kugleramme 2

Verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden

Verrekenbeding huwelijkse voorwaarden

In veel huwelijkse voorwaarden is een periodiek verrekenbeding opgenomen. Een periodiek verrekenbeding dat is opgenomen in huwelijkse voorwaarden verplicht echtgenoten de jaarlijks bespaarde inkomsten te delen. Een periodiek verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden wordt veelal gecombineerd met een uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. Dat betekent dat partijen in beginsel geen gemeenschappelijk vermogen hebben maar slechts privé vermogen. Schuldeisers van echtgenoot A kunnen zich daarom in beginsel niet verhalen op het vermogen van echtgenoot B. Op grond van een periodiek verrekenbeding dat is opgenomen in huwelijkse voorwaarden verplichten echtgenoten zich onderling om jaarlijks de bespaarde inkomsten te delen. Indien partijen getrouwd zijn met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen maar het periodieke verrekenbeding tijdens het huwelijk niet hebben uitgevoerd kan dit grote gevolgen hebben. In veel gevallen leidt het niet uitvoeren van een verrekenbeding tijdens het huwelijk feitelijk tot de verplichting om de waarde van het gehele aanwezige vermogen bij echtscheiding te verrekenen, tenzij aangetoond kan worden dat een deel van het vermogen niet onder de werking van het verrekenbeding behoort te vallen. In dit artikel leest u meer over de gevolgen van een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding bij echtscheiding. Naast een periodiek verrekenbeding kan ook sprake zijn van een finaal verrekenbeding dat is opgenomen in de huwelijkse voorwaarden. Ook in dat geval hebben partijen tijdens het huwelijk in beginsel geen gemeenschappelijk vermogen maar rekenen zij bij echtscheiding wel met elkaar af alsof zij in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. SVZ advocaten is gespecialiseerd in familierecht voor ondernemers. Vanwege onze cijfermatige en fiscale kennis kunnen wij u goed adviseren over de (mogelijke) financiële gevolgen van een verrekenbeding dat is opgenomen in huwelijkse voorwaarden.

Wat zijn de gevolgen van een periodiek verrekenbeding tijdens het huwelijk?

Een periodiek verrekenbeding dat is opgenomen in huwelijkse voorwaarden leidt tot een wederkerige verplichting tot verrekening. De vraag wat er verrekend moet worden is afhankelijk van de inhoud en uitleg van de huwelijkse voorwaarden. In algemene zin is kenmerkend voor een periodiek verrekenbeding dat echtgenoten verplicht zijn om bij helfte het inkomen met de ander te verrekenen dat na voldoening van de kosten van de huishouding overblijft. De bedoeling van het periodieke verrekenbeding is dat echtgenoten gelijkelijk kunnen profiteren van de vermogensopbouw tijdens huwelijk, bijvoorbeeld ook als de één de verzorging van de kinderen op zich neemt en de ander zich richt op de carrière. Voor het verrekenen van bespaarde inkomsten is een vorm van administratie vereist waarbij jaarlijks wordt vastgelegd op welke wijze de verrekening heeft plaatsgevonden. Bij een verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden geldt een zware sanctie voor de echtgenoot die opzettelijk een tot het te verrekenen vermogen behorend goed verzwijgt, zoekmaakt of verborgen houdt waardoor de waarde niet verrekend wordt. De echtgenoot dient in dat geval de gehele waarde van dit goed te vergoeden aan de ander. De verplichting om tussentijds te verrekenen tijdens het huwelijk op grond van de huwelijkse voorwaarden kan op vergelijkbare wijze worden afgedwongen als andere contractuele verplichtingen. De verrekening kan complex worden indien goederen worden aangekocht die deels met privé vermogen en deels met vermogen dat onder het verrekenbeding valt worden gefinancierd. Bij de uitvoering van het verrekenbeding uit de huwelijkse voorwaarden dient in dat geval de evenredigheidsleer te worden toegepast. De waarde(stijging) van het goed dient dan verrekend te worden in verhouding tot het percentage waarmee het goed gefinancierd is met vermogen dat onder het verrekenbeding valt. Juist in dergelijk gevallen is een goede administratie erg belangrijk om ingewikkelde bewijsproblematiek te voorkomen. SVZ advocaten kan u adviseren over de uitvoering van een periodiek verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden. Tevens kan SVZ advocaten u adviseren over het verbeteren van uw bewijspositie om te voorkomen dat ondanks de opgestelde huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding het gehele vermogen alsnog verrekend dient te worden.

Alsnog verrekenen bij echtscheiding?

De gevolgen van het niet jaarlijks uitvoeren van een periodiek verrekenbeding zijn geregeld in artikel 1:141 BW. Indien niet tussentijds verrekend is blijft de verplichting om te verrekenen onverkort tot stand en hiervan kan nakoming gevorderd worden. Het verrekenbeding uit de huwelijkse voorwaarden brengt dan mee dat de verrekening zich mede uitstrekt tot het saldo, ontstaan door belegging en herbelegging, van hetgeen niet verrekend is maar wel verrekend had moeten worden. Dit geldt ook voor de vruchten van de beleggingen (denk aan rente, huurinkomsten en dividend). Ook vermogensvermeerderingen en waardevermeerderingen kunnen op deze wijze in de verrekening betrokken worden. Indien pas achteraf uitvoering wordt gegeven aan het verrekenbeding dat is opgenomen in de huwelijkse voorwaarden dient de beleggingsleer te worden toegepast. Dit betekent dat ook de vermogensvermeerdering die is ontstaan door belegging met het bespaarde maar niet gedeelde inkomen gedeeld dient worden.

Niet uitgevoerd verrekenbeding en bewijsvermoeden bij echtscheiding

Het staat vast dat het bij een echtscheiding ingewikkeld is om alsnog het verrekenbeding dat is opgenomen in de huwelijkse voorwaarden op een juiste wijze uit te voeren. Er zal immers een vermenging hebben plaatsgevonden van privé gelden die niet onder het verrekenbeding vallen en gelden die wel verrekend hadden moeten worden. Indien geen goede administratie voorhanden is en deze administratie ook niet kan worden gereconstrueerd is het zeer lastig om te bewijzen welk deel van het vermogen niet onder het verrekenbeding valt dat is opgenomen in de huwelijkse voorwaarden. SVZ advocaten kan u ondersteunen en adviseren bij het in kaart brengen van vermogen dat niet verrekend hoeft te worden bij echtscheiding. Dit is zeer lastig en vergt enig boekhoudkundig inzicht. Voorgaande mede omdat in de wet een bewijsvermoeden is opgenomen voor het geval dat tijdens het huwelijk niet periodiek is verrekend. Op grond van dit bewijsvermoeden wordt er op voorhand vanuit gegaan dat al het aanwezige vermogen bij echtscheiding is voortgekomen uit hetgeen verrekend had moeten worden. De partij die stelt dat een deel van het vermogen niet onder het verrekenbeding uit de huwelijkse voorwaarden behoort te vallen dient dit te stellen en te bewijzen. Dit bewijs kan mede tot stand gebracht worden door ieders begin vermogen bij aanvang huwelijk in kaart te brengen (dit vermogen valt niet onder het verrekenbeding), de ontwikkeling van de verschillende vermogens in kaart te brengen, de jaarlijkse bespaarde inkomens uit te werken en te bepalen op welke wijze goederen zijn gefinancierd. Tevens dient rekening gehouden te worden met waarde mutaties van het privé vermogen en waarde mutaties van het vermogen dat onder het verrekenbeding valt. Indien dit bewijs niet voldoende geleverd kan worden lijkt de financiële afwikkeling van een echtscheiding met een periodiek verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden erg veel op de afwikkeling van een echtscheiding waarbij sprake is van een algehele gemeenschap van goederen. Onder zeer bijzondere omstandigheden kan het beroep op het wettelijke bewijsvermoeden in strijd zijn met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Neem voor meer informatie over de gevolgen van een niet uitgevoerd verrekening bij echtscheiding contact op met SVZ advocaten.

Periodiek verrekenbeding en ondernemer

De uitvoering van een periodiek verrekenbeding uit huwelijkse voorwaarden kan complex zijn voor een ondernemer. Een directeur-grootaandeelhouder kan bijvoorbeeld voor een deel zelf bepalen welk deel van de winst hij uitkeert als salaris of dividend en welk deel van de winst wordt opgepot in de vennootschap. Afhankelijk van het inkomensbegrip dat is opgenomen in de huwelijkse voorwaarden zal moeten worden vastgesteld welk deel van de winst onder het verrekenbeding behoort te vallen. Voor zover het gaat om opgepotte winsten is het mede van belang of de aandelen in de vennootschap tijdens het huwelijk of voor het huwelijk zijn verkregen.

Indien tijdens het huwelijk aandelen in een vennootschap zijn verkregen en deze aandelen gefinancierd zijn met vermogen dat onder de werking van het verrekenbeding valt geldt dat in beginsel de waardestijgingen van de aandelen ook onder het verrekenbeding vallen. Door het oppotten van winsten zullen de aandelen in waarde stijgen en deze waardestijging dient op grond van de beleggingsleer in aanmerking genomen te worden. Voor de berekening van de verrekenvordering kan het daarom noodzakelijk zijn dat de waarde van de aandelen (de onderneming) wordt gewaardeerd.

Indien de aandelen voor het huwelijk al zijn verkregen geldt bij de uitvoering van het periodiek verrekenbeding uit de huwelijkse voorwaarden voor deze aandelen in beginsel niet de beleggingsleer. Op grond van artikel 1:141 Lid 4 geldt in dat geval dat onder voorwaarden de niet uitgekeerde winsten van een door een echtgenoot gedreven onderneming die niet op zijn naam wordt uitgeoefend (bijvoorbeeld op naam van een B.V.) in de verrekening moeten worden betrokken. De niet uitgekeerde winsten hoeven alleen dan in de verrekening betrokken te worden indien de echtgenoot voldoende zeggenschap heeft om zelf de hoogte van zijn salaris te bepalen en verder moet uit de huwelijkse voorwaarden blijken dat het verrekenbeding zich ook uitstrekt tot deze ondernemingswinsten. Indien de tekst van de huwelijkse voorwaarden hierover onvoldoende duidelijk is zal deze tekst zo goed mogelijk uitgelegd moeten worden. De laatste voorwaarde is dat de niet uitgekeerde winsten alleen onder het verrekenbeding uit de huwelijkse voorwaarden vallen voor zover dat in het maatschappelijk verkeer als redelijk wordt beschouwd. Het gaat er om dat rekening wordt gehouden met het inkomen dat de ondernemer redelijkerwijs kan verwerven uit zijn onderneming. Dit betekent dat ruimte bestaat om rekening te houden met de continuïteit van de onderneming, de vereiste kasstromen en noodzakelijke toekomstige investeringen. SVZ advocaten kan ondernemers bijstaan bij de uitwerking van een periodiek verrekenbeding en daarbij het belang van de onderneming voorop stellen. Vanwege onze cijfermatige en fiscale kennis kunnen wij ondernemers ook bijstaan bij de uitwerking van ingewikkelde verrekeningen en het voeren van onderhandelingen hierover.

Finaal verrekenbeding

Kenmerken voor een finaal verrekenbeding is dat partijen tijdens het huwelijk ieder hun privé vermogen hebben. Er bestaat geen algehele gemeenschap van goederen. Tussen partijen bestaat de contractuele afspraak, die is vastgelegd in de huwelijkse voorwaarden, om bij echtscheiding of overlijden af te rekenen alsof er sprake is van een algehele gemeenschap van goederen. De afwikkeling van een finaal verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden lijkt daarom erg op de financiële afwikkeling van een huwelijk waarbij sprake is van een algehele gemeenschap van goederen. Wel worden in veel huwelijkse voorwaarden uitzonderingen gemaakt op de algehele verrekenplicht. Zo kunnen ondernemingen of andere goederen worden uitgesloten van het finaal verrekenbeding. Kenmerkend voor een finaal verrekenbeding is dat tijdens het huwelijk geen verrekening kan worden gevraagd of afgedwongen. Ook kan bij echtscheiding geen beroep worden gedaan op wettelijke bewijsvermoedens zoals die gelden voor een periodiek verrekenbeding. Indien bijvoorbeeld vermogen uit schenking of erfenis onder een uitsluitingsclausule is verkregen valt dit vermogen niet onder het finaal verrekenbeding. Hetzelfde geldt voor alle vruchten en beleggingen die met dit vermogen zijn behaald.

Bij vermenging van gelden en financiering van goederen uit verschillende bronnen kan dit tot geschillen leiden. SVZ advocaten kan ondernemers adviseren indien bij een echtscheiding een finaal verrekenbeding uitgewerkt dient te worden.