uitvaardiging van een dwangbevel beschikt de ontvanger over een executoriale titel. Normaliter heeft een schuldeiser een rechtelijke uitspraak nodig om te beschikken over een executoriale titel. Dit geldt dus niet voor de Belastingdienst. De Belastingdienst kan met deze executoriale titel invorderingsmaatregelen nemen volgens de beslag- en executieregeling van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit bekent onder meer dat de Belastingdienst kan overgaan tot het leggen van beslag en goederen executoriaal kan verkopen. In bepaalde gevallen kan v<a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/verzet-tegen-de-tenuitvoerlegging-van-een-dwangbevel/">erzet worden aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel</a>. Neem hiervoor contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Versnelde invordering</h2>
<p>Zoals hierboven aan de orde is gekomen heeft een belastingplichtige normaliter de nodige tijd om een aanslag te betalen. In deze tijd kan ook een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/uitstel-van-betaling-voor-ondernemers-met-belastingschulden/">verzoek om uitstel van betaling</a> of een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">verzoek tot kwijtschelding</a> ingediend worden. In bepaalde gevallen gaat de Belastingdienst echter over tot versnelde invordering.</p>
<p>Wanneer de ontvanger overgaat tot versnelde invordering gelden de normale betaaltermijnen niet meer. Volgens <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;hoofdstuk=II&amp;artikel=10&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 10 eerste lid IW</a> is bij versnelde invordering de gehele belastingaanslag direct én tot het volle bedrag invorderbaar. Op grond van artikel 10 jo. <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;hoofdstuk=III&amp;artikel=15&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">15 IW</a> kan bij versnelde invordering worden overgaan tot het direct uitvaardigen van een dwangbevel (waardoor dus ook zeer snel beslag gelegd kan worden). Voorgaande is het directe vervolg op de doorbreking van de betalingstermijnen van artikel 10 IW.</p>
<h2>Wanneer is versnelde invordering toegestaan?</h2>
<p>De Belastingdienst mag alleen onder zeer bijzondere omstandigheden overgaan tot versnelde invordering. De versnelde invordering is immers een inbreuk op de rechten van een belastingplichtige en kan leiden tot hoge kosten en ingrijpende invorderingsmaatregelen.</p>
<p>De belangrijkste gronden, die volgen uit de wet, om over te gaan tot versnelde invordering zijn:</p>
<ul>
<li>de belastingschuldige is in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem is de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard waarbij die belastingaanslag onder de werking van de schuldsaneringsregeling valt;</li>
<li>de ontvanger (Belastingdienst) aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat goederen van de belastingschuldige zullen worden verduisterd;</li>
<li>de belastingschuldige Nederland metterwoon wil verlaten dan wel zijn plaats van vestiging wil overbrengen naar een plaats buiten Nederland, tenzij hij aannemelijk maakt dat de belastingschuld kan worden verhaald;</li>
<li>de belastingschuldige buiten Nederland woont of gevestigd is dan wel in Nederland geen vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft en de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat de belastingschuld niet kan worden verhaald;</li>
<li>op goederen waarop een belastingschuld van de belastingschuldige kan worden verhaald beslag is gelegd voor zijn belastingschuld;</li>
<li>goederen van de belastingschuldige worden verkocht ten gevolge van een beslaglegging namens derden.</li>
</ul>
<p>Het gaat dus om bijzondere situaties waarin de Belastingdienst van mening is dat zij snel moet optreden om niet achter het net te vissen. Het kan echter ook zijn dat de Belastingdienst op grond van verkeerde informatie of door een verkeerde inschatting overgaat tot versnelde invordering. De advocaten van SVZ advocaten kunnen in dat geval onderhandelen met de Belastingdienst of een (<a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/kort-geding/">kort-geding</a>) procedure starten.</p>
<p>Belangrijk om hierbij op te merken is dat eventueel verleend uitstel van betaling moet worden ingetrokken voordat de ontvanger over mag gaan tot versnelde invordering.</p>
<h2>Verzet tegen dwangbevel bij versnelde invordering</h2>
<p>Indien ten onrechte is overgegaan tot versnelde invordering kan het verstandig zijn om verzet in te stellen tegen de tenuitvoerlegging van het betreffende dwangbevel. Een bodemprocedure of een kort geding procedure kan gestart worden als laatste poging om ingrijpende invorderingsmaatregelen te voorkomen. Het voortbestaan van uw bedrijf kan daarbij op het spel staan. Uiteraard heeft overleg met de Belastingdienst altijd de voorkeur. Echter, in bepaalde gevallen is overleg niet langer mogelijk en is toetsing door de rechtbank van groot belang. Neem voor meer informatie over versnelde invordering <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op met SVZ advocaten.</p>
<h2>SVZ advocaten bij invorderingsgeschillen</h2>
<p>Wij kunnen onder andere het volgende voor u betekenen.</p>
<ul>
<li><a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/">Aanvechten van belastingschulden</a> door het maken van bezwaar of het indienen van formele verzoeken tot vermindering van belastingaanslagen;</li>
<li>Het onderhandelen met de Belastingdienst over betalingsregelingen;</li>
<li>Het indienen van formele <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/uitstel-van-betaling-voor-ondernemers-met-belastingschulden/">verzoeken om uitstel van betaling</a>;</li>
<li>Het indienen van een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">saneringsverzoek zodat belastingschulden</a> kunnen worden afgekocht;</li>
<li>Het indienen van een verzoek tot kwijtschelding;</li>
<li>Het onderhandelen over een vaststellingsovereenkomst betreffende de afwikkeling van de belastingschuld;</li>
<li>Het <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/advocaat-tegen-dwangbevel/">aantekenen van verzet tegen een dwangbevel</a>;</li>
<li>Het starten van een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/kort-geding/">kort geding procedure</a> om een executieverkoop te voorkomen.</li>
</ul>
<div class="content-format-highlight">
<p>Voor meer informatie over invordering door de Belastingdienst kunt u <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> opnemen voor het maken van een vrijblijvende afspraak.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het recht op vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandverzekering</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/het-recht-op-vrije-advocaatkeuze-bij-rechtsbijstandverzekering/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[SVZ Advocaten]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 08 Jul 2020 10:41:28 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[familierecht voor ondernemers]]></category>
		<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1630</guid>

					<description><![CDATA[Ondanks het feit dat er veel over geschreven wordt is er nog veel onduidelijk over het recht op vrije advocaatkeuze...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Ondanks het feit dat er veel over geschreven wordt is er nog veel onduidelijk over het recht op vrije advocaatkeuze bij een rechtsbijstandverzekering. Heeft u als ondernemer of particulier een rechtsbijstandsverzekering bij bijvoorbeeld de DAS, ARAG, Achmea, Univé, VvAA, SRK of een van de andere vele rechtsbijstandsverzekeraars en loopt u bij dreiging of ontstaan van een geschil ergens tegenaan? Het recht op vrije advocaatkeuze betekent kort samengevat dat u dan een advocaat naar keuze kunt inschakelen op kosten van de rechtsbijstandsverzekeraar.</strong></p>
<p>Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk in een nieuwe uitspraak op <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=ecli:ECLI:EU:C:2020:372" target="_blank" rel="noopener">14 mei 2020</a> bepaald dat de bemiddelingsprocedure ook onder de gerechtelijke procedure valt. Dit zou – ook voor Nederland &#8211; betekenen dat een verzekerde niet alleen recht heeft op een vrije advocaatkeuze bij een gerechtelijke of administratieve procedure maar ook al bij (buiten)gerechtelijke bemiddeling. Het Nederlandse Verbond van Verzekeraars is het hier echter niet mee eens en betwist deze stelling nog. Naar onze mening zou er op basis van deze uitspraak wel degelijk vrije advocaatkeuze moeten zijn, ook bij bemiddeling.</p>
<h2><strong>Vrije advocaatkeuze</strong></h2>
<p>Het staat de verzekerde vrij om zelf een advocaat te kiezen (deze hoeft dus niet aangesloten te zijn bij de rechtsbijstandverzekeraar) om zijn belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen of indien zich een belangenconflict voordoet. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien beide partijen verzekerd zijn bij dezelfde verzekeraar. <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&amp;titeldeel=4&amp;hoofdstuk=4.3&amp;afdeling=4.3.1&amp;paragraaf=4.3.1.5&amp;artikel=4:67&amp;z=2016-04-01&amp;g=2016-04-01" target="_blank" rel="noopener">Op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wwft)</a> en de toepasselijke <a href="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32009L0138&amp;from=DA" target="_blank" rel="noopener">Europese richtlijn</a> dient de rechtsbijstandsverzekeraar zorg te dragen voor het opnemen van een uitdrukkelijke bepaling van vrije advocaatkeuze in een overeenkomst inzake de rechtsbijstanddekking.</p>
<p>Op <a href="http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?docid=144208&amp;doclang=nl" target="_blank" rel="noopener">7 november 2013 heeft het Europese Hof van Justitie</a> al bepaald dat het doel van de betreffende richtlijn en de vrije advocaatkeuze is om ruime bescherming te bieden aan de belangen van de verzekerden. In deze zaak ging het er namelijk om of verzekeraars in hun voorwaarden mogen opnemen dat de kosten van een zelfgekozen advocaat alleen worden vergoed als de verzekeraar van mening is dat de behandeling van de zaak aan een externe rechtshulpverlener moet worden ‘uitbesteed’. Verzekeraars mogen dit volgens het Europese Hof niet doen maar belangrijk om hierbij op te merken is dat een overeenkomst tot rechtsbijstandverzekering wél kan bepalen dat de (proces)kosten voor een externe rechtshulpverlener, in dit geval een advocaat, tot een bepaald maximumbedrag kunnen worden vergoed. Deze grenzen kunnen alleen worden vastgesteld mits de vrije advocaatkeuze hierin niet wordt geraakt.</p>
<h3><strong>Gerechtelijke of administratieve procedure?</strong></h3>
<p>Het Europese Hof maakt in 2020 wederom een onderscheid tussen een gerechtelijke en administratieve procedure. Vooral over het begrip administratieve procedure heeft het Hof meer uitgelegd. Onder andere kantonzaken (zoals arbeidszaken en huurrechtgeschillen) vallen onder de gerechtelijke procedure. Onder een administratieve procedure vallen zaken als bezwaarprocedures in het bestuursrecht en zelfs arbeidsrechtelijke ontslagprocedures via het UWV. Opmerkelijk van het arrest van 14 mei 2020 is het volgende:</p>
<p>‘<em>Voorts kan de uitlegging van het begrip ‘administratieve procedure’ of het begrip ‘gerechtelijke procedure’ niet worden beperkt door een onderscheid te maken tussen de voorbereidende en de besluitfase van een gerechtelijke of administratieve procedure.’</em></p>
<p>Dit betekent dat de term ‘procedure’ dus niet alleen de fase die tot een procedure bij een rechterlijke instantie omvat maar ook de fase die hieraan voorafgaat. Dit komt erop neer dat een verzekerde dus óók een vrije advocaatkeuze heeft bij buitengerechtelijke bemiddeling. Hierbij stipt het Hof nog aan dat in die omstandigheden, de rol van de advocaat zelfs belangrijker lijkt te zijn in het kader van een bemiddeling. Beide begrippen moeten ruim worden uitgelegd, aldus het Hof.</p>
<h2><strong>Advocaat vs. jurist</strong></h2>
<p>Rechtsbijstandsverzekeraars kunnen toch hun eigen juristen inschakelen? Dat klopt maar de voordelen om zelf een advocaat in te schakelen als je een rechtsbijstandverzekering hebt zijn groter dan gedacht wordt. Een advocaat werkt bij geschilbeslechting efficiënt en biedt toegang tot het recht. Advocaten zijn vaak gespecialiseerd op een aantal rechtsgebieden waardoor zij met deze expertise snel en adequaat te werk kunnen gaan. Juristen hebben geen beschermde titel, een advocaat wel. Iedereen kan zich dus jurist noemen, maar om jezelf advocaat te mogen noemen moet je aan diverse opleidings-, beroeps- en gedragsregels voldoen en moet je worden beëdigd door rechtbank. Hiermee kan de advocaat de kwaliteit van zijn werk waarborgen waarbij het belang van de cliënt voorop staat. Overigens kunnen advocaten niet alleen adviseren maar is een advocaat ook vaak betrokken bij rechterlijke procedures omdat hij procesbevoegd is. Deze procesbevoegdheid komt ook van pas bij onderhandelingen en schikkingen aangezien advocaten een goede inschatting kunnen maken van uw kansen.</p>
<div class="content-format-highlight">
<h2>Maak gebruik van uw vrije advocaatkeuze en laat u bijstaan door een advocaat.</h2>
<p>De advocaten van <a href="https://svz-advocaten.nl/svz-advocaten/">SVZ advocaten</a> zijn aangesloten bij diverse specialisatieverenigingen en staan u graag bij. SVZ advocaten in Haarlem heeft gespecialiseerde advocaten op het gebied van <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">aansprakelijkheidsrecht</a>,  <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/familierecht-voor-ondernemers/">familierecht voor ondernemers</a>, <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">fiscaal recht</a>, <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/ondernemingsrecht/">ondernemingsrecht</a> en <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a>.</p>
<p>Neem voor meer informatie <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op met een van onze advocaten.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>BTW terugvragen na instemming met een crediteurenakkoord?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/btw-terugvragen-na-instemming-met-een-crediteurenakkoord/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 03 Jun 2020 12:20:19 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1155</guid>

					<description><![CDATA[BTW terugvragen en instemmen met een crediteurenakkoord is alleen mogelijk indien de afspraken op een juiste wijze worden vastgelegd. De...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><strong>BTW terugvragen en instemmen met een crediteurenakkoord</strong> is alleen mogelijk indien de afspraken op een juiste wijze worden vastgelegd. De voorwaarden en risico’s van het BTW terugvragen als je factuur niet wordt betaald, zijn belangrijk om te betrekken bij het maken van afspraken met een schuldenaar. Een factuur die niet wordt betaald is erg vervelend, zeker als de BTW over deze factuur al is betaald aan de Belastingdienst. Op grond van artikel 29 lid 1 Wet op de omzetbelasting 1968 kan de BTW van niet betaalde facturen worden teruggevraagd. Zeker in situaties waarbij de klant of afnemer failliet gaat, is het belangrijk dat de fiscale schade kan worden beperkt. In dit artikel wordt ingegaan op de voorwaarden en de risico’s van terugvragen van BTW bij een crediteurenakkoord.</p>
<h2>Belangrijke voorwaarden BTW terugvragen bij onbetaalde facturen</h2>
<p>De BTW kan worden teruggevraagd zodra het voldoende zeker is dat de vordering oninbaar is. Dit betekent dat geen reële mogelijkheden bestaan om de betaling nog te ontvangen. Volgens de huidige wetgeving worden facturen als oninbaar aangemerkt als ze 1 jaar niet zijn betaald. De termijn van een jaar gaat in op het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Als geen betaaltermijn op de factuur is opgenomen en deze termijn ook niet volgt uit de overeenkomst, dan geldt voor de BTW een betaaltermijn van 30 dagen.</p>
<p>Nederland is op grond van Europese uitspraken ook verplicht om mee te werken aan de teruggave van BTW als de factuur geheel of gedeeltelijk niet wordt betaald. Uiteindelijk mag de Belastingdienst niet meer BTW innen dan de ondernemer daadwerkelijk heeft ontvangen.</p>
<h2>Hoe BTW terugvragen?</h2>
<p>De BTW teruggave kan gewoon in de aangifte worden verwerkt. Daarbij wordt het gedeelte van de factuur dat niet is betaald, aangemerkt als negatieve omzet en BTW (vraag 1a en 1b van de BTW-aangifte). Als later toch nog een deelbetaling wordt ontvangen, moet ook dit weer worden opgegeven in de aangifte.</p>
<h2>Pas op met het maken van afspraken met schuldeisers</h2>
<p>BTW teruggaven en een crediteurenakkoord gaat niet altijd samen. Schuldeisers en schuldenaren maken onderling vaak (definitieve) afspraken bij betalingsproblemen over de kwijting van schulden. De kwijting van schulden heeft fiscale en juridische gevolgen. Betrek hierbij altijd een fiscaal deskundige jurist om ook de fiscale gevolgen in kaart te brengen. Er kunnen fiscale gevolgen bestaan voor de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de BTW. Zo blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank dat het BTW terugvragen als je factuur niet wordt betaald, in gevaar kan komen na instemming met een crediteurenakkoord.</p>
<h2>Kwijting schulden bij crediteurenakkoord</h2>
<p>Bij een crediteurenakkoord gaan de schuldeisers bijvoorbeeld akkoord met de afkoop van hun vordering tegen betaling van een percentage. Een dergelijk akkoord is vaak een betere optie dan een faillissement waarbij schuldeisers waarschijnlijk geen enkele uitkering ontvangen. BTW terugvragen als je factuur niet wordt betaald kan echter in gevaar komen als een overeenkomst tot stand komt waarbij sprake is van het definitief prijsgeven van een vordering. Dit is onwenselijk. Het is fiscaal in beginsel ook niet toegestaan om bij een crediteurenakkoord een creditfactuur op te stellen en op basis daarvan de BTW terug te vragen. Ook het omzetten van de openstaande factuur in een geldlening zorgt ervoor dat definitief de BTW niet kan worden teruggevraagd.</p>
<h2>Uitspraak rechtbank Den Haag over btw en crediteurenakkoord</h2>
<p><a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:13071" target="_blank" rel="noopener">De rechtbank Den Haag is op 4 oktober 2018  ingegaan</a> op het BTW terugvragen en het tot stand komen van een crediteurenakkoord. Daarbij overweegt de rechtbank dat indien uit een vaststellingsovereenkomst blijkt dat partijen over en weer vorderingen hebben prijsgegeven en dat daarnaast expliciet is bepaald dat er over en weer niets meer te vorderen is, niet langer wordt voldaan aan (het op dat moment geldende) <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&amp;hoofdstuk=VI&amp;afdeling=1&amp;artikel=29&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 29 Wet op de omzetbelasting 1968</a>. Voor de omzetbelasting wordt volgens de rechtbank in een dergelijk geval de vordering geacht te zijn voldaan en de BTW kan niet meer teruggevraagd worden. Dat is een vervelende en ongewenste uitkomst omdat een schuldeiser alleen bij oninbare vorderingen zal willen meewerken aan een crediteurenakkoord.</p>
<p>De uitspraak van de rechtbank is niet in lijn met eerdere uitspraken van de Hoge Raad (o.a. <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2007:BA1833" target="_blank" rel="noopener">HR 30 maart 2007, nr. 42.955, BNB 2007/186</a>). Uit deze uitspraak volgt dat indien een schuldeiser zich bij overeenkomst neerlegt bij het gegeven dat een schuldenaar niet kan betalen, een recht op teruggaaf van omzetbelasting ontstaat in het tijdvak waarin het prijsgeven plaatsvindt. In de literatuur is daarom kritiek uitgeoefend op de uitspraak van de rechtbank. Het is daarom niet zeker op welke wijze de Belastingdienst en rechters in de toekomst omgaan met het terugvragen van omzetbelasting na instemming met een crediteurenakkoord.</p>
<p>Een ondernemer wenst duidelijkheid en wenst geen risico te lopen bij de mogelijkheid om BTW te kunnen terugvragen. De vraag is op welke wijze een crediteurenakkoord veilig vormgegeven kan worden.</p>
<h2>Tip: hoe kunnen afspraken over kwijting schulden worden vormgegeven?</h2>
<p>Een alternatief kan zijn dat in de overeenkomst geen finale kwijting wordt verleend, maar dat wordt aangegeven dat onder voorwaarden wordt afgezien van verdere invordering (afgezien wordt van het afdwingen van een betaling). In de overeenkomst kan uiteengezet worden waaruit blijkt dat de vordering niet langer inbaar is en op welke gronden van verdere invordering wordt afgezien. Tevens kunnen enkele voorwaarden worden verbonden aan het afzien van invordering (bijvoorbeeld mogelijke toekomstige facturen moeten tijdig worden voldaan en bij een faillissement kan de vordering alsnog worden ingediend bij de curator). De vordering blijft in dat geval juridisch bestaan en wordt niet prijsgegeven, slechts afgesproken wordt dat de betaling niet meer zal worden afgedwongen. Voor de schuldenaar kan deze toezegging voldoende zijn om de bedrijfsvoering te reorganiseren en een faillissement te voorkomen. Zeker indien de vordering al meer dan een jaar oud is, en dus conform de huidige wetgeving als oninbaar wordt beschouwd, is het afzien van verdere invordering ook een zakelijke handeling. Dit is voor de Belastingdienst zelf overigens een gebruikelijk handelwijze als het gaat om de <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">sanering van belastingschulden van ondernemers</a>.</p>
<h2>Advocaat Belastingdienst</h2>
<p>SVZ advocaten heeft <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-advocaat/">fiscale advocaten</a> met <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">fiscale kennis</a> in huis om u te adviseren over het terugvragen van BTW bij een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/ondernemingsrecht/crediteurenakkoord/">crediteurenakkoord</a>. Onze advocaten ondersteunen bedrijven met schulden bij het aanbieden van een crediteurenakkoord. Ook staat SVZ advocaten schuldeisers bij indien een crediteurenakkoord wordt aangeboden. Onderzocht dient te worden welke mogelijkheden bestaan om de betaling af te dwingen. De betreffende advocaat zal ook rekening houden met mogelijke standpunten van de Belastingdienst en de fiscale gevolgen.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
