Arbeidsrecht

De transitievergoeding, hoe zit dat ook alweer?

Bij veel werkgevers en werknemers bestaat nog veel onduidelijkheid over de transitievergoeding. Hoe zit dat ook alweer? Wanneer is de transitievergoeding verschuldigd? Bij wie? En hoe hoog is deze? Moet de transitievergoeding ook worden betaald in de proeftijd en na het niet verlengen van een overeenkomst voor bepaalde tijd? En wat als de werkgever deze niet betaalt, wat kan de werknemer dan doen? In het navolgende worden deze en andere vragen beantwoord op basis van de meest recente wetgeving en jurisprudentie.

Wat is een transitievergoeding?

Werkgevers moeten in bepaalde gevallen bij ontslag een transitievergoeding betalen aan hun werknemers. Deze vergoeding is enerzijds bedoeld als compensatie voor het ontslag, anderzijds om de transitie naar een andere baan voor de werknemer te vergemakkelijken.

Transitievergoeding in de wet

De wet bepaalt als volgt: Als een arbeidsovereenkomst is geëindigd op initiatief van de werkgever of als een tijdelijke arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet, dan is de werkgever in beginsel de transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd. De transitievergoeding is echter ook verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werknemer is beëindigd als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De transitievergoeding is niet verschuldigd als de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer en dit bij de rechter kan worden aangetoond. De transitievergoeding moet ook worden betaald indien sprake is van instemming van de werknemer met de opzegging (let op: dit is niet hetzelfde als een ontslag met wederzijds goedvinden).

Aanspraak op transitievergoeding

De aanspraak op de transitievergoeding geldt vanaf de eerste dag van het dienstverband, ongeacht de duur van het dienstverband, de ontslagroute of het soort contract (vast of tijdelijk/ bepaalde tijd of onbepaalde tijd). Maar dus ook indien sprake is een proeftijdontslag of indien sprake is van een uitzendovereenkomst of oproepovereenkomst kan de transitievergoeding verschuldigd zijn. Uitzondering zijn werknemers jonger dan 18 die maximaal 12 uur per week arbeid verrichten, deze werknemers kunnen geen aanspraak maken op de transitievergoeding.

Geen transitievergoeding bij ontslag met wederzijds goedvinden of bij pensioenontslag

De transitievergoeding is in beginsel niet verschuldigd als de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd. In dat geval is het aan de partijen zelf om afspraken te maken over de wijze van beëindiging en of daarbij wel of geen beëindigingsvergoeding (al dan niet gebaseerd op de transitievergoeding) wordt overeengekomen.

De transitievergoeding is ook niet verschuldigd als de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voortgezet vanwege of nadat de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd of een hogere of lagere overeengekomen pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Hoe hoog is de transitievergoeding?

De transitievergoeding bedraagt een derde maandsalaris voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd, ongeacht de lengte van het dienstverband. Voor een periode dat de arbeidsovereenkomst korter dan een kalenderjaar heeft geduurd, maakt de werknemer aanspraak op een evenredig deel. Voor de berekening van de transitievergoeding dienen bij het maandsalaris ook alle vaste looncomponenten te worden meegenomen. Dit betekent dat onder andere het vakantiegeld en eventuele 13e maand moet worden meegenomen in de berekening.

De transitievergoeding kent een maximum. Het maximumbedrag van de transitievergoeding  wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd. De transitievergoeding bedraagt in 2020 maximaal € 83.000,- (in 2019 € 81.000,-) of maximaal een jaarsalaris als het loon van de betreffende werknemer hoger is dan dat bedrag.

De maanden waarin de werknemer voor zijn achttiende verjaardag gemiddeld ten hoogste twaalf uur per week arbeid heeft verricht, worden niet meegeteld voor de berekening van de transitievergoeding.

Compensatie of vermindering van de transitievergoeding

Wel kan een werkgever die de transitievergoeding verschuldigd is hier bepaalde bedragen vanaf trekken of compensatie krijgen. Zo zijn er verschillende mogelijkheden om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding en kan een werkgever indien hij voldoet aan bepaalde voorwaarden de transitievergoeding gecompenseerd krijgen.

Vermindering met Scholingskosten

Het is mogelijk om bepaalde kosten in mindering te brengen op de transitievergoeding  Het gaat daarbij om: kosten die gemaakt worden bij (dreigend) ontslag en zien op het zo snel mogelijk vinden van een andere baan (transitiekosten) en kosten die tijdens het dienstverband gemaakt worden ter bevordering van de bredere inzetbaarheid van de werknemer binnen of buiten de organisatie (inzetbaarheidskosten). De kosten kunnen alleen in mindering worden gebracht op de transitievergoeding als zij gespecificeerd zijn en de werknemer en de werkgever schriftelijk overeenstemming hebben bereikt over het in mindering brengen van de kosten. De kosten moeten in redelijke verhouding staan tot het doel waarvoor ze gemaakt zijn en moeten zijn gemaakt door degene die de transitievergoeding moet betalen.

Compensatie bij beëindiging wegens langdurige ziekte

Als de werknemer meer dan 2 jaar ziek is dan mag de werkgever hem ontslaan op grond van langdurige ziekte. Hoewel de werkgever dan al twee jaar het loon van de zieke werknemer heeft moeten doorbetalen, moet de werkgever bij het ontslag van deze werknemer toch ook nog de transitievergoeding aan hem betalen. Vanaf 1 april 2020 bestaat voor deze werkgever de mogelijkheid om bij het UWV een compensatie van de transitievergoeding aan te vragen.

De compensatie van de transitievergoeding is niet hoger dan het maximum dat de transitievergoeding mocht bedragen op het moment dat de arbeidsovereenkomst door de werkgever mocht worden beëindigd. Als het dienstverband slapend is gehouden en daardoor een hogere transitievergoeding is betaald, dan wordt de transitievergoeding over deze extra periode niet vergoed. Ook wettelijke rente wordt niet vergoed. Is daarentegen een lagere transitievergoeding overeengekomen dan wordt alleen dat bedrag vergoed.

Compensatie bij bedrijfsbeëindiging wegens pensioen, ziekte of overlijden

Vanaf 1 januari 2021 zullen kleine werkgevers de mogelijkheid krijgen om compensatie te vragen voor de transitievergoeding(en) die zij betalen omdat zij hun bedrijf beëindigen vanwege hun ziekte, hun pensionering of (door de erfgenamen) door hun overlijden.

Advies nodig?

De advocaten van SVZ advocaten hebben alle kennis en ervaring in huis om samen met u eventuele geschillen en vraagstukken met betrekking tot de transitievergoeding en/of de verschuldigdheid daarvan op te lossen. Neem voor advies en/of bijstand contact op met een van onze advocaten.