<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/" >

<channel>
	<title>procesrecht &#8211; SVZ Advocaten</title>
	<atom:link href="https://svz-advocaten.nl/procesrecht/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://svz-advocaten.nl</link>
	<description>Advocatenkantoor gevestigd in Haarlem &#38; Hilversum</description>
	<lastBuildDate>Mon, 12 Jan 2026 15:03:26 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Advocaat bij belastingprocedure</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/advocaat-bij-belastingprocedure/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 02 Nov 2022 14:02:12 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2927</guid>

					<description><![CDATA[In dit artikel vindt u meer informatie over de belastingprocedure. Heeft u een belastingadvocaat nodig voor uw fiscale zaak? Neem...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In dit artikel vindt u meer informatie over de belastingprocedure. Heeft u een belastingadvocaat nodig voor uw fiscale zaak? Neem dan contact op met SVZ advocaten. SVZ advocaten heeft de juiste kennis in het huis van het <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscale procesrecht</a> en kan u bijstaan bij het voeren van procedures tegen de Belastingdienst. Wij kunnen optreden als uw procesvertegenwoordiger of alleen een aantal stukken controleren, adviezen geven of met u meegaan naar de zitting. Neem voor meer informatie contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Fiscale procedure: welke rechtbank is bevoegd?</h2>
<p>In het geval een bezwaarprocedure tegen een aanslag of aansprakelijkheidsbeschikking niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, kan een beroepschrift ingediend worden bij de rechtbank. Van de 11 rechtbanken in Nederland behandelen slechts vijf rechtbanken belastingzaken (rechtbanken Den Haag, Noord-Holland, Noord-Nederland, Gelderland en Zeeland-West-Brabant). Het is belangrijk dat het beroepschrift bij de juiste rechtbank wordt ingediend. Op de uitspraak op bezwaar staat over het algemeen aangegeven bij welke rechtbank het beroepschrift ingediend moet worden. Voor de bevoegdheid van de rechtbank wordt aangesloten bij de woon- of vestigingsplaats van de belastingplichtige. Binnen het belastingrecht geldt dat indien een beroepschrift bij de verkeerde rechtbank wordt ingediend, de rechtbank het beroepschrift zal moeten doorsturen naar de juiste rechtbank. Uiteraard is het beter om dit te voorkomen, mede om onnodige vertraging tegen te gaan.</p>
<h2>Beroepstermijn in belastingzaken</h2>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=6&amp;afdeling=6.2&amp;artikel=6:7&amp;z=2021-01-01&amp;g=2021-01-01" target="_blank" rel="noopener"><u>artikel 6:7 AWB</u></a> bedraagt de beroepstermijn zes weken. Deze termijn begint te lopen op de dag na dagtekening van de uitspraak op bezwaar of op de latere dag van bekendmaking van de uitspraak (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&amp;hoofdstuk=V&amp;afdeling=2&amp;artikel=26c&amp;z=2018-01-01&amp;g=2018-01-01" target="_blank" rel="noopener"><u>artikel 26c AWR</u></a>). Te laat beroep ingesteld? Niet altijd leidt een te laat ingediend beroepschrift tot niet ontvankelijkheid. In bepaalde omstandigheden kan aangevoerd worden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is (waardoor aan de termijnoverschrijding geen gevolgen worden verbonden). Wellicht zijn er fouten gemaakt bij bekendmaking van een besluit door de Belastingdienst of heeft de belastingplichtige door bijzondere omstandigheden geen kennis kunnen nemen van het besluit van de Belastingdienst.  SVZ advocaten kan u nader adviseren over de ontvankelijkheid van een bezwaar- en beroepschrift. In algemene zin geldt dat het erg belangrijk is om de korte termijnen, zoals deze gelden binnen het belastingrecht, goed in de gaten te houden.</p>
<h2>Griffierechten bij fiscale procedure</h2>
<p>Bij een fiscale procedure bij de rechtbank is griffierecht verschuldigd. De griffiekosten in belastingzaken verschillen van € 46 tot € 338. Natuurlijke personen  betalen een lager bedrag aan griffiekosten dan rechtspersonen. De tarieven zijn bij de rechtbank lager dan bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Meer informatie over de hoogte van de griffierechten kunt u vinden op <a href="https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Kosten-rechtszaak/Griffierecht/Paginas/Griffierecht-bestuursrecht.aspx" target="_blank" rel="noopener">de website van de rechtspraak</a>. Wordt de fiscale procedure geheel of gedeeltelijk gewonnen? In dat geval zal de Belastingdienst de griffiekosten moeten vergoeden. Ook in andere gevallen kan de Belastingdienst veroordeeld worden tot betaling van de griffiekosten aan de belastingplichtige. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de Belastingdienst niet juist heeft gehandeld ten opzichte van de belastingplichtige.</p>
<h2>Procesvertegenwoordiging in fiscale zaken</h2>
<p>Procederen bij de belastingrechter kan zonder advocaat en/of gemachtigde. Gezien de complexiteit van de fiscale wet- en regelgeving, het procesrecht en de regels omtrent <a href="https://svz-advocaten.nl/procesrecht/bewijs-in-belastingzaken/">bewijslastverdeling</a> kan het toch verstandig zijn om een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscaal advocaat</a> in te schakelen. De rechtbank zal in dat geval de correspondentie naar de gemachtigde toesturen. Neem voor meer informatie over de mogelijkheden van procesvertegenwoordiging in fiscale zaken contact op met SVZ advocaten. Daarnaast kan SVZ advocaten ook een second opinion verzorgen van het door uzelf of uw gemachtigde opgestelde beroepschrift.</p>
<h2>Eisen beroepschrift in belastingzaak</h2>
<p>Er gelden een aantal eisen waaraan een beroepschrift moet voldoen. Zo moet het beroepschrift schriftelijk worden ingediend. Tevens moet het beroepschrift in een fiscale procedure voorzien zijn van een handtekening, naam en adres van de indiener. Daarnaast moet een omschrijving zijn opgenomen van het besluit waartegen het beroep is gericht. Een kopie van de uitspraak op bezwaar wordt met het beroepschrift meegezonden (artikel 6:5 lid 2 AWB). Ook moet het beroepschrift de gronden van het beroep en de motivatie hiervan bevatten. Bij eventuele verzuimen wordt een termijn gegeven om deze te herstellen.</p>
<p>In algemene zin kan de volgende indeling worden aangehouden bij het opstellen van een beroepschrift.</p>
<ul>
<li>inleiding met algemene gegevens, dagtekening beroepschrift en dagtekening uitspraak op bezwaar en een verwijzing naar het als kopie bijgesloten uitspraak op bezwaar;</li>
<li>uiteenzetting van alle relevante feiten, waar mogelijk onderbouwd met bewijsstukken.</li>
<li>omschrijving van het geschil tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst;</li>
<li>onderbouwing van het standpunt, met een goede motivatie en verwijzing naar bewijsstukken. De doestelling is hierbij uiteraard om de rechtbank te overtuigen van het gelijk;</li>
<li>de conclusie met indien mogelijk een cijfermatige onderbouwing.</li>
</ul>
<p>Door het volgen van een logische indeling van het beroepschrift in een fiscale zaak, is het voor de rechtbank duidelijk welk standpunt u inneemt. Uw zaak wordt daarmee op logische en begrijpelijke wijze gepresenteerd. Ook indien u zelf of samen met een boekhouder een beroepschrift opstelt, kan SVZ advocaten op een aantal specifieke punten het concept stuk controleren en aanvullen. Op deze wijze kunt u wellicht proceskosten voorkomen, maar wel het optimale resultaat in uw zaak behalen.</p>
<h2>Verweerschrift Belastingdienst in belastingprocedure</h2>
<p>Nadat de rechtbank het beroepschrift heeft doorgezonden aan de Belastingdienst zal de Belastingdienst in beginsel binnen 4 weken een verweerschrift indienen. De Inspecteur kan de rechtbank om uitstel vragen. De Belastingdienst zal over het algemeen in het verweerschrift ingaan op de ontvankelijkheid van het beroep, de feiten, de geschilpunten, de bewijslastverdeling (zeker indien de Belastingdienst van mening is dat omkering van de bewijslast dient plaats te vinden) en op de conclusie van de Belastingdienst. Indien u een door de Belastingdienst ingediend verweerschrift in een belastingzaak wil laten controleren, kunt u contact opnemen met SVZ  advocaten. Wij kunnen u bijstaan bij het formuleren van een reactie op het standpunt van de Belastingdienst en u adviseren over uw fiscale bewijspositie.</p>
<p>In complexe zaken kan de rechtbank kiezen voor een tweede schriftelijke ronde.</p>
<h2>Bewijsstukken indienen in belastingzaken</h2>
<p>Het bewijsrecht en de bewijslastverdeling is van groot belang in fiscale zaken. Bewijsstukken moeten tijdig voor de zitting worden ingediend. In beginsel moeten stukken de elfde dag voor de zitting ingediend worden. Het tijdig indienen van bewijsstukken in een belastingzaak is van belang om te voorkomen dat stukken worden uitgesloten door de rechter. De belastingrechter wil voorkomen dat een partij wordt overvallen door nieuwe stukken die vlak voor de zitting ingediend worden. De goede procesorde kan meebrengen dat te laat ingediende stukken toch niet geweigerd worden. Het hangt bijvoorbeeld af van de omvang en complexiteit van de bewijsstukken alsmede de redenen waarom de stukken zo laat zijn ingediend. Voor meer informatie en/of advies over het indienen van bewijsstukken in fiscale procedures kunt u contact opnemen met SVZ advocaten.</p>
<h2>Zitting en pleitnota belastingprocedure</h2>
<p>Tijdens de zitting krijgen partijen veelal gelegenheid om de standpunten nog een keer toe te lichten en te reageren op de standpunten van de wederpartij. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van een pleitnota. Een pleitnota is gelijk ook een hulpmiddel voor de griffier, doordat minder opgeschreven hoeft te worden tijdens de zitting. Een pleitnota wordt een officieel gedingstuk via aanhechting ervan aan het proces-verbaal van de zitting. De rechter kan er ook voor kiezen om partijen direct vragen te stellen en geen gelegenheid te bieden voor het voordragen van een pleitnota. De juiste voorbereiding van een zitting tijdens een fiscale procedure is van groot belang. Indien gewenst kan een belastingadvocaat van SVZ advocaten u bijstaan tijdens de zitting. U staat er dan niet alleen voor en u weet zeker dat uw standpunt goed naar voren komt.</p>
<h2>Nieuwe standpunten innemen tijdens zitting</h2>
<p>In een fiscale procedure mag de belastingplichtige van eis veranderen en de Belastingdienst mag nieuwe verweren naar voren brengen. Volgens de regels van goede procesorde kunnen echter niet oneindig nieuwe eisen en verweren ingenomen worden. Tijdens de zitting mogen in beginsel nieuwe stellingen naar voren gebracht worden, tenzij de goede procesorde zich hiertegen verzet. Hierbij is van belang dat de wederpartij zich goed moeten kunnen verdedigen en voorbereiden, dit kan onder omstandigheden niet mogelijk zijn als op het laatste moment nieuwe standpunten naar voren worden gebracht. De rechtbank zal hierbij toetsen aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Zo zal de rechtbank rekening houden met de redenen/oorzaken waarom het nieuwe standpunt niet eerder is ingebracht. Daarbij zal de rechter er rekening mee houden dat een partij in hoger beroep kan gaan en daarbij een herkansing heeft. In algemene zin is het belangrijk om in het beroepschrift alle standpunten goed te motiveren. Indien een aantal argumenten/stellingen niet in het beroepschrift in uw fiscale zaak naar voren zijn gebracht kan dit, in de meeste gevallen, bij voorkeur voor de zitting alsnog schriftelijk worden gedaan.</p>
<h2>Uitspraak belastingzaak en hoger beroep</h2>
<p>In de meeste zaken wordt een beroepschrift en verweerschrift ingediend en daarna vindt een zitting plaats. Uiteindelijk zal de rechter tot een uitspraak komen . Na afsluiting van het onderzoek ter zitting zal de rechter mededelen wanneer uitspraak wordt gedaan. Een uitspraak van de rechter dient gemotiveerd te worden. In een uitspraak wordt onder meer ingegaan op de feiten, de standpunten van partijen, de rechtsoverwegingen en de beslissing (het dictum). De datum van verstrekking van de uitspraak is de datum van bekendmaking van de uitspraak. In de uitspraak wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn hoger beroep kan worden ingesteld. De termijn om hoger beroep in te stellen bedraagt zes weken na de bekendmaking van de uitspraak. In de uitspraak wordt ook ingegaan op de proceskostenveroordeling en op de vergoeding van de griffiekosten. Heeft u een uitspraak ontvangen in belastingzaak en wilt u advies over de mogelijkheden van hoger beroep? <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem dan contact op met SVZ advocaten</a> uit Haarlem voor een deskundig advies over uw belastingprocedure.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Bewijs in belastingzaken</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/bewijs-in-belastingzaken/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 20 Oct 2022 15:27:35 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2899</guid>

					<description><![CDATA[In belastingzaken geldt dat bewijs en het bewijsrecht van groot belang is. Met het juiste bewijs kan de fiscale procedure...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In belastingzaken geldt dat bewijs en het bewijsrecht van groot belang is. Met het juiste bewijs kan de fiscale procedure gewonnen worden. Standpunten van de Belastingdienst moeten in veel gevallen worden afgewezen indien hiervan onvoldoende feitelijk onderbouwing wordt gegeven door de fiscus. Het beoordelen van de bewijspositie voordat een procedure wordt gestart, is belangrijk. Ook is het goed om helder te hebben dat veel stellingen door de Belastingdienst aannemelijk gemaakt moeten worden. In dat geval is het belangrijk om aan te voeren dat Belastingdienst niet voldoende bewijs heeft geleverd.</p>
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">SVZ advocaten is uw partner in fiscale procedures</a> en kan u op deskundige wijze bijstaan. Daarnaast werkt SVZ advocaten met duidelijke afspraken en hanteren wij in fiscale procedures een uurtarief van € 180 exclusief btw.</p>
<p>In dit artikel wordt ingegaan op de belangrijkste aspecten van bewijsvoering in belastingzaken.</p>
<h2>Partijen bepalen het geschil</h2>
<p>Voordat beoordeeld kan worden welk bewijs noodzakelijk is, moet duidelijk zijn wat de inhoud en de omvang van het geschil tussen partijen is. Een belangrijk uitgangspunt dat geldt in fiscale procedures is vastgelegd in artikel 8:69 lid 1 AWB.</p>
<p><em>De bestuursrechter doet uitspraak op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting.</em></p>
<p>De belastingrechter beperkt zich bij het doen van een uitspraak tot het door partijen naar voren gebrachte geschil. Hierdoor worden de grenzen van de ‘rechtsstrijd’ bepaald. De rechter zal hier niet buiten treden. Dit mede om verassingsbeslissingen te voorkomen.</p>
<p>Wel kan de rechter zelfstandig de wet en de jurisprudentie toepassen op de feiten, ook als partijen niet rechtstreeks een beroep hebben gedaan op deze wetgeving en/of jurisprudentie. De rechter kent de wet en is zelfs verplicht om de rechtsgronden aan te vullen. Dit is mede van belang omdat binnen het belastingrecht ook zonder advocaat of gemachtigde geprocedeerd kan worden.</p>
<p>Verder zal de rechter ambtshalve, dus niet op expliciet verzoek van een partij, voorschriften van openbare orde moeten controleren. Hierbij kan gedacht worden aan de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep en de bevoegdheid van de rechter. De rechter zal dus bijvoorbeeld onderzoeken of tijdig bezwaar is gemaakt.</p>
<p>De rechter zal niet snel zelf de feiten, zoals deze door partijen naar voren zijn gebracht, aanvullen. De rechter is hiertoe echter wel bevoegd (artikel 8:69 lid 3 AWB). De belastingrechter heeft de vrijheid om tijdens de zitting onderzoek te doen naar niet betwiste feiten die door een partij naar voren zijn gebracht. Indien een partij feiten stelt en de andere partij deze niet betwist, hoeft er geen bewijs van deze feiten naar voren gebracht te worden. Hieruit blijkt dat het belangrijk kan zijn om gestelde feiten en overige stellingen te betwisten.</p>
<h2>Juridische argumenten hoeven niet bewezen te worden</h2>
<p>Waar van feitelijke stellingen in bepaalde gevallen bewijs moet worden aangeleverd, geldt dat niet voor juridische argumenten. De rechter dient de wet en de jurisprudentie te kennen en zal zelfstandig toetsen of juridische stellingen van partijen kloppen. In een fiscale procedure wordt een geschil naar voren gebracht en komen feiten en omstandigheden naar voren. De belastingrechter zal een beslissing nemen over het geschil en dit baseren op de wet- en regelgeving. Als de juridische argumenten van een partij niet kloppen, kan de rechter een vordering/verzoek alsnog toewijzen op basis van een ander juridisch argument. In artikel 8:69 AWB is opgenomen dat de bestuursrechter ambtshalve de rechtsgronden aanvult. Toch is het in een belastingzaak van groot belang om de juridische/fiscale standpunten goed te onderbouwen en te koppelen aan feiten en omstandigheden. Dit verhoogt uiteindelijk namelijk weldegelijk de kans op een goed resultaat.</p>
<h2>Feiten die niet betwist zijn</h2>
<p>De rechter hoeft geen bewijsoordeel te vellen over feiten die niet betwist worden. Indien de belastingplichtige bijvoorbeeld een stelling inneemt die door de Belastingdienst niet wordt betwist, hoeft de belastingplichtige geen bewijs aan te dragen. Als er een geschil bestaat over een feit, dient de partij die het bewijsrisico draagt hiervan bewijs aan te dragen. Dit is slechts anders indien een partij feitelijk niet in de mogelijkheid is geweest om een stelling te betwisten (bijvoorbeeld een stelling die tijdens de zitting wordt ingenomen terwijl de ander procespartij niet aanwezig is). SVZ advocaten adviseert u graag over het op juiste wijzen betwisten van feiten en stellingen van de Belastingdienst in een belastingzaak.</p>
<h2>Algemene ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid</h2>
<p>Met betrekking tot een uitspraak kan de belastingrechter zich mede baseren op algemene ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid. Zo is het een feit van algemene bekendheid dat een week 7 dagen bevat. Het aannemen van een algemene ervaringsregel is minder eenvoudig. Gebaseerd op het verleden moeten bepaalde regels/oordelen bestaan voor de toekomst. Het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:3878" target="_blank" rel="noopener">Hof ’s-Hertogenbosch</a> baseerde het bijvoorbeeld op algemene ervaringsregels dat voor een beleggingsmaatschappij een pand in onverhuurde staat minder waard is dan een pand in verhuurde staat.</p>
<h2>Eigen kennis van de rechter</h2>
<p>De belastingrechter kan ook eigen wetenschap gebruiken in de fiscale procedure. Dit kan echter alleen indien het gaat om feiten die te vinden zijn in voor eenieder toegankelijke bronnen en de rechter de bron vermeldt waaraan hij zijn kennis ontleent. De eigen wetenschap van de rechter die ziet op andere mededelingen of waarnemingen kan alleen gebruikt worden indien de rechter partijen hierover op de hoogte heeft gesteld en partijen zich hierover hebben kunnen uitlaten.</p>
<h2>Hoofdregels bewijslastverdeling in fiscale zaken</h2>
<p>Als hoofdregel kan de bewijslastverdeling in belastingzaken gebaseerd worden op de materieelrechtelijke norm. Er dient dus goed gekeken te worden naar de tekst en de strekking van het wetsartikel. De partij die zich beroept op een rechtsgevolg dat volgt uit een wetsartikel of rechtsregel, moet de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden stellen en bij betwisting ook bewijzen. Op grond van bijzondere rechtsregels en uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan telkens een afwijkende bewijslastverdeling volgen.</p>
<p>De volgende hoofregels gelden tijdens fiscale procedures.</p>
<ul>
<li>Voor aftrekposten en vrijstellingen geldt dat de ondernemer/belastingplichtige de bewijslast draagt voor de feiten en omstandigheden (bijvoorbeeld: zakelijke kosten, hypotheekrenteaftrek of aftrekbare studiekosten);</li>
<li>De Belastingdienst draagt de bewijslast voor feiten waaruit volgt dat meer belasting wordt geheven (hoger inkomen, zoals meer omzet en/of hoger gebruikelijk loon DGA of niet opgegeven bankrekening).</li>
</ul>
<p>Ook bij fiscale bestuurdersaansprakelijkheid volgt de bewijslastverdeling uit de wettelijke regeling. Indien de ontvanger de<a href="https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/"> bestuurder aansprakelijk</a> wil stellen rust op  de ontvanger in beginsel de bewijslast dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van aan de bestuurder te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Indien echter niet tijdig melding van betalingsonmacht is gedaan, volgt uit artikel 36 Invorderingswet het vermoeden dat het niet betalen van de belasting aan de bestuurder is te wijten. Bestuurdersaansprakelijkheid staat dan in beginsel vast. Tegenbewijs aanleveren is slechts toegestaan nadat de bestuurder aannemelijk maakt dat het niet aan hem is te wijten dat de vennootschap niet tijdig melding heeft gedaan van betalingsonmacht. Hieruit blijkt dat het betreffende wetsartikel vaak een specifieke regeling geeft voor de bewijslastverdeling. Afhankelijk van de wettelijke regeling kan de bewijspositie zwaarder of lichter zijn.</p>
<p>Neem voor uw specifieke zaak contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Bewijsvermoeden bij onverklaarbaar hoge uitgaven in verhouding tot inkomsten.</h2>
<p>Een bijzondere situatie is aan de orde als de Belastingdienst stelt dat door de belastingplichtige gedane uitgaven in verhouding tot het opgegeven inkomen onverklaarbaar hoog zijn. Indien bijvoorbeeld een auto van € 70.000 wordt aangeschaft terwijl het inkomen volgens de aangifte inkomstenbelasting niet hoger is dan € 15.000 (en er geen vermogen aanwezig is) roept dit vraagtekens op. Wellicht zijn er aanvullende inkomsten die niet zijn opgegeven in de belastingaangifte?</p>
<p>Het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BO5116" target="_blank" rel="noopener">Gerechtshof Arnhem</a> heeft op 9 november 2010  een bewijsvermoeden geformuleerd dat ingaat tegen de hoofregel dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat het inkomen van de belastingplichtige hoger is dan opgegeven in de belastingaangifte. Er kan in een dergelijk geval een bewijsvermoeden ontstaan dat het inkomen van de belastingplichtige hoger is. Het is dan aan belastingplichtige om dit bewijsvermoeden te ontzenuwen door feiten en omstandigheden te stellen waarmee verklaart kan worden uit welke bron de uitgaven zijn gedaan. Als het bewijsvermoeden voldoende weerlegt is met feitelijke stellingen, dient de Inspecteur aannemelijk te maken dat de belastingplichtige de uitgaven wel heeft gedaan uit belastbare inkomsten die niet zijn opgegeven in de belastingaangifte.</p>
<p>Uit voorgaande uitspraak blijkt dat iedere zaak anders is en dat advies van een fiscaal jurist over uw bewijspositie in een fiscale procedure van groot belang kan zijn.</p>
<h2>Bewijsnood belastingplichtige en redelijkheid en billijkheid</h2>
<p>Onder omstandigheden kan met een beroep op de eisen van redelijkheid en billijkheid de bewijslast aan de andere partij toegedeeld worden. Ook door een ondernemer/belastingplichtige kan hierop onder omstandigheden een beroep gedaan worden. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de belastingplichtige in bewijsnood verkeert terwijl de Belastingdienst eenvoudig over de gegevens kan beschikken. Dit was bijvoorbeeld aan de orde in een uitspraak van de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2009:AZ7931" target="_blank" rel="noopener">Hoge Raad van 20 februari 2009</a>.</p>
<h2>Bewijslastverdeling bij belastingboete</h2>
<p>Op grond van artikel 6 EVRM dient een belastingplichtige voor onschuldig gehouden te worden tot bewezen is dat hij schuldig is. Het is dan ook evident dat de bewijslast met betrekking tot de feiten en omstandigheden die tot een boete kunnen leiden op de inspecteur rust. De inspecteur dient te bewijzen dat sprake is van opzet of grove schuld. Vervolgens is het wel aan de belastingplichtige om feiten en omstandigheden naar voren te brengen waaruit volgt dat hem in verminderde mate of geen verwijt kan worden gemaakt (denk aan een pleitbaar standpunt). Ook kan de belastingplichtige actief wijzen op overige straf verminderende omstandigheden.</p>
<p>Indien een aanslag is vastgesteld met omkering van de bewijslast (bijvoorbeeld in het kader van een informatiebeschikking) dient zorgvuldig getoetst te worden of de (daaraan gekoppelde) boete wel passend en geboden is. De rechter moet uitdrukkelijk rekening houden met het gegeven dat de verschuldigde belasting is vastgesteld met omkering van de bewijslast en wellicht hierdoor ook hoger is uitgekomen. Voorgaande beoordeling dient duidelijk vastgelegd te worden in de uitspraak van de rechter.</p>
<h2>Welke bewijsmiddelen kunnen ingezet worden?</h2>
<p>Het bewijs kan geleverd worden door alle middelen, tenzij de wet anders bepaald. Hierbij kan gedacht worden aan facturen, bankafschriften, foto’s, verklaringen van derden, getuigenverklaringen, overeenkomsten of verklaringen van deskundigen. Daarnaast kan aan vermoedens bewijs worden ontleend, dit zolang zij niet worden ontkracht. Hieruit blijkt dat veel verschillende bewijsmiddelen gebruikt kunnen worden. SVZ advocaten adviseert u graag over het inzetten van de juiste bewijsmiddelen in een fiscale procedure.</p>
<h2>Gebruik onrechtmatig bewijs door belastingdienst</h2>
<p>Onrechtmatig bewijs kan onder omstandigheden niet worden gebruikt in een belastingprocedure. Het bewijs dient dan uitgesloten te worden. Het kan belangrijk zijn hierop te wijzen tijdens de belastingprocedure.</p>
<p>In het geval het bewijs niet is verzameld door de belastinginspecteur maar door een derde, geldt het volgende. Gebruik van dit bewijs is niet toegestaan in het geval het gebruik van het onrechtmatig verkregen bewijs tevens in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de onrechtmatigheid rechtstreeks jegens de belastingplichtige is begaan. Bewijs is onrechtmatig in het geval de wijze van verkrijging zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht (zie <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:643" target="_blank" rel="noopener">HR 20 maart 2015, nr. 13/03959, BNB 2015/173</a>).</p>
<p>Als de inspecteur het bewijs zelf heeft verzameld geldt dat hij gebonden is aan de beginselen van behoorlijk bestuur en nadat het geschil bij de rechter ligt ook aan de regels betreffende de goede procesorde. Is het bewijs verkregen op fiscaalrechtelijk onrechtmatige wijze, dan dient bewijsuitsluiting te volgen. De inspecteur mag bijvoorbeeld zijn bevoegdheden niet misbruiken door stukken bij derden op te vragen (bijvoorbeeld een belastingadviseur) die zien op het geven van belastingadvies. Dit is in strijd met het &#8221;fair play&#8221; beginsel. Nadat een procedure bij de rechtbank loopt, is het ook niet toegestaan bij de belastingplichtige nadere gegevens op te vragen op grond van artikel 47 AWR. Partijen moeten immers op gelijkwaardige wijze kunnen procederen. Voor meer informatie of advies over onrechtmatig bewijs in fiscale procedures kunt u contact opnemen met SVZ advocaten.</p>
<h2>Omkering en verzwaring bewijslast na informatiebeschikking</h2>
<p>Indien sprake is van een onherroepelijk geworden informatiebeschikking volgt omkering en verzwaring van de bewijslast. Omkering van de bewijslast is alleen aan de orde indien de bewijslast volgens de hoofregel op de belastingplichtige rust (anders hoeft de bewijslast niet omgekeerd te worden). In veel gevallen gaat het bijvoorbeeld om de omzet van een ondernemer. Normaliter rust op de inspecteur de bewijslast dat deze omzet hoger is dan opgegeven in de belastingaangifte. Na het onherroepelijk worden kan de belastinginspecteur een redelijke schatting maken van deze omzet. Een redelijke schatting brengt mee dat niet naar willekeur geschat mag worden maar dat aansluiting moeten worden gezocht bij wel beschikbare gegevens of andere objectieve maatstaven. Is voldaan aan het vereiste van een redelijke schatting dan dient de belastingplichtige te doen blijken, dat is een zwaardere bewijslast dan de normale bewijslast die inhoudt aannemelijk maken, dat de aanslag of beschikking niet klopt. Dit betekent aldus niet alleen een omkering maar ook een verzwaring van de bewijslast. De belastingplichtige kan dus allereerst aanvoeren dat de schatting niet redelijk is en daarnaast proberen tegenbewijs aan te voeren van zijn daadwerkelijke fiscale positie. Het is altijd verstandig om tijdig bezwaar te maken tegen een informatiebeschikking.</p>
<h2>Omkering en verzwaring bewijslast niet doen van vereiste aangifte</h2>
<p>In het geval geen belastingaangifte is ingediend of niet de vereiste aangifte is ingediend dient op grond van artikel 25 lid 3 en artikel 27 e lid 1 AWR ervan uitgegaan te worden dat de aanslag of beschikking juist is, tenzij de belastingplichtige aantoont (doet blijken) dat en in hoeverre de belastingaanslag onjuist is. Ook in dat geval is dus sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. De belastingplichtige moet wel op de juiste wijze zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte. Indien de aangifte wel tijdig maar niet juist is, kan niet in alle gevallen sprake zijn van omkering en verzwaring van bewijslast. Aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast moet worden vastgesteld dat sprake is van een of meer gebreken in de aangifte die ertoe leiden dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Ook dient getoetst te worden of het bedrag dat als gevolg van de foutieve belastingaangifte te weinig is geheven, op zichzelf beschouwd aanzienlijk is. Niet iedere kleine fout of iedere vergissing kan tot omkering en verzwaring van de bewijslast leiden. Neem voor meer informatie of advies contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Advies fiscaal advocaat over bewijs</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem contact op met SVZ advocaten</a> indien u advies of begeleiding wenst te ontvangen bij het voeren van een belastingzaak. Wij kunnen u zowel op het gebied van formele belastingrecht als materiële belastingrecht adviseren en bijstaan. Ook over het bewijsrecht en daaruit volgende bewijslastverdeling in een fiscale procedure adviseren wij u graag.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Vaststellingsovereenkomst</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/vaststellingsovereenkomst/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 02 Jul 2021 08:24:57 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3456</guid>

					<description><![CDATA[Wanneer u een juridisch geschil heeft met een wederpartij, kunt u dit geschil voorleggen aan de rechter. Het is echter...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer u een juridisch geschil heeft met een wederpartij, kunt u dit geschil voorleggen aan de rechter. Het is echter ook mogelijk om afspraken met uw wederpartij te maken ter beëindiging van het geschil. Indien u voor deze tweede mogelijkheid kiest, doet u er verstandig aan om de gemaakte afspraken duidelijk vast te leggen in een zogenaamde vaststellingsovereenkomst (VSO). SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">aansprakelijkheidsrecht</a>, contractenrecht en procesrecht. Wij hebben veel ervaring met het adviseren over, het opstellen van en het procederen over vaststellingsovereenkomsten.</p>
<h2>De vaststellingsovereenkomst: artikel 7:900 Burgerlijk Wetboek</h2>
<p>In het Burgerlijk Wetboek is in <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=15&amp;artikel=900&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:900 BW</a> en verder een wettelijke regeling over de vaststellingsovereenkomst opgenomen. De wet noemt een aantal regels over de vaststellingsovereenkomst. Naast de inachtneming van de wettelijke regels, is het belangrijk om de vaststellingsovereenkomst helder en duidelijk op te stellen. Door een duidelijke overeenkomst te maken, kunnen geschillen achteraf (en als gevolg daarvan een gerechtelijke procedure over de uitleg en betekenis van de vaststellingsovereenkomst) worden voorkomen.</p>
<h2>Opstellen vaststellingsovereenkomst</h2>
<p>Partijen kunnen een vaststellingsovereenkomst aangaan ter voorkoming of beëindiging van een bestaande onzekerheid of een bestaand geschil. Wat wij in de praktijk vaak zien is dat een vaststellingsovereenkomst wordt gesloten na schikkingsonderhandelingen. Dit kunnen schikkingsonderhandelingen tijdens een gerechtelijke zitting (comparitie van partijen) zijn. Het kan ook zo zijn dat partijen niet zover zijn gekomen en voordat er een gerechtelijke procedure is gestart met elkaar tot overeenstemming zijn gekomen. Het is van belang bij het opstellen van een vaststellingsovereenkomst een deskundige advocaat in te schakelen die u kan adviseren.</p>
<h2>Beoordelen vaststellingsovereenkomst</h2>
<p>Het kan ook zo zijn dat uw wederpartij (of diens advocaat/adviseur) te beëindiging van een geschil een vaststellingsovereenkomst heeft opgesteld. Het is voor u dan van belang om hierover onafhankelijk advies van een eigen adviseur in te winnen en te bekijken of uw rechten en belangen goed gewaarborgd zijn. SVZ advocaten heeft hierin veel ervaring. Wij kunnen voor u beoordelen of de vaststellingsovereenkomst aan de wettelijke vereisten voldoet en of uw belangen goed zijn gewaarborgd. Daarnaast kunnen wij eventuele tekstvoorstellen opstellen ter wijziging/aanvulling van de door de wederpartij opgestelde vaststellingsovereenkomst.</p>
<h2>Vaststellingsovereenkomst: vorderen van nakoming</h2>
<p>Indien een partij bij de vaststellingsovereenkomst op grond van de vaststellingsovereenkomst een bepaalde verplichting op zich heeft genomen, en deze partij komt deze op hem rustende verplichting niet na, dan kan de andere partij nakoming bij de rechter vorderen. Een heldere vaststellingsovereenkomst is in een dergelijke procedure van groot belang.</p>
<p>Pas nadat de rechter de eisende partij in het gelijk heeft gesteld, verkrijgt deze een executoriale titel en kan deze daadwerkelijk tot executie van zijn vordering over gaan.</p>
<h2>Vaststellingsovereenkomst: finale kwijting</h2>
<p>In beginsel verdient het de voorkeur om in de vaststellingsovereenkomst een bepaling op te nemen waarin wordt afgesproken dat partijen elkaar over en weer, nadat alle verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst zijn nagekomen, finale kwijting verlenen. Een dergelijk beding voorkomt dat een van partijen nog iets van de andere partij kan vorderen.</p>
<p>Indien niet op alle punten overeenstemming wordt bereikt en/of bepaalde onderdelen van het geschil niet worden meegenomen in de vaststellingsovereenkomst, kan over dit onderwerp later alsnog een gerechtelijke procedure gevoerd worden.</p>
<h2>Vernietiging vaststellingsovereenkomst</h2>
<p>Een vaststellingsovereenkomst is alleen vernietigbaar indien gebondenheid aan de vaststellingsovereenkomst in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit volgt uit <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=15&amp;artikel=904&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:904 lid 1 BW</a>. Dit is een zware toets. In de praktijk zorgt deze bepaling ervoor dat er slechts een marginale toetsing plaatsvindt. Uit de jurisprudentie blijkt echter dat het niet onmogelijk is een vaststellingsovereenkomst onder omstandigheden te vernietigen. Dit dient uiteraard per specifiek geval te worden beoordeeld.</p>
<h2>Advocaat vaststellingsovereenkomst</h2>
<p>SVZ advocaten heeft veel ervaring met het adviseren over vaststellingsovereenkomsten, het opstellen en beoordelen van vaststellingsovereenkomsten en het procederen over vaststellingsovereenkomsten. Indien u hierover vragen heeft of bijstand wenst te ontvangen, kunt u uiteraard vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> met ons opnemen om de mogelijkheden te bespreken.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Klachtplicht (artikel 6:89 BW)</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/klachtplicht/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 25 Jun 2021 14:02:01 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3448</guid>

					<description><![CDATA[Wanneer uw wederpartij een gebrekkig product of een gebrekkige dienst levert, is het van groot belang om hierover tijdig en...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer uw wederpartij een gebrekkig product of een gebrekkige dienst levert, is het van groot belang om hierover tijdig en op een juiste wijze te klagen. Met andere woorden: om uw vorderingen ten opzichte van de wederpartij veilig te stellen, dient u aan uw klachtplicht te hebben voldaan. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het contractenrecht, aansprakelijkheidsrecht en <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a>. In de praktijk komen wij vaak geschillen tegen waarin geprocedeerd wordt over de vraag of voldaan is aan de klachtplicht en de juridische gevolgen daarvan. Lees onderstaand artikel voor meer informatie.</p>
<h2>Klachtplicht: artikel 6:89 BW</h2>
<p><a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=9&amp;paragraaf=3&amp;artikel=89&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">Artikel 6:89 BW</a> bepaalt dat een schuldeiser op een gebrek in de prestatie van zijn contractuele wederpartij geen beroep meer kan doen indien en voor zover hij hierover niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, heeft geklaagd.</p>
<p>Het doel van deze bepaling is het bieden van bescherming aan de schuldenaar tegen te laat geuite en daardoor moeilijk te controleren en te betwisten klachten. Op grond van dit artikel mag de schuldenaar ervan uitgaan dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de overeenkomst beantwoordt. Indien dit niet het geval mocht zijn, mag de schuldenaar ervan uitgaan dat de schuldeiser dit met spoed aan de schuldenaar mededeelt, zodat deze de mogelijkheid heeft zich te verweren.</p>
<h2>Klachtplicht: levering producten en diensten</h2>
<p>De wettelijke regeling omtrent de klachtplicht ziet zowel op de levering van producten als diensten. Daarbinnen ziet het wetsartikel over de klachtplicht enkel op gevallen van ondeugdelijke nakoming: een gebrek in de prestatie. Het moet daarbij gaan om een feitelijk gebrek.</p>
<p>De klachtplicht heeft enkel betrekking op gebrekkige prestaties van de schuldenaar die niet aan zijn verbintenis beantwoord. De klachtplicht ziet uitdrukkelijk niet op een vordering uit onrechtmatige daad.</p>
<h2>Klachtplicht: vereisten</h2>
<p>De klachttermijn vangt aan op het moment dat de schuldeiser het gebrek heeft ontdekt of had moeten ontdekken. Op grond van de jurisprudentie geldt dat de schuldeiser (I) het in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van hem te verwachten onderzoek dient te verrichten en (II) binnen bekwame tijd na ontdekking van het gebrek klaagt bij de schuldenaar.</p>
<h2>Termijn onderzoek</h2>
<p>De tijd die de schuldeiser wordt gegund voor onderzoek, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Hierbij zijn onder meer van belang de aard en waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop dit aan het licht treedt en bijvoorbeeld de deskundigheid van de schuldeiser. Onder omstandigheden kan het verrichten van onderzoek door een deskundige noodzakelijk zijn. De vereiste mate van voortvarendheid van het onderzoek hangt tevens af van de ingewikkeldheid van het te verrichten onderzoek.</p>
<p>Als op grond van de overeenkomst en overige omstandigheden (sterke) aanwijzingen bestaan dat de schuldeiser mocht vertrouwen op het feit dat de prestatie niet gebrekkig is, zal van de schuldeiser minder snel (en voortvarend) onderzoek mogen worden verwacht. In zijn algemeenheid geldt namelijk dat een schuldeiser mag afgaan op de juistheid van de door de schuldenaar gedane mededelingen.</p>
<h2>Termijn uiten klacht</h2>
<p>Een vaste termijn voor het uiten van de klacht valt niet te geven.</p>
<p>In zijn algemeenheid geldt dat enig onderzoek of beraad is toegestaan. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of binnen bekwame tijd is geklaagd. Deze vraag dient te worden beantwoord met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval. SVZ advocaten heeft hierin veel ervaring en kan dit voor u beoordelen.</p>
<p>Van belang daarbij is onder meer of het belang van de schuldenaar is geschaad als gevolg van het verstrijken van de tijd. Als zijn belangen niet zijn geschaad, zal er minder snel reden zijn om de klacht plichtige partij te verwijten dat niet voortvarend genoeg is geklaagd.</p>
<h2>Inhoud klacht</h2>
<p>De klacht is vormvrij. De klacht moet evenwel in ieder geval vermelden dat de prestatie ondeugdelijk is. Dit is doorgaans echter onvoldoende. De schuldeiser moet tevens, voor zover mogelijk, mededelingen doen over de aard en omvang van de tekortkoming. Een en ander zodat de schuldenaar dit kan controleren en zich hiertegen kan verweren.</p>
<h2>Gevolg niet tijdig klagen</h2>
<p>Het gevolg van het verzaken van de klachtplicht is dat de schuldeiser alle rechten en bevoegdheden die hem op grond van de gebrekkigheid ten dienste stonden, verliest. De bepaling van artikel 6:89 BW vormt een toepassing van het leerstuk van rechtsverwerking (artikel 6:2 BW en 6:248 BW).</p>
<h2>Bewijslast</h2>
<p>De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vraag of tijdig is geklaagd, komen pas aan de orde wanneer de schuldenaar het verweer voert dat niet tijdig is geklaagd. Wanneer dit verweer niet wordt gevoerd, blijft artikel 6:89 BW buiten toepassing. Als het verweer wel wordt gevoerd, dan moet de schuldeiser gemotiveerd stellen, en bij betwisting, zo nodig bewijzen dat en op welk moment is geklaagd.</p>
<h2>Advies SVZ advocaten</h2>
<p>Indien u naar aanleiding van dit artikel vragen mocht hebben over een specifiek geval, neem dan gerust vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op met SVZ advocaten. Wij helpen u graag verder!</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Huurverhoging na renovatie</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/huurverhoging-na-renovatie/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 07 Jun 2021 12:50:05 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3442</guid>

					<description><![CDATA[Wanneer u verhuurder bent van een sociale huurwoning of vrije sector woning, overweegt u wellicht om het gehuurde te renoveren...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer u verhuurder bent van een sociale huurwoning of vrije sector woning, overweegt u wellicht om het gehuurde te renoveren en daarna de huurprijs te verhogen. Onder bepaalde omstandigheden is dit mogelijk. Het is echter verstandig om u hierover voorafgaand goed te laten informeren en adviseren. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a> en denkt graag met u mee.</p>
<h2>Wanneer is het toegestaan de huur te verhogen na renovatie?</h2>
<p>Er is sprake van renovatie of woningverbetering als de woning (al dan niet gedeeltelijk) wordt vernieuwd. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de huur te verhogen na renovatie:</p>
<ul>
<li>De huurder moet vooraf toestemming hebben gegeven voor de renovatie (Bij woningverbetering van een heel gebouw/complex, geldt dat dit mogelijk is als minimaal 70% van de bewoners hiermee instemt).</li>
<li>De renovatie moet een groter comfort tot gevolg hebben.</li>
<li>De huurverhoging moet in verhouding staan tot de gemaakte kosten.</li>
</ul>
<h2>Onderhoud: geen huurverhoging</h2>
<p>Let op: (groot) onderhoud van de woning valt niet onder renovatie en is geen reden voor huurverhoging. Van onderhoud is bijvoorbeeld sprake in geval van:</p>
<ul>
<li>Het aanpakken van het schilderwerk.</li>
<li>Het uitvoeren van reparaties.</li>
<li>Het plaatsen van nieuwe kozijnen.</li>
<li>Onderhoud en herstel van funderingen, gevels, trapportalen, galerijen, balkons en het onderhoud van lift of de cv.</li>
<li>Vervangen van rioleringen, gas-, water- en elektraleidingen.</li>
</ul>
<p>De verhuurder heeft immers tot taak gebreken te voorkomen en te verhelpen. De kosten die daarmee gemoeid zijn, moet de verhuurder bekostigen uit de lopende huurprijs eventueel vermeerderd met jaarlijkse reguliere huurprijsverhogingen.</p>
<p>Een voorbeeld: Het plaatsen van dubbel glas kwalificeert als een woningverbetering als gevolg waarvan het mogelijk is de huurprijs te verhogen. Het komt alleen vaak voor dat gelijktijdig ook de kozijnen worden vervangen. Normaal komt het onderhoud van kozijnen voor rekening van de verhuurder. Dit onderhoudt wordt, door vervanging van de kozijnen, uitgespaard. Onder die omstandigheden is het niet mogelijk alle kosten van de vervanging van de kozijnen mee te nemen in de huurverhoging. De weging van de kosten en de vertaling daarvan in de huurverhoging zorgt vaak voor discussie. Het moment waarop deze discussie doorgaans ontstaat (na vervanging) zorgt vaak voor extra complicaties. Doorgaans is dit namelijk op het moment dat de kozijnen al zijn vervangen, de kosten al zijn gemaakt en de staat van het onderhoud van de kozijnen niet meer valt vast te stellen.</p>
<h2>Huurverhoging na renovatie sociale huurwoning</h2>
<p>Voor het verhogen van de huurprijs na renovatie van een sociale huurwoning gelden uiteraard de hierboven genoemde vereisten. Een aanvullende eis voor sociale huurwoningen is dat de sociale huurwoning na de renovatie meer punten krijgt op basis van het puntensysteem dat geldt voor sociale huurwoningen.</p>
<h2>Huurverhoging na renovatie vrije sectorwoning</h2>
<p>Voor vrije sectorwoningen geldt het puntensysteem (dat voor sociale huurwoningen geldt) niet. De huurverhoging bij vrije sectorwoningen moet in redelijke verhouding staan tot de kosten die de verhuurder heeft gemaakt voor de nieuwe, toegevoegde voorzieningen. Dit dient specifiek per geval beoordeeld te worden. Uiteraard kunt u voor meer informatie vrijblijvend contact met ons opnemen.</p>
<h2>Toetsing huurprijsverhoging</h2>
<p>Op grond van<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=5&amp;paragraaf=Onderafdeling_2&amp;sub-paragraaf=1&amp;artikel=255&amp;z=2018-09-19&amp;g=2018-09-19" target="_blank" rel="noopener"> artikel 7:255 BW</a> hebben huurders het recht om een voorafgaand aan de renovatie met de verhuurder overeengekomen huurverhoging, achteraf te laten toetsen door de Huurcommissie of de Kantonrechter.</p>
<p>Zelfs met voorafgaande toestemming tot renovatie kan de huurprijswijziging achteraf dus getoetst worden en wellicht daardoor niet doorgevoerd worden. Het valt daarom aan te bevelen om u vooraf goed te laten informeren. Het valt daarbij aan te bevelen om voorafgaande aan de voorgenomen renovatie in ieder geval instemming te krijgen over de huurprijsverhoging, maar ook over de onderliggende berekening van de kosten. Welke kosten vallen onder onderhoud en welke kosten worden toegeschreven aan de verbetering? Dit geeft de Kantonrechter of de Huurcommissie meer houvast en vergroot de kans dat de gemaakte afspraken in stand worden gehouden.</p>
<h2>Advocaat huurrecht</h2>
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/huurrecht-advocaat-hilversum/">huurrecht</a> en adviseert u graag over kwesties rondom huurverhoging na renovatie. Indien het tot een procedure mocht komen, kunnen wij u hierin uiteraard ook bijstaan. Wij beschikken over een geruime proceservaring. Neem gerust vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op voor meer informatie.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het indienen van een tegenvordering in een juridische procedure</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/het-indienen-van-een-tegenvordering/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 14:50:32 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3438</guid>

					<description><![CDATA[Zowel ondernemers als particulieren krijgen ermee te maken. De ene partij meent een claim te hebben ten opzichte van de...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Zowel ondernemers als particulieren krijgen ermee te maken. De ene partij meent een claim te hebben ten opzichte van de andere partij. Wanneer partijen daar onderling niet uitkomen, kan een gerechtelijke procedure worden gestart. Het is als gedaagde partij echter ook mogelijk om in diezelfde procedure een tegenvordering in te dienen. Dit is een zogenoemde eis in reconventie. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a> en kan u adviseren over de mogelijkheden en de haalbaarheid van een eventuele eis in reconventie.</p>
<h2>Eis in reconventie</h2>
<p>Een gerechtelijke procedure wordt aanhangig gemaakt door het uitbrengen van een dagvaarding. Daarin staat de eis van de eisende partij vermeld. De gedaagde partij kan daarop reageren door het indienen van een conclusie van antwoord bij de rechtbank. Dit volgt uit het beginsel van hoor en wederhoor. SVZ advocaten kan u hierin bijstaan.</p>
<p>Als u echter meent dat u een tegenvordering op diezelfde wederpartij heeft, kunt u in de conclusie van antwoord een tegeneis oftewel een eis in reconventie opnemen. Hierin moet feitelijk en juridisch onderbouwd worden wat deze tegenvordering inhoudt. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden en de juridische haalbaarheid in uw specifieke geval.</p>
<h2>Voordelen indienen tegenvordering: besparing van kosten</h2>
<p>Het indienen van een tegenvordering in een door uw wederpartij aanhangig gemaakte procedure heeft een aantal voordelen. U hoeft in dat geval geen nieuwe procedure te starten, hetgeen veel tijd en kosten scheelt. Denk bijvoorbeeld aan deurwaarderskosten en het aan de rechtbank verschuldigde griffierecht.</p>
<h2>Voordelen indienen tegenvordering: beroep op verrekening</h2>
<p>Daarnaast behandelt de rechter de claims gelijktijdig, waardoor u over beide geschillen/punten een uitspraak krijgt. Dit kan voor u interessant zijn wanneer de rechter bijvoorbeeld uw wederpartij in conventie gelijk geeft en u veroordeelt tot betaling van een geldsom. Wanneer u vervolgens gelijk krijgt met betrekking tot uw eis in reconventie en uw wederpartij door de rechter veroordeeld wordt tot betaling van een geldbedrag aan u, kunt u een beroep doen op verrekening. Wij bespreken graag de mogelijkheden met u.</p>
<h2>Voordelen indienen tegenvordering: schikking</h2>
<p>Indien beide partijen over en weer vorderingen hebben, kan dit ertoe leiden dat zij eerder geneigd zijn om een minnelijke regeling te treffen. Procederen kost immers tijd en geld. Het indienen van een goed onderbouwde tegeneis kan ervoor zorgen dat partijen eerder tot een minnelijke regeling zullen komen. Een goede procesadvocaat kan hierin een belangrijke rol spelen.</p>
<h2>Tegenvordering in kort geding</h2>
<p>Ook in een <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Tweede&amp;afdeling=Veertiende&amp;artikel=254&amp;z=2021-04-01&amp;g=2021-04-01" target="_blank" rel="noopener">kort geding</a> procedure is het mogelijk om een tegeneis in te dienen. Een kort geding procedure kan uitkomst bieden bij een geschil waarbij niet op de uitkomst van een (langdurige) bodemprocedure kan worden gewacht. Het betreft een voorlopige voorziening.</p>
<p>Vereiste voor het indienen van een eis in reconventie in een kortgeding procedure is wel dat deze tegeneis uiterlijk 24 uur voor de zitting wordt ingediend bij de rechtbank en kenbaar wordt gemaakt aan de wederpartij. Gebeurt dit niet tijdig, dan zal de tegeneis niet in behandeling worden genomen. SVZ advocaten heeft veel ervaring met het voeren van kortgeding procedures en kan u nader informeren over de mogelijkheden.</p>
<h2>Vonnis</h2>
<p>Aangezien er sprake is van één procedure waarin twee eisen worden behandeld, doet de rechter uitspraak in één vonnis. Indien u het niet eens bent met het vonnis, kunt u hiertegen in hoger beroep gaan.</p>
<h2>Advocaat procesrecht: eis in reconventie</h2>
<p>Het is in een gerechtelijke procedure van belang u voorafgaand aan en tijdens de procedure goed te laten adviseren en bijstaan door een gespecialiseerde procesadvocaat. SVZ advocaten beschikt over veel proceservaring en heeft daarnaast specialisten op de diverse rechtsgebieden in huis. Neem gerust vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> met ons op voor meer informatie.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Gebreken aan zakelijke huurruimte: wie is verplicht tot herstel?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/gebreken-aan-zakelijke-huurruimte/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 20 May 2021 12:49:43 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3409</guid>

					<description><![CDATA[Indien er een bedrijfsruimte wordt gehuurd en deze bedrijfsruimte een gebrek vertoont, kunnen er geschillen optreden tussen huurder en verhuurder...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Indien er een bedrijfsruimte wordt gehuurd en deze bedrijfsruimte een gebrek vertoont, kunnen er geschillen optreden tussen huurder en verhuurder over de vraag wie aansprakelijk is voor de (herstel)kosten. In welke gevallen moet de huurder de kosten betalen en in welke gevallen komt dit voor rekening van de verhuurder? In dit artikel zullen wij u hierover meer inzicht geven.</p>
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a>. Wij staan zowel de huurders als verhuurders bij in geschillen rondom gebreken aan huurruimte.</p>
<h2><u>Wat is een gebrek bij zakelijke huurruimte?</u></h2>
<p><a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=2&amp;artikel=204&amp;z=2012-01-01&amp;g=2011-04-30" target="_blank" rel="noopener">Artikel 7:204 BW</a> noemt de volgende definitie van een gebrek:</p>
<p>“<em>Een gebrek is een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft</em>.”</p>
<p>Het komt er dus eigenlijk op neer dat de huurder niet het genot van de bedrijfsruimte welk genot hij (I) wel had verwacht bij het aangaan van de overeenkomst en (II) welk genot hij ook mocht verwachten van een goed onderhouden zaak.</p>
<p>Bij een gebrek kunt u onder andere denken aan ongedierteplagen, storingen in nutsvoorzieningen zoals warm water en beschadigingen van het gehuurde door externe oorzaken zoals inbraken en storm. Ook kan gedacht worden aan een slecht binnenklimaat in de bedrijfsruimte of veranderingen in overheidsvoorschriften die de aanwezigheid van vergunningen en/of veranderingen aan de bedrijfsruimte noodzakelijk maken.</p>
<h2><u>Welke gebreken komen voor rekening van de verhuurder bij zakelijke huurruimte?</u></h2>
<p>Indien een gebrek zich voordoet, heeft de verhuurder in beginsel een herstelplicht. De verhuurder moet gebreken verhelpen indien de huurder dit verlangt. Indien de huurder kenbaar heeft gemaakt dat er sprake is van een gebrek, ontstaat de verplichting voor verhuurder om dit te verhelpen. Onderneemt verhuurder geen stappen om het gebrek te herstellen? Dan kan de verhuurder aansprakelijk worden gesteld.</p>
<p>Dit wil verhuurder natuurlijk te allen tijde voorkomen. Indien u als verhuurder twijfelt of u een gebrek moet herstellen, kunt u advies inwinnen of het gestelde gebrek door u moet worden hersteld. SVZ advocaten beschikt over deze expertise en kan hierover een advies opstellen wat aansluit bij uw situatie.</p>
<h2><u>Welke gebreken komen voor rekening van de huurder?</u></h2>
<p>De verhuurder hoeft echter niet in alle gevallen tot herstel van het gebrek over te gaan. Er bestaan namelijk uitzonderingsgevallen waarin het herstellen van het gebrek voor rekening van de huurder komt. Hieronder wordt een opsomming gegeven:</p>
<ol>
<li>De verhuurder hoeft het gebrek niet te herstellen indien dat onmogelijk is;</li>
<li>De verhuurder hoeft het gebrek niet te herstellen wanneer dit uitgaven vereist die redelijkerwijs niet van de verhuurder gevergd kunnen worden;</li>
<li>In de gevallen waarin het gebrek aan de huurder is toe te rekenen/indien het gaat om een gebrek waarvoor de huurder jegens de verhuurder aansprakelijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de huurder bepaalde beschadigingen heeft veroorzaakt;</li>
<li>De huurder is daarnaast zelfstandig verplicht om kleine herstellingen te doen aan het gehuurde, waarvoor het niet noodzakelijk is om de verhuurder te raadplegen. Het gaat dan om zulke kleine herstellingen, die een gemiddeld handig huurder op een eenvoudige en niet kostbare wijze kan herstellen.</li>
<li>Tot slot heeft de verhuurder geen herstelplicht wanneer partijen hebben afgesproken dat er geen sprake is van een gebrek. Een dergelijke afspraak kan bijvoorbeeld in de huurovereenkomst en/of algemene voorwaarden zijn opgenomen.</li>
</ol>
<h2><u>Zakelijke huurruimte: definitie van gebrek opnemen in algemene voorwaarden</u></h2>
<p>Let op: deze wettelijke bepaling omtrent gebreken is niet van dwingend recht. Dit betekent dat partijen, in geval van bedrijfsruimte, de mogelijkheid hebben om van deze bepaling af te wijken en dat zij dus in de huurovereenkomst en/of algemene voorwaarden andere afspraken mogen opnemen.</p>
<p>Huurder en verhuurder kunnen overeenkomen wat zij wel en niet verstaan onder een ‘gebrek’. Het is daarom van belang om een specialist in te schakelen die uw huurovereenkomst goed kan analyseren of er een dergelijke afwijking is opgenomen. Elke huurovereenkomst is immers anders. Ook bij het <a href="https://svz-advocaten.nl/huurrecht/totstandkoming-van-een-huurovereenkomst/">tot stand komen van de huurovereenkomst</a> is het goed om na te denken over uw belangen als huurder dan wel verhuurder. Welke zaken wilt u uitdrukkelijk uitsluiten als gebrek? Laat u hierover (vooraf) goed adviseren.</p>
<h2><u>Welke stappen moeten worden ondernomen indien de verhuurder het gebrek niet herstelt?</u></h2>
<p>Wanneer er een gebrek wordt geconstateerd is de verhuurder in de hoofdregel verplicht om dit gebrek te verhelpen, behalve in de gevallen dat het gebrek voor rekening van huurder komt. Als de verhuurder het herstel nalaat, terwijl hem daarvoor een redelijke termijn is gegeven, kan de huurder het gebrek zelf verhelpen of dit door een derden laten doen. De kosten voor de reparatie komen dan alsnog voor rekening van de verhuurder. De huurder zal deze kosten (al dan niet via een gerechtelijke procedure) op de verhuurder kunnen verhalen.</p>
<p>Als huurder is het van belang dat u een gebrek altijd meldt bij uw verhuurder. Indien de huurder dit nalaat, bestaat het risico dat de huurder aansprakelijk is voor de (gevolg) schade die verhuurder lijdt door het in stand laten van het gebrek.</p>
<p>Indien de huurder het gebrek wel heeft gemeld bij de verhuurder, maar de verhuurder onderneemt hierop geen actie en er ontstaat schade, kan de verhuurder aansprakelijk worden gehouden voor deze geleden schade aan de zijde van de huurder.  Denk hierbij bijvoorbeeld aan de beschadiging van uw inventaris en bedrijfsvoorraden bij lekkage of winstderving als gevolg van een noodzakelijke bedrijfssluiting. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het onderbouwen en berekenen van schade. Wij kunnen u hierover nader adviseren.</p>
<h2>Advocaat huurrecht SVZ advocaten</h2>
<p>Kortom, het is van belang dat er stappen worden ondernomen door zowel huurder als verhuurder in de situatie dat er sprake is van een gebrek. Laat de situatie niet voortduren en schakel tijdig een adviseur in die u kan bijstaan in zulke situaties. U kunt hiervoor altijd <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">vrijblijvend contact opnemen met SVZ advocaten.</a> <a href="https://svz-advocaten.nl/huurrecht-advocaat-hilversum/">Een specialist huurrecht</a> en procesrecht kan u dan in het verdere traject begeleiden.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat procedure huurrecht</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/advocaat-procedure-huurrecht/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 30 Apr 2021 08:06:58 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3382</guid>

					<description><![CDATA[In een bodemprocedure bij de kantonrechter kunt u een gerechtelijk oordeel krijgen over een huurconflict. Huurconflicten kunnen veelzijdig zijn. Zo...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In een bodemprocedure bij de kantonrechter kunt u een gerechtelijk oordeel krijgen over een huurconflict. Huurconflicten kunnen veelzijdig zijn. Zo kan er bijvoorbeeld een conflict bestaan over de huurprijs, een huurachterstand, gebreken, onderhuur, de beëindiging van een huurovereenkomst et cetera. In deze gevallen verdient het de voorkeur om in overleg te treden met de huurder/verhuurder. Indien partijen er niet uitkomen, kan het starten van een gerechtelijke procedure onvermijdelijk zijn. Het is van belang u goed te laten adviseren over uw rechtspositie. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a> en het procesrecht en staat u graag bij.</p>
<h2>Wanneer is de kantonrechter bevoegd?</h2>
<p>De wet schrijft voor dat de kantonrechter bevoegd is als het gaat om:</p>
<ul>
<li>Zaken met een belang van maximaal € 25.000;</li>
<li>Zaken aangaande huurovereenkomsten;</li>
<li>Zaken aangaande arbeidsovereenkomsten;</li>
<li>Zaken aangaande consumentenovereenkomsten.</li>
</ul>
<p>In huurgeschillen is de kantonrechter dus op grond van de wet bevoegd om kennis te nemen van het geschil. Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden welke kantonrechter bevoegd is. Dit is in beginsel de rechter uit het arrondissement van de woon/vestigingsplaats van de gedaagde partij. De advocaten van SVZ advocaten zijn gespecialiseerd in het procesrecht en kunnen u hierover adviseren.</p>
<h2>Inhoud dagvaarding huurrecht</h2>
<p>Een <a href="https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Huren/Paginas/Uitgebreide-procedure-huren.aspx" target="_blank" rel="noopener">huurrechtprocedure</a> bij de kantonrechter begint met het uitbrengen van een dagvaarding.</p>
<p>In de dagvaarding staat onder meer:</p>
<ul>
<li>de datum van de betekening van de dagvaarding</li>
<li>uw voornamen, naam, adres en woon- of vestigingsplaats</li>
<li>de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder</li>
<li>de naam en de woonplaats van de andere partij</li>
<li>wat uw vordering is en de gronden waarop uw vordering is gebaseerd (eis en gronden)</li>
<li>welke bewijzen u heeft voor uw standpunt(en)</li>
<li>locatie/bevoegde kantonrechter</li>
<li>de datum en tijd van de zitting waarop de kantonrechter de zaak behandelt (rolzitting)</li>
<li>naam en adres van uw eventuele advocaat of andere gemachtigde</li>
</ul>
<p>De dagvaarding moet vervolgens door de deurwaarder worden betekend aan de wederpartij. De betekende dagvaarding dient vervolgens aan de rechtbank te worden gezonden (aanbrengen van de dagvaarding). Dit moet tijdig gebeuren, namelijk uiterlijk vóór de in de dagvaarding opgenomen roldatum. De gedaagde partij dient zich vóór de in de dagvaarding opgenomen datum bij de rechtbank bekend te maken (stellen). Op de in de dagvaarding opgenomen datum hoeven partijen dus nog niet voor de rechter te verschijnen.</p>
<h2>Verweer voeren tegen dagvaarding huurrecht</h2>
<p>De gedaagde partij in een huurrechtprocedure krijgt vervolgens een termijn (van in beginsel 4 weken) om verweer te voeren door een conclusie van antwoord in te dienen. In beginsel kan de gedaagde partij één keer uitstel (van 4 weken) verzoeken voor het indienen van de conclusie van antwoord. De vormvereisten bij de kantonrechter, en dus in huurrechtprocedures, zijn minder streng. Over het algemeen kan een brief met bijlagen worden ingediend waarin het standpunt van de gedaagde partij naar voren komt. De advocaten van SVZ advocaten kunnen u hierin adviseren en bijstaan.</p>
<p>Ook is het mogelijk een tegenvordering in te dienen. Dit wordt een eis in reconventie genoemd. Een eis in reconventie dient aan bepaalde formele eisen te voldoen. SVZ advocaten kan u ook daarover uiteraard nader adviseren.</p>
<h2>Procedure huurrecht: comparitie van partijen</h2>
<p>Nadat partijen hun standpunten via de hiervoor omschreven schriftelijke stukken bekend hebben gemaakt, volgt er een mondelinge ronde. Dit is de comparitie van partijen. De rechter gebruikt de mondelinge behandeling om inlichtingen van partijen te krijgen. U ontvangt hiervoor een schriftelijke uitnodiging van de rechtbank (met daarin de locatie en het tijdstip).</p>
<p>Wilt u zich tijdens de zitting beroepen op nieuwe schriftelijke informatie? Dan dient u deze stukken naar de kantonrechter en naar de tegenpartij te sturen. Deze stukken moeten minimaal 1 week voor de zitting binnen zijn.</p>
<p>Het is niet verplicht aanwezig te zijn tijdens de zitting. Wij adviseren u echter wel naar de mondelinge handeling te gaan. Zo kunt u vragen van de rechter beantwoorden en uw verhaal doen. Indien u niet verschijnt ter zitting, kan dit in u nadeel werken. Wij adviseren u tevens om u te laten bijstaan door een gespecialiseerde advocaat huurrecht.</p>
<p>Tijdens de zitting zal de kantonrechter doorgaans ook onderzoeken of een schikking tot de mogelijkheden behoort. Partijen krijgen vaak de gelegenheid om (op de gang) te bespreken of er een minnelijke regeling tot stand kan komen. Wanneer u een gespecialiseerde advocaat meeneemt naar de zitting, kan deze u adviseren over uw rechtspositie en over het eventueel doen of accepteren van een minnelijk voorstel.</p>
<h2>Procesadvocaat Huurrecht: SVZ advocaten</h2>
<p>In een huurrechtprocedure bij de kantonrechter kun u in persoon of bij gemachtigde procederen. U hoeft zich niet te laten bijstaan door een advocaat. Bij het opstellen van de processtukken, het voeren van verweer, het pleiten ter zitting en het treffen van een schikking, verdient het echter wel de voorkeur om u te laten adviseren en bijstaan door een gespecialiseerde advocaat huurrecht.</p>
<p>Wilt u een huurrechtprocedure starten? Of bent u gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen in verband met een geschil binnen het <a href="https://svz-advocaten.nl/huurrecht-advocaat-hilversum/">huurrecht</a>? Neem dan gerust<a href="https://svz-advocaten.nl/contact/"> vrijblijvend contact op met SVZ advocaten</a> om de mogelijkheden te bespreken.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wanneer kunt u wettelijke rente of wettelijke handelsrente claimen?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/wettelijke-handelsrente/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 06 Apr 2021 14:05:05 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3348</guid>

					<description><![CDATA[Indien er niet (tijdig) aan u als schuldeiser wordt betaald door de schuldenaar of u heeft niet (tijdig) aan uw...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Indien er niet (tijdig) aan u als schuldeiser wordt betaald door de schuldenaar of u heeft niet (tijdig) aan uw schuldeiser betaald, dan kan er aanspraak worden gemaakt op rente. Er bestaan verschillende soorten rente. Er kan sprake zijn van wettelijke rente, wettelijke handelsrente of een vooraf overeengekomen contractuele rente. De rente is bedoeld om de schuldeiser te compenseren voor de schade in de periode waarover hij de betaling nog niet ontving.</p>
<p>SVZ advocaten kan u (als ondernemer) bijstaan bij het incasseren van vorderingen met daarbovenop de wettelijke (handels)rente en incassokosten.</p>
<h2><strong>Wanneer is wettelijke rente verschuldigd?</strong></h2>
<p>De wettelijke rente (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=11&amp;artikel=119&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:119 BW</a>) is de ‘gewone’ rente en is van toepassing op niet-handelstransacties. Dit zijn veelal  overeenkomsten met particulieren of consumenten. Wettelijke rente kan worden gevorderd over de periode waarover de schuldenaar zijn verplichting tot betaling niet nakwam. Als er in de overeenkomst al een uiterste betalingsdatum was overeengekomen, is de schuldenaar vanaf dat moment in verzuim en geldt de periode tussen deze datum en het moment van nakomen voor de berekening van de wettelijke rente. Ook is sprake van verzuim vanaf het moment dat schuldenaar aan zijn schuldeiser heeft medegedeeld dat hij niet kan nakomen of zal nakomen.</p>
<p>Er kan ook middels een ingebrekestelling een redelijke termijn worden gegeven, indien deze niet uit de overeenkomst blijkt. De duur van de redelijke termijn hangt af van de omstandigheden van het geval. Hierbij kunnen onder andere de branche of de hoogte van het verschuldigde bedrag relevant zijn. Wanneer er na het verstrijken van de redelijke termijn niet wordt nagekomen, is sprake van verzuim en kan ook de wettelijke rente vanaf dat moment worden gevorderd.</p>
<p>De tekortkoming moet wel aan de schuldenaar toe te rekenen zijn. Er mag dus geen sprake zijn van bijvoorbeeld overmacht.</p>
<p>Om aanspraak te kunnen maken op de wettelijke rente hoeft er niet te worden bewezen dat sprake is van schade. Enkel het vaststellen van het verzuim is voldoende om hier aanspraak op te kunnen maken.</p>
<p>Wettelijke rente wordt vastgesteld bij Algemene Maatregel van Bestuur en bedraagt op dit moment 2%. Het is bij overeenkomst mogelijk om een hoger percentage vast te stellen. Indien een lager percentage wordt overeengekomen, geldt alsnog het percentage van 2%.</p>
<h3><u>Wanprestatie en de onrechtmatige daad</u></h3>
<p>Stel dat er sprake is van een schadevergoeding uit onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) of uit wanprestatie (artikel 6:74 BW), dan is er voor deze geldvordering uit schadevergoeding direct sprake van verzuim (artikel 6:83 onder b BW). Er is sprake van wanprestatie wanneer een van de partijen zijn verplichting (zijn gedeelte van de overeenkomst) niet of gedeeltelijk niet nakomt. Men spreekt van een onrechtmatige daad op het moment dat een van de partijen handelt of iets nalaat in strijd met een wettelijke verplichting of maatschappelijke norm.</p>
<p>Op het moment dat de vordering tot schadevergoeding niet direct wordt voldaan, is deze opeisbaar en is ook de wettelijke rente verschuldigd. Er hoeft dan geen ingebrekestelling te worden verstuurd.</p>
<h3><u>Onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking</u></h3>
<p>Wanneer u bijvoorbeeld twee keer dezelfde rekening heeft betaald of wanneer u een rekening heeft betaald en vervolgens de overeenkomst wordt ontbonden of wordt vernietigd, dan is er onverschuldigd betaald en is de ontvanger verplicht dit bedrag terug te betalen aan u (artikel 6:203 BW). Wanneer de ontvanger wist dat u dit bedrag ten onrechte betaalde en het niet (direct) heeft terugbetaald of wanneer hij in gebreke is gesteld, dan is er sprake van verzuim. Op dat moment is de wettelijke rente verschuldigd.</p>
<p>Er kan ook sprake zijn van een ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). Iemand is dan ten koste van een ander ongerechtvaardigd verrijkt en is in verzuim indien hij de schade die de ander lijdt, niet heeft vergoed, nadat hij in gebreke is gesteld en nalaat binnen de gestelde termijn te betalen. Er kan dan wettelijke rente bovenop de schadevergoeding worden gevorderd.</p>
<h2><strong>Wanneer kunt u wettelijke handelsrente claimen</strong></h2>
<p>De wettelijke handelsrente (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=11&amp;artikel=119a&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:119a BW</a>) is bedoeld als schadevergoeding bij het niet nakomen van handelstransacties. Dit betreft een implementatie van de Europese richtlijn 2000/35. Er is naar opvatting van het Hof van Justitie van de Europese Unie (15 december 2016) sprake van een handelstransactie wanneer er een overeenkomst tot het leveren van goederen of diensten bestaat tegen betaling. Deze overeenkomst geldt tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties. Een onderneming is naar opvatting van het Hof een organisatie welke handelt in het kader van haar zelfstandige beroepsmatige of economische activiteit. Dit betekent dat er sprake moet zijn één of meerdere personen die gestructureerd en duurzaam handelen onder een handelsnaam.</p>
<p>Ook bij wettelijke handelsrente moet er sprake zijn van een uiterste betaaldatum of geldt de termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur of de prestatie, dan wel na aanvaarding van de prestatie. De prestatie dient wel binnen uiterlijk 30 dagen na ontvangst te zijn aanvaard. Het is voor partijen ook mogelijk om onder voorwaarden de termijn te verlengen tot wel 60 dagen of meer. Er wordt ook hier gekeken naar de omstandigheden van het geval (artikel 6:119a lid 5 BW).</p>
<p>Wanneer een schuldeiser zelf nog verschuldigd is om zijn prestatie te leveren en er niet is betaald, dan is er geen wettelijke handelsrente verschuldigd. Stel X dient per 1 maart een vrachtwagen te leveren en Y dient dan op 1 april te hebben betaald, maar X levert niet tijdig, dan is X zelf (ook) in verzuim. Indien er niet wordt betaald door Y dan kan er door X geen wettelijke handelsrente worden verhaald.</p>
<p>Daarnaast is ook hierbij het bewijs van de schade niet vereist om de wettelijke handelsrente te vorderen en dient het niet nakomen toegerekend te kunnen worden aan de schuldenaar.</p>
<p>De wettelijke handelsrente is door de regering vastgesteld op 8% (per 1 januari 2020), maar hier kan bij overeenkomst van worden afgeweken. De wettelijke handelsrente is dus veel hoger dan de wettelijke rente.</p>
<h2><strong>Advocaat vorderen wettelijke rente</strong></h2>
<p>Mocht u vragen hebben of twijfelt u of u wettelijke (handels)rente kunt vorderen, <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">neem dan gerust contact op met SVZ Advocaten</a>. Wij staan voor u klaar voor deskundig advies en staan u graag bij in een eventuele procedure.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Rechten en plichten bij onderhuur bedrijfsruimte</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/onderhuur-bedrijfsruimte/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 18 Mar 2021 10:27:21 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3293</guid>

					<description><![CDATA[Een ondernemer die een bedrijfsruimte, kantoorruimte of winkelruimte huurt, kan de wens hebben om het gehuurde te onderverhuren aan een...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een ondernemer die een bedrijfsruimte, kantoorruimte of winkelruimte huurt, kan de wens hebben om het gehuurde te onderverhuren aan een derde. Zo kan de ruimte bijvoorbeeld te groot zijn of wordt de ruimte op andere wijze niet optimaal benut. Het kan dan wenselijk zijn om de bedrijfsruimte te onderverhuren. Onder onderverhuur wordt verstaan het door de hoofdhuurder sluiten van een huurovereenkomst met een derde, de onderhuurder. De vraag is of dit zomaar kan. De huurovereenkomst speelt hierbij een prominente rol. Onderverhuur is namelijk in beginsel toegestaan, tenzij er in de huurovereenkomst iets anders over wordt bepaald. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a> en kan u hierover adviseren.</p>
<h2>Hoofdregel en uitzondering onderhuur</h2>
<p>Ondanks het feit dat er twee soorten bedrijfsruimten zijn (de zogenaamde 290-bedrijfsruimte en de 230a-bedrijfsruimte), geldt<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=3&amp;artikel=221&amp;z=2016-04-01&amp;g=2016-04-01" target="_blank" rel="noopener"> artikel 7:221 BW</a> voor beide soorten bedrijfsruimten als het gaat om onderhuur. In dit artikel staat dat het in gebruik geven van een gehuurde bedrijfsruimte in beginsel mag. Uitzondering hierop is indien de huurder moet aannemen dat de verhuurder tegen de onderhuur redelijke bezwaren heeft. Hierbij gaat het erom wat de huurder moest aannemen op het tijdstip van het aangaan van onderhuur. Bezwaren van de verhuurder kunnen de onderhuur zelf betreffen of de persoon van de onderhuurder. Voorbeelden hiervan zijn het type object dat verhuurd wordt, de aanwezigheid van bijzondere afspraken die aan de persoon of het bedrijf van de hoofdhuurder zijn verbonden, de persoon van de onderhuurder en een verhoogd risico voor schade aan de gehuurde zaak.</p>
<h2>Onderhuur in de huurovereenkomst</h2>
<p>Artikel 7:221 BW is echter van regelend recht. Partijen kunnen hier dus contractueel van afwijken en dat gebeurt bijna altijd. De verhuurder heeft natuurlijk graag zicht op degene die zijn pand huurt en/of onderhuurt. In de praktijk worden in veel huurovereenkomsten bepalingen opgenomen waarin staat dat het verboden is om het gehuurde te onderverhuren, behoudens schriftelijke toestemming van de verhuurder. De verhuurder heeft in beginsel dus de bevoegdheid de onderverhuur te weigeren.</p>
<p>Als er in het huurcontract ook een bestemmingsbepaling is opgenomen en dit wordt overtreden, dan is de weigering legitiem. Indien het gehuurde bijvoorbeeld alleen mag worden gebruikt als bakkerij, dan mag de verhuurder onderverhuur weigeren als de onderhuurder een café wil exploiteren. Weigering van onderhuur wordt anders als dit misbruik van recht oplevert of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.</p>
<h2>Toestemming voor onderhuur</h2>
<p>Indien de huurder wel toestemming krijgt van de verhuurder voor onderverhuur, dan draagt de huurder zorg voor een huurovereenkomst met de onderhuurder. De huurovereenkomst voor onderhuur staat namelijk los van de hoofdhuurovereenkomst. De hoofdverhuurder heeft geen contractuele relatie met de onderhuurder. Het is belangrijk om bepaalde punten in de onderhuurovereenkomst gelijk te houden aan de hoofdovereenkomst. Hierbij kunt u denken aan de huurtermijn, de betalingstermijnen, de opzegtermijnen en het gebruik van het gehuurde.</p>
<p>Ook is het van belang om duidelijke afspraken te maken over het onderhoud, het herstel en eventuele verbouwingen. De hoofdhuurder is namelijk aansprakelijk voor de nakoming van alle verplichtingen aan de verhuurder. Onze huurrechtspecialist bij SVZ advocaten kan u adviseren over de huurovereenkomst en u bijstaan bij het opstellen ervan.</p>
<h2>Weigering toestemming onderverhuur</h2>
<p>Als de huurder van een bedrijfsruimte ondanks het feit dat de verhuurder weigert in te stemmen met onderhuur, toch een onderhuurovereenkomst aangaat met een derde partij, dan kan de verhuurder een sommatiebrief sturen aan de huurder met het verzoek een einde te maken aan de onderhuur. Voldoet de huurder niet aan dit verzoek, dan gedraagt hij zich niet als een ‘goed huurder’. Als huurder overtreedt hij dan niet alleen het onderhuurverbod, maar handelt hij ook nog eens in strijd met de wet (artikel 7:213 BW). Dit levert de verhuurder gegronde redenen op om de huurovereenkomst in zijn geheel te ontbinden.</p>
<h2>Einde hoofdovereenkomst</h2>
<p>Door de onderhuur zijn twee huurovereenkomsten ontstaan, de hoofdhuur- en de onderhuurovereenkomst. De vraag is wat er met de onderhuur gebeurt als de hoofdhuurovereenkomst eindigt. In dit geval moet er wel een onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten bedrijfsruimtes.</p>
<h3>Artikel 290-bedrijfsruimte</h3>
<p>Bij artikel 290-bedrijfsruimte gaat het om panden die met namen voor midden- en kleinbedrijf worden gebruikt, zoals winkels en horecagelegenheden. In beginsel is het zo dat de onderhuur tegelijk met de hoofdhuur wordt beëindigd. De rechter bepaalt de datum van de beëindiging. Verzuimt de onderverhuurder voor de belangen van de onderhuurder op te komen, óf informeert deze hem onvoldoende, dan is de onderverhuurder verplicht de schade die de onderhuurder lijdt, te vergoeden. Let wel, dit geldt alleen bij bevoegde onderverhuur en wanneer de rechter de hoofdhuurovereenkomst beëindigt van een artikel 290-bedrijfsruimte. In alle overige situaties zal er onderhandeld moeten worden tussen de verschillende partijen om tot een passende oplossing te komen. De praktijk leert dat de onderhuurder het pand toch moet verlaten. De onderverhuurder kan het pand namelijk niet meer ter beschikking stellen nu de hoofdhuurovereenkomst niet meer geldt.</p>
<h3>Artikel 230a-bedrijfsruimte</h3>
<p>Onder dit regime bedrijfsruimte vallen voornamelijk kantoor- en fabrieksruimtes. In de wet zijn geen bepalingen opgenomen die bepalen wat de gevolgen zijn als de hoofdhuurovereenkomst wordt beëindigd. Hier geldt voornamelijk de logica die in de literatuur gehanteerd wordt: je kunt niet iets ter beschikking stellen, wat je niet meer hebt. Met andere woorden, de huurder die geen gebruik meer kan maken van de bedrijfsruimte omdat hij geen huurovereenkomst meer heeft, kan niet rechtsgeldig de bedrijfsruimte onderverhuren. De onderhuurder verblijft dan namelijk zonder recht of titel in het gebouw. Kortom, eindigt de hoofdhuurovereenkomst, dan eindigt ook de onderhuurovereenkomst.</p>
<p>In een rechtelijke procedure wordt bij beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde wel meer aandacht besteed aan de belangen van de onderhuurder. Het kan dus voorkomen dat de onderhuurder in de gehuurde bedrijfsruimte mag blijven zitten, maar wellicht onder andere voorwaarden. Hierover kunnen partijen onderhandelen. De Hoge Raad heeft bepaald dat de onderhuurder na het einde van de hoofdhuur gebruik mag blijven maken van het gehuurde als hij in afwachting is van de uitkomst van de onderhandelingen met de verhuurder voor een nieuwe (hoofd)huurovereenkomst. Hij is dan volgens onze hoogste rechter wel gehouden een gebruiksvergoeding aan de verhuurder te betalen (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ1782" target="_blank" rel="noopener">HR 24 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1782</a>).</p>
<h2>Schadevergoeding bij einde onderverhuur</h2>
<p>In bepaalde gevallen heeft de onderhuurder recht op schadevergoeding. Dit is bijvoorbeeld het geval als:</p>
<ul>
<li>De onderverhuurder hem onvoldoende heeft voorgelicht over de huurtermijn;</li>
<li>De onderverhuurder bij de beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst en de bepaling van het tijdstip voor ontruiming onvoldoende voor de belangen van de onderhuurder heeft gewaakt;</li>
<li>De hoofdverhuurder de huurovereenkomst heeft beëindigd met als reden het pand dringend zelf te moeten gebruiken en het gehuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen, terwijl dat niet het geval is.</li>
</ul>
<p>Als de hoofdverhuurder de huurovereenkomst beëindigd, dan kunnen zowel de huurder als de onderhuurder aanspraak maken op een verhuis- en herinrichtingsvergoeding.</p>
<h2>Advocaat huurrecht nodig?</h2>
<p>Als u als verhuurder, huurder of onder(ver)huurder een geschil heeft met betrekking tot onderhuur, dan staan onze advocaten u graag bij. SVZ advocaten beschikt over de benodigde specialistische kennis en ervaring op het gebied van het huurrecht en procesrecht en kan u  nader adviseren over de te nemen stappen met als doel het geschil tot een positief einde te brengen. Neem voor meer informatie <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">vrijblijvend contact</a> op.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Incasso debiteuren: let op voorwaarden veertiendagenbrief</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/incasso-debiteuren-let-op-voorwaarden-veertiendagenbrief/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 10 Mar 2021 15:55:01 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3235</guid>

					<description><![CDATA[Een ondernemer die consumenten als klant heeft, dient rekening te houden met een aantal regels bij het incasseren van debiteuren....]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een ondernemer die consumenten als klant heeft, dient rekening te houden met een aantal regels bij het incasseren van debiteuren. Allereerst dient de ondernemer de consument een aanmaning te sturen zonder bijkomende kosten. Als de consument dan nog niet heeft betaald, kunt u ook incassokosten vorderen. Dit kan middels de zogenaamde veertiendagenbrief. Hier zijn nog wel een aantal voorwaarden aan verbonden waar goed op moet worden gelet.</p>
<p>Ook kan het voorkomen dat een klant ondernemer is en een openstaande factuur niet heeft betaald. In dat geval gelden minder strenge voorwaarden en kunnen eerder incassokosten in rekening worden gebracht.</p>
<h2><strong>Schuldenaar is consument</strong></h2>
<p>Het versturen van een veertiendagenbrief is verplicht indien u incassokosten wilt vorderen van een consument. Dit is ter bescherming van de consument. Hij moet vooraf gewaarschuwd worden voor de incassokosten zodat hij niet voor onverwacht hoge kosten komt te staan. Deze waarschuwing wordt ook wel de veertiendagenbrief genoemd.</p>
<h2><strong>Termijn van 14 dagen na ontvangst van de brief</strong></h2>
<p>In de brief sommeert u de consument om het openstaande factuurbedrag te voldoen binnen 14 dagen. Let op: deze termijn van 14 dagen gaat pas lopen na ontvangst van de brief door de consument (en dus niet na dagtekening van de brief). Houd hier dus rekening mee. Het is van belang dat u duidelijk aangeeft dat de consument de volle termijn van 14 dagen heeft om alsnog de factuur te betalen. Een bepaling van de volgende strekking is dus niet correct:</p>
<p>“Betaling dienen we uiterlijk binnen 14 dagen na heden/na dagtekening te hebben ontvangen.”</p>
<p>Het is overigens niet zo dat het afwachten van de juiste termijn de foutieve brief kan herstellen. Een volgende brief sturen met een korte, extra betalingstermijn repareert de te korte termijn ook niet. Een onjuiste brief kan alleen hersteld worden door alsnog een juiste veertiendagenbrief te sturen. Dit kan er toe leiden dat in een incassoprocedure door de rechter geen incassokosten worden toegewezen.</p>
<p>Duidelijk en correct is bijvoorbeeld: “Incassokosten worden verschuldigd indien niet is betaald binnen 14 dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd”.</p>
<p>Het moment van ontvangst van de brief door de consument lijkt onduidelijk. U weet per gewone post immers nooit zeker wanneer de brief bezorgd is. Op basis van de jurisprudentie wordt er vanuit gegaan dat de post op de tweede dag na verzending is bezorgd. Zondagen, maandagen en officiële feestdagen worden hierbij uiteraard niet meegerekend.</p>
<p>Het is lastig om te bewijzen wanneer de termijn van 14 dagen is aangevangen. Aangetekende post met bevestiging van ontvangst, levert dit bewijs wel maar kan in verhouding kostbaar zijn. Het is daarom verstandig om de veertiendagenbrief ook per mail te versturen met een ontvangstbevestiging.</p>
<h2><strong>Welke incassokosten mogen in rekening worden gebracht?</strong></h2>
<p>In de 14 dagen brief moet de hoofdsom worden vermeld en het exacte bedrag van incassokosten. Een schatting van de incassokosten of het benoemen dat de consument bij niet tijdige betaling incassokosten is verschuldigd, is niet geldig. In dat geval hoeft de consument geen incassokosten te betalen. De incassokosten kunt u zelf eenvoudig berekenen aan de hand van de wettelijke staffel buitengerechtelijke incassokosten uit de <a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0031432/2012-07-01#Artikel1" target="_blank" rel="noopener">Wet Incassokosten (WIK)</a>.</p>
<table>
<tbody>
<tr>
<td width="151"><strong>Hoofdsom tot en met</strong></td>
<td width="293"><strong>Toepasselijk percentage</strong></td>
<td width="160"><strong>Maximum</strong></td>
</tr>
<tr>
<td width="151">€ 2.500</td>
<td width="293">15% over de hoofdsom</td>
<td width="160">€ 375 (minimaal € 40)</td>
</tr>
<tr>
<td width="151">€ 5.000</td>
<td width="293">€ 375 + 10% over (hoofdsom – € 2.500</td>
<td width="160">€ 625</td>
</tr>
<tr>
<td width="151">€ 10.000</td>
<td width="293">€ 625 + 5% over (hoofdsom – € 5.000)</td>
<td width="160">€ 875</td>
</tr>
<tr>
<td width="151">€ 200.000</td>
<td width="293">€ 875 + 1% over (hoofdsom – € 10.000)</td>
<td width="160">€ 2.775</td>
</tr>
<tr>
<td width="151">Boven de € 200.000</td>
<td width="293">€ 2.775 + 0,5% over (hoofdsom – € 200.000)</td>
<td width="160">€ 6.775</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>In bepaalde gevallen mag over de incassokosten btw berekend worden. De btw mag alleen in rekening worden gebracht als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</p>
<ol>
<li>De schuldeiser heeft de vordering uit handen gegeven; en</li>
<li>De schuldeiser is niet btw-plichtig en kan de verschuldigde btw aan het incassobureau of deurwaarder niet verrekenen.</li>
</ol>
<p>Als de schuldeiser een verhuurder, bank, verzekeringsmaatschappij, een medisch beroep heeft, een onderwijsinstelling is of als het de overheid betreft, dan mag er wel btw berekend worden aangezien.</p>
<p>Neem contact op met SVZ advocaten om uw debiteurenbeheer te professionaliseren. Zo kunnen wij de door u gebruikte brieven controleren en kunnen we u bijstaan indien het aankomt op het starten van een procedure bij de kantonrechter of rechtbank.</p>
<h2><strong>Vordering incasseren op bedrijf/onderneming</strong></h2>
<p>De veertiendagenbrief geldt niet als harde eis voor bedrijven die niet of te laat betalen. In <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=10&amp;artikel=96&amp;z=2017-03-10&amp;g=2017-03-10" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:96 lid 4 BW</a> is namelijk geregeld dat buitengerechtelijke incassokosten direct zijn verschuldigd vanaf de dag nadat de betalingstermijn van de factuur is verlopen en deze niet is betaald. De praktijk leert dat geen enkele crediteur deze bepaling daadwerkelijk zo nauw neemt. Vaak wordt alsnog een veertiendagenbrief verstuurd.</p>
<p>Er is wel een uitzondering op deze regel, namelijk de ‘reflexwerking’. Dit houdt in dat zeer kleine ondernemers, zoals eenmanszaken, onder bepaalde omstandigheden kunnen worden beschouwd als consumenten. De kleine ondernemers kunnen een beroep doen op de bescherming die de veertiendagenbrief aan consumenten biedt. In dat geval dient er wel een veertiendagenbrief te worden verstuurd om de buitengerechtelijke incassokosten te vorderen. Wij adviseren daarom om ook aan kleine ondernemers een veertiendagen brief te versturen.</p>
<p>Voor zakelijke klanten bent u dus niet gebonden aan de Wet Incassokosten (WIK) zoals bij consumenten. U mag ook meer incassokosten berekenen dan wettelijk is aangegeven. Voorwaarde hiervoor is dat dit duidelijk is overeengekomen tussen u en de andere onderneming. Bovendien moet het bedrag ook redelijk zijn. Als het bedrag niet redelijk is, of als er niets over is afgesproken, dan gelden automatisch de regels van de WIK. <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">SVZ advocaten</a> kan u bijstaan bij het opstellen van goede overeenkomsten, algemene voorwaarden waarin afspraken zijn vastgelegd over betalingstermijnen en incassokosten. Indien het aankomt op een de incasso kunnen wij u bijstaan en adviseren.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Voorwaarden huurverhoging bedrijfsruimte</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/huurverhoging-bedrijfsruimte/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 01 Mar 2021 13:50:56 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3065</guid>

					<description><![CDATA[In dit artikel wordt ingegaan op de wettelijke mogelijkheden om de huurprijs te verhogen tijdens of na de duur van...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In dit artikel wordt ingegaan op de wettelijke mogelijkheden om de huurprijs te verhogen tijdens of na de duur van de huurovereenkomst De wet kent twee soorten bedrijfsruimtes: de bedrijfsruimte (artikel 7:290 BW) en de overige bedrijfsruimte (artikel 7:230a BW). Voor beide varianten zijn er verschillende regels met betrekking tot huurverhoging. Heeft u als verhuurder belang bij huurverhoging  van een bedrijfsruimte of overige bedrijfsruimte? Of wilt u als huurder juist verweer voeren tegen de huurverhoging? Dan kunnen wij u aan de hand van uw specifieke situatie adviseren over de mogelijkheden. Neem voor een vrijblijvende bespreking contact met mr. Gerrits via <a href="mailto:il**@***********en.nl" data-original-string="IiefvKlLgdA73uEU8YOmmw==189z8w/1EmsSQbMXktkJ0wHvSVsCO6+wg5t7xD7bLNLE4U=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='qTmBGr4v1gOzTkpRS0dekw==189vf5FIRhF8xFIhB97T7PTNADQadnlDTzraTJVzEMgRCk='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>il<span class="apbct-blur">**</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a></p>
<h2><strong>Bedrijfsruimte of overige bedrijfsruimte?</strong></h2>
<p>In artikel 7:290 BW is de wettelijke regeling met betrekking tot de bedrijfsruimte opgenomen. Onder deze categorie vallen verhuurde ruimtes die voor het publiek toegankelijk zijn en verkooppunten hebben. Hierbij moet gedacht worden aan met name winkels, ambachten en horeca.</p>
<p>In artikel 7:230a BW is de wettelijke regeling met betrekking tot de overige bedrijfsruimte opgenomen. Hier gaat het om verhuurde ruimtes die niet vallen onder woonruimte in de zin van artikel 7:233 BW en ook niet onder bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. Gedacht moet worden aan onder andere kantoren, banken, opslagplaatsen, fabrieken, magazijnen, etalages, clublokalen, praktijkruimten van beroepsbeoefenaren (zoals artsen, notarissen en advocaten) en garages.</p>
<p>De aanduiding in een huurovereenkomst of het om een bedrijfsruimte of overige bedrijfsruimte gaat, is niet bepalend; de rechter zal kijken naar de feitelijke omstandigheden. Zo heeft de rechtbank Amsterdam in een <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:1942" target="_blank" rel="noopener">uitspraak van 2 maart 2017</a> bijvoorbeeld bepaald dat het om een bedrijfsruimte ging in zin van artikel 7:290 BW, terwijl in de huurovereenkomst was opgenomen dat het om een overige bedrijfsruimte ging in de zin van artikel 7:230a BW.</p>
<p>De reden dat er onderscheid is gemaakt in het type bedrijfsruimte, is dat bedrijfsruimtes onder artikel 7:290 BW vaak afhankelijk zijn van de vestigingsplaats en van investeringen die daaraan gekoppeld zijn. Daarom is er wettelijk voor deze categorie meer zekerheid voor de huurder gecreëerd.</p>
<h2><strong>Voorwaarden huurverhoging bedrijfsruimte</strong></h2>
<p>Bij de bedrijfsruimte is het vrijwel standaard dat er een huurperiode van 2 x 5 jaar wordt overeengekomen. Partijen bepalen de huurprijs voor de eerste periode bij het sluiten van de overeenkomst. Hierbij geldt contractvrijheid en partijen kunnen dan ook vrij beslissen over de huurprijs. Een wijziging van de huurprijs kan op verzoek van zowel de huurder als de verhuurder, op een aantal momenten plaatsvinden:</p>
<ul>
<li>wanneer de eerste periode is verstreken;</li>
<li>bij een eenmalige wijziging van een contractueel afgesproken verlengingsbeding, tegen beëindiging van de bepaalde periode;</li>
<li>telkens wanneer tenminste vijf jaar zijn verstreken sinds de dag waarop de laatste door partijen vastgestelde huurprijs is ingegaan, of waarop de laatste door de rechter vastgestelde huurprijs is gevorderd.</li>
</ul>
<p>Wanneer partijen niet tot een overeenstemming kunnen komen met betrekking tot de hoogte van de huurprijs, kunnen ze de kantonrechter verzoeken om de huurprijs vast te stellen. De kantonrechter zal bij het vaststellen van de huurprijs letten op de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimtes in de buurt (artikel 7:303 BW). Voordat partijen de kwestie aan de kantonrechter voorleggen, moeten ze wel eerst een deskundige benaderen en om advies vragen (artikel 7:304 BW).</p>
<h2><strong>Huurprijs van vergelijkbare bedrijfsruimte</strong></h2>
<p>In de wet is opgenomen dat de rechter bij de nadere vaststelling van de huurprijs let op het gemiddelde van de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse (artikel 7:303 BW). De wet geeft geen specifieke criteria voor een correcte vergelijking. In de Kamerstukken wordt wel opgemerkt dat het aan het feitelijk oordeel van de rechter en van deskundigen moet worden overgelaten. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de volgende criteria:</p>
<ul>
<li>De ligging van het gehuurde (bijvoorbeeld in het centrum, een buitenwijk of een winkelcentrum);</li>
<li>De bereikbaarheid (met het openbaar vervoer en de met de auto);</li>
<li>De parkeergelegenheid;</li>
<li>De bereikbaarheid voor leveranciers.</li>
</ul>
<p>Daarnaast wordt de nieuwe huurprijs vastgesteld op basis van de gemiddelde huurprijzen zoals die gedurende de afgelopen 5 jaar hebben gegolden.</p>
<h2><strong>Onderzoek door deskundige naar huurprijs</strong></h2>
<p>Een vordering tot nadere huurprijsvaststelling is slechts ontvankelijk, indien deze onderbouwd wordt door een advies omtrent de nadere huurprijs, opgesteld door een of meer door partijen gezamenlijk benoemde ter zake deskundigen (artikel 7:304 BW). De partij die het niet eens is met het advies van de deskundige kan de rechter inschakelen.</p>
<h2><strong>Ingangsdatum nieuwe huurprijs</strong></h2>
<p>In principe geldt dat de nieuwe huurprijs ingaat op de dag waarop deze is gevorderd, artikel 7:303 lid 4 BW. Normaal gesproken is dit dat datum waarop de dagvaarding is uitgebracht. De rechter kan echter rekening houden met de omstandigheden van het geval en de ingangsdatum later of geleidelijk (stapsgewijs) doorvoeren.</p>
<p>Wanneer de huurprijs wordt verhoogd, geldt de huurverhoging met terugwerkende kracht. De huurder moet de te weinig betaalde huur alsnog betalen, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente. Wanneer de huurder teveel heeft betaald, verkrijgt hij een vordering op de verhuurder uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking.</p>
<h2><strong>Huurverhoging overige bedrijfsruimte</strong></h2>
<p>Bij de overige bedrijfsruimte geldt de huurprijs die is overeengekomen in het contract. De huurprijs kan hier niet tussentijds gewijzigd worden, tenzij er een bepaling is opgenomen in het contract waarbij het mogelijk wordt gemaakt. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een periodieke huurverhoging op basis van de jaarlijkse consumentenprijsindex, een jaarlijkse onderhandeling, een vast percentage of een afgesproken bedrag. Wanneer de verhuurder de huurprijs wil verhogen, is het daarom aan te raden om altijd in het contract te kijken.</p>
<p>Aan het einde van de huurovereenkomst kan de verhuurder altijd een hogere huurprijs voorstellen. Als de huurder niet akkoord gaat, hoeft de verhuurder de huurovereenkomst niet te verlengen.</p>
<h2><strong>Huurverhoging volgens de consumentenprijsindex</strong></h2>
<p>In de huurovereenkomst kan een jaarlijkse huurprijswijziging worden opgenomen op basis van de consumentenprijsindex (CPI). De jaarlijkse huurverhoging is bij bedrijfsruimtes geen wettelijk recht, maar een contractueel recht.</p>
<p>De CPI wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek berekend en gepubliceerd. De CPI wordt gekoppeld aan de huurindexatie, het percentage waarmee de huur jaarlijks stijgt. De CPI kan berekend worden op de website van het <a href="https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/bereken-huurverhoging-vrije-sector-huurwoning-of-bedrijfspand" target="_blank" rel="noopener">Centraal Bureau voor de Statistiek</a>.</p>
<h2><strong>Rechtsbescherming huurder</strong></h2>
<p>De wet bevat een bepaling (artikel 7:291 BW) die huurders rechtsbescherming biedt op het gebied van (onder andere) de duur en de beëindiging van de huurovereenkomst en de voorschriften die gelden bij het opzeggen van de huurovereenkomst. De rechtsbescherming die dit artikel biedt, strekt ertoe dat huurders contractuele bedingen die ten nadele van de huurder afwijken van hetgeen in de wet is geregeld kunnen vernietigen.</p>
<p>De <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2010:BL9562" target="_blank" rel="noopener">Hoge Raad</a> heeft in een uitspraak van 28 mei 2010 bevestigd dat artikel 7:291 BW uitsluitend strekt ter bescherming van de belangen van de huurder. Enkel een huurder komt een beroep op vernietiging toe in het geval sprake is van contractuele bedingen die beogen af te wijken van in artikel 7:303 lid 1 BW opgenomen bevoegdheid een nadere vaststelling van de huurprijs te vorderen.</p>
<h2><strong>Advocaat nodig bij huurverhoging?</strong></h2>
<p>Wilt u meer weten over uw specifieke mogelijkheden om de huur te verhogen of om hiertegen bezwaar te maken? Neem dan gerust vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op met SVZ advocaten uit Haarlem. Wij staan u graag terzijde bij het voeren van een procedure of onderhandelingen op het gebied van het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Dringend eigen gebruik bij bedrijfsruimte</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/dringend-eigen-gebruik-bedrijfsruimte/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 09 Feb 2021 12:58:38 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2979</guid>

					<description><![CDATA[Een verhuurder van bedrijfsruimte kan niet zomaar de huurovereenkomst opzeggen. Hij kan dat niet op elk gewenst tijdstip en om...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een verhuurder van bedrijfsruimte kan niet zomaar de huurovereenkomst opzeggen. Hij kan dat niet op elk gewenst tijdstip en om elk gewenste reden doen. De wet is hier streng en dwingend voor de verhuurder. In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijkheden om de huurovereenkomst bij de huur van bedrijfsruimte te beëindigen op grond van dringend eigen gebruik.</p>
<p>In de wet is opgenomen op welke wijze een huurovereenkomst kan worden beëindigd.</p>
<p>Van belang om in de gaten te houden is dat er twee soorten bedrijfsruimten zijn waarvoor de wet aparte regels stelt.</p>
<ol>
<li>Artikel 290-bedrijfsruimte. Dit zijn voor publiek toegankelijke ruimten waar producten of diensten worden geleverd, zoals winkels, restaurants, hotels etc.</li>
<li>Artikel 230a-bedrijfsruimte. Deze bedrijfsruimten zijn niet voor publiek toegankelijk. Hierbij moet gedacht worden aan kantoren, magazijnen, garages etc.</li>
</ol>
<p>De rechtsbescherming voor de huurder van een 230a-bedrijfsruimte is vrij beperkt. De verhuurder van een 230a-bedrijfsruimte kan de huurovereenkomst vrij makkelijk opzeggen. Hiervoor heeft hij geen beëindigingsgronden nodig. Wel moet de opzegging schriftelijk geschieden en moet een correcte opzegtermijn in acht worden genomen. Daarnaast kan de huurder onder omstandigheden aanspraak maken op ontruimingsbescherming.</p>
<p>Bij een 290-bedrijfsruimte is dit anders. De rechtsbescherming blijkt al uit het feit dat de wetgever een contractstermijn heeft opgenomen waarvan niet ten nadele van de huurder mag worden afgeweken. Ook de opzegging van het huurcontract door de verhuurder is moeilijker. Zo moet opzegging, kort gezegd, geschieden bij aangetekende brief of exploot met een opzeggingstermijn van minimaal een jaar. Bovendien moet de verhuurder duidelijk maken welke gronden aan de opzegging ten grondslag liggen. Deze blog gaat over de opzegging van een huurovereenkomst van een 290-bedrijfsruimte door de verhuurder wegens dringend eigen gebruik.</p>
<h2>Opzeggingsgronden huur bedrijfsruimte</h2>
<p>In de wet staat een beperkt aantal gronden opgesomd op grond waarop de verhuurder de huurovereenkomst van een 290-bedrijfsruimte kan opzeggen. In <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=6&amp;artikel=296&amp;z=2018-07-01&amp;g=2018-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:296 lid 1 BW</a> worden twee gronden genoemd waarop beëindiging (na een termijn van 5 jaar) mogelijk is:</p>
<ul>
<li>De bedrijfsvoering van de huurder is niet geweest zoals een goed huurder betaamt, of</li>
<li>De verhuurder aannemelijk maakt dat hij, zijn echtgenoot, zijn geregistreerde partner, een bloed- of aanverwant in de eerste graad of een pleegkind het verhuurde persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen en hij daartoe het verhuurde dringend nodig heeft.</li>
</ul>
<p>In artikel 7:296 lid 4 BW worden twee gronden genoemd waarop beëindiging (na een termijn van 10 jaar) mogelijk is:</p>
<ul>
<li>De huurder stemt niet in met een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst.</li>
<li>De verhuurder wil krachtens een geldend bestemmingsplan een op het gehuurde liggende bestemming verwezenlijken.</li>
</ul>
<p>Deze strikte regels van opzegging gelden alleen als de verhuurder eenzijdig de overeenkomst wil beëindigen. Opzegging is namelijk niet vereist als de beëindiging geschiedt met wederzijds goedvinden van beide partijen.</p>
<h2>Criteria dringend eigen gebruik</h2>
<h3><strong>Persoonlijk gebruik</strong></h3>
<p>Allereerst moet de verhuurder aantonen dat hij, zijn echtgenoot, zijn geregistreerde partner, een bloed- of aanverwant in de eerste graad of een pleegkind het verhuurde persoonlijk in gebruik wil nemen. Deze opsomming is limitatief.</p>
<p>In de praktijk komt het voor dat een bedrijfsmatig verhuurd pand in eigendom is van een rechtspersoon, zoals een besloten of naamloze vennootschap, een maatschap etc. Artikel 7:296 BW zegt hier niets over, maar uit de literatuur en jurisprudentie blijkt dat deze opzeggingsgrond in beginsel ook voor deze (bedrijfsmatige) verhuurders dienovereenkomstig wordt toegepast.</p>
<h3><strong>Duurzaamheid</strong></h3>
<p>Het begrip ‘duurzaam’ is een vage term, maar maakt wel duidelijk dat er enige vorm van bestendigheid moet bestaan. Daarbij maakt het niet uit dat de bedrijfsruimte weer als bedrijfsruimte wordt gebruikt. Ook ander gebruik dat is toegestaan op grond van het bestemmingsplan komt hiervoor in aanmerking. De wet geeft in hetzelfde artikel wat handvatten aan:</p>
<p><em>Onder duurzaam gebruik wordt niet begrepen vervreemding van de bedrijfsruimte maar wel renovatie van de bedrijfsruimte die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is</em>.</p>
<p>Onder renovatie wordt zowel sloop met vervangende nieuwbouw, als gedeeltelijke vernieuwing door verandering of toevoeging verstaan (artikel 7:220 lid 2 BW). In beginsel wordt bij renovatie de bestaande huurovereenkomst voortgezet, mits de plaats en functie van het verhuurde gelijk blijven. De huurovereenkomst wordt pas beëindigd als voortzetting niet mogelijk is.</p>
<p>Als het gaat om renovatie waarbij het noodzakelijk is dat de huurovereenkomst wordt beëindigd, kan het gaan om fysieke onmogelijkheid, maar ook om financiële en sociale redenen. Ook kunnen er andere argumenten zijn die kunnen meebrengen dat voortzetting van de huurovereenkomst niet kan worden gevergd. Als namelijk vaststaat dat renovatie noodzakelijk is, dan kan niet van de verhuurder verwacht worden de huurovereenkomst voort te zetten als die na renovatie leidt tot een niet-kostendekkende exploitatie.</p>
<p>De beëindigingsvordering is niet toewijsbaar als het voorgenomen gebruik op praktische en/of juridische gronden is uitgesloten. Het is echter niet zo dat de verhuurder hoeft aan te tonen dat alle benodigde vergunningen voor voorgenomen bouwwerkzaamheden ook inderdaad zullen worden verleend.</p>
<h3><strong>Dringendheid</strong></h3>
<p>De vraag of de verhuurder de bedrijfsruimte dringend nodig heeft, moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval, welke in de loop van de procedure nog kunnen wijzigen. Een veelgebruikt argument is dat van ontoereikende financiële middelen van de verhuurder in combinatie met de te verwachten inkomsten uit de beoogde exploitatie van een ander bedrijf in de betreffende bedrijfsruimte. Ook kan gedacht worden aan de financiële onmogelijkheid om nog een bedrijfsruimte te kopen om daar een eigen bedrijf uit te voeren. Een ander veelgehoord argument is het belang van een supermarktconcern bij uitbreiding van het aantal eigen vestigingen. Weer een ander argument kan het grote bedrijfseconomische belang zijn van bijvoorbeeld een hotel of restaurant, zodat zij ook ontbijtfaciliteiten kunnen geven aan hotelgasten.</p>
<p>De verhuurder hoeft slechts het dringend eigen gebruik aannemelijk te maken. De bewijslast ligt bij hem. Het is echter niet nodig om objectieve gegevens aan te voeren. Algemene bedrijfseconomische gronden kunnen al voldoende zijn om de dringende noodzaak aannemelijk te achten. Als de huurder alternatieven aanvoert, wil dit nog niet per se zeggen dat een beroep op deze opzeggingsgrond van de baan is. Dat zal anders zijn als de huurder aannemelijk weet te maken dat het voldoende in de rede ligt om die andere mogelijkheden te benutten.</p>
<p>Als de verhuurder het bovenstaande aannemelijk maakt, dan is er geen plaats meer voor een belangenafweging van de huurder tegen die van de verhuurder (dit is anders dan bij woonruimte). Daarbij maakt het niet uit op welke wijze de wil tot dringend eigen gebruik is ontstaan. Zo kan de verhuurder niet worden tegengeworpen dat hij zelf de omstandigheid heeft gecreëerd die tot opzegging hebben geleid.</p>
<h2><strong>Wachttijd van drie jaar</strong></h2>
<p>Volgens artikel 7:296 lid 2 BW is een beëindigingsvordering op grond van dringend eigen gebruik niet toewijsbaar als de verhuurder de rechtsopvolger is van de vorige verhuurder (dus de nieuwe verhuurder) en hij de huur opzegt binnen drie jaar nadat de rechtsopvolging schriftelijk ter kennis van de huurder is gebracht.</p>
<p>De wachttijd gaat dus pas lopen als de huurder door middel van een schriftelijke mededeling van de eigendomsoverdracht op de hoogte is gesteld. De nieuwe verhuurder moet dus drie jaar wachten voordat hij de huurovereenkomst opzegt wegens dringend eigen gebruik.</p>
<h2>(Schade)vergoedingen voor huurder bij dringend eigen gebruik</h2>
<p>Als de huurovereenkomst wordt ontbonden, kan de huurder aanspraak maken op een aantal vergoedingen:</p>
<ul>
<li>Een vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten;</li>
<li>Vergoeding in geval van ontbreken wil verhuurder;</li>
<li>Goodwillvergoeding (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=6&amp;artikel=308&amp;z=2018-07-01&amp;g=2018-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:308 BW</a>);</li>
<li>Vergoeding wegens afbraak in het algemeen belang (artikel 7:309 BW);</li>
<li>Vergoeding bij onderverhuur (artikel 7:306 BW).</li>
</ul>
<h2><strong>Een vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten</strong></h2>
<p>Bij deze vergoeding gaat het om een tegemoetkoming en niet om een volledige vergoeding. Vaak worden hoge bedragen geëist, maar veel lagere bedragen toegekend. Daarbij kan het alleen gaan om daadwerkelijke verhuis- en inrichtingskosten.</p>
<h2><strong>Vergoeding in geval van ontbreken wil verhuurder</strong></h2>
<p>Als de wil om het verhuurde persoonlijk duurzaam in gebruik te nemen van aanvang af of in werkelijkheid niet aanwezig is geweest, dan is verhuurder schadeplichtig ten opzichte van de huurder. De wil wordt geacht niet aanwezig te zijn geweest indien de bedrijfsruimte niet binnen een jaar na het einde van de huurovereenkomst duurzaam in gebruik is genomen door de verhuurder. De rechter bepaalt op verzoek van de huurder of ambtshalve een bedrag dat de verhuurder aan de huurder moet betalen. Deze vordering heeft een vervaltermijn van vijf jaar na het einde van de huurovereenkomst.</p>
<h2><strong>Goodwillvergoeding (artikel 7:308 BW)</strong></h2>
<p>Als de verhuurder voordeel geniet van het feit dat de bedrijfsruimte vervolgens wordt gebezigd voor de uitoefening van een bedrijf dat gelijksoortig is aan de vorige huurder, dan kan deze vorige huurder een naar billijkheid te berekenen vergoeding vorderen van de verhuurder. De vorige huurder moet dan wel bewijzen dat zijn ondernemersactiviteiten de verhuurder voordeel hebben opgeleverd. Het gaat hierbij om voordeel vanwege een gelijksoortig bedrijf. Hierbij kan gedacht worden aan het voortbouwen op een regelmatige klantenkring en een bestaande reputatie met als gevolg lagere marketing- en verkoopkosten. Van belang is wel dat het voordeel toe te schrijven is aan de ondernemersactiviteit van de vorige huurder en de verhuurder dit voordeel ook echt geniet. Een voordeel dat voortvloeit uit de aard of ligging van de bedrijfsruimte valt hier dus niet onder.</p>
<h2><strong>Vergoeding wegens afbraak in het algemeen belang (artikel 7:309 BW)</strong></h2>
<p>Indien de nieuwe verhuurder de huurovereenkomst door opzegging doet eindigen in verband met de omstandigheid dat de bedrijfsruimte met het oog op de uitvoering van werken in het algemeen belang zal worden afgebroken, is hij aan de huurder een schadeloosstelling verschuldigd. De reden hiervoor is het verlies van de kans dat de huurverhouding zonder deze overgang zou hebben voortgeduurd. Van algemeen belang is in ieder geval sprake bij realisering van een bestemmingsplan tot reconstructie van een bebouwde kom. Aan het begrip ‘algemeen belang’ wordt de eis gesteld dat het ten minste uitdrukking heeft gevonden in een concreet openbaar gemaakt overheidsbeleid dat (mede) met de uitvoering van het betrokken nieuwe werk wordt gerealiseerd.</p>
<h2><strong>Vergoeding bij onderverhuur (artikel 7:306 BW)</strong></h2>
<p>In artikel 7:306 BW is bepaald dat een onderhuurovereenkomst van bedrijfsruimte eindigt op het door de rechter vastgestelde tijdstip van ontruiming. Als de hoofdhuurder de onderhuurder niet, of niet juist heeft voorgelicht omtrent deze termijn en als hij bij de bepaling van het tijdstip van ontruiming onvoldoende voor de belangen van de onderhuurder heeft gewaakt, is hij verplicht de schade die de onderhuurder daardoor lijdt, te vergoeden.</p>
<h2>Advocaat huurrecht nodig inzake dringend eigen gebruik?</h2>
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a> en procesrecht. Wordt u als huurder dan wel als verhuurder van een 290-bedrijfsruimte geconfronteerd met een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik,  neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op. Door onze actuele en uitgebreide kennis van het huurrecht kunnen wij u adviseren over uw juridische positie, mogelijke argumenten die u kunt aandragen en uw bewijspositie. Daarnaast kunnen wij u bijstaan in een gerechtelijke procedure. <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem gerust vrijblijvend contact met ons op</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Echtscheiding: advocaat voorlopige voorzieningen</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/echtscheiding-voorlopige-voorzieningen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 08 Feb 2021 10:51:11 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[familierecht voor ondernemers]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2972</guid>

					<description><![CDATA[Een echtscheiding brengt veel vragen met zich mee, die je het liefst zo snel mogelijk beantwoordt wilt hebben. Helaas gaat...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een echtscheiding brengt veel vragen met zich mee, die je het liefst zo snel mogelijk beantwoordt wilt hebben. Helaas gaat dit niet altijd even snel en kunnen procedures erg lang duren. Een aantal zaken kunnen niet altijd wachten tot de echtscheidingsprocedure is afgerond. Er zijn dan voorlopige afspraken nodig. Denk bijvoorbeeld aan de volgende kwesties. Wie betaalt welke bijdrage in de kosten van de kinderen en het levensonderhoud (alimentatie)? Wie gaat opzoek naar een ander huis en wie blijft voorlopig in de echtelijke woning wonen? Waar wonen de kinderen? En wat gebeurd er met de bezittingen in het huis? In de tijd dat de echtscheiding aangevraagd wordt, wil je hier het liefst al een voorlopig antwoord op hebben. Hiervoor bestaat de mogelijkheid van een voorlopige voorzieningen procedure. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/familierecht-voor-ondernemers/">echtscheidingsrecht</a> en <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a> en kan u hierin bijstaan.</p>
<h2><strong>Wat is een voorlopige voorziening bij echtscheiding?</strong></h2>
<p>Met een procedure voorlopige voorziening kan de rechter gevraagd worden om voorlopige maatregelen te treffen die gelden tijdens de (langlopende) echtscheidingsprocedure. Dit komt van pas wanneer er dringend zaken geregeld moet worden en je er met je partner niet uitkomt. Een voorlopige voorziening biedt voornamelijk rust en zekerheid in een emotionele, onzekere en chaotische periode.</p>
<p>In <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Derde&amp;titeldeel=Zesde&amp;afdeling=Tweede&amp;paragraaf=2&amp;artikel=822&amp;z=2006-08-02&amp;g=2006-02-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 822 lid 1 Rv</a> is een opsomming opgenomen waaruit blijkt op welke onderdelen een voorlopige voorziening gegeven kan worden. Dit zijn:</p>
<ul>
<li>Wie voorlopig gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning (met uitsluiting van de andere echtgenoot);</li>
<li>Wie voorlopig gebruik kan maken van de goederen die tot het dagelijks gebruik van hen of de kinderen van de echtgenoten behoren;</li>
<li>Het bepalen aan welke echtgenoot de minderjarige kinderen worden toevertrouwd en hierbij het bedrag bepalen dat de andere echtgenoot voor de verzorging en opvoeding van ieder kind moet betalen (zorgregeling/kinderalimentatie);</li>
<li>Een regeling voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de omgang tussen het kind en de echtgenoot die niet het gezag uitoefent en ook het verschaffen van informatie over de kinderen aan de echtgenoot;</li>
<li>De voorlopige partneralimentatie.</li>
</ul>
<p>De voorlopige voorziening kan mondeling worden uitgesproken door de rechter. Meestal volgt echter na een mondelinge behandeling (een zitting) een schriftelijke uitspraak. De termijn voor de schriftelijke uitspraak is twee weken na de datum waartegen behandeling (de zitting) is bepaald, of in het geval dat er geen behandeling is bepaald, twee weken na de datum waarop duidelijk werd dat werd afgezien van de behandeling.</p>
<h2><strong>Advocaat voorlopige voorziening over de echtelijke woning</strong></h2>
<p>De voorlopige voorziening voor het uitsluitend gebruik van de woning kan erg veel impact hebben op de echtgenoten. Bij een voorlopige voorziening blijft één van de echtgenoten in de woning wonen, dit kan een emotioneel onderwerp zijn. De kans op toewijzing van het gebruik van de echtelijke woning in een voorlopige voorzieningen procedure is geheel afhankelijk van de omstandigheden van het specifieke geval. De rechter moet beslissen wie van de echtgenoten het grootste belang heeft om in de woning te wonen.</p>
<p>Het belang van de kinderen zal als zwaar meewegen bij de door de rechtbank te maken afweging bij het toewijzen van het uitsluitend gebruik van de woning. Wie gaat hoofzakelijk voor de kinderen zorgen en is het voor de kinderen prettiger om in de echtelijke woning te blijven wonen? In iedere zaak zal hierin een eigen afweging gemaakt moeten worden. Voor een voorlopige voorziening is het minder van belang of diegene de kosten van het huis op lange termijn kan betalen of niet. In de bodemprocedure wordt hier wel meer rekening mee gehouden.</p>
<h2><strong>Advocaat voorlopige voorziening (inboedel)goederen </strong></h2>
<p>Onder goederen vallen alle spullen in en rond het huis die van de echtgenoten samen zijn.</p>
<p>Wanneer u getrouwd bent in algehele gemeenschap van goederen, dan is automatisch alles gezamenlijk bezit. Wanneer u dan gaat scheiden krijgen u en uw partner allebei de helft van de waarde van de totale inboedel.  Wanneer u getrouwd bent en er is sprake van een beperkte gemeenschap van goederen of huwelijkse voorwaarden, dan is een nadere beoordeling vereist of spullen gemeenschappelijk zijn of niet.</p>
<p>We komen soms opvallende zaken tegen. In een<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ9994&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI%3aNL%3aRBGEL%3a2013%3aBZ9994" target="_blank" rel="noopener"> uitspraak van de Rechtbank Gelderland</a> had de man een verzoek gedaan inhoudende dat hij de hond elke vrijdag van 18:00 uur tot zondag 22:00 uur ter beschikking heeft, waarbij de man de hond bij de vrouw ophaalt en daar weer terugbrengt. In artikel 822 Rv is er geen regeling gevormd rondom dieren. De man stelt dat zijn verzoek moet worden beschouwd als een afgifte van een goed voor dagelijks gebruik. Uit de stellingen van de man blijkt niet dat de hond voor hem een andere functie heeft dan die van gezelschapsdier. Dit verzoek werd hierdoor niet toegewezen. Dieren die gebruikt worden als gezelschapsdier vallen dus niet onder goederen die tot het dagelijks gebruik horen.</p>
<h2><strong>Voorlopige voorziening alimentatie </strong></h2>
<p>In het kader van een echtscheiding kan een onderhoudsverplichting bestaan voor je ex-partner en voor de kinderen. Er bestaat een partneralimentatie en een kinderalimentatie. SVZ advocaten kan namens u berekeningen opstellen en de hoogte van de alimentatiebedragen berekenen.</p>
<p>Vanaf 2020 geldt een nieuwe regeling voor de duur van de alimentatie, die meestal is beperkt tot maximaal vijf jaar. De verplichting tot het betalen van partneralimentatie eindigt definitief, indien de ontvanger van de alimentatie hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of samenwoont. Kinderalimentatie wordt aan de verzorgende ouder betaald, totdat het kind meerderjarig, 18 jaar, is. Van het 18<sup>e</sup> tot 21<sup>e</sup> jaar is het kind zelf ontvangstgerechtigd.</p>
<p>Indien sprake is van inkomsten uit onderneming, is de alimentatieberekening complexer. De jaarrekeningen en belastingaangiften zullen beoordeeld moeten worden. Tevens zal moeten worden gekeken naar de vrij beschikbare kasstromen. SVZ advocaten is gespecialiseerd in echtscheidingen waarbij een onderneming betrokken.</p>
<h2><strong>De procedure voorlopige voorzieningen</strong></h2>
<p>Om een voorlopige voorzieningen procedure te beginnen moet er een verzoek tot voorlopige voorziening worden ingediend bij de rechtbank. Dit moet gedaan worden door een advocaat. De voorlopige voorzieningen procedure kan worden gestart tijdens de echtscheidingsprocedure, maar het kan ook daarvoor plaatsvinden. Nadat het verzoekschrift is ingediend, wordt er door de rechtbank een mondelingen behandeling ingepland. Dit moet gebeuren binnen 3 weken na het indienen van het verzoekschrift.</p>
<p>Wanneer de voorlopige voorzieningen procedure wordt gestart voordat de echtscheidingsprocedure is begonnen, dan moet deze binnen vier weken, nadat de beschikking in de voorlopige voorzieningen procedure is gewezen, worden gestart. Wanneer dit niet op tijd gebeurt, komen de voorlopige voorzieningen te vervallen.</p>
<p>Een echtscheidingsprocedure kan erg lang duren, vaak wel een halfjaar tot een jaar. Tot het moment dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, gelden de voorlopige voorzieningen. Al met al kan het belang van een voorlopige voorziening dus toch zeer groot zijn. Wanneer alles is ingeschreven geldt hetgeen dat in de bodemprocedure is bepaald. <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem contact op met SVZ advocaten</a> voor deskundig advies bij uw echtscheiding en voor het aanvragen van voorlopige voorzieningen of juist bij het voeren van verweer tegen een verzoek van de wederpartij.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Opzegging huurovereenkomst woonruimte: dringend eigen gebruik</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/opzegging-huurovereenkomst-woonruimte-dringend-eigen-gebruik/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 18 Dec 2020 09:35:22 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2911</guid>

					<description><![CDATA[Bent u eigenaar van een woning die u heeft verhuurd en wilt u deze woning zelf gaan bewonen/gebruiken? Het is...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Bent u eigenaar van een woning die u heeft verhuurd en wilt u deze woning zelf gaan bewonen/gebruiken? Het is onder bepaalde omstandigheden mogelijk om de huurovereenkomst op te zeggen wegens ‘’dringend eigen gebruik’’. De wet stelt in dit kader enkele vereisten. De rechter zal per geval aan de hand van de feiten en omstandigheden beoordelen of er inderdaad sprake is van dringend eigen gebruik. Hierdoor is de jurisprudentie zeer casuïstisch van aard.</p>
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht </a>en het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a>. Wij zijn op de hoogte van de wettelijke regels en de relevante (actuele) jurisprudentie. In dit artikel zullen wij kort samenvatten wanneer er sprake is van dringend eigen gebruik en welke vorderingen in dat kader over en weer ingesteld kunnen worden. Aan de hand van uw specifieke situatie kunnen wij u uiteraard nader adviseren en eventueel bijstaan in een gerechtelijke procedure. Neem gerust vrijblijvend en kosteloos contact met ons op voor een kennismakingsgesprek.</p>
<h2>Dringend eigen gebruik: artikel 7:274 lid 1 sub c BW</h2>
<p>De wet noemt limitatief alle mogelijke opzeggingsgronden voor opzegging van de huurovereenkomst van woonruimte. Eén van deze opzeggingsgronden is dringend eigen gebruik (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=5&amp;paragraaf=Onderafdeling_4&amp;artikel=274&amp;z=2020-10-15&amp;g=2020-10-15" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:274 lid 1 sub c BW</a>):</p>
<p><em>‘’De rechter kan de vordering slechts toewijzen indien de verhuurder aannemelijk maakt dat hij het verhuurde zo <u>dringend nodig heeft voor eigen gebruik</u>, vervreemding van de gehuurde woonruimte niet daaronder begrepen, dat van hem, de <u>belangen van beide partijen</u> en van onderhuurders naar billijkheid in aanmerking genomen, niet kan worden gevergd dat de huurovereenkomst wordt verlengd, en tevens blijkt dat de huurder, met uitzondering van de huurder, bedoeld in de artikelen 274c tot en met 274<sup>e</sup>, <u>andere passende woonruimte</u> kan verkrijgen.’’</em></p>
<h2>Wat zijn de vereisten voor een geslaagd beroep op dringend eigen gebruik?</h2>
<ol>
<li>De verhuurder moet het gehuurde dringend zelf nodig hebben voor eigen gebruik. Indien dit niet het geval is, wordt de vordering van de verhuurder afgewezen.</li>
<li>De verhuurder heeft het gehuurde zo dringend nodig, dat na een belangenafweging niet van de verhuurder gevergd kan worden dat hij de huurovereenkomst voorzet. De belangenafweging moet dus in het voordeel van de verhuurder uitvallen. Indien dit niet het geval is, wordt de vordering van de verhuurder afgewezen.</li>
<li>De huurder moet andere passende woonruimte kunnen vinden. Indien dit niet het geval is, wordt de vordering van de verhuurder afgewezen.</li>
</ol>
<h2>Eigen gebruik</h2>
<p>Het eerste vereiste houdt in dat de verhuurder de woning voor eigen gebruik nodig heeft. Gebruik door anderen, bijvoorbeeld familieleden, valt in beginsel niet onder eigen gebruik. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als de verhuurder hiermee gediend is/hierbij belang heeft.</p>
<h2>Dringend eigen gebruik</h2>
<p>Zoals hiervoor al aan de orde kwam moet het eigen gebruik daarnaast dringend zijn. De verhuurder moet de dringendheid van het eigen gebruik aannemelijk maken. In een eventuele gerechtelijke procedure zal de rechter de dringendheid van het eigen gebruik beoordelen in het kader van de belangenafweging.</p>
<p>In de volgende situaties kan bijvoorbeeld sprake zijn van dringend eigen gebruik:</p>
<ul>
<li>Het gebruik/bewoning van het gehuurde door de huurder zelf (of een andere persoon), indien dit een dringend belang voor de verhuurder oplevert.</li>
<li>Het bestaan van een structurele wanverhouding tussen exploitatiekosten en huuropbrengsten (financiële argumenten).</li>
<li>Sloop van het gehuurde.</li>
<li>Renovatie van het gehuurde.</li>
</ul>
<h2>Belangenafweging huurder vs. Verhuurder</h2>
<p>Als de verhuurder een eigen belang heeft bij het gebruik van de woning en dit belang is tevens dringend, wil dit nog niet zeggen dat de verhuurder de huurovereenkomst per definitie succesvol kan opzeggen. In de belangenafweging dienen ook de belangen van de huurder meegewogen te worden.</p>
<h2>Belangen huurder</h2>
<p>Uit de jurisprudentie blijken onder meer de volgende belangen die aan de zijde van de huurder een rol kunnen spelen:</p>
<ul>
<li>De huurwoning is in de (directe) omgeving van bepaalde voorzieningen (zoals scholen, openbaar vervoer et cetera) waar de huurder en zijn medebewoners gebruik van maken.</li>
<li>De (lange) duur dat de huurder al in de woning verblijft/de woning huurt.</li>
<li>De gezondheid van de huurder kan een rol spelen.</li>
<li>Eventuele belangen van onderhuurders kunnen relevant zijn.</li>
</ul>
<h2>Belangen verhuurder</h2>
<p>De belangen van de verhuurder lopen doorgaans gelijk met de dringende reden voor opzegging van de huurovereenkomst. Wat wel en niet kwalificeert als dringende redenen is hiervoor al aan de orde gekomen.</p>
<p>De verhuurder moet er bij een voorgenomen opzegging wegens dringend eigen gebruik wel op letten dat er omstandigheden zijn, die in zijn of haar nadeel kunnen werken in de belangenafweging. Gedacht kan worden aan de volgende situaties:</p>
<ul>
<li>Wanneer de verhuurder de spoedeisende situatie zelf (mede) heeft veroorzaakt.</li>
<li>Het is voor de verhuurder mogelijk om andere geschikte woonruimte te kopen dan wel te huren, hetgeen in dit concrete geval ook redelijkerwijs van hem/haar mag worden verwacht.</li>
<li>Het feit dat de verhuurder over diverse woningen beschikt en dat hij/zij ook de keuze heeft in één van deze andere woningen te gaan wonen.</li>
</ul>
<h2>Passende vervangende woonruimte voor huurder</h2>
<p>De laatste eis voor een geslaagde opzegging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik, is dat de huurder passende vervangende woonruimte moet kunnen vinden. Wat als ‘’passend’’ kwalificeert, wordt in de jurisprudentie ruim uitgelegd. Hierbij geldt dat de vervangende woonruimte niet per definitie gelijk of gelijkwaardig hoeft te zijn aan de huidige woonruimte. Als voorbeeld geldt dat ook woonruimte die qua grote, ligging of anderszins een wezenlijk ander woongenot biedt, passend kan zijn. Zelfs een woning met een hogere huurprijs of zelfs een koopwoning kan in bepaalde gevallen passend zijn.</p>
<p>Bij de beoordeling van het criterium ‘’passend’’ zijn de persoonlijke omstandigheden van de huurder en de plaatselijke woningmarkt eveneens relevant. De vervangende woonruimte moet passen bij de situatie/omstandigheden van de huurder. Een woning met een hogere huurprijs kan bijvoorbeeld passend zijn, wanneer de huurder in staat is deze hogere prijs te betalen.</p>
<p>Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de binding die de huurder heeft met de directe omgeving van het gehuurde. Bijvoorbeeld: als er schoolgaande kinderen in het spel zijn, zullen woningen op grotere afstand van het gehuurde, minder snel als passend kwalificeren.</p>
<h2>Moet de verhuurder zorgen voor passende vervangende woonruimte?</h2>
<p>De verhuurder behoeft enkel aan te tonen dat er passende vervangende woonruimte beschikbaar is. Hij hoeft deze vervangende woonruimte niet zelf en daadwerkelijk aan te bieden aan de huurder.</p>
<p>De verhuurder kan de beschikbaarheid van de passende woonruimte in een procedure aantonen door het overleggen van relevante advertenties en aanbiedingen van makelaars of Funda.</p>
<p>Let wel: hoewel de verhuurder moet aantonen dat er passende vervangende woonruimte beschikbaar is, rust op de huurder wel een inspanningsverplichting om zelf op zoek te gaan naar vervangende woonruimte.</p>
<h2>Verhuiskostenvergoeding</h2>
<p>De rechter kan bepalen dat, bij opzegging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik, een verhuiskostenvergoeding betaald dient te worden aan de huurder. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en verschilt sterk per situatie. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat deze vergoeding geen schadeloosstelling inhoudt. De huurder heeft geen recht op een algehele vergoeding van zijn kosten. Het gaat om een tegemoetkoming in de kosten. Het voert in het kader van dit artikel te ver om hier al te diep op in te gaan. Wenst u meer informatie te verkrijgen over een mogelijke verhuiskostenvergoeding in uw specifieke situatie, neem dan gerust vrijblijvend contact op.</p>
<h2>Schadeplichtigheid bij ontbreken wil om het gehuurde te gebruiken</h2>
<p>Als de huurovereenkomst is beëindigd wegens dringend eigen gebruik, maar de verhuurder neemt het gehuurde niet in gebruik, kan de verhuurder onder omstandigheden een schadevergoeding verschuldigd zijn aan de huurder. Daarbij is beslissend of de verhuurder een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven omtrent zijn wil/bedoeling om het gehuurde zelf in gebruik te nemen. Het gaat dan om de wil die bestond bij aanvang, althans in ieder geval vanaf het moment vóórdat op zijn vordering werd beslist.</p>
<p>De verhuurder is niet aansprakelijk/schadeplichtig als hij de bedoeling had het gehuurde in eigen gebruik te nemen, maar dit is verhinderd door overmacht of een andere oorzaak.</p>
<h2>Bewijs ontbreken wil om het gehuurde in gebruik te nemen</h2>
<p>Uiteraard is het voor een huurder zeer moeilijk om te bewijzen of de verhuurder al dan niet de wil had (en/of deze wil op een bepaald moment is veranderd) om het gehuurde zelf dringend in gebruik te nemen. Ter tegemoetkoming van de (voormalig) huurder is in de wet daarom een bewijsvermoeden opgenomen. Dit houdt in dat de wil om het gehuurde in eigen gebruik te nemen er op grond van de wet vermoed wordt niet te zijn geweest, als de verhuurder het gehuurde niet binnen één jaar na het einde van de huurovereenkomst duurzaam in gebruik heeft genomen. De verhuurder kan hiertegen evenwel tegenbewijs aanleveren.</p>
<p>Let wel: Als u als huurder twijfelt of de verhuurder inderdaad de wil heeft om het gehuurde in gebruik te nemen, dan kunt u de rechter in de beëindigingsprocedure verzoeken om alvast een bedrag vast te stellen dat betaald dient te worden wanneer op een later moment zou blijken dat de wil aan de zijde van de huurder om het gehuurde in gebruikt te nemen, inderdaad ontbreekt. De rechter is ook bevoegd, wanneer een dergelijk verzoek niet wordt ingediend, het bedrag ambtshalve vast te stellen.</p>
<h2>Wachttijd 3 jaar na verkoop</h2>
<p>Als de verhuurder het gehuurde pand verkoopt, kan de koper (zijnde de nieuwe verhuurder) niet binnen drie jaar nadat hij eigenaar is geworden van het gehuurde, de huurovereenkomst opzeggen wegens dringend eigen gebruik (artikel 7:274 lid 5 sub b BW). Wanneer de verhuurder na deze wachttijd de huurovereenkomst alsnog opzegt, dan moet hij wel alle opzeggingsregels, inclusief de dan geldende opzegtermijn, in acht nemen.</p>
<h2>Advocaat huurrecht</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in het huurrecht en het procesrecht. Wordt u als huurder dan wel als verhuurder van woonruimte geconfronteerd met een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik, <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op</a>. Wij kunnen u adviseren over uw juridische positie, mogelijke argumenten die u kunt aandragen en uw bewijspositie. Daarnaast kunnen wij u bijstaan in een gerechtelijke procedure. Wij maken graag kosteloos kennis met u om de mogelijkheden te bespreken (<a href="mailto:il**@***********en.nl" data-original-string="K8MootC1LsWb1k6oRBw3Ig==189U7RufmKIOevpbzVh71w2ZYU17WoCyKuvLuD2k0XB+xI=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='40Ix5WzcdvjjrMD5IFvaLQ==189FA3MRJURQznGjecRDdpjZsfrIhrfbVbIj2kZVP1IIZ8='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>il<span class="apbct-blur">**</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a>).</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Beslagleggen door advocaat bij incasso</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/beslagleggen-door-advocaat-bij-incasso/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 26 Nov 2020 11:45:13 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2781</guid>

					<description><![CDATA[Beslag is een belangrijk middel voor schuldeisers om, voordat er een procedure bij de rechtbank is gestart, het verhaal op...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Beslag is een belangrijk middel voor schuldeisers om, voordat er een procedure bij de rechtbank is gestart, het verhaal op eigendommen van de wederpartij veilig te stellen. Waarom is dit zo’n belangrijk middel? Zaken waarop beslag is gelegd, kunnen niet meer zomaar worden verkocht of op een andere manier zoek worden gemaakt door de schuldenaar. Met andere woorden: door beslag te leggen worden verhaalsobjecten veilig gesteld.</p>
<p>Wanneer u als schuldeiser vervolgens door de rechter in het gelijk wordt gesteld, kunt u uw vordering betaald krijgen door de beslagen goederen te executeren. Lees in dit artikel een samenvatting van de belangrijkste aspecten waarmee u rekening moet houden. <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">SVZ advocaten</a> is gespecialiseerd in het procesrecht en heeft veel ervaring met het leggen van beslag.</p>
<h2>Verzoekschrift beslaglegging door advocaat</h2>
<p>Wanneer u een opeisbare vordering heeft op uw schuldenaar, kan uw <a href="https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Conservatoir-beslag" target="_blank" rel="noopener">advocaat bij de rechtbank een verzoekschrift indienen</a>. Bij een opeisbare vordering kunt u bijvoorbeeld denken aan een factuur waarvan de betaaltermijn is versteken. In het verzoekschrift moet de vordering zoveel mogelijk feitelijk worden toegelicht, moet de wettelijke/juridische grondslag van de vordering worden onderbouwd en moet worden aangegeven op welke specifieke zaken beslag wordt gelegd.</p>
<p>Het verzoek tot beslaglegging moet deugdelijk zijn onderbouwd. De wettelijke vereisten voor het leggen van beslag zijn geregeld in <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Derde&amp;titeldeel=Vierde&amp;afdeling=Eerste&amp;artikel=700&amp;z=2020-10-01&amp;g=2020-10-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 700 en verder van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>. In Nederland wordt een verzoek tot beslag relatief eenvoudig toegewezen. In de meeste gevallen wordt de schuldenaar niet gehoord en verleent de rechtbank binnen enkele dagen verlof om beslag te leggen. Op grond van dit verlof kan vervolgens de deurwaarder worden ingeschakeld om beslag te leggen.</p>
<h2>Opheffing beslag kort geding &amp; schadeplichtigheid</h2>
<p>Hoewel het verlof tot beslaglegging relatief eenvoudig wordt verleend is de onderbouwing wel degelijk van belang. Indien niet aan alle eisen wordt voldaan, wordt het verlof niet verleend. Daarnaast is de gegrondheid van het verzoek van belang voor het kunnen standhouden van het beslag. Indien de grondslag namelijk niet deugdelijk is, kan de wederpartij eenvoudig opheffing van het beslag vorderen in een kort geding procedure. Daar komt nog bij dat het leggen van conservatoir beslag, zonder deugdelijke grond, schadeplichtigheid ten opzichte van de wederpartij kan opleveren.</p>
<h2>Termijn bodemzaak</h2>
<p>Van belang is tevens dat nadat het beslag is gelegd, op korte termijn een bodemprocedure wordt gestart. De termijn voor het beginnen van deze bodemprocedure is in beginsel veertien dagen, maar kan bij uitzondering worden verlengd. Indien u langer wacht, vervalt het beslag.</p>
<h2>Beslagleggen tijdens procedure</h2>
<p>Een beslag kan ook gelegd worden tijdens een aanhangige procedure. In dat geval worden nog steeds dezelfde formaliteiten doorlopen, maar hoeft u niet meer aan te geven waar de bodemprocedure over zal gaan en wanneer deze aanhangig zal worden gemaakt. Dit is inmiddels namelijk al bekend. Indien u meer informatie wenst te ontvangen over deze mogelijkheid, neem dan gerust vrijblijvend contact op.</p>
<h2>Executoriaal beslag</h2>
<p>Een conservatoir beslag dat u heeft gelegd kan, als u de procedure wint, omgezet worden in een executoriaal beslag. Met andere woorden: u krijgt dan toestemming van de rechter om datgene waar u beslag op heeft gelegd direct te executeren. Als de wederpartij niet vrijwillig aan het vonnis voldoet, kan het vonnis ten uitvoer worden gelegd door de deurwaarder en kan het beslagen goed geëxecuteerd worden.</p>
<h2>Beslag als pressiemiddel</h2>
<p>Met een gelegd beslag heeft u een sterk drukmiddel ten opzichte van uw schuldenaar in handen. Uw schuldenaar kan op die manier immers niet zomaar meer over zijn goederen beschikken. Over banktegoeden kan bijvoorbeeld niet meer beschikt worden en een pand waarop beslag is gelegd kan niet meer verkocht worden. Deze druk zorgt er onder omstandigheden voor dat de schuldenaar overgaat tot spoedige betalen, dan wel om tot een minnelijke regeling te komen.</p>
<h2>Advocaat beslag en incasso</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p>SVZ advocaten procedeert veel op het gebied van het ondernemingsrecht, aansprakelijkheidsrecht (zakelijke geschillen) en fiscaalrecht. Het leggen van beslag voorafgaand aan of tijdens de procedure kan grote voordelen hebben voor de positie van een schuldeiser. Het is van belang om u hierover goed te laten informeren en u te laten bijstaan door een gespecialiseerde advocaat. Voor meer informatie en/of advies kunt u vrijblijvend contact opnemen met SVZ advocaten (<a href="mailto:il**@***********en.nl" data-original-string="Yjno6HIM1DkQKd+Mvxv25w==189OD2rEP6oKldyx2OZ2vL4KhAGhGPO9jcw1Y6R8zZO2Gc=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='0JKbmPc5BkuiyYSm0dz5lA==189s98zFcMJBwCgvkeVDZaypg0uh/pEGrSC3Z4EMW3DzJ0='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>il<span class="apbct-blur">**</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a>).</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat second opinion voor hoger beroep</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/advocaat-second-opinion-voor-hoger-beroep/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 14:56:39 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2768</guid>

					<description><![CDATA[Heeft u te maken met een tegenvallende uitspraak van de rechtbank en wilt u weten wat uw kansen zijn in...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Heeft u te maken met een tegenvallende uitspraak van de rechtbank en wilt u weten wat uw kansen zijn in hoger beroep? SVZ advocaten is gespecialiseerd in het procesrecht en kan uw zaak (opnieuw) beoordelen. Voordat u beslist of u wilt investeren in een procedure in hoger beroep, bieden wij u graag een second opinion aan waarbij uw zaak beoordeeld wordt en uw kansen in hoger beroep worden ingeschat.</p>
<p>Centraal staat de vraag waarom de uitspraak van de rechtbank tegenvallend is en welke mogelijkheden bestaan om in hoger beroep een (veel) beter resultaat te behalen. <a href="https://svz-advocaten.nl/">SVZ advocaten</a> procedeert met name veel binnen de rechtsgebieden <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-ondernemingsrecht-hilversum/">ondernemingsrecht</a>, aansprakelijkheidsrecht (zakelijke geschillen) en <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscaal recht.</a></p>
<h2>Second opinion voor hoger beroep</h2>
<p>Een advocaat van SVZ advocaten kan een second opinion voor u verzorgen voordat u besluit om hoger beroep in te stellen. Bij het opstellen van een second opinion gaan wij daarbij met name in op de volgende aspecten die van belang zijn voor het al dan niet instellen van hoger beroep:</p>
<ul>
<li>Is uw zaak/uw verhaal op de juiste wijze opgeschreven en zijn uw standpunten goed gemotiveerd?</li>
<li>Zijn de juiste stellingen ingenomen?</li>
<li>Op welke wijze is bewijs geleverd van ingenomen stellingen?</li>
<li>Zijn de standpunten van de wederpartij (voldoende) gemotiveerd weersproken?</li>
<li>Zijn alle mogelijke (juridische) verweren naar voren gebracht?</li>
<li>Bestaan er mogelijkheden/kansen aan de hand van de actuele jurisprudentie (rechterlijke uitspraken over vergelijkbare zaken)?</li>
</ul>
<p>Na een tegenvallende uitspraak van de rechter is het een grote stap om opnieuw kosten te maken en verder te procederen. Laat u daarom goed voorlichten.</p>
<h2>Is uw zaak goed en overtuigend gemotiveerd?</h2>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Tweede&amp;afdeling=Negende&amp;paragraaf=1&amp;artikel=149&amp;z=2020-10-01&amp;g=2020-10-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 149 Rv</a> mag de rechter alleen die feiten en rechten aan zijn beslissing ten grondslag leggen die in het geding door partijen zijn gesteld of waarop in de loop van het geding de aandacht is gevestigd. De motivatie van uw verhaal, uw zaak, is zeer belangrijk om een procedure te kunnen winnen. Is de nadruk gelegd op de juiste feiten en omstandigheden en is voldoende ingegaan op het ‘verhaal’ van de wederpartij?</p>
<p>In de praktijk blijkt helaas dat niet iedere dagvaarding of conclusie van antwoord goed en overtuigend is opgebouwd. U dient voortdurend te bedenken dat de rechter alleen de procestukken bezit, de procespartijen niet persoonlijk kent en ook de achtergronden en gewoonten van partijen niet op voorhand hoeft te kennen. Het is daarom de taak van uw advocaat om alle aspecten en achtergronden van uw zaak uiteen te zetten. Uiteindelijk kan dit voor u het verschil maken tussen het verliezen of winnen van uw zaak.</p>
<h2>Second opinion hoger beroep: is sprake van onvoldoende betwisting van stellingen?</h2>
<p>Onze advocaat geeft een zorgvuldig second opinion voordat u in hoger beroep gaat. In veel rechtelijke uitspraken is opgenomen dat een door de wederpartij ingenomen stelling niet of onvoldoende is betwist. Door het niet voldoende betwisten van een stelling van de wederpartij kan een procedure onnodig verloren worden. Van niet of onvoldoende betwisting van stellingen van de wederpartij is uiteraard sprake bij een erkentenis maar ook bij slechte, onduidelijke of geheel ontbrekende motivatie. In hoger beroep is hier in uw zaak wellicht de nodige winst te behalen. Bij een second opinion door SVZ advocaten wordt kritisch gekeken naar de stellingen van de wederpartij, zoals deze in eerste aanleg naar voren zijn gebracht, en de mogelijkheden om hierop in hoger beroep passend te reageren/verweer te voeren.</p>
<h2>Is voldoende bewijs ingebracht?</h2>
<p>Op grond van<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Tweede&amp;afdeling=Negende&amp;paragraaf=1&amp;artikel=150&amp;z=2020-10-01&amp;g=2020-10-01" target="_blank" rel="noopener"> artikel 150 Rv</a> draagt de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten de bewijslast van die feiten en rechten. In het normale taalgebruik wordt vaak gesproken over: ‘’wie eist bewijst’’. Dit betekent dat de feiten en rechten goed moeten worden gemotiveerd. De stellingen moeten duidelijk worden ingenomen. Indien er sprake is van een (voldoende gemotiveerde) betwisting dienen er bewijsstukken ingediend te worden. Indien bij de rechtbank is nagelaten om voldoende bewijsstukken naar voren te brengen, kan dit alsnog gerepareerd worden in hoger beroep. Het overleggen van voldoende bewijsstukken is immers in veel gevallen cruciaal om uw zaak te winnen.</p>
<p>Bewijs kan op veel verschillende manieren worden aangedragen. Het kan bijvoorbeeld gaan om schriftelijke overeenkomsten, e-mailberichten, whatsapp-berichten, getuigenverklaringen, financiële stukken of geluidsopnamen. Volgens artikel 152 Rv kan bewijs worden geleverd door alle middelen en is de waardering van het bewijs aan het oordeel van de rechter overgelaten. SVZ advocaten kan u nader adviseren over alle mogelijkheden en aspecten van bewijsvoering.</p>
<h2>Second opinion hoger beroep: zijn alle mogelijke verweren in stelling gebracht?</h2>
<p>Indien u te maken heeft met een vordering van de wederpartij is belangrijk dat onderzocht wordt welke verweren mogelijk zijn. Wellicht kan met een nieuw verweer een beter resultaat behaald worden in hoger beroep. In bepaalde situaties kan bijvoorbeeld een beroep worden gedaan op verjaring of <a href="https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/het-opschortingsrecht/">opschorting</a>.</p>
<h2>Ervaring met en gespecialiseerd in hoger beroep</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p>SVZ advocaten heeft veel ervaring met het voeren van procedures in hoger beroep. Voor u beoordelen wij op een realistische wijze welke mogelijkheden bestaan om uw zaak in hoger beroep te winnen. Naast het alsnog winnen van de procedure kan met een overtuigend hoger beroep ook een goede schikking worden afgedwongen. Wij geven u een indicatie van de kosten, zoals griffiekosten en advocaatkosten en informeren u over het verloop van een procedure in hoger beroep.</p>
<p>Neem voor meer informatie geheel vrijblijvend contact op met Marinus van Zijtveld (<a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="ptZIgGV0Qw8tXQMLSsDjAQ==189N4VT+hHiXFFUDrH+cwDSy9deGGyirfhi0keHYDHUR1I=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='aiJQBONXGJKnLTZvO6/4mA==189MbNW0nQ8XeAR3RIZfDiX/f33Q0DOeJDnD3IpY1r3D3g='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a>).</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aanvechten contractuele boete 2021: wat zijn de verweren?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/aanvechten-contractuele-boete-2020-wat-zijn-de-verweren/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 24 Nov 2020 09:27:33 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2732</guid>

					<description><![CDATA[Het (commerciële) contractenrecht kent twee belangrijke uitgangspunten. Ten eerste geldt de contractsvrijheid van partijen. Daarnaast geldt dat hetgeen wat afgesproken...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Het (commerciële) contractenrecht kent twee belangrijke uitgangspunten. Ten eerste geldt de contractsvrijheid van partijen. Daarnaast geldt dat hetgeen wat afgesproken is, nagekomen dient te worden (pacta sunt servanda). Indien een contractuele verplichting wordt geschonden, kan het zo zijn dat de overtredende partij een boete verschuldigd is. Dergelijke boeteclausules worden vaak expliciet opgenomen in (commerciële) contracten. Vaak is het doel tweeledig: (I) de boete biedt een bepaalde mate van zekerheid voor schade voortvloeiende uit een schending van het contract en (II) de boete heeft een afschrikwekkende werking en zorgt ervoor dat contractspartijen eerder geneigd zullen zijn hun contractuele verplichtingen na te komen. Dit zorgt ervoor dat in handelscontracten steeds meer boetebedingen worden opgenomen.</p>
<p>In dit artikel zal worden stilgestaan bij het boetebeding. De advocaten van SVZ advocaten adviseren en procederen vaak over de geldigheid, de omvang en de gevolgen van overeengekomen boetebeding. Voor meer informatie kunt u uiteraard ook vrijblijvend contact opnemen.</p>
<h2>Advocaat contractuele boete</h2>
<p>Een boetebeding wordt vooraf opgenomen in de overeenkomst. Wanneer de overeenkomst vervolgens door een van de partijen wordt geschonden, verkrijgt de andere partij het recht om de boete op te eisen.</p>
<p>Belangrijk voordeel van de contractuele boete (ten opzichte van het wettelijke recht op schadevergoeding) is dat de eisende partij niet hoeft aan te tonen dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden door de overtreding van de overeenkomst/de bepaling waarop de boete was gesteld.</p>
<p>Dit is een groot voordeel omdat het vaak lastig is om de concreet geleden schade inzichtelijk te maken en daadwerkelijk te bewijzen. In handelsovereenkomsten worden vaak boetes gesteld op bijvoorbeeld de overtreding van garanties, concurrentie- en relatiebedingen en bijvoorbeeld ook geheimhoudingsbedingen.</p>
<h2>Wettelijke voorwaarden boetebeding</h2>
<p>Het boetebeding is geregeld in de <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=9&amp;paragraaf=4&amp;artikel=91&amp;z=2016-07-01&amp;g=2016-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:91 BW</a> tot en met 6:94 BW.</p>
<p>In artikel 6:91 BW is het volgende opgenomen: ‘’Als boetebeding wordt aangemerkt ieder beding waarbij is bepaald dat de schuldenaar, indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen (…)’’</p>
<p>Hieruit blijkt dat er niet veel wettelijke voorwaarden zijn verbonden aan de contractuele boete. Het is daarbij niet van belang of boete ten doel heeft te fungeren als schadevergoeding, dan wel dat de boete als pressiemiddel kan worden ingezet om de overeenkomst na te komen.</p>
<p>Van belang is tevens dat de wettelijke bepaling over het boetebeding van regelend recht is. Partijen kunnen daardoor van de wettelijke regeling afwijken. Het uitsluiten van de mogelijkheid tot rechterlijke matiging van de boete is op grond van artikel 6:94 lid 3 BW echter niet toegestaan en is nietig.</p>
<h2>Aanspraak maken op contractuele boete</h2>
<p>Als hoofdregel geldt dat de schuldeiser moet kiezen tussen dan wel nakoming van de contractuele verplichting, dan wel het vorderen van de boete. Beide vorderingen tegelijk instellen is in beginsel onmogelijk.</p>
<p>Daarnaast geldt dat het boetebeding in de plaats treedt van de wettelijke schadevergoeding (artikel 6:92 lid 2 BW). In beginsel geldt dus dat wanneer er een boete is overeengekomen, geen aanspraak op wettelijke schadevergoeding meer bestaat.</p>
<p>Deze regel is evenwel van regelend recht. Dit betekent dat contractueel overeengekomen kan worden dat naast de boete, recht op schadevergoeding blijft bestaan. Dit gebeurt in de praktijk ook in het merendeel van de gevallen. Indien een dergelijke bepaling niet wordt opgenomen, zou het namelijk zo kunnen zijn dat de werkelijke schade de boete (aanzienlijk) overstijgt, maar dat deze hogere schade niet voor vergoeding in aanmerking komt.</p>
<p>Er kan enkel aanvullende schadevergoeding worden gevorderd indien aantoonbaar is dat de daadwerkelijke schade het boetebedrag overschrijdt. Dit wordt als zodanig ook vaak opgenomen in de overeenkomst en het boetebeding. Voor een geslaagd beroep op aanvullende schadevergoeding, is vereist dat de eisende partij haar daadwerkelijke schade kan onderbouwen en bewijzen.</p>
<p>Van belang is daarnaast dat voor het intreden van een boete verzuim is vereist. In artikel 6:93 BW is opgenomen dat voor het vorderen van de boete een aanmaning is vereist. Kort samengevat komt het erop neer dat ook voor het inroepen van de boete geldt dat de schuldenaar in verzuim moet zijn. Per geval dient te worden bekeken of een ingebrekestelling noodzakelijk is dan wel het verzuim van rechtswege intreedt (bijvoorbeeld wegens het verstrijken van een fatale datum, een mededeling van de schuldenaar aan de schuldeiser dat de schuldenaar niet zal nakomen, de nakoming blijvend onmogelijk is, er sprake is van een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad of schadevergoeding, of de eis van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn).</p>
<p>In de praktijk zien wij dat dit verzuimvereiste van artikel 6:93 BW vaak wordt weg-gecontracteerd. Dit kan op de volgende manier: ‘’In geval van overtreding van artikel X is de tekortschietende partij in verzuim en verbeurt zij aan de andere partij zonder dat nadere ingebrekestelling nodig is een boete ter hoogte van bedrag € X.’’ Let wel: in de praktijk worden niet altijd de juiste contractuele bepalingen gebruikt, waardoor achteraf verwarring en discussie kan ontstaan. Laat u hierover vooraf goed adviseren. Indien er achteraf toch een geschil ontstaat, kunnen wij u uiteraard adviseren over de mogelijkheden.</p>
<h2>Verweermiddelen tegen contractuele boete</h2>
<p>Een boetebeding kan ongeldig zijn wanneer het beding is opgenomen in de algemene voorwaarden en op grond van de wet onredelijk bezwarend is. Het voert voor dit artikel te ver om hier al te diep op in te gaan, voor meer informatie kunt u uiteraard vrijblijvend contact opnemen.</p>
<p>Daarnaast kan het zo zijn dat een beroep op een boete in een specifiek geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (zie artikel 6:248 BW). Hierbij zijn de omstandigheden van het geval relevant. Wenst u verweer te voeren tegen een boete, dan kunnen wij specifiek voor uw geval beoordelen of er steekhoudende verweren tegen de aanspraak ingebracht kunnen worden.</p>
<h2>Matiging boete</h2>
<p>Onder omstandigheden kan de rechter een contractuele boete matigen/verlagen, dit is geregeld in artikel 6:94 BW.</p>
<p>Op grond van de heersende jurisprudentie geldt dat voor matiging van een contractueel boetebeding enkel aanleiding bestaat indien sprake is bijzondere omstandigheden. De rechter kan een contractuele boete op verzoek van de schuldenaar matigen, als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 lid 1 BW). In zijn arrest van 27 april 2007,  <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2007:AZ6638" target="_blank" rel="noopener">ECLI:NL:HR:2007:AZ6638 (<em>Intrahof/Bart Smit</em>)</a> gaf de Hoge Raad een nadere invulling aan deze maatstaf:</p>
<p>“De in deze bepaling opgenomen maatstaf dat voor matiging slechts reden kan zijn indien de <u>billijkheid dit klaarblijkelijk eist</u>, brengt mee dat de rechter pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een <u>buitensporig </u>en daarom <u>onaanvaardbaar resultaat </u>leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.” (rov. 5.3) (onderstreping door advocaat).</p>
<h2>Forse matiging contractuele boete is mogelijk</h2>
<p>De Hoge Raad formuleert hier een strenge maatstaf, die duidelijk maakt dat er iets bijzonders aan de hand moet zijn om tot matiging van een contractuele boete te komen. Bij de matiging door de rechter van contractuele boetes staan de contractsvrijheid en de bescherming van de zwakkere partij lijnrecht tegenover elkaar. Hier moet dus zorgvuldig mee om worden gegaan.</p>
<p>Toch kan de rechter in specifieke gevallen slechts een klein deel van de boete toewijzen (en dus een groot deel van de boete afwijzen). Het kan daarom echt de moeite te zijn om een onredelijk hoge contractuele boete aan te vechten in een procedure. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de recente uitspraak van de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2018:207" target="_blank" rel="noopener">Hoge Raad 16 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:207 (Turan/Easystaff)</a>. De Hoge Raad zet in de uitspraak uiteen dat het ook op grond van de strenge maatstaf goed mogelijk is dat een hoge boete zeer fors wordt gematigd.</p>
<h2>Gronden aanvechten contractuele boete</h2>
<p>Zoals gezegd kan de rechter in deze afweging alle feiten en omstandigheden betrekken. De rechter kijkt op grond van de huidige jurisprudentie, in 2020, bijvoorbeeld naar:</p>
<ul>
<li>Wat is de hoedanigheid van partijen?</li>
<li>Wat is de aard van de overeenkomst?</li>
<li>Wie van partijen was penvoerder?</li>
<li>Wat is de totstandkomingsgeschiedenis van de overeenkomst?</li>
<li>Wat is het doel dat partijen bij het opstellen van het boetebeding voor ogen hebben gehad? Wat is de inhoud en strekking van het beding?</li>
<li>Was de inbreuk die aanleiding gaf tot de boete incidenteel of structureel?</li>
<li>Is er sprake van een algemene boete, of zijn de boetes gespecificeerd met betrekking tot concrete inbreuken?</li>
<li>Is er sprake van een eenmalig boetebedrag of loopt de boete op naarmate de tijd verstrijkt?</li>
<li>Is de boete gemaximeerd?</li>
<li>Wat is de rechtvaardiging voor de omvang van de boete?</li>
<li>Wat is de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete?</li>
<li>Is het doel waarvoor de boete oorspronkelijk is opgesteld door de beweerde inbreuk daadwerkelijk geschaad?</li>
<li>Onder welke omstandigheden is het boetebeding ingeroepen?</li>
</ul>
<h2>Advocaat procedure boetebeding</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in procedures binnen het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">aansprakelijkheidsrecht</a> (zakelijke geschillen). Daarbij wordt vaak geprocedeerd over contractuele boetes en schade. SVZ advocaten heeft hiermee veel ervaring. Wij kunnen u hierover adviseren en bijstaan in een gerechtelijke procedure. Wilt u aanspraak maken op een contractuele boete, of wilt u juist verweer voeren tegen de beweerdelijke verschuldigdheid van een contractuele boete? Neem gerust vrijblijvend contact op met SVZ advocaten. Wij brengen uw rechtspositie graag overzichtelijk voor u in beeld. (<a href="mailto:il**@***********en.nl" data-original-string="kPgifJFj8Z8CsGH+ZKyLqQ==1891ouIoL6+Eud+EmdXnHgKxyCYLkfAg6llAJDYB5sgIzY=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='Ps2Q+PGtm7KlxSXTWVA0Fw==189eFIHSNJ3eMRcgfDVAXtbqWX90vs73RUVxC36ymXHOmw='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>il<span class="apbct-blur">**</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a>).</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Schadevergoeding bij verborgen gebreken aan koopwoning</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/schadevergoeding-bij-verborgen-gebreken-aan-koopwoning/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 05 Oct 2020 14:50:31 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2548</guid>

					<description><![CDATA[Onder welke omstandigheden kan een koper een schadevergoeding vorderen na ontdekking van verborgen gebreken aan de koopwoning? Een woning is...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Onder welke omstandigheden kan een koper een schadevergoeding vorderen na ontdekking van verborgen gebreken aan de koopwoning? Een woning is een grote, niet alledaagse, aankoop. Wat nu als u een huis heeft gekocht dat na de levering verborgen gebreken vertoont? Na de verhuizing ontdekt u bijvoorbeeld ernstige scheurvorming, lekkages of funderingsproblemen. Kunt u in dat geval herstelkosten/schadevergoeding vorderen? SVZ advocaten uit Haarlem is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">aansprakelijkheidsrecht</a> en het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a>. Wij adviseren u graag indien u geconfronteerd wordt met schade als gevolg van een gebrek aan de door u aangekochte woning.</p>
<h2>Leidt het gebrek aan de woning tot non-conformiteit?</h2>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=2&amp;artikel=17&amp;z=2016-09-01&amp;g=2016-09-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:17 BW</a> dient het geleverde huis de eigenschappen de bezitten die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Met andere woorden: het huis moet aan de conformiteitseis voldoen.</p>
<p>Op grond van de wet geldt dat de koper in ieder geval mag verwachten dat het huis geschikt is voor ‘normaal gebruik’. Dit betekent dat het huis met enige duurzaamheid als huis bewoond kan worden op een gebruikelijke wijze. Wanneer het geleverde huis niet geschikt is voor normaal gebruik, dan is de verkoper in beginsel aansprakelijk voor de gebreken die het normaal gebruik verhinderen.</p>
<p>Een ijkpunt daarbij is dat de zaak op moment van levering aan de overeenkomst moet beantwoorden. Let wel: De omstandigheid dat een bepaald gebrek pas na de koop ontstaat, sluit niet uit dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. Het kan namelijk zo zijn dat de koper niet behoefde te verwachten dat het desbetreffende gebrek binnen een bepaalde tijd na de koop zou ontstaan.</p>
<p>De koper van een bestaande woning zal, afhankelijk van de ouderdom en prijs daarvan, tot op zekere hoogte rekening moeten houden met het feit dat in bepaalde mate (achterstallig) onderhoud en aanpassing aan de eisen van de tijd noodzakelijk is. Dit is ook zo indien de noodzaak daartoe ten tijde van het sluiten van de koop niet direct zichtbaar was.</p>
<h2>Verborgen gebreken koopwoning: mededelingsplicht verkoper</h2>
<p>De verkoper moet rekening houden met het normale gebruik van de zaak en met wat hij weet of moet weten over het bijzondere gebruik dat de koper voor ogen staat. Hij heeft een mededelingsplicht indien hij weet of moet weten dat de zaak voor dit normale of bijzondere gebruik ongeschikt is. Indien een onwetende verkoper op de hoogte had moeten zijn, houdt dit in dat hij zijn onderzoeksplicht heeft verzaakt.</p>
<p>Als de verkoper op de hoogte van het gebrek is, dient  hij de koper daarover te informeren. Indien de verkoper niet aan zijn mededelingsplicht heeft voldaan, kan hij de koper (doorgaans) niet verwijten dat hij (eventueel) niet aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan.</p>
<p>Let wel: ook als de verkoper niks te verwijten valt, in die zin dat hij geen mededelingplicht had/heeft geschonden, kan alsnog geoordeeld worden dat er sprake is van non-conformiteit die voor vergoeding in aanmerking komt.</p>
<h2>Mogelijke gebreken: onderzoeksplicht koper</h2>
<p>De aansprakelijkheid van de verkoper wordt begrensd door de onderzoeksplicht van de koper. De koper heeft een onderzoeksplicht met betrekking tot gebreken die de koper bekend waren of bekend hadden kunnen zijn. Van de koper wordt verwacht/mag verwacht worden dat hij het huis goed onderzoekt of laat onderzoeken. De onderzoeksplicht weegt zwaarder naarmate het huis ouder is en (bepaalde) gebreken dus eerder in de lijn der verwachting liggen.</p>
<p>De koper mag alleen die eigenschappen verwachten waarvan hij de aanwezigheid niet behoeft te betwijfelen. Waar hij twijfelt of moet twijfelen, dient hij de verkoper vragen te stellen of zelf onderzoek te verrichten. De koper doet er doorgaans dan ook goed aan om een bouwkundige keuring uit te laten voeren en aan de hand daarvan een bouwkundig rapport op te laten stellen.</p>
<h2>Klachtplicht na ontdekking gebreken woning</h2>
<p>Indien er zich een (verborgen) gebrek voordoet, moet de koper hier tijdig over klagen en de verkoper informeren. Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=3&amp;artikel=23&amp;z=2016-09-01&amp;g=2016-09-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:23 lid 1 BW</a> geldt dat de koper geen beroep meer op de beweerdelijke non-conformiteit van de woning kan doen, indien hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd, nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs hadden behoren te ontdekken, in kennis heeft gesteld. Wat in het concrete geval als ‘’tijdig’’ heeft te gelden, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Het is dus van belang om u goed te laten informeren en om tijdig een ingebrekestelling te sturen met daarin een deugdelijke onderbouwing. Een gespecialiseerde advocaat kan u hierin bijstaan.</p>
<p>Let wel: een rechtsvordering uit hoofde van non-conformiteit verjaart door verloop van twee jaar nadat (binnen bekwame tijd) kennis is gegeven van het gebrek. Het is van belang deze termijnen goed te bewaken om verval van recht te voorkomen.</p>
<h2>Bijzondere clausules koopovereenkomst: beperken van aansprakelijkheid</h2>
<p>Soms worden er in de koopovereenkomst bepaalde clausules opgenomen.</p>
<p>In de koopovereenkomst kan bijvoorbeeld een ouderdomsclausule worden opgenomen. In een dergelijke clausule wijst de verkoper de koper op het feit dat er sprake is van een oudere woning en dat de koper dus niet dezelfde verwachtingen van de koper mag hebben dan hij bijvoorbeeld van een nieuwbouwwoning zou mogen hebben.</p>
<p>Daarnaast zien we in de praktijk ook een niet-zelfbewoningsclausule. In deze clausule geeft de koper aan dat hij de woning voorheen niet zelf heeft bewoond en dat hij daarom niet (of minder goed) op de hoogte is van de staat van de woning. Deze clausule wordt vaak gebruikt indien de woning voorheen verhuurd werd.</p>
<p>Hiermee wordt getracht de aansprakelijkheid van de verkoper jegens de koper voor gebreken uit te sluiten of beperken. De exacte formulering is daarbij van belang. Neem voor meer informatie hierover gerust vrijblijvend contact op met de advocaten van SVZ advocaten.</p>
<p>Indien de makelaar de verkopende partij niet zorgvuldig heeft geadviseerd over het koopcontract bestaan er onder omstandigheden mogelijkheden om de (verzekering van de) makelaar aan te spreken.</p>
<h2>Aansprakelijkheid bouwkundige keuring?</h2>
<p>Het kan ook zo zijn dat de koper zich gebaseerd heeft op een bouwkundig rapport van een gespecialiseerd bedrijf. Indien het rapport de verborgen gebreken niet of niet voldoende meldt, kan de koper onder omstandigheden het bedrijf dat de keuring heeft uitgevoerd aansprakelijk stellen. De verkoper heeft hier in die zin niets mee te maken, dat fouten van dit bedrijf (een hulppersoon) in juridische zin toegerekend kunnen worden aan de koper. Wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.</p>
<h2>Schadevergoeding gebrek woning</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p>SVZ advocaten kan u adviseren of er sprake is van een (verborgen) gebrek en of de verkoper hiervoor aansprakelijk is en mogelijk een schadevergoeding (in de vorm van herstelkosten) verschuldigd is. <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem vrijblijvend contact met ons op</a>. Wij kunnen uw juridische kansen beoordelen en de juiste (proces)strategie bepalen.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Winstafdracht vorderen bij wanprestatie</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/winstafdracht-vorderen-bij-wanprestatie/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 29 Sep 2020 09:46:52 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2519</guid>

					<description><![CDATA[Indien vaststaat dat sprake is van wanprestatie jegens uw onderneming en de wederpartij hierdoor heeft geprofiteerd, is het in bepaalde situaties...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><span data-contrast="auto">Indien vaststaat dat sprake is van wanprestatie jegens uw onderneming en de wederpartij hierdoor heeft geprofiteerd</span><span data-contrast="auto">,</span><span data-contrast="auto"> is het in bepaalde situaties mogelijk om winstafdracht te vorderen.</span><span data-contrast="auto"> De schade wordt in een dergelijk geval begroot</span><span data-contrast="auto"> aan de hand van de financiële stukken van de wederpartij.</span><span data-contrast="auto"> </span><span data-contrast="auto">Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=10&amp;artikel=103&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:104 BW</a></span><span data-contrast="auto"> kan een </span><span data-contrast="auto">rechter </span><span data-contrast="auto">bij wanprestatie of onrechtmatige daad </span><span data-contrast="auto">op vordering van d</span><span data-contrast="auto">e benadeelde ondernemer</span><span data-contrast="auto"> de schade begroten op het bedrag van d</span><span data-contrast="auto">e</span><span data-contrast="auto"> winst</span><span data-contrast="auto"> van de wederpartij</span><span data-contrast="auto"> of op een gedeelte daarvan.</span><span data-contrast="auto"> </span><span data-contrast="auto">De procesadvocaten van </span><span data-contrast="auto">SVZ advocaten</span><span data-contrast="auto"> kunnen u bijstaan </span><span data-contrast="auto">bij </span><span data-contrast="auto">het instellen van deze vordering en het berekenen van de winst van de wederpartij. </span><span data-contrast="auto">SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">aansprakelijkheidsrecht</a> en heeft specifieke financiële en fiscale kennis in huis</span><span data-contrast="auto">,</span><span data-contrast="auto"> zodat vorderingen tot schadevergoeding op de juiste wijze berekend en onderbouwd kunnen worden.</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Vereisten vordering winstafdracht bij wanprestatie</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">De wederpartij moet door de wanprestatie, of onrechtmatige daad, winst hebben genoten. De winst van de wederpartij dient dus in causaal verband te staan met de wanprestatie </span><span data-contrast="auto">of onrechtmatige daad. Anderzijds dient de benadeelde ondernemer schade geleden te hebben. </span><span data-contrast="auto">Bij het instellen van deze vordering wordt de schade niet berekend aan de hand van de concreet geleden schade van de benadeelde partij</span><span data-contrast="auto">,</span><span data-contrast="auto"> maar </span><span data-contrast="auto">wordt juist gekeken naar het bedrag waarvoor de wederpartij geprofiteerd heeft. </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Berekenen schade aan de hand van winst wederpartij</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">Het berekenen van de schade </span><span data-contrast="auto">bij wanprestatie of onrechtmatige daad aan de hand van de winst van de wederpartij is veelal een tegemoetkoming in de bewijslast. </span><span data-contrast="auto">Het is voor een ondernemer vaak zeer lastig vast te stellen en te onderbouwen welke schade hij heeft geleden doordat een wanprestatie of onrechtmatige daad jegens hem is gepleegd. </span><span data-contrast="auto"> </span><span data-contrast="auto">Het is in een dergelijk </span><span data-contrast="auto">geval </span><span data-contrast="auto">lastig om de concrete schade van de benadeelde partij exact te berekenen.</span><span data-contrast="auto"> Uiteraard moet wel vaststaan dat schade is geleden voordat kan worden toegekomen aan </span><span data-contrast="auto">de </span><span data-contrast="auto">begroting van de schade aan de hand van de winst van de wederpartij. </span><span data-contrast="auto">Het is dus van belang dat </span><span data-contrast="auto">de geleden</span><span data-contrast="auto"> schade zo goed mogelijk wordt toegelicht en onderbouwd. </span><span data-contrast="auto">Het is vervolgens mogelijk </span><span data-contrast="auto">dat de rechter, </span><span data-contrast="auto">wanneer </span><span data-contrast="auto">voldoende bewijs voorhanden is van de omvang van de schade, </span><span data-contrast="auto">de wederpartij veroordeelt tot winstafdracht. Het is immers in bepaalde gevallen eenvoudiger om de winst die is gemaakt als gevolg van de wanprestatie of onrechtmatige daad te bepalen. De rechter is overigens niet verplicht om deze wijze van</span><span data-contrast="auto"> schadebegroting toe te passen. De zaak dient zich hiervoor te lenen. De procesadvocaten van </span><a href="https://svz-advocaten.nl/contact/"><span data-contrast="auto">SVZ advocaten</span></a><span data-contrast="auto"> kunnen u hierover nader adviseren</span><span data-contrast="auto"> en per zaak aangeven op welke wijze de schade het beste berekend en onderbouwd kan worden. </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Welke winst komt vergoeding in aanmerking?</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">Het begrip winst dient te worden opgevat als ieder financieel voordeel dat de schuldenaar door zijn onrecht</span><span data-contrast="auto">matig handelen of wanprestatie heeft genoten. Dit betekent dat indien minder verlies wordt gemaakt, bij een wederpartij die helemaal geen winst maakt, </span><span data-contrast="auto">toch financieel voordeel kan zijn genoten door de wanprestatie of onrechtmatige daad. </span><span data-contrast="auto">Het gaat om het netto voordeel dat is genoten, na aftrek van de kosten die in verband staan met </span><span data-contrast="auto">het </span><span data-contrast="auto">betreffende voordeel. </span><span data-contrast="auto">U heeft dan ook een advocaat nodig die financiële stukken kan analyseren en kan gebruiken voor het onderbouwen van de vordering. </span><span data-contrast="auto">SVZ advocaten</span><span data-contrast="auto"> heeft deze kennis in huis en kan u bij uitstek bijstaan bij het </span><span data-contrast="auto">berekenen van de winst die voor vergoeding in aanmerking komt. </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Advocaat vordering winstafdracht als schade</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">De vordering tot winstafdracht brengt mee dat inzicht dient te bestaan in de omvang van de winst.</span><span data-contrast="auto"> Deze winst kan in theorie zelfs de daadwerkelijke schade overstijgen. Indien echter vaststaat dat de </span><span data-contrast="auto">winst als gevolg van de wanprestatie of onrechtmatige daad (veel) hoger is dan de daadwerkelijke schade</span><span data-contrast="auto">,</span><span data-contrast="auto"> kan de rechter de </span><span data-contrast="auto">vordering toewijzen voor een deel van de betreffende winst. </span><span data-contrast="auto">Indien de daadwerkelijke schade hoger is dan de winst van de wederpartij, en dit kan worden aangetoond, kan ook de overige schade gevorderd worden. </span><span data-contrast="auto">De financiële onderbouwing is van groot belang</span><span data-contrast="auto"> en kan voor uw onderneming het verschil maken.</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Advo</span><span data-contrast="auto">caat b</span><span data-contrast="auto">ewijs </span><span data-contrast="auto">berekenen schadevergoeding</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></h2>
<div class="content-format-highlight">
<p><span data-contrast="auto">Er bestaa</span><span data-contrast="auto">n</span><span data-contrast="auto"> diverse processuele middelen om de wederpartij te verplichten inzage te geven in financiële stukken zodat het bedrag van de winst kan worden vastgesteld. </span><span data-contrast="auto">De rechter kan de wederpartij hiertoe verplichten en ook kan een (incidentele) vordering worden ingesteld tot afgifte of inzage in specifieke gegevens (op grond van artikel 843a Rv). </span><span data-contrast="auto">Uit bijvoorbeeld de uitspraak van de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:3241" target="_blank" rel="noopener">Hoge Raad van </a></span><span data-contrast="auto">14 november 2014</span><span data-contrast="auto"> blijkt dat de rechter de winst hoger kan inschatten o</span><span data-contrast="auto">f</span><span data-contrast="auto"> </span><span data-contrast="auto">bepalen indien geen medewerking wordt verleend aan het verstrekken van noodzakelijke gegevens. </span><span data-contrast="auto">SVZ advocaten</span><span data-contrast="auto"> adviseert u graag nader over het verkrijgen van bewijsstukken om een vordering tot schadevergoeding te onderbouwen. </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></p>
</div>
<p><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:0,&quot;335559740&quot;:240}"> </span></p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Berekenen schade bij wanprestatie of onrechtmatige daad </title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/berekenen-schade-bij-wanprestatie-of-onrechtmatige-daad/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 28 Sep 2020 11:10:11 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2512</guid>

					<description><![CDATA[Als vaststaat dat sprake is van wanprestatie of onrechtmatige daad dient de schade berekend te worden die voor vergoeding in...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><span data-contrast="auto">Als vaststaat dat sprake is van wanprestatie of onrechtmatige daad dient de schade berekend te worden die voor vergoeding in aanmerking komt. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het aansprakelijkheidsrecht en heeft de nodige financiële kennis in huis. In deze blog wordt ingegaan op de uitgangspunten die gelden bij het berekenen van schade die is geleden als gevolg van de wanprestatie of onrechtmatige daad van een ander. </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Volledige vergoeding van werkelijk geleden schade</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">Indien vaststaat dat sprake is van aansprakelijkheid, doordat sprake is van wanprestatie of een onrechtmatige daad is gepleegd, heeft een benadeelde recht op volledige vergoeding van de werkelijk geleden schade. Op <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:1600" target="_blank" rel="noopener">12 juni 2015</a> heeft de Hoge Raad nog eens bevestigd dat bij een onrechtmatige daad als uitgangspunt geldt dat de volledige schade vergoed dient te worden. Om deze schade te berekenen zal een vergelijking, een vermogensvergelijking, gemaakt moeten worden tussen de situatie dat geen onrechtmatige daad of wansprestatie </span><span data-contrast="auto">zou zijn</span><span data-contrast="auto"> gepleegd (situatie a) en de daadwerkelijke situatie (situatie b). </span><span data-contrast="auto">De benadeelde ondernemer moet financieel zoveel mogelijk in de situatie a gebracht worden. Het is niet altijd eenvoudig om deze vergelijking op een juiste en controleerbare wijze op te stellen. Een goede cijfermatige onderbouwing van de werkelijk geleden </span><span data-contrast="auto">schade</span><span data-contrast="auto"> is tijdens onderhandelingen of procedures echter wel van groot belang. De financiële en fiscale kennis van SVZ advocaten kan ingezet worden om een overtuigende en kloppende berekening op te stellen zodat een maximaal bedrag aan schade gevorderd kan worden. </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Rechter mag schade </span><span data-contrast="auto">vaststellen aan de hand van schatting</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">In veel situaties is het ingewikkeld om </span><span data-contrast="auto">m</span><span data-contrast="auto">et exacte zekerheid vast te stellen </span><span data-contrast="auto">welke schade is geleden. Niet altijd is duidelijk hoe de vermogenspositie van de benadeelde er uit zou hebben gezien zonder de fout van de aansprakelijke partij. </span><span data-contrast="auto">Als advocaat van de benadeelde is het daarom belangrijk om de geleden schade zo goed mogelijk te onderbouwen met een duidelijke analyse en zoveel mogelijk bewijsstukken. </span><span data-contrast="auto">Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=10&amp;artikel=97&amp;z=2017-02-10&amp;g=2017-02-10" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:97 BW</a> geldt dat de </span><span data-contrast="auto">rechter </span><span data-contrast="auto">de schade </span><span data-contrast="auto">begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat.</span><span data-contrast="auto"> </span><span data-contrast="auto">De term schatting lijkt te betekenen dat de schade vrij willekeurig kan worden vastgesteld. </span><span data-contrast="auto">Dit is echter niet het geval: de schatting van de schade moet zoveel mogelijk zijn gebaseerd </span><span data-contrast="auto">op vaststaande feiten. </span><span data-contrast="auto">De rechter heeft dus een grote mate van vrijheid om de schade vast te stellen. </span><span data-contrast="auto">Iedere situatie is anders en daarom is maatwerk vereist bij </span><span data-contrast="auto">het begroten en inzichtelijk maken van schade. </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Schade dient zoveel mogelijk concreet berekend te worden</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">De werkelijke schade dient zoveel mogelijk vastgesteld te worden aan de hand van de feiten en omstandigheden. </span><span data-contrast="auto">Schade kan op twee verschillende wijze worden berekend: abstract of concreet. </span><span data-contrast="auto">Bij een abstracte schadeberekening worden veelal forfaitaire bedragen gehanteerd gebaseerd op algemene uitgangspunten. </span><span data-contrast="auto">Een voorbeeld van abstracte schadeberekening is de wettelijke rente</span><span data-contrast="auto">,</span><span data-contrast="auto"> waarbij </span><span data-contrast="auto">volgens een vaste methode de schade wordt berekend </span><span data-contrast="auto">wanneer</span><span data-contrast="auto"> een vordering te laat is betaald. </span><span data-contrast="auto">Een abstracte benadering van schade wordt</span><span data-contrast="auto"> bijvoorbeeld</span><span data-contrast="auto"> in bepaalde gevallen toegepast </span><span data-contrast="auto">bij verlies of beschadiging van een zaak. </span><span data-contrast="auto"> </span><span data-contrast="auto">De schade wordt dan berekend naar objectieve maatstaven </span><span data-contrast="auto">van de kosten herstel in algemene zin (ongeacht of herstel daadwerkelijk plaatsvindt en ongeacht en onafhankelijk van de daadwerkelijk gemaakte herstelkosten).</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></p>
<p><span data-contrast="auto">Het uitgangspunt binnen het aansprakelijkheidsrecht is echter dat de werkelijke schade in een individueel geval vastgesteld dient te worden. Dit is een concrete benadering van schade</span><span data-contrast="auto"> waarbij</span><span data-contrast="auto">, zoals eerder genoemd, een </span><span data-contrast="auto">vermogensvergelijking wordt toegepast. </span><span data-contrast="auto"> </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Advocaat berekenen s</span><span data-contrast="auto">chadevergoeding in de vorm van winstafdracht</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">Een advocaat van SVZ advocaten kan namens u vorderen dat de wederpartij</span><span data-contrast="auto"> de winst moet afdragen die is genoten door de onrechtmatige daad of wanprestatie. </span><span data-contrast="auto">Deze vorm van de schadeberekening is mogelijk op grond van artikel 6:104 BW. </span><span data-contrast="auto">Hiervoor is vereist dat de partij die onrechtmatig heeft gehandeld of wanprestatie heeft gepleegd</span><span data-contrast="auto">,</span><span data-contrast="auto"> </span><span data-contrast="auto">als gevolg hiervan winst heeft genoten en dat de benadeelde partij schade heeft geleden. </span><span data-contrast="auto">Deze wijze van schade berekenen wordt wel gezien als een abstracte schadeberekening omdat niet de daadwerkelijk geleden schade centraal staat</span><span data-contrast="auto">,</span><span data-contrast="auto"> maar eerder het voordeel van de wederpartij. </span><span data-contrast="auto">Deze wijze van schadeberekening is van belang in gevallen dat moeilijk te bewijzen valt welke concrete schade is geleden maar wel vaststaat dat de wederpartij heeft geprofiteerd van de wanprestatie of onrechtmatige daad. Een advocaat van SVZ advocaten staat u graag terzijde bij het berekenen van de schade. Omdat onze advocaten jaarrekeningen, grootboekadministraties en andere financiële stukken kunnen analyseren</span><span data-contrast="auto">,</span><span data-contrast="auto"> bent u bij ons aan het juiste adres om </span><span data-contrast="auto">een </span><span data-contrast="auto">vordering tot winstafdracht in te stellen. </span><span data-contrast="auto">Onze advocaten kunnen u ook </span><span data-contrast="auto">adviseren over de informatieplicht van de wederpartij, die kan worden afgedwongen, om gegevens te overleggen waaruit blijkt welke winst is genoten als gevolg van de wanprestatie of onrechtmatige daad. </span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></p>
<h2><span data-contrast="auto">Advocaat schade berekenen en vorderen</span><span data-ccp-props="{&quot;201341983&quot;:0,&quot;335551550&quot;:6,&quot;335551620&quot;:6,&quot;335559739&quot;:160,&quot;335559740&quot;:259}"> </span></h2>
<p><span data-contrast="auto">Bij het berekenen en vorderen van de schade in commerciële zaken komt veel kijken. Denk hierbij aan </span><span data-contrast="auto">de causaliteit, de redelijke toerekening van schade, de begroting van schade maar ook de matigingsbevoegdheid van de rechtbank. </span></p>
<div class="content-format-highlight">
<p><span data-contrast="auto">Een procesadvocaat van SVZ advocaten kan met de juiste strategie het beste resultaat behalen</span><span data-contrast="auto"> in uw procedure over het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">aansprakelijkheidsrech</a>t en het recht op schadevergoeding. Neem direct contact op met mr. M. van Zijtveld van SVZ advocaten voor meer informatie of een vrijblijvende kennismaking (<span 
                data-original-string='kmFhLEDlSkxEFmb7bDk0Fg==189giWDw8PYbri2vbvzU4URMLoIOCefUsCNqEHN/dHC4IY='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span>).</span></p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Recht op inzage bewijsstukken</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/recht-op-inzage-bewijsstukken/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 22 Sep 2020 14:21:46 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2501</guid>

					<description><![CDATA[In civiele procedures komt het uiteindelijk altijd aan op het leveren van bewijs. De partij die zich op bepaalde rechtsgevolgen...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In civiele procedures komt het uiteindelijk altijd aan op het leveren van bewijs. De partij die zich op bepaalde rechtsgevolgen beroept, zal haar stellingen in dat kader moeten onderbouwen met bewijzen. Het leveren van bewijs is niet altijd eenvoudig. Procedures kunnen stuklopen op het leveren van bewijs. Voor aanvang van een procedure adviseren wij u dan ook om uw bewijspositie goed in beeld te brengen. Een advocaat van <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">SVZ advocaten</a> kan namens u een vordering indienen om afgifte van bewijsstukken te eisen.</p>
<h2>Exhibitieplicht: afdwingen recht op inzage bewijsstukken</h2>
<p>Een procespartij die in bewijsnood verkeert, heeft een (voor sommige ondernemers onbekend) middel tot zijn beschikking. Artikel 843a Rv biedt een partij namelijk de mogelijkheid om kennis te nemen van een bewijsmiddel dat haar wel bekend is, maar wat niet in haar bezit is.</p>
<p>Bijvoorbeeld: U bent op de hoogte van een bepaald contract, maar u beschikt hier niet (meer) over. In dat geval kunt u wellicht een beroep doen op de exhibitieplicht. Een ander voorbeeld is een geschil over afgesproken commissies over verstuurde facturen door een contractuele wederpartij. Indien de wederpartij weigert de facturen of omzetgegevens te verstrekken, kunt u afgifte hiervan afdwingen.</p>
<p>Ook in familierechtprocedures kan afgifte van bewijsstukken afgedwongen worden. Denk aan situaties waarbij een wederpartij weigert informatie te verstrekken over (buitenlandse) bankrekeningen, inkomensgegevens of nieuwe contracten van zijn of haar onderneming.</p>
<p>SVZ advocaten heeft veel ervaring op het gebied van het procesrecht en staat ondernemers bij in gerechtelijke procedures. Als ervaren en volhardende procesadvocaten beseffen wij dat de juiste bewijsvoering cruciaal is om procedures te winnen. Bent u benieuwd of u uw bewijspositie kunt versterken door een beroep op artikel 843a RV, lees dan verder.</p>
<h2>Vereisten wetsartikel over recht op inzien bewijsstukken</h2>
<p><a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0039872/2017-09-01/0/BoekDerde/TiteldeelZevende/AfdelingEerste/Artikel843a/afdrukken" target="_blank" rel="noopener">Artikel 843a RV</a> bepaalt het volgende:</p>
<p>&#8221;Hij die daarbij rechtmatig belang heeft, kan op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Onder bescheiden worden mede verstaan: op een gegevensdrager aangebrachte gegevens.&#8221;</p>
<p>Uit dit wetsartikel vallen drie cumulatieve vereisten te destilleren:</p>
<ol>
<li>De verzoeker moet een rechtmatig belang hebben bij inzage, uittreksel of afschrift van de informatie;</li>
<li>Het moet gaan om bepaalde bescheiden;</li>
<li>Het verzoek moet betrekking hebben op bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin de verzoeker partij is.</li>
</ol>
<h3>Rechtmatig belang</h3>
<p>Het recht op inzage of afschrift bestaat alleen wanneer de verzoeker daarbij een rechtmatig belang heeft. De enkele interesse in een stuk is onvoldoende. Het moet gaan om stukken waarbij een partij een direct en concreet belang heeft. De stukken hoeven niet doorslaggevend te zijn in de procedure, maar zij moeten wel relevant zijn voor de rechtspositie van de verzoeker. Het is aan de verzoeker om voldoende feiten en omstandigheden te stellen waaruit dit concrete belang blijkt.</p>
<h3>Bepaalde bescheiden</h3>
<p>Dit vereiste zorgt ervoor dat de verzoeker concreet moet aangeven om welke stukken het precies gaat. Met dit vereiste wil men zogenaamde &#8221;fishing expeditions&#8221; voorkomen. Een voorbeeld: het vorderen van inzage in de gehele boekhouding is onvoldoende. Het vorderen van bijvoorbeeld bepaalde salarisoverzichten kan wel voldoende zijn in het kader van de bepaalbaarheid.</p>
<p>Dit vereiste hangt ook nauw samen met het vorige vereiste, namelijk het rechtmatige belang. Aan de hand van de concretisering van de stukken, kan namelijk pas worden beoordeeld of de verzoeker een rechtmatig belang heeft bij inzage/afschrift van deze stukken.</p>
<p>De term ‘’bescheiden’’ moet daarbij ruim worden geïnterpreteerd. Hieronder vallen ondertekende geschriften, andere schriftelijke bescheiden, zoals betalingsopdrachten, bankafschriften, salarisoverzichten, een computeruitdraai et cetera. Het kan tevens gaan om gegevens op andere gegevensdragers dan papier, zoals bijvoorbeeld, film, foto, geluidsfragmenten, computerbestanden, e-mail, USB-sticks en gegevens in de cloud.</p>
<h3>Een rechtsbetrekking waarbij verzoeker partij is</h3>
<p>Niet iedereen heeft op grond van artikel 843a RV recht op inzage/afschrift van stukken. Dit recht komt alleen toe aan degene die partij was bij die rechtsbetrekking. Daarnaast moet het verzoek bescheiden betreffen aangaande die rechtsbetrekking.</p>
<p>Met de term ‘’rechtsbetrekking’’ wordt elke rechtsbetrekking bedoeld. Het gaat dus niet alleen om overeenkomsten, maar ook om verbintenissen uit de wet (<a href="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/2017-09-01/0/Boek6/Titeldeel3/Afdeling1/Artikel162/afdrukken" target="_blank" rel="noopener">onrechtmatige daad</a>, onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking).</p>
<h2>Uitzondering: Gewichtige reden</h2>
<p>In lid 4 van artikel 843a RV is een uitzondering opgenomen. In dat artikellid is namelijk het volgende opgenomen: ‘’Degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, is niet gehouden aan deze vordering te voldoen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.’’</p>
<p>Van gewichtige redenen kan bijvoorbeeld sprake zijn indien het gaat om vertrouwelijke gegevens (zowel persoonlijk als bedrijfsmatig). Maar ook financiële gegevens of medische gegevens kunnen gewichtige redenen opleveren en er aldus voor zorgen dat een verzoek tot inzage/afschrift wordt afgewezen.</p>
<h2>Uitzondering: Onnodig voor een behoorlijke rechtsbedeling</h2>
<p>Wanneer is inzage/afschrift onnodig voor een behoorlijke rechtsbedeling? Dit kan het geval zijn indien de stukken niet noodzakelijk zijn voor de procedure of indien de feiten ook op een andere manier kunnen worden verkregen (bijvoorbeeld door het horen van getuigen). De rechter zal in voorkomende gevallen een belangenafweging moeten maken.</p>
<h2>Advocaat procedure afdwingen afgifte bewijsstukken</h2>
<p>De vordering uit hoofde van artikel 843a RV kan in een lopende procedure worden ingesteld (namelijk door het opwerpen van een incident). Daarnaast kan een dergelijke vordering bij wijze van een kort geding procedure worden ingesteld, voorafgaand aan een bodemprocedure. Het is belangrijk om vooraf deskundig advies in te winnen over de te bewandelen route.</p>
<h2>Advocaat advies en bijstand bij vordering ex artikel 843a RV</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">aansprakelijkheidsrecht</a> en het procesrecht. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden die artikel 843a RV biedt en staan u graag met raad en daad bij in een gerechtelijke procedure. Heeft u naar aanleiding van dit blog vragen? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met een gespecialiseerde proces-advocaat van SVZ advocaten.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Onrechtmatige daad 2021</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/onrechtmatige-daad/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 16 Sep 2020 15:09:26 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2444</guid>

					<description><![CDATA[Advocaat onrechtmatige daad SVZ advocaten is gespecialiseerd in het aansprakelijkheidsrecht en procedeert regelmatig over vorderingen tot schadevergoeding en de juridische...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2><strong>Advocaat onrechtmatige daad</strong></h2>
<p>SVZ advocaten is <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">gespecialiseerd in het aansprakelijkheidsrecht</a> en procedeert regelmatig over vorderingen tot schadevergoeding en de juridische vraag of sprake is van een onrechtmatige daad.  Artikel 6:162 BW omschrijft het leerstuk van de onrechtmatige daad: “Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden”. Over het leerstuk van de onrechtmatige daad wordt veelvuldig geprocedeerd. Ook als zakelijke partijen een overeenkomst hebben, kan naast contractuele aansprakelijkheid ook (aanvullende) aansprakelijkheid bestaan op grond van onrechtmatige daad.</p>
<h2><strong>Vereisten onrechtmatige daad 2021</strong></h2>
<p>Artikel<a href="https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-6/artikel162/" target="_blank" rel="noopener"> 6:162 BW</a> noemt een aantal cumulatieve vereisten voor de onrechtmatige daad, namelijk:</p>
<ul>
<li>Onrechtmatigheid</li>
<li>Toerekenbaarheid</li>
<li>Schade</li>
<li>Causaliteit</li>
<li>Relativiteit</li>
</ul>
<p>Aan deze vereisten van onrechtmatige daad dient te worden voldaan. In een procedure dient veel aandacht besteedt te worden aan de bewijsvoering. De procesadvocaten van SVZ advocaten kunnen u hierover nader adviseren.</p>
<h2><strong>Vaststellen onrechtmatigheid</strong></h2>
<p>De eerste stap is het vaststellen van de onrechtmatigheid. Op grond van artikel 6:162 BW geldt dat de volgende handelingen kwalificeren als ‘’onrechtmatig’’:</p>
<ol>
<li><em>Een inbreuk op een recht;</em></li>
<li><em>Een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht;</em></li>
<li><em>hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.</em></li>
</ol>
<h3><u>Inbreuk op een recht?</u></h3>
<p>Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer er inbreuk wordt gemaakt op een merkenrecht of op een auteursrecht (de zogenaamde Intellectuele Eigendomsrechten). Daarnaast kan bij deze vorm van onrechtmatigheid gedacht worden aan een schending van het ongestoorde genot van eigendommen/eigendomsrechten. Ook een inbreuk op privacy rechten kan worden gekwalificeerd als een inbreuk op een recht. In het geval ten onrechte beslag wordt gelegd, is sprake van een inbreuk op een eigendomsrecht.</p>
<h3><u>Doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht</u></h3>
<p>Wat zijn de wettelijke regels in een specifiek geval en heeft u hieraan voldaan? Het kan soms lastig zijn om uw rechtspositie in kaart te brengen. Door de pleger van de onrechtmatige daad zal soms als verweer gevoerd kunnen worden dat zijn handelen (hoewel dit in strijd is met een wettelijke plicht) geen aansprakelijkheid oplevert, aangezien niet voldaan is aan het relativiteitsvereiste (waarover later meer). Twijfelt u of er in uw geval sprake is van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht? Neem dan gerust contact op met de advocaten van SVZ advocaten, zij kunnen u hierover adviseren.</p>
<h3><u>Wat is maatschappelijk (on) betamelijk?</u></h3>
<p>Deze categorie vormt een soort restcategorie. Deze categorie is door de rechtspraak ingevuld en is dus zeer casuïstisch van aard. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan situaties van gevaarzetting, sport en spel situaties en bijvoorbeeld fouten van beroepsbeoefenaars. Ook de aansprakelijkheid van de bestuurder van een B.V. kan op dit criterium gebaseerd worden. Voor diverse situaties gelden andere maatstaven met betrekking tot de vraag wat wel en niet betamelijk wordt geacht. De advocaten van SVZ advocaten kunnen u hierover concreet adviseren.</p>
<h2><strong>Onrechtmatige daad en toerekenbaarheid</strong></h2>
<p>Vervolgens moet worden vastgesteld of de onrechtmatige gedraging toerekenbaar is. Een onrechtmatige daad is toerekenbaar indien zij te wijten is aan de schuld van de pleger, of indien de onrechtmatige daad krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen aan hem wordt toegerekend (voor zijn risico komt).</p>
<p>Naarmate meer factoren meespelen, kan het ingewikkeld zijn om vast te stellen aan wie een onrechtmatige daad moet worden toegerekend. SVZ advocaten heeft hiermee geruime ervaring en kan u hierover informeren.</p>
<h2><strong>Advocaat schadeberekening bij onrechtmatige daad</strong></h2>
<p>In de wet is geen concrete definitie van schade opgenomen. Wel is bepaald dat schade die op grond van de wet voor vergoeding in aanmerking komt, kan bestaan in vermogensschade en ander nadeel. Bij vermogensschade kan men denken aan geleden verlies of gederfde winst. Onder ander nadeel kan ook immateriële schade vallen.</p>
<p>De aanwezigheid van schade wordt over het algemeen redelijk snel aangenomen. Wat wel vaak tot discussie leidt in een gerechtelijke procedure, is de omvang van de schade. De partij die zich op het standpunt stelt dat hij schade heeft geleden, zal deze schade moeten onderbouwen en bij gemotiveerde betwisting door de wederpartij ook door middel van bewijzen moeten onderbouwen. Het is van belang om voorafgaand aan een gerechtelijke procedure uw bewijspositie goed in beeld te brengen. SVZ advocaten beschikt ook over financiële kennis, waardoor wij u goed kunnen bijstaan bij het onderbouwen van uw schade.</p>
<h2><strong>Onrechtmatigheid en causaliteit met schade </strong></h2>
<p>De schade moet, volgens deze eis, zijn ontstaan door de onrechtmatige handeling van de schadeveroorzaker. De vraag of er sprake is van causaliteit, zorgt in de praktijk vaak voor discussie. Zo komt het soms voor dat er ook mogelijke alternatieve oorzaken voor de schade aanwezig zijn. Ook zien wij in de praktijk dat de schade (gedeeltelijk) een andere oorzaak heeft. Dit bemoeilijkt het leveren van bewijs aangaande de causaliteit. Het is van belang om u hierover voorafgaande aan een gerechtelijke procedure goed te laten adviseren.</p>
<h2><strong>Vereiste van relativiteit bij onrechtmatige daad </strong></h2>
<p>Dit vereiste komt er kort gezegd op neer dat de overtreden norm geschreven moet zijn ter bescherming van het in dit geval geschonden belang. Dit beginsel is neergelegd in <a href="https://maxius.nl/burgerlijk-wetboek-boek-6/artikel163" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:163 BW</a>:</p>
<p>‘’geen verplichting tot schadevergoeding bestaat wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.”</p>
<h2><strong>Advocaat procedure onrechtmatige daad</strong></h2>
<p>Wat kan er op grond van onrechtmatige daad gevorderd worden in een gerechtelijke procedure?</p>
<ul>
<li>Schadevergoeding in geld (artikel 6:95 BW);</li>
<li>Schadevergoeding in een andere vorm (artikel 6:103 BW);</li>
<li>Een verklaring voor recht (let op dit kan niet in kort geding);</li>
<li>Een gebod of een bevel;</li>
<li>Een verbod (artikel 3:296 BW);</li>
<li>Rectificatie (artikel 6:167 en 6:196 BW).</li>
</ul>
<p>Ook bij een dreigende onrechtmatige daad kan reeds een vordering worden ingesteld (ter voorkoming van verdere schade). In dat geval kan bijvoorbeeld een verklaring voor recht, een gebod of bevel en een verbod worden gevorderd.</p>
<p>Aan een gebod, bevel of verbod kan eveneens een dwangsom gekoppeld worden. De praktijk leert dat een dwangsom vaak een financiële prikkel voor de wederpartij oplevert om zich te onthouden van (verder) onrechtmatig handelen. Omdat vaak de nodige spoed is geboden kan hiervoor een kort geding procedure gestart worden.</p>
<h2><strong>Advocaat aansprakelijkheidsrecht &amp; procesrecht</strong></h2>
<div class="content-format-highlight">
<p>De advocaten van SVZ advocaten uit Haarlem hebben ruime ervaring met procederen en advisering op het gebied van aansprakelijkheid. Indien u vragen hebt over aansprakelijkheid, of geconfronteerd wordt met schade, n<a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">eem dan gerust vrijblijvend contact op</a>.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat bij procedure kantonrechter?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/advocaat-bij-procedure-kantonrechter/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 03 Sep 2020 12:53:17 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2282</guid>

					<description><![CDATA[Wanneer moet er worden geprocedeerd bij de kantonrechter? Wat zijn de regels wanneer er wordt geprocedeerd bij de rechtbank, sector...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer moet er worden geprocedeerd bij de kantonrechter? Wat zijn de regels wanneer er wordt geprocedeerd bij de rechtbank, sector kanton? Indien u verwikkeld bent geraakt in een juridische procedure, is het verstandig om vooraf advies in te winnen over deze vragen. Per procedure staat immers vast welke instantie bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het procesrecht en staat ondernemers bij in zowel procedures bij de kantonrechter, de rechtbank, het gerechtshof en arbitragezaken. In dit artikel zetten wij voor u de regels met betrekking tot het procederen bij de kantonrechter uiteen.</p>
<h2><strong>Wanneer is de kantonrechter bevoegd?</strong></h2>
<p>In het verleden sprak de kantonrechter recht op het kantongerecht. Tegenwoordig maakt de kantonrechter onderdeel uit van de <a href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken" target="_blank" rel="noopener">rechtbank</a> en valt de kantonrechter onder de ‘’sector kanton’’ binnen de rechtbank. De kantonrechter buigt zich over een groot aantal zaken, die inhoudelijk zeer divers kunnen zijn. In de wet is bepaald dat de kantonrechter bevoegd is als het gaat om:</p>
<ul>
<li>Zaken met een beloop van ten hoogste € 25.000 (denk aan incasso zaken);</li>
<li>Zaken die betrekking hebben op huurovereenkomsten;</li>
<li>Zaken die betrekking hebben op arbeidsovereenkomsten;</li>
<li>Zaken die betrekking hebben op consumentenovereenkomsten.</li>
</ul>
<h2><strong>Welke kantonrechter is bevoegd?</strong></h2>
<p>In beginsel is de rechter in de woonplaats van de verweerder bevoegd om kennis te nemen van de zaak. De persoon die wordt gedagvaard speelt dus in beginsel een ‘’thuiswedstrijd’’, maar er bestaan diverse uitzonderingen op deze regel.</p>
<p>In arbeidsrechtszaken is de kantonrechter in het gebied waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht bevoegd.  In huurzaken is de kantonrechter binnen wiens rechtsgebied het gehuurde zich bevindt bevoegd. Bij een zaak waarin wordt geprocedeerd over een onrechtmatige daad, is ook de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit heeft plaatsgevonden bevoegd om van de zaak kennis te nemen. De advocaten van SVZ advocaten zijn op de hoogte van de procedurele mogelijkheden en kunnen u hierover desgewenst adviseren.</p>
<h2><strong>Advocaat procedure kantonrechter</strong></h2>
<p>Een procedure bij de kantonrechter is doorgaans laagdrempeliger dan een procedure bij de rechtbank. Dit blijkt bijvoorbeeld al uit het feit dat partijen bij de kantonrechter niet vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar dat zij zich ook kunnen laten bijstaan door een jurist, gemachtigde of zelf het woord kunnen doen. Daarnaast zijn de (griffie)kosten lager dan bij een procedure bij de rechtbank.</p>
<p>Ondanks het feit dat de procedure bij de kantonrechter geen verplichte procesvertegenwoordiging kent, staat SVZ advocaten vaak ondernemers bij in dit soort procedures. Vooral in materieel omvangrijke/ingewikkelde procedures is het van belang om deskundig advies in te winnen en (tijdens de procedure) te worden bijgestaan door een deskundige advocaat. Hoewel de procedure laagdrempeliger is, geldt dat u uiteraard gebonden bent aan het vonnis. Dit kan zeer verstrekkende gevolgen hebben.</p>
<p>SVZ advocaten is onder meer gespecialiseerd in het arbeidsrecht, huurrecht en aansprakelijkheidsrecht voor ondernemer: allemaal rechtsgebieden waarbinnen veel geprocedeerd wordt bij de kantonrechter.</p>
<h2><strong>Proces: dagvaarding</strong></h2>
<p>Elk proces begint met een procesinleiding. In de meeste gevallen is dat een dagvaarding. Deze dagvaarding wordt betekend door de deurwaarder. De wet stelt eisen aan de inhoud van de dagvaarding. Het is van belang om te controleren of de door u ontvangen dagvaarding aan alle (formele) vereisten voldoet. Indien u zelf wenst over te gaan tot dagvaarding van uw wederpartij, is het eveneens van groot belang om de formaliteiten goed in acht te nemen. SVZ advocaten kan u hierbij uiteraard behulpzaam zijn. Voor meer informatie over de dagvaarding: <a href="https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/dagvaarding-ontvangen-onderneem-direct-actie/">lees ook ons eerder blog hierover</a>.</p>
<h2><strong>Procedure kantonrechter: de eerste rolzitting</strong></h2>
<p>In de dagvaarding wordt een zittingsdatum genoemd. Dit wordt ook wel de roldatum genoemd. Het betreft (meestal) een schriftelijke zitting, waarbij partijen niet aanwezig hoeven te zijn, maar waarbij wel een (processuele) handeling verricht moet worden.</p>
<p>Met betrekking tot de eerste roldatum (zoals vermeld in de dagvaarding) geldt dat de eisende partij de dagvaarding moet aanbrengen bij de rechtbank (lees: moet toesturen aan de rechtbank) en dat de gedaagde partij zich moet stellen bij de rechtbank (lees: kenbaar moet maken bij de rechtbank).</p>
<h2><strong>Verweer voeren bij kantonrechter</strong></h2>
<p>In procedures bij de kantonrechter krijgt de gedaagde partij vervolgens een termijn (van in beginsel 4 weken) om verweer te voeren door een conclusie van antwoord in te dienen. In beginsel kan de gedaagde partij één keer uitstel (van 4 weken) verzoeken voor het indienen van de conclusie van antwoord. De vormvereisten bij de kantonrechter zijn minder streng. Over het algemeen kan een brief met bijlagen worden ingediend waarin het standpunt van de gedaagde partij naar voren komt.</p>
<p>Bent u zelf gedagvaard en wilt u verweer voeren? U kunt schriftelijk verweer voeren tegen de vorderingen van de wederpartij. Het verweer wordt vastgelegd in een conclusie van antwoord. Ook is het mogelijk een tegenvordering in te dienen. Dit wordt een eis in reconventie genoemd. Een eis in reconventie dient aan bepaalde formele eisen te voldoen. SVZ advocaten kan u daarover nader adviseren.</p>
<h2><strong>Procedure kantonrechter: comparitie van partijen</strong></h2>
<p>Na de schriftelijke ronde wordt er doorgaans een mondelinge behandeling gepland, ook wel de comparitie van partijen genoemd. Hoe de zitting verloopt, is afhankelijk van wat de kantonrechter daarover heeft bepaald in het tussenvonnis. Soms krijgen de gemachtigden/advocaten van partijen de mogelijkheid een pleitnota voor te dragen. Soms zal de rechter inlichtingen van partijen verlangen. Vaak zal de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling ook aan partijen vragen of een schikking tot de mogelijkheid behoort. Het is goed om hierover vooraf na te denken en advies in te winnen bij een deskundig advocaat.</p>
<p>Wanneer de rechter voldoende informatie heeft verkregen, zal er vonnis worden gewezen. Het is echter ook mogelijk dat de rechter een nieuwe schriftelijke ronde inlast. Partijen krijgen dan de kans om een conclusie van repliek en dupliek te nemen. Neem gerust vrijblijvend contact op voor meer informatie hierover.</p>
<h2><strong>Hoger beroep tegen vonnis kantonrechter</strong></h2>
<p>Hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter is alleen mogelijk als de vordering in eerste aanleg hoger is dan € 1.750,&#8211;. Daarnaast is hoger beroep mogelijk wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat een vordering, niet zijnde een directe geldvordering, duidelijk een hogere waarde vertegenwoordigt. Het hoger beroep moet uiterlijk binnen 3 maanden worden ingediend. Let op: voor het instellen van hoger beroep heeft u altijd een advocaat nodig. Ook de wederpartij dient zich in hoger beroep te laten vertegenwoordigen door een advocaat.</p>
<h2><strong>Procesadvocaat SVZ advocaten</strong></h2>
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">SVZ advocaten uit Haarlem</a> is gespecialiseerd in het procesrecht en kan u adviseren over diverse procesrechtelijke vraagstukken.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Daarnaast is SVZ advocaten gespecialiseerd in het arbeidsrecht, huurrecht en aansprakelijkheidsrecht voor ondernemers: indien u bijstand nodig heeft binnen deze rechtsgebieden, kunnen wij u uiteraard ook bijstaan in een gerechtelijke procedure bij de kantonrechter. Neem gerust vrijblijvend contact met ons op voor een afspraak.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
