Aansprakelijkheid bestuurder belastingschulden

Aansprakelijkheid bestuurder voor belastingschulden

Aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden jegens de Belastingdienst kan aan de orde komen bij onbehoorlijk bestuur. Het is uitgangspunt is dat alleen de vennootschap zelf aansprakelijk is voor de onbetaald gelaten belastingschulden. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan sprake zijn van aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap. Indien sprake is van aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden kan de Belastingdienst zich ook verhalen op het privé vermogen van de bestuurder. In beginsel dient de Belastingdienst te bewijzen dat sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Indien de bestuurder echter niet aan de verplichting heeft voldaan om onverwijld melding te maken bij de Belastingdienst van de betalingsonmacht van de vennootschap geldt het wettelijke vermoeden dat sprake is onbehoorlijk bestuur. Uit dit wettelijke vermoeden volgt in beginsel de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden. Alleen de bestuur die kan aantonen dat het niet aan hem te wijten is dat niet tijdig melding is gedaan van betalingsonmacht is gedaan krijgt de mogelijkheid het wettelijke vermoeden te weerleggen.

SVZ advocaten kan u als bestuurder bijstand verlenen bij geschillen met de Belastingdienst over de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap. Aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden kan aan de orde komen voor onder andere bestuurders van een B.V. en N.V. Hieronder wordt verder ingaan op de regeling van fiscale bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden, zoals vastgelegd in artikel 36 Invorderingswet.

Voor welke belastingen kan een bestuurder aansprakelijk gesteld worden?

Aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap is mogelijk voor onder andere niet tijdig betaalde loonbelasting, omzetbelasting, accijns en kansspelbelasting. De bestuurder kan tevens aansprakelijk gesteld worden voor fiscale boetes, de belasting- en invorderingsrente alsmede de kosten, voor zover het oplopen hiervan mede aan de bestuurder is te verwijten. De belastingschulden van een vennootschap kunnen in insolventiesituaties fors oplopen. Het is daarom voor een bestuurder van groot belang om alle formaliteiten goed in acht te nemen vanaf het moment dat de belastingen niet meer tijdig betaald kunnen worden. SVZ advocaten kan voor u in kaart brengen welke risico’s bestaan op aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap.

Wie wordt als bestuurder aangemerkt volgens de regeling bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden?

In artikel 36 Invorderingsrecht is geregeld welke personen als bestuurder aangemerkt kunnen worden en in die hoedanigheid aansprakelijk gesteld kunnen worden voor onbetaald gelaten belastingschulden. Het gaat hierbij naast de formele bestuurder ook om de feitelijk bestuurder. De feitelijk bestuurder is formeel geen bestuurder maar wel een beleidsbepaler van wie aannemelijk is dat hij het beleid van de vennootschap mede heeft bepaald en die zich ook daadwerkelijk als een bestuurder heeft gedragen. Aansprakelijkheid als feitelijk bestuurder voor belastingschulden kan bijvoorbeeld aan de orde komen indien deze persoon de dagelijkse gang van zaken binnen het bedrijf bepaald, onderhandelingen voert met derden en belangrijke beslissingen neemt. Omdat iedere situatie anders is dient in ieder specifiek geval aan de hand van de geldende jurisprudentie (rechterlijke uitspraken) bepaald te worden of sprake is van een feitelijk bestuurder.

Ook een voormalig bestuurder, die dus al is afgetreden, kan aansprakelijk gesteld worden voor belastingschulden van de vennootschap die in de periode van zijn bestuur zijn ontstaan (materieel of formeel). Daarnaast kan een nieuwe bestuurder onder omstandigheden aansprakelijk gesteld worden voor belastingschulden van de vennootschap, bijvoorbeeld indien hij de bij aantreding bestaande belastingschulden niet voldoet terwijl hiervoor wel voldoende gelden beschikbaar zijn. Een nieuwe bestuurder kan echter in veel gevallen wel aantonen dat de eerder ontstane belastingschuld niet is veroorzaakt door de wijze waarop hij de vennootschap heeft bestuurd. De aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap kan dus gelden voor formele bestuurders, feitelijke bestuurders, voormalig bestuurders en nieuw aangetreden bestuurders. Neem voor meer informatie over de aansprakelijkheid van een bestuurder voor belastingschulden contact op met SVZ advocaten.

Wanneer is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur bij aansprakelijkheid voor belastingschulden?

De bestuurder kan slechts aansprakelijk gesteld worden voor belastingschulden van de vennootschap in het geval van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het woord kennelijk wil zeggen dat het duidelijk moet zijn en er geen twijfel mag bestaan over de onbehoorlijkheid van het bestuur. De maatstaf is streng en de Belastingdienst kan niet eenvoudig aantonen dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Uit diverse rechtelijke uitspraken blijkt dat pas sprake kan zijn van aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap indien het bestuur getypeerd kan worden als ‘onverantwoordelijk’, ‘roekeloos’, ‘verregaand onnadenkend’ of ‘onbezonnen’. Bij de totstandkoming van de wet is door de wetgever aangegeven dat pas sprake is van onbehoorlijk bestuur indien het gevoerde bestuur evident onder de maat is van hetgeen in vergelijkbare omstandigheden van een bestuur dat zijn taak goed verstaat mag worden verwacht.

Bij de fiscale regeling over de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden wordt aangesloten bij de wetgeving die geldt bij de (civielrechtelijke) aansprakelijkheid van de bestuurder bij faillissement. Dit blijkt ook uit artikel 36.4.1 van de Leidraad Invordering 2008 (van de Belastingdienst) waarin is opgenomen dat van kennelijk onbehoorlijk bestuur slechts kan worden gesproken als een redelijk denkend bestuurder – onder dezelfde omstandigheden – niet als zodanig zou hebben gehandeld. Het moet gaan om ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Indien sprake is van misbruik of fraude kan sprake zijn aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap. Bij roekeloos gedrag waaronder het nemen van grote risico’s kan eveneens sprake zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Indien er bijvoorbeeld structureel grote bedragen voor privé gebruik aan de onderneming worden onttrokken terwijl de Belastingdienst en crediteuren niet betaald worden zal in veel gevallen sprake zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Ook bij bewuste benadeling van de Belastingdienst, zonder deugdelijke rechtvaardiging, kan onder omstandigheden sprake zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De ondernemer heeft echter een grote mate van vrijheid om keuzes te maken, ook als deze achteraf niet goed zijn uitgevallen. De Belastingdienst mag dus niet, met de wijsheid achteraf, op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Daarbij komt dat de wetgever van mening is dat ondernemingsrisico’s genomen mogen worden en dat niet te snel aan bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden kan kon worden toegekomen omdat bestuurders dan risico’s teveel gaan vermijden. Ook het enkele feit dat de belastingen langdurig niet op tijd zijn betaald brengt niet per definitie mee dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Bewijslast onbehoorlijk bestuur als uitgangspunt bij Belastingdienst

Op de Belastingdienst rust in beginsel de bewijslast dat sprake is van aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden. Indien tijdig melding is gedaan van betalingsonmacht dient de Belastingdienst aan te tonen dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurder hoeft dus niet te bewijzen dat wel sprake is van behoorlijk bestuur en kan in veel gevallen volstaan met te stellen dat de Belastingdienst onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van onbehoorlijk bestuur. In andere gevallen is dit niet voldoende en kan het juist wel verstandig zijn om informatie te verschaffen en toelichtingen te geven. In dat kader is het van belang om tijdig contact op te nemen met een fiscaal specialist indien er een geschil ontstaat over de aansprakelijkheid van een bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap. Neem contact op met SVZ advocaten voor advies over de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden.

Melding betalingsonmacht en gevolgen van het ontbreken van de melding voor aansprakelijkheid bestuurder

De vennootschap en de bestuurder zijn verplicht om tijdig en volledig melding te doen van de betalingsonmacht van de belastingen. Het tijdig melden van betalingsonmacht is van groot belang om aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden te voorkomen. Indien de betalingsonmacht niet rechtsgeldig is gemeld dan ontstaat het wettelijke vermoeden dat sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden is dan al snel aan de orde omdat het de bestuurder zelfs niet toegestaan is tegenbewijs te leveren waaruit blijkt dat belastingschulden niet zijn ontstaan door kennelijk onbehoorlijk bestuur. Alleen de bestuurder die kan aantonen dat het niet aan hem kan worden verweten dat geen tijdige melding is gedaan van betalingsonmacht krijgt de kans om tegenbewijs naar voren te brengen.

Welke melding van betalingsonmacht is tijdig en kan bestuurdersaansprakelijkheid voorkomen?

De melding betalingsonmacht is zeer belangrijk in de regeling inzake de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden. De melding van betalingsonmacht is tijding indien deze plaatsvindt binnen uiterlijk twee weken na de dag waarop de belasting behoorde te worden voldaan of afgedragen. De maandelijks af te dragen loonbetaling over de maand april dient bijvoorbeeld voor 1 juni voldaan te worden. De melding van betalingsonmacht dient uiterlijk op 14 juni plaats te vinden ter voorkoming van aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden. Bij naheffingsaanslagen gelden specifieke regelingen. Bij een naheffingsaanslag kan de melding over de nageheven belasting nog plaatsvinden binnen uiterlijk twee weken na de vervaldag van de aanslag. Er kan echter alleen nog tijdig gemeld worden voor zover de naheffing van de belasting niet is te wijten aan de opzet of grove schuld van de vennootschap. Bij geschillen over de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden is het zeer belangrijk dat vastgesteld wordt dat tijdig melding is gedaan van betalingsonmacht. U kunt voor meer informatie contact opnemen met SVZ advocaten.

Op welke wijze dient de betalingsonmacht gemeld te worden ter voorkoming aansprakelijkheid bestuurder voor belastingschulden?

Ter voorkoming van de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden is het van belang dat de melding van betalingsonmacht vanaf 4 juli 2010 niet meer vormvrij is en schriftelijk dient plaats te vinden. In de melding dient aangegeven te worden voor welke aangiften of aanslagen betalingsonmacht bestaat. Naast de melding middels de daarvoor bestaande formulieren volgt uit artikel 36.5.2 van de Leidraad Invordering 2008 dat voldoende gemotiveerde verzoeken om uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen (dus niet in verband met bezwaar, beroep of hoger beroep) of verzoeken of brieven waaruit liquiditeitsproblemen blijken, door de Belastingdienst ook als melding van betalingsonmacht worden aangemerkt. Ook voor deze brieven geldt dat deze tijdig moeten zijn ontvangen om aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden te voorkomen. Uit artikel 36 lid 2 van de Invorderingswet volgt dat niet alleen het melden van betalingsonmacht verplicht is maar dat ook op verzoek het verstrekken van nadere inlichtingen en het overleggen van stukken verplicht is. Schending van deze verplichting kan leiden tot aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap. Indien de Belastingdienst na de melding van betalingsonmacht aanvullende informatie wenst te ontvangen dient de Belastingdienst daarbij ook te wijzen op de mogelijke gevolgen voor de bestuurder met betrekking tot de aansprakelijkheid voor belastingschulden bij het niet voldoen aan de verplichtingen. Nadat een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht is verricht hoeft er niet nogmaals gemeld te worden zolang er sprake is van een betalingsachterstand. Nadat de Belastingdienst schriftelijk heeft laten weten dat zij er vanuit gaat dat er geen sprake meer is van betalingsonmacht dient er wel weer een nieuwe melding verricht te worden bij voortdurende betalingsonmacht. Indien uw vennootschap in liquiditeitsproblemen geraakt is het van belang om tijdig en op de juiste wijze een melding van betalingsonmacht te verrichten ter voorkoming van aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden.

Beschikking aansprakelijkheid voor belastingschulden en mogelijkheden bezwaar- en beroep

De Belastingdienst kan overgaan tot het aansprakelijk stellen van een bestuurder voor belastingschulden van een vennootschap zonder rechterlijke tussenkomt. De Belastingdienst stelt bestuurders aansprakelijk bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Dit is een brief van de Belastingdienst waarin onder meer staat dat de bestuurder aansprakelijk is, voor welk bedrag en op welke grond. Ook staat in de beschikking van de Belastingdienst dat binnen zes weken bezwaar kan worden ingesteld tegen de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden. Het is van groot belang dat ook daadwerkelijk tijdig bezwaar wordt gemaakt. Alleen door het tijdig maken bezwaar kan optimale rechtsbescherming worden genoten. De gronden van het bezwaar mogen daarbij later worden aangevuld. Het veiligstellen van de termijn dient uw eerste zorg te zijn, mede om toegang te houden tot belastingrechter.

Indien de Belastingdienst niet tegemoet komt aan het bezwaar kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank toetst of de Belastingdienst terecht is overgegaan tot het aansprakelijk stellen van de bestuurder voor belastingschulden van de vennootschap. Eventueel kan na de procedure bij de rechtbank hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof. In specifieke gevallen kan het wenselijk zijn om beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het instellen van bezwaar, beroep, hoger beroep of beroep in cassatie tegen een aansprakelijkheidsstelling van de bestuurder voor belastingschulden. Neem voor informatie over de aansprakelijkheid van de bestuurder voor belastingschulden contact op met SVZ advocaten.