<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/" >

<channel>
	<title>SVZ Advocaten</title>
	<atom:link href="https://svz-advocaten.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://svz-advocaten.nl</link>
	<description>Advocatenkantoor gevestigd in Haarlem &#38; Hilversum</description>
	<lastBuildDate>Mon, 12 Jan 2026 15:03:26 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.0</generator>
	<item>
		<title>Advocaat bij verdenking btw-fraude</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/advocaat-bij-verdenking-btw-fraude/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 16 Nov 2022 15:15:21 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2951</guid>

					<description><![CDATA[Op het moment dat de Belastingdienst een onderzoek instelt naar btw-fraude bij uw onderneming is het belangrijk om tijdig deskundig...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Op het moment dat de Belastingdienst een onderzoek instelt naar btw-fraude bij uw onderneming is het belangrijk om tijdig deskundig advies in te winnen. SVZ advocaten heeft kennis van het <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">belastingrecht en het fiscale procesrecht</a> (waaronder de regels inzake <a href="https://svz-advocaten.nl/procesrecht/bewijs-in-belastingzaken/">bewijslastverdeling</a>). Wij kunnen u bijstaan bij het samenstellen van een dossier, het voeren van onderhandelingen met de Belastingdienst en het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures. Ook indien u te maken krijgt met problematische btw schulden kunnen wij u adviseren over de mogelijkheden en het beperken van fiscale risico’s (betalingsregeling, sanering, faillissement en/of de risico’s op bestuurdersaansprakelijkheid).</p>
<h2>Vermoeden van schijnhandeling</h2>
<p>De Belastingdienst kan bijvoorbeeld stellen dat sprake is van een schijnhandeling. Voor de heffing van btw, en het aftrekrecht, moeten prestaties daadwerkelijk worden verricht. Indien er in werkelijkheid geen prestatie heeft plaatsgevonden maar wel een factuur is opgesteld om btw voordeel te bereiken, is sprake van btw fraude. Het kan echter ook voorkomen dat wel degelijk een prestatie is verricht, maar dat dit lastig is om aan te tonen. In andere gevallen kan de Belastingdienst stellen dat de waarde van goederen veel lager is terwijl slechts met als doel belastingvoordeel te verkrijgen een andere waarde is toegepast. SVZ advocaten staat u graag terzijde bij het samenstellen van een dossier, het voeren van onderhandelingen en/of het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures.</p>
<h2>Niet indienen van aangifte of indienen foutieve aangifte btw</h2>
<p>De btw is een aangiftebelasting waardoor de ondernemer op eigen initiatief aangifte moet doen en het berekende belastingbedrag moet betalen. De <a href="https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/home/home" target="_blank" rel="noopener">Belastingdienst</a> gaat ervan uit dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist zijn. Indien de aangifte toch onjuist is en te weinig belasting is aangegeven of betaald, kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag en boete opleggen. Er kunnen veel verschillende oorzaken bestaan van de foutieve aangiften.</p>
<p>Denk bijvoorbeeld aan:</p>
<ul>
<li>Financiële problemen waardoor bewust een foutieve aangifte is ingediend;</li>
<li>Foutieve advisering door een boekhouder/accountant;</li>
<li>Achterstanden in de administratie.</li>
</ul>
<p>Over de hoogte van boete kunnen geschillen ontstaan met de Belastingdienst. De specifieke omstandigheden van het geval zijn daarbij van groot belang. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het maken van bezwaar tegen een belastingboete bij het vermoeden van btw-fraude. Een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscaal advocaat</a> van SVZ advocaten kan u daarnaast bijstaan bij het voeren van onderhandelingen over de afwikkeling van btw-schulden. Een belastingboete kan daarnaast in bepaalde gevallen voorkomen of beperkt worden door op eigen initiatief een suppletieaangifte (een herstelaangifte) in te dienen.</p>
<h2>Gebrekkige of valse facturen</h2>
<p>De verdenking van btw fraude kan ook zien op gebrekkige of foutieve facturen. Bij gebreken in facturen kan de Belastingdienst het <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/aftrek-van-btw-bij-onjuiste-of-kwijtgeraakte-facturen/">recht op aftrek</a> weigeren. Indien aangetoond kan worden dat aan de materiële voorwaarden voor aftrek van btw is voldaan, kan onder voorwaarden toch aanspraak gemaakt worden op de aftrek btw. In bepaalde gevallen zal de Belastingdienst de factuur als ‘vals’ bestempelen. De term ‘valse factuur’ brengt mee dat de Belastingdienst uitgaat van bewuste fraude (met grote risico’s op naheffing, boetes en aansprakelijkheid). Hiervan kan sprake zijn als de omschrijving op de factuur niet klopt met de werkelijkheid. De factuur kan bijvoorbeeld opgesteld zijn door een derde, zonder medeweten van uw onderneming, met als doel van deze derde om aanspraak te kunnen maken op de aftrek van btw. Uw onderneming kan dan te maken krijgen met een naheffing door de Belastingdienst waarbij hoge boetes opgelegd kunnen worden. Het is belangrijk hiertegen tijdig bezwaar te maken. Ook kan het zijn dat de factuur niet overeenstemt met de daadwerkelijk verrichte diensten of leveringen. Hierdoor kan bijvoorbeeld het btw-percentage onjuist zijn. Het stempel van fraude is niet altijd juist. In bepaalde gevallen is geen sprake van opzet maar is de werkelijkheid genuanceerder. Daarnaast kunt u als ondernemer ook het slachtoffer zijn van opzettelijke fraude door een derde. <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem contact op met SVZ advocaten</a> indien de Belastingdienst van mening is dat u gebruik heeft gemaakt van ‘valse facturen’.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Verjaring van belastingschulden</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/verjaring-van-belastingschulden/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 15 Nov 2022 15:27:35 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1140</guid>

					<description><![CDATA[De verjaring van belastingschulden is mogelijk na verloop van tijd. Na het verjaren van de belastingschuld kan de Belastingdienst de...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De verjaring van belastingschulden is mogelijk na verloop van tijd. Na het verjaren van de belastingschuld kan de Belastingdienst de betreffende aanslag niet langer invorderen. Op uw verzoek kan een advocaat fiscaal recht van SVZ advocaten u adviseren over de mogelijke verjaring van een belastingschuld. Neem direct contact op via <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="RNltDAnvY3oeS6E+GQs5aA==189Dp7Q6yPkrq61j+Zw/au8iBVe2PyOOlkV5VHRAP2jrWk=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser." rel="nofollow"><span 
                data-original-string='uapJxltuDu/6bpqN4+Rn9w==189NFTx6T+pPNVNprPDOWRkDZY9H1c8tgJMDRxLQRdmJ9Y='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> voor meer informatie of een geheel vrijblijvende bespreking.</p>
<h2>Termijn verjaring belastingschuld</h2>
<p>De Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) en de Invorderingswet bevatten regels over de termijn van verjaring. De verjaringstermijn start op het moment dat de betalingstermijn is verstreken. De betalingstermijn is opgenomen in de belastingaanslag. Op grond van artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=4&amp;titeldeel=4.4&amp;afdeling=4.4.3&amp;z=2020-04-15&amp;g=2020-04-15" target="_blank" rel="noopener">4:104 lid 1 AWB</a>  geldt dat vijf jaar nadat de betalingstermijn is verstreken de belastingschulden in beginsel verjaard zijn. Dit betekent dat de aanslag niet meer ingevorderd mag worden. Het is voor de Belastingdienst daarna niet meer mogelijk om rechtsgeldig aanmaningen te versturen, beslag te leggen of belastingteruggaven te verrekenen met de verjaarde belastingschuld.</p>
<p>Doet u toch een betaling op een verjaarde aanslag? Dan geldt deze betaling niet als onverschuldigd omdat ook na de verjaring nog een ‘natuurlijke verbintenis’ blijft bestaan. Het is daarom belangrijk om u goed te laten adviseren indien een belastingschuld wellicht verjaard kan zijn.</p>
<h2>Stuiting van de verjaring belastingschuld</h2>
<p>Het is echter niet zo dat iedere belastingschuld die volgt uit een belastingaanslag die ouder is dan vijf jaar ook verjaard is. Net zoals dat geldt in het privaatrecht kan de verjaring van belastingschulden gestuit worden. In de meeste gevallen laat de Belastingdienst belastingschulden niet verjaren en worden de termijnen geautomatiseerd goed in de gaten gehouden. Uit artikel 4:110 AWB volgt dat na stuiting weer een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar gaat lopen.</p>
<p>Een specifieke regeling geldt voor de periode dat (officieel) <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/uitstel-van-betaling-voor-ondernemers-met-belastingschulden/">uitstel van betaling is gegeven door de Belastingdienst</a>. In deze periode loopt de verjaringstermijn niet door en wordt deze dus opgeschort. Indien de Belastingdienst alleen stil zit en niet invordert, maar geen formeel uitstel van betaling heeft gegeven loopt de verjaringstermijn gewoon door.</p>
<p>Ook op verschillende andere wijzen kan de verjaring van een belastingschuld gestuit worden door de Belastingdienst. Het instellen van een daad van rechtsvervolging en de erkenning door de belastingplichtige van het recht van de Belastingdienst gelden bijvoorbeeld als stuiting. Ook het versturen van een aanmaning, een beschikking verrekening, een dwangbevel en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel (bijvoorbeeld executieverkoop) leiden op grond van artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=4&amp;titeldeel=4.4&amp;afdeling=4.4.3&amp;artikel=4:106&amp;z=2020-04-15&amp;g=2020-04-15" target="_blank" rel="noopener">4:106 AWB</a> tot stuiting van de verjaring. Ook een gewone ingebrekestelling stuit de verjaring op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;hoofdstuk=IV&amp;afdeling=3&amp;artikel=27&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 27 Invorderingswet</a>.</p>
<p>Is een derde aansprakelijk gesteld? Dan geldt een specifieke regeling voor de verjaring.</p>
<h2>Advies SVZ advocaten</h2>
<p>Op uw verzoek kan een <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-advocaat/">fiscaal advocaat van SVZ advocaten</a> u adviseren over de mogelijke verjaring van belastingschulden. SVZ advocaten krijgt veel verzoeken over de verjaring van belastingschulden. Daarom neemt SVZ advocaten alleen dossiers in behandeling waarbij het gaat om aanslagen van enige omvang, waarbij alle informatie kan worden verstrekt en er een reële kans van slagen bestaat.  Bij het geven van het advies zal altijd het voorbehoud worden gemaakt dat het advies is gebaseerd op de gegevens die u heeft verstrekt. Tenminste moeten de volgende gegevens verstrekt worden.</p>
<ul>
<li>Aanslag met dagtekening;</li>
<li>Alle brieven, beschikkingen, mededelingen of andere schriftelijke documenten van de Belastingdienst waarop het aanslagnummer is vermeld;</li>
<li>Informatie over betalingsregelingen en gegeven uitstel van betaling;</li>
<li>Informatie over mogelijke periode van faillissement;</li>
<li>Aanmaningen, dwangbevelen, exploten en andere documenten inzake de invordering van de belastingaanslag;</li>
<li>Overzicht van de verrichte betalingen en uitgevoerde verrekeningen met betrekking tot de betreffende aanslag.</li>
</ul>
<p>Zijn uw belastingschulden niet verjaard? Wellicht kan SVZ advocaten namens u een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">verzoek tot kwijtschelding of sanering</a> van de belastingschuld indienen bij de Belastingdienst. In bepaalde gevallen is ook de inhoudelijke betwisting van oude aanslagen nog mogelijk.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Neem c<a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">ontact op met SVZ advocaten</a> voor meer informatie over de mogelijke verjaring van uw belastingschuld.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat bij belastingprocedure</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/advocaat-bij-belastingprocedure/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 02 Nov 2022 14:02:12 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2927</guid>

					<description><![CDATA[In dit artikel vindt u meer informatie over de belastingprocedure. Heeft u een belastingadvocaat nodig voor uw fiscale zaak? Neem...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In dit artikel vindt u meer informatie over de belastingprocedure. Heeft u een belastingadvocaat nodig voor uw fiscale zaak? Neem dan contact op met SVZ advocaten. SVZ advocaten heeft de juiste kennis in het huis van het <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscale procesrecht</a> en kan u bijstaan bij het voeren van procedures tegen de Belastingdienst. Wij kunnen optreden als uw procesvertegenwoordiger of alleen een aantal stukken controleren, adviezen geven of met u meegaan naar de zitting. Neem voor meer informatie contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Fiscale procedure: welke rechtbank is bevoegd?</h2>
<p>In het geval een bezwaarprocedure tegen een aanslag of aansprakelijkheidsbeschikking niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, kan een beroepschrift ingediend worden bij de rechtbank. Van de 11 rechtbanken in Nederland behandelen slechts vijf rechtbanken belastingzaken (rechtbanken Den Haag, Noord-Holland, Noord-Nederland, Gelderland en Zeeland-West-Brabant). Het is belangrijk dat het beroepschrift bij de juiste rechtbank wordt ingediend. Op de uitspraak op bezwaar staat over het algemeen aangegeven bij welke rechtbank het beroepschrift ingediend moet worden. Voor de bevoegdheid van de rechtbank wordt aangesloten bij de woon- of vestigingsplaats van de belastingplichtige. Binnen het belastingrecht geldt dat indien een beroepschrift bij de verkeerde rechtbank wordt ingediend, de rechtbank het beroepschrift zal moeten doorsturen naar de juiste rechtbank. Uiteraard is het beter om dit te voorkomen, mede om onnodige vertraging tegen te gaan.</p>
<h2>Beroepstermijn in belastingzaken</h2>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=6&amp;afdeling=6.2&amp;artikel=6:7&amp;z=2021-01-01&amp;g=2021-01-01" target="_blank" rel="noopener"><u>artikel 6:7 AWB</u></a> bedraagt de beroepstermijn zes weken. Deze termijn begint te lopen op de dag na dagtekening van de uitspraak op bezwaar of op de latere dag van bekendmaking van de uitspraak (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&amp;hoofdstuk=V&amp;afdeling=2&amp;artikel=26c&amp;z=2018-01-01&amp;g=2018-01-01" target="_blank" rel="noopener"><u>artikel 26c AWR</u></a>). Te laat beroep ingesteld? Niet altijd leidt een te laat ingediend beroepschrift tot niet ontvankelijkheid. In bepaalde omstandigheden kan aangevoerd worden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is (waardoor aan de termijnoverschrijding geen gevolgen worden verbonden). Wellicht zijn er fouten gemaakt bij bekendmaking van een besluit door de Belastingdienst of heeft de belastingplichtige door bijzondere omstandigheden geen kennis kunnen nemen van het besluit van de Belastingdienst.  SVZ advocaten kan u nader adviseren over de ontvankelijkheid van een bezwaar- en beroepschrift. In algemene zin geldt dat het erg belangrijk is om de korte termijnen, zoals deze gelden binnen het belastingrecht, goed in de gaten te houden.</p>
<h2>Griffierechten bij fiscale procedure</h2>
<p>Bij een fiscale procedure bij de rechtbank is griffierecht verschuldigd. De griffiekosten in belastingzaken verschillen van € 46 tot € 338. Natuurlijke personen  betalen een lager bedrag aan griffiekosten dan rechtspersonen. De tarieven zijn bij de rechtbank lager dan bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Meer informatie over de hoogte van de griffierechten kunt u vinden op <a href="https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Kosten-rechtszaak/Griffierecht/Paginas/Griffierecht-bestuursrecht.aspx" target="_blank" rel="noopener">de website van de rechtspraak</a>. Wordt de fiscale procedure geheel of gedeeltelijk gewonnen? In dat geval zal de Belastingdienst de griffiekosten moeten vergoeden. Ook in andere gevallen kan de Belastingdienst veroordeeld worden tot betaling van de griffiekosten aan de belastingplichtige. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de Belastingdienst niet juist heeft gehandeld ten opzichte van de belastingplichtige.</p>
<h2>Procesvertegenwoordiging in fiscale zaken</h2>
<p>Procederen bij de belastingrechter kan zonder advocaat en/of gemachtigde. Gezien de complexiteit van de fiscale wet- en regelgeving, het procesrecht en de regels omtrent <a href="https://svz-advocaten.nl/procesrecht/bewijs-in-belastingzaken/">bewijslastverdeling</a> kan het toch verstandig zijn om een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscaal advocaat</a> in te schakelen. De rechtbank zal in dat geval de correspondentie naar de gemachtigde toesturen. Neem voor meer informatie over de mogelijkheden van procesvertegenwoordiging in fiscale zaken contact op met SVZ advocaten. Daarnaast kan SVZ advocaten ook een second opinion verzorgen van het door uzelf of uw gemachtigde opgestelde beroepschrift.</p>
<h2>Eisen beroepschrift in belastingzaak</h2>
<p>Er gelden een aantal eisen waaraan een beroepschrift moet voldoen. Zo moet het beroepschrift schriftelijk worden ingediend. Tevens moet het beroepschrift in een fiscale procedure voorzien zijn van een handtekening, naam en adres van de indiener. Daarnaast moet een omschrijving zijn opgenomen van het besluit waartegen het beroep is gericht. Een kopie van de uitspraak op bezwaar wordt met het beroepschrift meegezonden (artikel 6:5 lid 2 AWB). Ook moet het beroepschrift de gronden van het beroep en de motivatie hiervan bevatten. Bij eventuele verzuimen wordt een termijn gegeven om deze te herstellen.</p>
<p>In algemene zin kan de volgende indeling worden aangehouden bij het opstellen van een beroepschrift.</p>
<ul>
<li>inleiding met algemene gegevens, dagtekening beroepschrift en dagtekening uitspraak op bezwaar en een verwijzing naar het als kopie bijgesloten uitspraak op bezwaar;</li>
<li>uiteenzetting van alle relevante feiten, waar mogelijk onderbouwd met bewijsstukken.</li>
<li>omschrijving van het geschil tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst;</li>
<li>onderbouwing van het standpunt, met een goede motivatie en verwijzing naar bewijsstukken. De doestelling is hierbij uiteraard om de rechtbank te overtuigen van het gelijk;</li>
<li>de conclusie met indien mogelijk een cijfermatige onderbouwing.</li>
</ul>
<p>Door het volgen van een logische indeling van het beroepschrift in een fiscale zaak, is het voor de rechtbank duidelijk welk standpunt u inneemt. Uw zaak wordt daarmee op logische en begrijpelijke wijze gepresenteerd. Ook indien u zelf of samen met een boekhouder een beroepschrift opstelt, kan SVZ advocaten op een aantal specifieke punten het concept stuk controleren en aanvullen. Op deze wijze kunt u wellicht proceskosten voorkomen, maar wel het optimale resultaat in uw zaak behalen.</p>
<h2>Verweerschrift Belastingdienst in belastingprocedure</h2>
<p>Nadat de rechtbank het beroepschrift heeft doorgezonden aan de Belastingdienst zal de Belastingdienst in beginsel binnen 4 weken een verweerschrift indienen. De Inspecteur kan de rechtbank om uitstel vragen. De Belastingdienst zal over het algemeen in het verweerschrift ingaan op de ontvankelijkheid van het beroep, de feiten, de geschilpunten, de bewijslastverdeling (zeker indien de Belastingdienst van mening is dat omkering van de bewijslast dient plaats te vinden) en op de conclusie van de Belastingdienst. Indien u een door de Belastingdienst ingediend verweerschrift in een belastingzaak wil laten controleren, kunt u contact opnemen met SVZ  advocaten. Wij kunnen u bijstaan bij het formuleren van een reactie op het standpunt van de Belastingdienst en u adviseren over uw fiscale bewijspositie.</p>
<p>In complexe zaken kan de rechtbank kiezen voor een tweede schriftelijke ronde.</p>
<h2>Bewijsstukken indienen in belastingzaken</h2>
<p>Het bewijsrecht en de bewijslastverdeling is van groot belang in fiscale zaken. Bewijsstukken moeten tijdig voor de zitting worden ingediend. In beginsel moeten stukken de elfde dag voor de zitting ingediend worden. Het tijdig indienen van bewijsstukken in een belastingzaak is van belang om te voorkomen dat stukken worden uitgesloten door de rechter. De belastingrechter wil voorkomen dat een partij wordt overvallen door nieuwe stukken die vlak voor de zitting ingediend worden. De goede procesorde kan meebrengen dat te laat ingediende stukken toch niet geweigerd worden. Het hangt bijvoorbeeld af van de omvang en complexiteit van de bewijsstukken alsmede de redenen waarom de stukken zo laat zijn ingediend. Voor meer informatie en/of advies over het indienen van bewijsstukken in fiscale procedures kunt u contact opnemen met SVZ advocaten.</p>
<h2>Zitting en pleitnota belastingprocedure</h2>
<p>Tijdens de zitting krijgen partijen veelal gelegenheid om de standpunten nog een keer toe te lichten en te reageren op de standpunten van de wederpartij. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van een pleitnota. Een pleitnota is gelijk ook een hulpmiddel voor de griffier, doordat minder opgeschreven hoeft te worden tijdens de zitting. Een pleitnota wordt een officieel gedingstuk via aanhechting ervan aan het proces-verbaal van de zitting. De rechter kan er ook voor kiezen om partijen direct vragen te stellen en geen gelegenheid te bieden voor het voordragen van een pleitnota. De juiste voorbereiding van een zitting tijdens een fiscale procedure is van groot belang. Indien gewenst kan een belastingadvocaat van SVZ advocaten u bijstaan tijdens de zitting. U staat er dan niet alleen voor en u weet zeker dat uw standpunt goed naar voren komt.</p>
<h2>Nieuwe standpunten innemen tijdens zitting</h2>
<p>In een fiscale procedure mag de belastingplichtige van eis veranderen en de Belastingdienst mag nieuwe verweren naar voren brengen. Volgens de regels van goede procesorde kunnen echter niet oneindig nieuwe eisen en verweren ingenomen worden. Tijdens de zitting mogen in beginsel nieuwe stellingen naar voren gebracht worden, tenzij de goede procesorde zich hiertegen verzet. Hierbij is van belang dat de wederpartij zich goed moeten kunnen verdedigen en voorbereiden, dit kan onder omstandigheden niet mogelijk zijn als op het laatste moment nieuwe standpunten naar voren worden gebracht. De rechtbank zal hierbij toetsen aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Zo zal de rechtbank rekening houden met de redenen/oorzaken waarom het nieuwe standpunt niet eerder is ingebracht. Daarbij zal de rechter er rekening mee houden dat een partij in hoger beroep kan gaan en daarbij een herkansing heeft. In algemene zin is het belangrijk om in het beroepschrift alle standpunten goed te motiveren. Indien een aantal argumenten/stellingen niet in het beroepschrift in uw fiscale zaak naar voren zijn gebracht kan dit, in de meeste gevallen, bij voorkeur voor de zitting alsnog schriftelijk worden gedaan.</p>
<h2>Uitspraak belastingzaak en hoger beroep</h2>
<p>In de meeste zaken wordt een beroepschrift en verweerschrift ingediend en daarna vindt een zitting plaats. Uiteindelijk zal de rechter tot een uitspraak komen . Na afsluiting van het onderzoek ter zitting zal de rechter mededelen wanneer uitspraak wordt gedaan. Een uitspraak van de rechter dient gemotiveerd te worden. In een uitspraak wordt onder meer ingegaan op de feiten, de standpunten van partijen, de rechtsoverwegingen en de beslissing (het dictum). De datum van verstrekking van de uitspraak is de datum van bekendmaking van de uitspraak. In de uitspraak wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn hoger beroep kan worden ingesteld. De termijn om hoger beroep in te stellen bedraagt zes weken na de bekendmaking van de uitspraak. In de uitspraak wordt ook ingegaan op de proceskostenveroordeling en op de vergoeding van de griffiekosten. Heeft u een uitspraak ontvangen in belastingzaak en wilt u advies over de mogelijkheden van hoger beroep? <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem dan contact op met SVZ advocaten</a> uit Haarlem voor een deskundig advies over uw belastingprocedure.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Bewijs in belastingzaken</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/bewijs-in-belastingzaken/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 20 Oct 2022 15:27:35 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2899</guid>

					<description><![CDATA[In belastingzaken geldt dat bewijs en het bewijsrecht van groot belang is. Met het juiste bewijs kan de fiscale procedure...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In belastingzaken geldt dat bewijs en het bewijsrecht van groot belang is. Met het juiste bewijs kan de fiscale procedure gewonnen worden. Standpunten van de Belastingdienst moeten in veel gevallen worden afgewezen indien hiervan onvoldoende feitelijk onderbouwing wordt gegeven door de fiscus. Het beoordelen van de bewijspositie voordat een procedure wordt gestart, is belangrijk. Ook is het goed om helder te hebben dat veel stellingen door de Belastingdienst aannemelijk gemaakt moeten worden. In dat geval is het belangrijk om aan te voeren dat Belastingdienst niet voldoende bewijs heeft geleverd.</p>
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">SVZ advocaten is uw partner in fiscale procedures</a> en kan u op deskundige wijze bijstaan. Daarnaast werkt SVZ advocaten met duidelijke afspraken en hanteren wij in fiscale procedures een uurtarief van € 180 exclusief btw.</p>
<p>In dit artikel wordt ingegaan op de belangrijkste aspecten van bewijsvoering in belastingzaken.</p>
<h2>Partijen bepalen het geschil</h2>
<p>Voordat beoordeeld kan worden welk bewijs noodzakelijk is, moet duidelijk zijn wat de inhoud en de omvang van het geschil tussen partijen is. Een belangrijk uitgangspunt dat geldt in fiscale procedures is vastgelegd in artikel 8:69 lid 1 AWB.</p>
<p><em>De bestuursrechter doet uitspraak op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting.</em></p>
<p>De belastingrechter beperkt zich bij het doen van een uitspraak tot het door partijen naar voren gebrachte geschil. Hierdoor worden de grenzen van de ‘rechtsstrijd’ bepaald. De rechter zal hier niet buiten treden. Dit mede om verassingsbeslissingen te voorkomen.</p>
<p>Wel kan de rechter zelfstandig de wet en de jurisprudentie toepassen op de feiten, ook als partijen niet rechtstreeks een beroep hebben gedaan op deze wetgeving en/of jurisprudentie. De rechter kent de wet en is zelfs verplicht om de rechtsgronden aan te vullen. Dit is mede van belang omdat binnen het belastingrecht ook zonder advocaat of gemachtigde geprocedeerd kan worden.</p>
<p>Verder zal de rechter ambtshalve, dus niet op expliciet verzoek van een partij, voorschriften van openbare orde moeten controleren. Hierbij kan gedacht worden aan de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep en de bevoegdheid van de rechter. De rechter zal dus bijvoorbeeld onderzoeken of tijdig bezwaar is gemaakt.</p>
<p>De rechter zal niet snel zelf de feiten, zoals deze door partijen naar voren zijn gebracht, aanvullen. De rechter is hiertoe echter wel bevoegd (artikel 8:69 lid 3 AWB). De belastingrechter heeft de vrijheid om tijdens de zitting onderzoek te doen naar niet betwiste feiten die door een partij naar voren zijn gebracht. Indien een partij feiten stelt en de andere partij deze niet betwist, hoeft er geen bewijs van deze feiten naar voren gebracht te worden. Hieruit blijkt dat het belangrijk kan zijn om gestelde feiten en overige stellingen te betwisten.</p>
<h2>Juridische argumenten hoeven niet bewezen te worden</h2>
<p>Waar van feitelijke stellingen in bepaalde gevallen bewijs moet worden aangeleverd, geldt dat niet voor juridische argumenten. De rechter dient de wet en de jurisprudentie te kennen en zal zelfstandig toetsen of juridische stellingen van partijen kloppen. In een fiscale procedure wordt een geschil naar voren gebracht en komen feiten en omstandigheden naar voren. De belastingrechter zal een beslissing nemen over het geschil en dit baseren op de wet- en regelgeving. Als de juridische argumenten van een partij niet kloppen, kan de rechter een vordering/verzoek alsnog toewijzen op basis van een ander juridisch argument. In artikel 8:69 AWB is opgenomen dat de bestuursrechter ambtshalve de rechtsgronden aanvult. Toch is het in een belastingzaak van groot belang om de juridische/fiscale standpunten goed te onderbouwen en te koppelen aan feiten en omstandigheden. Dit verhoogt uiteindelijk namelijk weldegelijk de kans op een goed resultaat.</p>
<h2>Feiten die niet betwist zijn</h2>
<p>De rechter hoeft geen bewijsoordeel te vellen over feiten die niet betwist worden. Indien de belastingplichtige bijvoorbeeld een stelling inneemt die door de Belastingdienst niet wordt betwist, hoeft de belastingplichtige geen bewijs aan te dragen. Als er een geschil bestaat over een feit, dient de partij die het bewijsrisico draagt hiervan bewijs aan te dragen. Dit is slechts anders indien een partij feitelijk niet in de mogelijkheid is geweest om een stelling te betwisten (bijvoorbeeld een stelling die tijdens de zitting wordt ingenomen terwijl de ander procespartij niet aanwezig is). SVZ advocaten adviseert u graag over het op juiste wijzen betwisten van feiten en stellingen van de Belastingdienst in een belastingzaak.</p>
<h2>Algemene ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid</h2>
<p>Met betrekking tot een uitspraak kan de belastingrechter zich mede baseren op algemene ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid. Zo is het een feit van algemene bekendheid dat een week 7 dagen bevat. Het aannemen van een algemene ervaringsregel is minder eenvoudig. Gebaseerd op het verleden moeten bepaalde regels/oordelen bestaan voor de toekomst. Het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:3878" target="_blank" rel="noopener">Hof ’s-Hertogenbosch</a> baseerde het bijvoorbeeld op algemene ervaringsregels dat voor een beleggingsmaatschappij een pand in onverhuurde staat minder waard is dan een pand in verhuurde staat.</p>
<h2>Eigen kennis van de rechter</h2>
<p>De belastingrechter kan ook eigen wetenschap gebruiken in de fiscale procedure. Dit kan echter alleen indien het gaat om feiten die te vinden zijn in voor eenieder toegankelijke bronnen en de rechter de bron vermeldt waaraan hij zijn kennis ontleent. De eigen wetenschap van de rechter die ziet op andere mededelingen of waarnemingen kan alleen gebruikt worden indien de rechter partijen hierover op de hoogte heeft gesteld en partijen zich hierover hebben kunnen uitlaten.</p>
<h2>Hoofdregels bewijslastverdeling in fiscale zaken</h2>
<p>Als hoofdregel kan de bewijslastverdeling in belastingzaken gebaseerd worden op de materieelrechtelijke norm. Er dient dus goed gekeken te worden naar de tekst en de strekking van het wetsartikel. De partij die zich beroept op een rechtsgevolg dat volgt uit een wetsartikel of rechtsregel, moet de daarvoor noodzakelijke feiten en omstandigheden stellen en bij betwisting ook bewijzen. Op grond van bijzondere rechtsregels en uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan telkens een afwijkende bewijslastverdeling volgen.</p>
<p>De volgende hoofregels gelden tijdens fiscale procedures.</p>
<ul>
<li>Voor aftrekposten en vrijstellingen geldt dat de ondernemer/belastingplichtige de bewijslast draagt voor de feiten en omstandigheden (bijvoorbeeld: zakelijke kosten, hypotheekrenteaftrek of aftrekbare studiekosten);</li>
<li>De Belastingdienst draagt de bewijslast voor feiten waaruit volgt dat meer belasting wordt geheven (hoger inkomen, zoals meer omzet en/of hoger gebruikelijk loon DGA of niet opgegeven bankrekening).</li>
</ul>
<p>Ook bij fiscale bestuurdersaansprakelijkheid volgt de bewijslastverdeling uit de wettelijke regeling. Indien de ontvanger de<a href="https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/"> bestuurder aansprakelijk</a> wil stellen rust op  de ontvanger in beginsel de bewijslast dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van aan de bestuurder te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Indien echter niet tijdig melding van betalingsonmacht is gedaan, volgt uit artikel 36 Invorderingswet het vermoeden dat het niet betalen van de belasting aan de bestuurder is te wijten. Bestuurdersaansprakelijkheid staat dan in beginsel vast. Tegenbewijs aanleveren is slechts toegestaan nadat de bestuurder aannemelijk maakt dat het niet aan hem is te wijten dat de vennootschap niet tijdig melding heeft gedaan van betalingsonmacht. Hieruit blijkt dat het betreffende wetsartikel vaak een specifieke regeling geeft voor de bewijslastverdeling. Afhankelijk van de wettelijke regeling kan de bewijspositie zwaarder of lichter zijn.</p>
<p>Neem voor uw specifieke zaak contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Bewijsvermoeden bij onverklaarbaar hoge uitgaven in verhouding tot inkomsten.</h2>
<p>Een bijzondere situatie is aan de orde als de Belastingdienst stelt dat door de belastingplichtige gedane uitgaven in verhouding tot het opgegeven inkomen onverklaarbaar hoog zijn. Indien bijvoorbeeld een auto van € 70.000 wordt aangeschaft terwijl het inkomen volgens de aangifte inkomstenbelasting niet hoger is dan € 15.000 (en er geen vermogen aanwezig is) roept dit vraagtekens op. Wellicht zijn er aanvullende inkomsten die niet zijn opgegeven in de belastingaangifte?</p>
<p>Het <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BO5116" target="_blank" rel="noopener">Gerechtshof Arnhem</a> heeft op 9 november 2010  een bewijsvermoeden geformuleerd dat ingaat tegen de hoofregel dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat het inkomen van de belastingplichtige hoger is dan opgegeven in de belastingaangifte. Er kan in een dergelijk geval een bewijsvermoeden ontstaan dat het inkomen van de belastingplichtige hoger is. Het is dan aan belastingplichtige om dit bewijsvermoeden te ontzenuwen door feiten en omstandigheden te stellen waarmee verklaart kan worden uit welke bron de uitgaven zijn gedaan. Als het bewijsvermoeden voldoende weerlegt is met feitelijke stellingen, dient de Inspecteur aannemelijk te maken dat de belastingplichtige de uitgaven wel heeft gedaan uit belastbare inkomsten die niet zijn opgegeven in de belastingaangifte.</p>
<p>Uit voorgaande uitspraak blijkt dat iedere zaak anders is en dat advies van een fiscaal jurist over uw bewijspositie in een fiscale procedure van groot belang kan zijn.</p>
<h2>Bewijsnood belastingplichtige en redelijkheid en billijkheid</h2>
<p>Onder omstandigheden kan met een beroep op de eisen van redelijkheid en billijkheid de bewijslast aan de andere partij toegedeeld worden. Ook door een ondernemer/belastingplichtige kan hierop onder omstandigheden een beroep gedaan worden. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de belastingplichtige in bewijsnood verkeert terwijl de Belastingdienst eenvoudig over de gegevens kan beschikken. Dit was bijvoorbeeld aan de orde in een uitspraak van de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2009:AZ7931" target="_blank" rel="noopener">Hoge Raad van 20 februari 2009</a>.</p>
<h2>Bewijslastverdeling bij belastingboete</h2>
<p>Op grond van artikel 6 EVRM dient een belastingplichtige voor onschuldig gehouden te worden tot bewezen is dat hij schuldig is. Het is dan ook evident dat de bewijslast met betrekking tot de feiten en omstandigheden die tot een boete kunnen leiden op de inspecteur rust. De inspecteur dient te bewijzen dat sprake is van opzet of grove schuld. Vervolgens is het wel aan de belastingplichtige om feiten en omstandigheden naar voren te brengen waaruit volgt dat hem in verminderde mate of geen verwijt kan worden gemaakt (denk aan een pleitbaar standpunt). Ook kan de belastingplichtige actief wijzen op overige straf verminderende omstandigheden.</p>
<p>Indien een aanslag is vastgesteld met omkering van de bewijslast (bijvoorbeeld in het kader van een informatiebeschikking) dient zorgvuldig getoetst te worden of de (daaraan gekoppelde) boete wel passend en geboden is. De rechter moet uitdrukkelijk rekening houden met het gegeven dat de verschuldigde belasting is vastgesteld met omkering van de bewijslast en wellicht hierdoor ook hoger is uitgekomen. Voorgaande beoordeling dient duidelijk vastgelegd te worden in de uitspraak van de rechter.</p>
<h2>Welke bewijsmiddelen kunnen ingezet worden?</h2>
<p>Het bewijs kan geleverd worden door alle middelen, tenzij de wet anders bepaald. Hierbij kan gedacht worden aan facturen, bankafschriften, foto’s, verklaringen van derden, getuigenverklaringen, overeenkomsten of verklaringen van deskundigen. Daarnaast kan aan vermoedens bewijs worden ontleend, dit zolang zij niet worden ontkracht. Hieruit blijkt dat veel verschillende bewijsmiddelen gebruikt kunnen worden. SVZ advocaten adviseert u graag over het inzetten van de juiste bewijsmiddelen in een fiscale procedure.</p>
<h2>Gebruik onrechtmatig bewijs door belastingdienst</h2>
<p>Onrechtmatig bewijs kan onder omstandigheden niet worden gebruikt in een belastingprocedure. Het bewijs dient dan uitgesloten te worden. Het kan belangrijk zijn hierop te wijzen tijdens de belastingprocedure.</p>
<p>In het geval het bewijs niet is verzameld door de belastinginspecteur maar door een derde, geldt het volgende. Gebruik van dit bewijs is niet toegestaan in het geval het gebruik van het onrechtmatig verkregen bewijs tevens in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de onrechtmatigheid rechtstreeks jegens de belastingplichtige is begaan. Bewijs is onrechtmatig in het geval de wijze van verkrijging zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht (zie <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:643" target="_blank" rel="noopener">HR 20 maart 2015, nr. 13/03959, BNB 2015/173</a>).</p>
<p>Als de inspecteur het bewijs zelf heeft verzameld geldt dat hij gebonden is aan de beginselen van behoorlijk bestuur en nadat het geschil bij de rechter ligt ook aan de regels betreffende de goede procesorde. Is het bewijs verkregen op fiscaalrechtelijk onrechtmatige wijze, dan dient bewijsuitsluiting te volgen. De inspecteur mag bijvoorbeeld zijn bevoegdheden niet misbruiken door stukken bij derden op te vragen (bijvoorbeeld een belastingadviseur) die zien op het geven van belastingadvies. Dit is in strijd met het &#8221;fair play&#8221; beginsel. Nadat een procedure bij de rechtbank loopt, is het ook niet toegestaan bij de belastingplichtige nadere gegevens op te vragen op grond van artikel 47 AWR. Partijen moeten immers op gelijkwaardige wijze kunnen procederen. Voor meer informatie of advies over onrechtmatig bewijs in fiscale procedures kunt u contact opnemen met SVZ advocaten.</p>
<h2>Omkering en verzwaring bewijslast na informatiebeschikking</h2>
<p>Indien sprake is van een onherroepelijk geworden informatiebeschikking volgt omkering en verzwaring van de bewijslast. Omkering van de bewijslast is alleen aan de orde indien de bewijslast volgens de hoofregel op de belastingplichtige rust (anders hoeft de bewijslast niet omgekeerd te worden). In veel gevallen gaat het bijvoorbeeld om de omzet van een ondernemer. Normaliter rust op de inspecteur de bewijslast dat deze omzet hoger is dan opgegeven in de belastingaangifte. Na het onherroepelijk worden kan de belastinginspecteur een redelijke schatting maken van deze omzet. Een redelijke schatting brengt mee dat niet naar willekeur geschat mag worden maar dat aansluiting moeten worden gezocht bij wel beschikbare gegevens of andere objectieve maatstaven. Is voldaan aan het vereiste van een redelijke schatting dan dient de belastingplichtige te doen blijken, dat is een zwaardere bewijslast dan de normale bewijslast die inhoudt aannemelijk maken, dat de aanslag of beschikking niet klopt. Dit betekent aldus niet alleen een omkering maar ook een verzwaring van de bewijslast. De belastingplichtige kan dus allereerst aanvoeren dat de schatting niet redelijk is en daarnaast proberen tegenbewijs aan te voeren van zijn daadwerkelijke fiscale positie. Het is altijd verstandig om tijdig bezwaar te maken tegen een informatiebeschikking.</p>
<h2>Omkering en verzwaring bewijslast niet doen van vereiste aangifte</h2>
<p>In het geval geen belastingaangifte is ingediend of niet de vereiste aangifte is ingediend dient op grond van artikel 25 lid 3 en artikel 27 e lid 1 AWR ervan uitgegaan te worden dat de aanslag of beschikking juist is, tenzij de belastingplichtige aantoont (doet blijken) dat en in hoeverre de belastingaanslag onjuist is. Ook in dat geval is dus sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. De belastingplichtige moet wel op de juiste wijze zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte. Indien de aangifte wel tijdig maar niet juist is, kan niet in alle gevallen sprake zijn van omkering en verzwaring van bewijslast. Aan de hand van de normale regels van stelplicht en bewijslast moet worden vastgesteld dat sprake is van een of meer gebreken in de aangifte die ertoe leiden dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting verhoudingsgewijs aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Ook dient getoetst te worden of het bedrag dat als gevolg van de foutieve belastingaangifte te weinig is geheven, op zichzelf beschouwd aanzienlijk is. Niet iedere kleine fout of iedere vergissing kan tot omkering en verzwaring van de bewijslast leiden. Neem voor meer informatie of advies contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Advies fiscaal advocaat over bewijs</h2>
<div class="content-format-highlight">
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">Neem contact op met SVZ advocaten</a> indien u advies of begeleiding wenst te ontvangen bij het voeren van een belastingzaak. Wij kunnen u zowel op het gebied van formele belastingrecht als materiële belastingrecht adviseren en bijstaan. Ook over het bewijsrecht en daaruit volgende bewijslastverdeling in een fiscale procedure adviseren wij u graag.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aftrek van btw bij onjuiste of kwijtgeraakte facturen</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/aftrek-van-btw-bij-onjuiste-of-kwijtgeraakte-facturen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 12 Oct 2022 15:22:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2938</guid>

					<description><![CDATA[De Belastingdienst stelt als belangrijke voorwaarde voor de uitoefening van het aftrekrecht van btw dat de ondernemer beschikt over een...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>De Belastingdienst stelt als belangrijke voorwaarde voor de uitoefening van het aftrekrecht van btw dat de ondernemer beschikt over een aan hem uitgereikte factuur die op voorgeschreven wijze is opgemaakt. Bij een belastingcontrole kan het recht op aftrek worden geweigerd indien de facturen niet bewaard zijn of indien de facturen fouten bevatten. De Belastingdienst mag echter niet altijd het recht op aftrek weigeren bij gebreken in facturen of indien facturen zijn kwijtgeraakt. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">fiscaal recht</a> en staat regelmatig ondernemers bij als het aankomt op bezwaar- of beroepsprocedures en/of onderhandelingen met de Belastingdienst over het recht op aftrek van btw bij onjuiste of kwijtgeraakte facturen.</p>
<p>Het uitgangspunt is dat een ondernemer die goederen levert of diensten verricht hierover btw berekend. Een deel van de benodigde goederen of diensten wordt vaak elders ingekocht. De leveranciers berekenen op hun beurt ook btw aan de ondernemer en deze btw wordt in de belastingaangifte in aftrek gebracht. Voor het recht op aftrek moet de ondernemer conform artikel 15 Wet OB 1968 over een juiste factuur beschikken. Indien de factuur ontbreekt of niet geheel juist is, dient allereerst onderzocht te worden of wel voldaan is aan de materiële voorwaarden voor het recht op aftrek van btw.</p>
<h2><strong>Materiële vereisten recht op aftrek van btw</strong></h2>
<p>De materiële vereisten voor het bestaan van het recht op aftrek van btw zijn als volgt:</p>
<ul>
<li>De goederenlevering of diensten zijn daadwerkelijk door een andere btw-ondernemer verricht;</li>
<li>De afnemer is een btw-ondernemer; en</li>
<li>De afnemer gebruikt deze goederen/diensten voor btw-belaste handelingen.</li>
</ul>
<p>Allereest is aldus van belang dat zowel de leverancier als de afnemer als ondernemer kan worden aangemerkt, volgens de voorwaarden van de Wet OB 1968. Er is vrij snel sprake van een ondernemer voor de omzetbelasting. Een ondernemer is een ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent, volgens artikel 7 Wet OB 1968. Daarbij moet met enige duurzaamheid prestaties in het economische verkeer worden verricht. Het is niet van belang wat het oogmerk of het resultaat is van de ondernemer.</p>
<p>Uiteraard dient verder voldoende aannemelijk te zijn dat daadwerkelijk diensten of leveringen zijn verricht in het kader van btw-belaste handelingen.</p>
<p>Indien kan worden aangetoond dat voldaan is aan de materiële voorwaarden voor de aftrek van btw, mag de Belastingdienst de aftrek van btw niet zonder meer weigeren. Dit blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. HvJ EU 15 september 2016 zaak C-516/14).</p>
<p>Als de Belastingdienst van mening is dat de ondernemer geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting, dan kan zij een naheffingsaanslag opleggen. In de bezwaarprocedure die daarop volgt, is het aan de ondernemer om te bewijzen dat hij, in ieder geval in materiële zin, wel recht heeft op aftrek van omzetbelasting. De ondernemer kan hiervoor verschillende documenten overleggen om aan te tonen dat er wel is voldaan aan de materiële voorwaarden. Zo kunnen offertes, correspondentie en bijvoorbeeld een pakbon al goede aanwijzingen geven. SVZ advocaten adviseert u graag bij geschillen met de Belastingdienst over de aftrek van btw.</p>
<h2><strong>Formele vereisten aftrek van btw</strong></h2>
<p>Naast de materiële voorwaarden gelden er ook formele voorwaarden voor het recht op aftrek van de voorbelasting. Deze formele voorwaarden hebben betrekking op de factuur. De ontvangen factuur moet voldoen aan de eisen die <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&amp;hoofdstuk=VI&amp;afdeling=4&amp;artikel=35a&amp;z=2013-01-01&amp;g=2013-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 35a Wet OB 1968</a> hieraan stelt, zoals:</p>
<ul>
<li>De datum van uitreiking van de factuur;</li>
<li>Een factuurnummer;</li>
<li>Het btw-identificatienummer waaronder de ondernemer de goederenlevering of de diensten heeft verricht;</li>
<li>Het btw-identificatienummer van de afnemer waaronder hij een goederenlevering of een dienst heeft afgenomen waarvoor hij tot voldoening van de belasting is gehouden;</li>
<li>De volledige naam en het volledige adres van zowel ondernemer als afnemer;</li>
<li>De hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten;</li>
<li>De datum waarop de goederenlevering of dienst heeft plaatsgevonden of voltooid is;</li>
<li>Het toegepaste tarief van de belasting;</li>
<li>Het te betalen bedrag van de belasting.</li>
</ul>
<h2><strong>Toch btw aftrek mogelijk bij gebrekkige facturen?</strong></h2>
<p>Kleine gebreken in facturen leiden niet snel tot grote problemen. Als bijvoorbeeld de naam van de ondernemer verkeerd is gespeld, maar deze ondernemer nog wel geïdentificeerd kan worden, dan kan het recht op aftrek van btw in beginsel niet geweigerd worden. Ook grotere gebreken, zoals een vage omschrijving van de geleverde goederen of diensten, leiden niet per definitie tot weigering van de btw-aftrek. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat het recht op btw-aftrek niet mag worden geweigerd als de factuur gebrekkig is, als wel is voldaan aan de materiële eisen. In veel gevallen kan met het juiste verweer alsnog het recht op aftrek van btw worden geëffectueerd.</p>
<p>In het besluit van 6 december 2014, nr. BLKB2014/704M, V-N 2015/7.16 (met wijziging BLKB2017/7366) komt het uitgangspunt naar voren dat indien wordt voldaan aan de materiële voorwaarden het recht op aftrek niet mag worden geweigerd.  In dit besluit is de volgende goedkeuring opgenomen.</p>
<p><em>Goedkeuring</em></p>
<p><em>Ik keur onder voorwaarden goed dat de aftrek van btw is toegestaan als die btw is vermeld op een factuur die niet volledig aan de wettelijke eisen voldoet, maar alleen als het lichte gebreken betreft. Er is sprake van een licht gebrek als de inspecteur, op basis van de (gegevens op de) factuur constateert dat, ondanks het gebrek op de factuur, voldaan wordt aan de materiële voorwaarden voor de aftrek.</em></p>
<p><em>De goedkeuring geldt niet als:</em></p>
<ul>
<li><em> degene die de factuur heeft uitgereikt de daarop vermelde btw of enige andere in verband met de prestatie verschuldigde belasting geheel of gedeeltelijk niet heeft voldaan, terwijl degene die de factuur heeft ontvangen dat wist of redelijkerwijze moest vermoeden en daarvan direct profijt heeft gehad dan wel invloed heeft gehad op het fiscaal laakbare handelen van degene die de factuur heeft uitgereikt; of</em></li>
<li><em> het geheel van feiten en omstandigheden de conclusie rechtvaardigt dat doel en strekking van de desbetreffende wettelijke bepalingen zou worden miskend als de aftrek van de btw zou worden toegestaan.</em></li>
</ul>
<p>Over de toepassing van dit besluit in specifieke gevallen kunnen geschillen ontstaan met de Belastingdienst. De Belastingdienst zal al snel het standpunt innemen dat onvoldoende zorgvuldigheid is betracht en dat facturen niet goed zijn gecontroleerd. Op grond van de jurisprudentie van het Hof van Justitie kan tegen dergelijke standpunten in een aantal gevallen met succes bezwaar worden gemaakt. Daarbij is het mede van belang om de Belastingdienst zoveel mogelijk aanvullende informatie te verstrekken. Neem voor meer informatie geheel vrijblijvend contact op met SVZ advocaten uit Haarlem.</p>
<h2><strong>Correctie gebrekkige factuur en aftrek btw</strong></h2>
<p>Als een factuur gebrekkig is en dus niet aan deze vereisten voldoet, dan kan de Belastingdienst de btw-aftrek weigeren en een naheffingsaanslag sturen. Voorzichtigheid en oplettendheid is dus geboden. Als er een fout wordt ontdekt, is het verstandig dit te melden bij de leverancier. De leverancier kan de factuur terugnemen en een nieuwe factuur uitreiken die wel aan alle vereisten voldoet voor de aftrek van btw. De leverancier is immers ook verplicht een juiste factuur uit te reiken. De leverancier kan de factuur daarnaast corrigeren door middel van een creditfactuur. Deze factuur moet wel nadrukkelijk verwijzen naar de originele factuur door het factuurnummer te vermelden. Van belang hierbij is dat de ondernemer de factuur niet betaald totdat een juiste factuur is uitgereikt. Dit zorgt ervoor dat de leverancier sneller een correcte factuur aanbiedt.</p>
<h2><strong>Gebreken in facturen? Vraag om correctie en doe onderzoek!</strong></h2>
<p>Indien de leverancier de btw die op de factuur is aangegeven niet aangeeft in de belastingaangifte en/of betaald aan de Belastingdienst, loopt de ondernemer een zeer groot risico indien de door hem ontvangen facturen gebreken bevatten. Indien de Belastingdienst aannemelijk kan maken dat de ondernemer heeft kunnen of zelfs moeten vermoeden dat de leverancier de btw niet zou voldoen aan de Belastingdienst, kan dat een reden zijn om alsnog het recht op aftrek van btw te weigeren. De ondernemer die een factuur ontvangt, moet daarom altijd alert blijven op de juistheid daarvan. Is er een verkeerd adres op de factuur vermeld of klopt de omschrijving van het geleverde goed niet, dan adviseren wij ondernemers om altijd contact op te nemen met de leverancier om hem te verzoeken een nieuwe, correcte factuur uit te reiken. Als het btw-identificatienummer ontbreekt op de factuur, adviseren wij verder dat de ondernemer enig onderzoek doet naar deze leverancier/contractuele wederpartij. Is deze partij wel als ondernemer ingeschreven, heeft deze ondernemer een btw-nummer en is hij betrouwbaar?</p>
<h2><strong>Ondernemers te goeder trouw ondanks gebreken in facturen</strong></h2>
<p>Een ondernemer heeft een bepaalde zorgplicht om ervoor te zorgen dat transacties geen onderdeel vormen van een fraudeketen. In het geval van fraude of misbruik van recht wordt de btw-aftrek logischerwijs wel geweigerd. De praktijk is echter vaak anders dan de theorie en veel ondernemers zijn volledig te goeder trouw. Juiste voor de belangen van deze ondernemers wenst SVZ advocaten op te komen.</p>
<p>Ook als de leverancier de btw niet of niet geheel voldoet aan de Belastingdienst kan de btw-aftrek bij de ondernemer worden geweigerd. Dit is het geval als de ondernemer die de factuur ontvangt dit wist of redelijkerwijs moest vermoeden en daar profijt van heeft gehad. Er kan dan immers sprake zijn van fraude. Goedbedoelende ondernemers kunnen te maken krijgen met hoge naheffingsaanslagen en hoogoplopende geschillen met de Belastingdienst. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Indien u echter toch te maken krijgt met een geschil met de Belastingdienst over de aftrek van btw kunt u contact opnemen met SVZ advocaten. Wij staan u graag terzijde bij het voeren van procedures en/of het bereiken van een schikking met de Belastingdienst. In een aantal gevallen kunt u daarnaast wellicht uw schade civielrechtelijk verhalen op de leverancier. Ook daarover kan SVZ advocaten u nader adviseren.</p>
<h2><strong>Factuur kwijt en aftrek van btw</strong></h2>
<p>Het verliezen/kwijtraken van facturen brengt grote financiële gevolgen met zich mee. Dit geldt voor omzetbelasting maar ook voor andere belastingen. Het eerste advies is dan ook om een goede administratie bij te houden en facturen goed te bewaren. Indien toch facturen zijn kwijtgeraakt kan de Belastingdienst het recht op aftrek van btw in beginsel weigeren. Het Hof van Justitie geeft nog wel enige mogelijkheden. Als een ondernemer de originele factuur kwijt is, dan kan hij met andere middelen bewijzen dat de handeling waarop het verzoek om btw-aftrek betrekking heeft, daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Denk hierbij aan kopieën van de facturen, pakbonnen, bankafschriften, namen van leveranciers etc. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het samenstellen van een dossier waarmee alsnog het recht op aftrek van btw kan worden geclaimd.</p>
<p>Als de facturen verloren zijn gegaan door bijvoorbeeld brand of diefstal, moet de ondernemer een back-up of kopieën van de administratie kunnen laten zien om alsnog de btw te mogen aftrekken. Als de ondernemer dat niet kan aantonen, komt dit in algemene zin voor rekening en risico van de ondernemer. Van hem wordt verwacht dat hij voorzichtig omgaat met zijn administratie. SVZ advocaten adviseert u graag over het behouden van het recht op aftrek van btw nadat u een deel van de facturen bent kwijtgeraakt.</p>
<h2><strong>Fiscaal advocaat bij weigering aftrek btw Belastingdienst</strong></h2>
<p>De geschillen/discussies met de Belastingdienst over de aftrek van btw bij foutieve of ontbrekende facturen zijn niet eenvoudig. Mocht u een naheffingsaanslag ontvangen waarbij de btw-aftrek wordt geweigerd, dan kunnen wij u bijstaan bij de te nemen stappen. Wij kunnen u adviseren over uw juridische/fiscale positie en een bezwaarschrift of beroepschrift voor u opstellen.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Met onze kennis van de actuele belastingwetgeving, besluiten en jurisprudentie kunnen wij u goed bijstaan en wij zullen daarbij alles in het werk stellen om een optimaal fiscaal resultaat voor uw onderneming te behalen. Neem vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> met ons op.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat bij procedure verzet tegen dwangbevel</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/advocaat-tegen-dwangbevel/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 03 Oct 2022 14:26:37 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1135</guid>

					<description><![CDATA[Bij het aantekenen van fiscaal verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan een fiscaal advocaat van SVZ advocaten u...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Bij het aantekenen van <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/verzet-tegen-de-tenuitvoerlegging-van-een-dwangbevel/">fiscaal <strong>verzet tegen</strong> de tenuitvoerlegging van een <strong>dwangbevel</strong></a> kan een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">fiscaal <strong>advocaat</strong></a> van SVZ advocaten u bijstaan. Neem contact op voor een geheel vrijblijvende afspraak over de mogelijkheden.</p>
<p>Een dwangbevel geeft de Belastingdienst immers de bevoegdheid om ingrijpende invorderingsmaatregelen te nemen jegens uw onderneming. Een ondernemer kan geconfronteerd worden met beslagleggingen en executieverkopen waardoor de continuïteit van de onderneming in gevaar kan komen. Uiteraard heeft overleg met de Belastingdienst altijd de voorkeur boven het aantekenen van fiscaal verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. De betrokken <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">advocaat fiscaal recht</a> van SVZ advocaten kan u bijstaan bij de onderhandeling over een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/uitstel-van-betaling-voor-ondernemers-met-belastingschulden/">betalingsregeling</a> of <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/invordering-van-belastingschulden/kwijtschelding-of-sanering-van-belastingschulden/">sanering van belastingschulden</a>. Indien dit overleg echter geen resultaat oplevert kan het verstandig zijn uw casus voor te leggen aan de rechtbank. Dit kan door door de betekening van <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/dagvaarding-verzoekschrift/">een dagvaarding</a> waarbij verzet wordt aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Ook bij een aangekondigde beslaglegging of executieverkoop door de Belastingdienst is de procedure verzet tegen dwangbevel een belangrijk instrument. Neem direct contact op via <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="PydR9A3cvTeasrYxZ52t8g==189xP9lWwc4A5jcjqSWQd2jPN8NwNptJlecGh+tThqnRnU=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='Z4jeQ4NfMe9T18qNQNPuVA==189lHD2z2yjh80sGMZ5xZ4npwS2pO9cPH9Xwrm5lq/0pQg='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> voor meer informatie of een geheel vrijblijvende bespreking.</p>
<h2>Invordering geschorst na verzet?</h2>
<p>Een dwangbevel, met vergaande bevoegdheden, wordt uitgevaardigd door de Belastingdienst zonder dat <a href="https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken" target="_blank" rel="noopener">de rechtbank</a> dit vooraf heeft getoetst. Indien de belastingplichtige het niet eens is met dit dwangbevel of met de wijze waarop het dwangbevel ten uitvoer wordt gelegd is toetsing door de rechter van groot belang. De procedure verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan echter maandenlang duren. Indien de Belastingdienst in deze periode de invordering doorzet kan dit grote en onomkeerbare schade tot gevolg hebben. Daarom is in <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024096&amp;artikel=17&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 17.1 Leidraad Invordering 2008</a> opgenomen dat na het instellen van verzet de (verdere) invordering in beginsel opgeschort dient te worden. Het oordeel van de rechtbank over de zaak dient leidend te zijn. In de Leidraad Invordering van de Belastingdienst is beleid opgenomen waaraan de Belastingdienst zich dient te houden. Er gelden uitzonderingen voor gevallen dat de procedure evident geen kans van slagen heeft omdat de zaak kansloos is. Een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">advocaat fiscaal recht</a> van SVZ advocaten zal daarom uw zaak goed moeten onderbouwen met bewijsstukken en de standpunten moeten motiveren. Ook in het geval de Belastingdienst kan onderbouwen dat de belangen van de Staat der Nederlanden teveel geschaad worden indien de invordering zou worden opgeschort kan de Belastingdienst besluiten de invordering ondanks het ingestelde verzet door te zetten. Om te voorkomen dat de Belastingdienst de invordering doorzet kan bijvoorbeeld, indien mogelijk, zekerheid verstrekt worden aan de Belastingdienst zodat de risico’s voor de Belastingdienst minder groot worden. Met het aantekenen van verzet tegen een dwangbevel door een a<a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">dvocaat fiscaal recht van SVZ advocaten</a> kunnen beslagleggingen en executieverkopen in veel gevallen voorkomen worden en bestaat er ruimte om opnieuw in gesprek te gaan over een betalingsregeling of een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/ondernemingsrecht/crediteurenakkoord/">crediteurenakkoord om het faillissementen te voorkomen</a>.</p>
<h2>Gronden verzet tegen dwangbevel</h2>
<p>Een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">advocaat fiscaal recht</a> van SVZ advocaten kan op verschillende gronden verzet aantekenen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Daarbij kunnen bepalingen uit het invorderingsbeleid worden aangehaald. Ook kan het zijn dat de Belastingdienst op onredelijke gronden een redelijk voorstel heeft afgewezen. De wijze waarop de Belastingdienst invordert kan ingrijpende gevolgen hebben voor de onderneming en daardoor in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In bepaalde gevallen kiest de Belastingdienst ten onrechte voor versnelde invordering. Daarnaast kunnen formaliteiten zijn geschonden bij de uitvaardiging van een dwangbevel.</p>
<p>Een <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-fiscaal-recht-hilversum/">advocaat fiscaal recht</a> zal altijd ingaan op de belangen van uw onderneming, de gevolgen van invordering en de mogelijke alternatieven. De rechtbank zal immers het belang van de Belastingdienst, namelijk het innen van belastingen, als zeer belangrijk aanmerken. Wel moet de Belastingdienst kiezen voor een wijze van invordering, daaronder begrepen het aangaan van regelingen, waarbij de belangen van de onderneming niet onnodig geschaad worden. De Belastingdienst moet in haar afweging bijvoorbeeld betrekken dat het leggen van derdenbeslag bij belangrijke relaties van de onderneming (onnodige) reputatieschade kan meebrengen. Wellicht is daarom een alternatieve wijze van invordering te prevaleren.</p>
<p>Overigens kan in de procedure verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in beginsel niet als grond naar voren worden gebracht dat de belastingaanslag onjuist is. Daarvoor moet immers bezwaar, beroep of een verzoek tot ambtshalve vermindering worden ingediend. Bij het instellen van verzet is de civiele rechtbank bevoegd en daarbij geldt als uitgangspunt dat er van wordt uitgegaan dat de ingevorderde aanslag juist is. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als evident is dat een belastingaanslag veel te hoog, is kan de civiele rechter daar rekening mee houden middels een marginale toetsing. Hierbij kan gedacht worden aan ambtshalve aanslagen, veelal gebaseerd op hoge schattingen, die zijn opgelegd omdat niet (tijdig) een fiscale aangifte is ingediend.</p>
<h2>Procedure verzet tegen dwangbevel</h2>
<p>Allereerst wordt door een advocaat een (verzet)dagvaarding opgesteld en deze wordt vervolgens aan de Belastingdienst betekend door een deurwaarder. Na betekening door een deurwaarder is de procedure formeel gestart en dient de Belastingdienst ook rekening te houden met het eerder aangehaalde artikel 17.1 van de Leidraad Invordering 2008. De volgende stap is dat de dagvaarding naar de rechtbank wordt gestuurd (het aanbrengen van de dagvaarding). Er zijn in dat geval ook <a href="https://www.rechtspraak.nl/Naar-de-rechter/Kosten-rechtszaak/Griffierecht" target="_blank" rel="noopener">griffierechten</a> verschuldigd aan  de rechtbank. De landsadvocaat van de Belastingdienst zal schriftelijk reageren en vervolgens volgt in veel gevallen een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/mondelinge-behandeling-comparitie-zitting/">zitting bij de rechtbank</a>. Op deze zitting wordt de zaak besproken en kan de rechter vragen stellen aan partijen en de mogelijkheden van een schikking bespreken. Indien geen schikking wordt bereikt zal de rechtbank uiteindelijk een uitspraak doen.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Neem contact op met een fiscaal advocaat van SVZ advocaten voor meer informatie over mogelijkheden van de procedure verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel van de Belastingdienst.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Verzet tegen beslaglegging Belastingdienst</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/verzet-tegen-beslaglegging-belastingdienst/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 07 Sep 2022 12:03:40 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=2144</guid>

					<description><![CDATA[Tijdig verzet maken tegen een beslaglegging van de Belastingdienst kan veel gevolgschade voorkomen voor uw onderneming. Indien een belastingschuld, ook...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Tijdig verzet maken tegen een beslaglegging van de Belastingdienst kan veel gevolgschade voorkomen voor uw onderneming. Indien een belastingschuld, ook na het versturen van een dwangbevel, niet volledig wordt betaald, kan de Belastingdienst beslag leggen op het vermogen van de belastingschuldige/ondernemer. Met een dwangbevel heeft de Belastingdienst een executoriale titel.</p>
<p>Zonder enige voorafgaande rechterlijke toetsing kan de Belastingdienst bijvoorbeeld:</p>
<ul>
<li>Beslag leggen op roerende zaken;</li>
<li>Derdenbeslag leggen (denk aan de bank of debiteuren);</li>
<li>Beslag leggen op aandelen;</li>
<li>Beslag leggen op onroerende zaken.</li>
</ul>
<p>SVZ advocaten kan tijdig verzet instellen tegen de beslaglegging, onderhandelen met de Belastingdienst en/of onterechte belastingaanslagen aanvechten.</p>
<h2>Geen onnodige schade veroorzaken</h2>
<p>De Belastingdienst dient zich niet alleen aan de bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te houden, maar ook aan de verder gaande bepalingen uit de Leidraad Invordering 2008. Op grond van artikel 1.1.5 Leidraad Invordering 2008 moet de ontvanger van de Belastingdienst kiezen voor de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze van invordering. Mede op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur dient de Belastingdienst geen onnodige schade te veroorzaken. Indien bijvoorbeeld beslag op een onroerende zaak met overwaarde mogelijk is, zonder directe gevolgen voor de continuïteit van de onderneming, dient te worden afgezien van ingrijpende derdenbeslagen bij klanten van de onderneming. Beslag leggen bij klanten van de onderneming of bij de bank kan immers tot grote schade leiden. De ontvanger van <a href="https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/home/home" target="_blank" rel="noopener">de Belastingdienst</a> dient te kiezen voor de minst belastende of bezwarende wijze van invorderen.</p>
<h2>Verzet instellen</h2>
<p>SVZ advocaten kan in verzet komen tegen de beslaglegging. Een beslaglegging is een tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan verzet worden gemaakt. Onder bepaalde omstandigheden kan ook een kort geding procedure worden gestart tegen de executiemaatregelen van de Belastingdienst.</p>
<h2>Verzet tegen derdenbeslag</h2>
<p>Het leggen van derdenbeslag door de Belastingdienst heeft ingrijpende gevolgen. Een derdenbeslag wordt gelegd door het uitbrengen van een exploot aan deze derde. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een debiteur of de bancaire instelling. Binnen 8 dagen dient dit beslag ook aan de belastingschuldige betekend te worden. De derde is verplicht om een verklaring in te vullen over de vordering die de belastingschuldige heeft op de derde en/of welke hij onder zich heeft van de belastingschuldige. De verklaring moet naar waarheid worden ingevuld met als sanctie dat de derde aansprakelijk wordt jegens de Belastingdienst voor het bedrag waarvoor beslag is gelegd. Commercieel is het zeer schadelijk als derdenbeslag wordt gelegd. Daarnaast heeft het vaak grote invloed op de beschikbare liquiditeiten van de ondernemer.  Neem direct contact op met SVZ advocaten indien uw onderneming wordt geconfronteerd met een dergelijke derdenbeslag.</p>
<h2>Onderhandelen met de Belastingdienst</h2>
<p>SVZ advocaten kan onderhandelen over een betalingsregeling of een sanering van belastingschulden. Indien belastingschulden kunnen worden betwist, kunnen wij namens u hiervoor de formele procedure starten. Om een beslaglegging door de Belastingdienst te voorkomen of ongedaan te maken dient u tijdig de juiste procedure te starten. In bepaalde gevallen kan vervangende zekerheid worden geboden of een alternatief voorstel worden gedaan. SVZ advocaten kent de juiste route en onderhoudt goede contacten met de Belastingdienst.</p>
<h2>Belastingdienst aansprakelijk bij onrechtmatig beslag</h2>
<p>Indien de beslaglegging van de Belastingdienst is gebaseerd op een onjuiste aanslag of indien voor een onjuist bedrag beslag wordt gelegd, dient de Belastingdienst <a href="https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/recht-op-schadevergoeding-bij-onterecht-beslag/">de schade voor de onderneming te vergoeden</a>. SVZ advocaten kan voor u beoordelen of een beslaglegging door de Belastingdienst onrechtmatig is geweest en uw schade berekenen. Indien noodzakelijk kan de Belastingdienst aansprakelijk worden gesteld.</p>
<h2>Advocaat bij beslaglegging Belastingdienst</h2>
<p>Neem contact op met SVZ advocaten indien u wordt geconfronteerd met een dwangbevel of beslaglegging door de Belastingdienst. Wij staan u graag terzijde bij het zoeken van een passende oplossing met als doel zoveel mogelijk schade voorkomen. Onze voorkeur heeft altijd om een oplossing in overleg met de Belastingdienst te bereiken. Indien noodzakelijk zullen wij echter ook een procedure starten en opkomen voor uw belangen.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wanneer is navordering door Belastingdienst toegestaan?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/navordering-belastingdienst/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[blitsadmin]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 26 Aug 2022 13:36:19 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=1181</guid>

					<description><![CDATA[Navordering door de Belastingdienst, waarbij wordt teruggekomen op een eerder opgelegde aanslag, is niet altijd toegestaan. Wanneer achteraf blijkt dat...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Navordering door de Belastingdienst, waarbij wordt teruggekomen op een eerder opgelegde aanslag, is niet altijd toegestaan. Wanneer achteraf blijkt dat te weinig of ten onrechte geen belasting is geheven kent artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) de fiscus de bevoegdheid toe om onder voorwaarden na te vorderen. Deze bevoegdheid ziet op de heffing van aanslagbelastingen, zoals de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Indien u geconfronteerd wordt met navordering door de Belastingdienst is het belangrijk om advies in te winnen over uw verweer- en bezwaarmogelijkheden. Geschillen kunnen ontstaan over de bevoegdheid tot navordering in een concrete situatie waarbij al sprake is van een definitieve aanslag. Neem direct contact op via <a href="mailto:ma*****@***********en.nl" data-original-string="w/QbHcCrM2DxsA7IriemzA==189t1G94Jmaylm0TAxB3lqU9WtC93Pmg91sKNJhd8Tojxc=" title="Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser."><span 
                data-original-string='Jvj47qoBgke7PHAXGmHSaQ==1899L8XWAcjEbTTU9YnXzA4E0lpBQJSOuYDIUcMrLauwKI='
                class='apbct-email-encoder'
                title='Dit contact is gecodeerd door Anti-Spam by CleanTalk. Klik om te decoderen. Om het decoderen te voltooien, moet JavaScript ingeschakeld zijn in je browser.'>ma<span class="apbct-blur">*****</span>@<span class="apbct-blur">***********</span>en.nl</span></a> voor meer informatie of een geheel vrijblijvende bespreking.</p>
<h2>Navorderingsaanslag</h2>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&amp;hoofdstuk=III&amp;artikel=11&amp;z=2020-04-15&amp;g=2020-04-15" target="_blank" rel="noopener">artikel 11 eerste lid AWR</a> is het de inspecteur die de aanslag vaststelt. Door middel van de aanslag wordt een materiële belastingschuld geformaliseerd. Zo ook het geval bij de navorderingsaanslag, ook bij deze aanslag wordt de materiële belastingschuld geformaliseerd. Om de onzekerheid van de belastingplichtige over zijn fiscale positie te beperken is de bevoegdheid om na te vorderen aan een aantal voorwaarden verbonden. Herstel van een aanslag moet dan ook geschieden door het opleggen van een navorderingsaanslag onder strikte voorwaarden.</p>
<p>In artikel <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&amp;hoofdstuk=III&amp;artikel=16&amp;z=2020-04-15&amp;g=2020-04-15" target="_blank" rel="noopener">16 lid 1 eerste volzin AWR</a> wordt een limitatieve opsomming gegeven van gevallen waarin kan worden nagevorderd. Navordering door de Belastingdienst kan aan de orde komen in de volgende gevallen:</p>
<ul>
<li>Een aanslag is ten onrechte achterwege gelaten</li>
<li>De aanslag is tot een te laag bedrag vastgesteld</li>
<li>Een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting is ten onrechte verleend</li>
<li>Een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting is tot een te hoog bedrag verleend</li>
</ul>
<p>Verder zijn er in artikel 16 lid 2 AWR nog enkele bijzondere situaties genoemd waarbij navorderen ook mogelijk is. Dit gaat onder andere om situaties waarbij fouten die zijn gemaakt bij bijvoorbeeld verrekeningen van voorlopige aanslagen.</p>
<h2>Nieuw-feitvereiste</h2>
<p>De hoofdregel is dat navordering door de Belastingdienst alleen is toegestaan indien is voldaan aan het nieuw-feitvereiste of indien sprake is van kwader trouw. In de tweede volzin van het eerste lid van artikel 16 AWR wordt gegeven dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, geen grond kan opleveren voor navordering tenzij de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. Dit betekent in de eerste plaats dat de inspecteur moet beschikken over een nieuw feit dat hem ten tijde van het vaststellen van de aanslag niet bekend was. Het kan dus niet zo zijn dat herstel plaatsvindt door een onjuist inzicht van de inspecteur in het recht of door feiten die de inspecteur reeds bekend waren. Aan welke vereisten moet zo’n nieuw feit dan voldoen?</p>
<p>Van de inspecteur wordt in ieder geval verwacht dat hij zorgvuldigheid in acht neemt bij het opleggen van de aanslag en dat de aanslag zo correct mogelijk wordt opgelegd. Erg ver gaat deze nauwkeurigheid niet aangezien het gaat om een feit dat de inspecteur “redelijkerwijs” bekend had kunnen zijn. De inspecteur mag afgaan op de gegevens in de aangifte maar bij gerede twijfel moet hij nader onderzoek doen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de algemene ervaringsregels zoals een vergelijking van brutowinstpercentages in de desbetreffende branche, zie hiervoor ook een bekende uitspraak van de Hoge Raad (BNB 1955/214). Het is gelukkig wel zo dat de zorgvuldigheid van de inspecteur rechtszekerheid voor de belastingplichtige biedt waardoor niet zomaar kan worden nagevorderd. Heeft u te maken met navordering en vraagt u zich af dit is toegestaan? <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">SVZ advocaten</a> is gespecialiseerd in <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">fiscaal recht</a> en kan u adviseren over de mogelijkheden en over de vraag of in uw geval is voldaan aan het nieuw-feitvereiste.</p>
<h2>Ambtelijk verzuim</h2>
<p>Een feit is niet nieuw als dit een gevolg is van een verwijtbaar onjuist inzicht in het recht of de feiten van de inspecteur. Correctie door de inspecteur van al bekende feiten of simpel gezegd wanneer de inspecteur fouten maakt die aan hem te wijten zijn en de inspecteur een ambtelijk verzuim begaat, is via de weg van navorderen niet mogelijk. In een dergelijk geval is navordering door de Belastingdienst niet toegestaan. Het ambtelijk verzuim staat aan navordering in de weg en de inspecteur verzaakt hiermee zijn onderzoeksplicht.</p>
<h2>Uitzonderingen: navordering zonder nieuw feit</h2>
<p>Wel is het zo dat er een uitzondering op deze hoofdregel bestaat op grond van de zogenaamde schrijf- en tikfoutenleer (artikel 16 lid 2 sub c AWR). Voor navorderen op grond van deze uitzondering is verdere uitleg gegeven in jurisprudentie (HR 6 juni 1973). Het moet voor de belastingplichtige onmiddellijk duidelijk zijn – in één oogopslag (hebben) kunnen zien &#8211;  dat er een fout is gemaakt. Daarbij gaat het erom wat redelijkerwijs kenbaar is; het gaat hier om kenbaarheid van een belastingplichtige met gemiddelde kennis van en gemiddeld inzicht in het fiscale recht. Dit wordt ook wel het kenbaarheidsvereiste genoemd. Let wel op dat het begrip fout hierin neutraal en ruim moet worden opgevat.</p>
<h2>Aanslag wijkt 30% af van belastingschuld</h2>
<p>Daarnaast volgt uit het tweede lid van artikel 16 AWR dat navordering mogelijk is als de te weinig geheven belasting ten minste 30% bedraagt van de op grond van de belastingwet verschuldigde belasting. Deze grens is een niet weerlegbaar bewijsvermoeden. Blijkt dat de belastingaanslag ten minste 30% afwijkt van de belastingschuld, dan wordt aangenomen dat het de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld. Toetsing aan het kenbaarheidsvereiste is dan niet meer nodig. <strong>De termijn is twee jaar</strong> nadat de onjuiste aanslag is vastgesteld en niet op het moment van ontstaan van de belastingschuld.</p>
<h2>Kwade trouw en navordering door Belastingdienst</h2>
<p>Geen nieuw feit is verder nodig als de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is. De kwade trouw moet gericht zijn op het feit dat grond oplevert voor navordering ter zake van dit feit én kwade trouw omvat zowel opzet – gericht op het niet bekend zijn van het feit bij de inspecteur – als voorwaardelijk opzet. Uit een arrest van de Hoge Raad (31 januari 2003) blijkt het volgende:</p>
<p><em>‘’Evenmin heeft het Hof vastgesteld dat, zoals voor een voorwaardelijk opzet op dit punt is vereist, belanghebbende zich ervan bewust is geweest dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de aangifte (..) onjuist was maar zich daardoor niet heeft laten weerhouden de aangifte te doen zoals hij heeft gedaan en zich aldus willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans een onjuiste aangifte te doen.’’. </em></p>
<p>Samengevat moet er sprake zijn van een willens en wetens handelen met aanmerkelijke kans dat de aangifte onjuist was. De toerekening vindt dan ook plaats indien de belastingplichtige ten aanzien van dat feit de inspecteur opzettelijk juiste inlichtingen heeft onthouden of opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft verstrekt. Bewustheid van het (voorwaardelijk) opzet moet bij de belastingplichtige aanwezig zijn bij het doen van de aangifte of bij het verstrekken van inlichtingen.</p>
<h2>Kwade trouw bij verkeerd advies adviseur?</h2>
<p>In het geval de boekhouder of adviseur te kwader trouw heeft gehandeld, en de belastingplichtige zelf niet, kan dit voor de beoordeling van artikel 16 AWR toch aan de belastingplichtige worden toegerekend. Bij de beoordeling of een vergrijpboete moet worden opgelegd is dit in beginsel niet het geval en kan een lagere of geen boete worden opgelegd indien er vertrouwd mocht worden op een advies van een adviseur. Dit betekent dat de Inspecteur geen nieuw feit nodig heeft als de adviseur/boekhouder te kwader trouw heeft gehandeld maar in een dergelijk geval niet automatisch een vergrijpboete kan opleggen.</p>
<h2>Vrijwillige verbetering: matiging boete?</h2>
<p>Stel nu dat een belastingplichtige toch een fout heeft gemaakt dan kan hij de fout <strong>binnen twee jaar herstellen</strong> nadat hij een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan of aangifte had moeten doen. Deze vrijwillige verbetering moet wel plaatsvinden vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. De inspecteur legt in deze situatie geen boete op. Vindt herstel plaats ná deze tweejaarstermijn dan wordt er wel een <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/bezwaar-maken-tegen-een-boete-van-de-belastingdienst/">boete</a> opgelegd maar kan de inspecteur alsnog rekening houden met de vrijwillige verbetering en kan de boete lager uitvallen.</p>
<h2>Navorderingstermijnen</h2>
<p>Volgens artikel 16 derde lid AWR vervalt de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag door verloop <strong>van vijf jaren</strong> na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, dan wordt de navorderingstermijn <strong>met de duur van dit uitstel verlengd</strong>.</p>
<p>In het derde lid is een beperkte navorderingstermijn bij herstel van fouten opgenomen. In een situatie als deze vervalt de bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag <strong>door verloop van twee jaren</strong> na het tijdstip waarop het besluit is genomen om geen aanslag op te leggen, dan wel de belastingaanslag is vastgelegd</p>
<p>Met betrekking tot heffing van belasting over een bestanddeel in het buitenland opgekomen of in het buitenland wordt gehouden geldt een <strong>navorderingstermijn van 12 jaar</strong>. Ook deze termijn kan worden verlengd als er uitstel is verleend voor het doen van aangifte.</p>
<h2>Navorderingsaanslag buiten termijn: maak bezwaar</h2>
<p>Belangrijk om nog op te merken is dat een navorderingsaanslag – die buiten de termijn is opgelegd– niet van rechtswege nietig is. De belastingplichtige moet tijdig beroep doen op de termijnoverschrijding om de navorderingsaanslag vernietigd te krijgen. Het is dan ook belangrijk dat tijdig bezwaar- of beroep wordt ingesteld tegen een onjuiste navorderingsaanslag.</p>
<h2>Advies SVZ advocaten bij navordering</h2>
<p>Bent u het niet eens met uw navorderingsaanslag of heeft u hulp nodig bij het doen van aangifte? Onze <a href="https://svz-advocaten.nl/fiscaal-advocaat/">belastingadvocaten</a> kunnen u hierin begeleiden en u vooraf adviseren over de mogelijkheden.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Mogelijkheid dividend en berekenen alimentatie ondernemer</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/familierecht-ondernemers/dividend-alimentatie/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 09 Aug 2021 11:47:22 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[familierecht voor ondernemers]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3470</guid>

					<description><![CDATA[Voor het berekenen van de door een ondernemer te betalen partneralimentatie en kinderalimentatie is het belangrijk om vast te stellen...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Voor het berekenen van de door een ondernemer te betalen partneralimentatie en kinderalimentatie is het belangrijk om vast te stellen welk inkomen een ondernemer redelijkerwijs aan zijn of haar onderneming kan onttrekken. Bij het vaststellen van de draagkracht van een ondernemer met een eigen B.V. wordt niet alleen gekeken naar het salaris dat de ondernemer aan zichzelf uitkeert. Hierbij dient dus niet alleen naar de beschikbare jaaropgave of salarisstrook gekeken te worden. Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) kan immers om verschillende redenen besluiten om een relatief laag salaris aan zichzelf uit te keren. Een reden kan bijvoorbeeld zijn dat de DGA minder loonbelasting wil betalen, geld wil oppotten in de vennootschap of dat hij een deel van de winsten aan zichzelf wil uitlenen (middels een rekening-courant). In een alimentatieprocedure zal de ondernemer zich op het standpunt stellen dat zijn draagkracht berekend moet worden aan de hand van zijn feitelijke salaris. Uit vaste rechtspraak blijkt echter dat ook de mogelijkheid van een aanvullende dividenduitkering tot een verhoging van de draagkracht van een ondernemer kan leiden.</p>
<p>Vanwege onze fiscale en cijfermatige kennis kunnen wij u goed adviseren bij alimentatiegeschillen.</p>
<h2>Alimentatie en inkomen ondernemer</h2>
<p>In een procedure zal beoordeeld moeten worden welk inkomen de onderneming kan onttrekken aan het bedrijf. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de financiële positie van de onderneming. Het gaat daarbij om het bedrag dat de ondernemer in redelijkheid aan zijn onderneming kan onttrekken als salaris, dividend of op andere wijze. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschikbare liquide middelen en overige activa, de (kortlopende) schulden en overige verplichtingen. Ook het kunnen opnemen van gelden in rekening-courant kan de draagkracht van een ondernemer verhogen. Anderzijds zal ook rekening gehouden moeten worden met de continuïteit van de onderneming, pensioenverplichtingen en noodzakelijke investeringen.  Deze aspecten zijn mede van belang om vast te kunnen stellen of in aanvulling op het salaris een dividenduitkering mogelijk is.</p>
<p>De rechtbank kan in zeer complexe zaken z<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2020:6306&amp;showbutton=true&amp;keyword=alimentatie+ondernemer+verdiencapaciteit" target="_blank" rel="noopener">elfs een deskundige benoemen</a> om het inkomen van de ondernemer vast te stellen.</p>
<h2>Mogelijkheid dividenduitkering en alimentatie</h2>
<p>Het beoordelen van de mogelijkheid om dividend uit te keren is dus zeer relevant voor het berekenen van partneralimentatie. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het analyseren van de boekhouding en jaarcijfers. Voordat dividend kan worden uitgekeerd dient bijvoorbeeld een uitkeringstoets plaats te vinden. Dit betekent dat het bestuur moet toetsen of door een dividenduitkering niet de uitbetaling van opeisbare schulden en overige crediteuren in gevaar kan komen. Tevens dient een balanstest plaats te vinden. Er kan slechts dividend uitgekeerd worden voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of statuten moeten worden aangehouden. Het standpunt dat een ondernemer dividend kan uitkeren, en daarmee meer alimentatie kan betalen, moet dan ook goed onderbouwd worden. SVZ advocaten kan u hierin bijstaan.</p>
<h2>Rekening-courant en alimentatie</h2>
<p>Er zijn veel ondernemers die structureel meer geld dan hun netto loon onttrekken aan hun eigen B.V. Feitelijk krijgen deze ondernemers een schuld aan de B.V. Het lenen van de eigen B.V. is fiscaal niet altijd toegestaan en de Belastingdienst kan de opnames aanmerken als verkapt loon of dividend. Bij een geschil over alimentatie is het echter van belang om aan te voeren en te onderbouwen dat naast het salaris structureel meer gelden worden onttrokken aan het bedrijf. Er bestaan dan argumenten om met een hoger inkomen te rekenen bij het bepalen van de draagkracht.</p>
<h2>Advocaat nodig bij berekenen alimentatie ex-partner met onderneming?</h2>
<p>SVZ Advocaten staat voor u klaar om u te ondersteunen en namens u de jaarcijfers te analyseren. Bovendien kunnen we in overleg met de accountant treden en vragen stellen over de totstandkoming van de jaarcijfers, waarbij we uw belangen zorgvuldig behartigen. Heeft u een advocaat nodig voor het berekenen van alimentatie, met name wanneer uw ex-partner inkomen genereert uit een onderneming? Aarzel dan niet om contact op te nemen met de gespecialiseerde advocaten van SVZ. Meer informatie vindt u op onze pagina over <a href="https://svz-advocaten.nl/alimentatie-advocaat-hilversum/">alimentatieadvocaat in Hilversum.</a></p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aansprakelijk stellen boekhouder bij fouten</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/aansprakelijk-boekhouder/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 13 Jul 2021 08:44:51 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3462</guid>

					<description><![CDATA[Heeft u schade geleden door fouten van uw boekhouder? SVZ advocaten kan u bijstaan bij het aansprakelijk stellen van de...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Heeft u schade geleden door fouten van uw boekhouder? SVZ advocaten kan u bijstaan bij het aansprakelijk stellen van de boekhouder en het verhalen van de schade. Als advocatenkantoor hebben wij ruime ervaring met het voeren van procedures op het gebied van het aansprakelijkheidsrecht. Daarnaast hebben wij de juiste fiscale en cijfermatige kennis in huis zodat we ook daadwerkelijk kunnen beoordelen of inhoudelijk fouten zijn gemaakt.</p>
<p>Onze advocaat, mr. van Zijtveld, heeft bijvoorbeeld in 2015 een procedure gevoerd bij de rechtbank Midden-Nederland waarbij een boekhouder werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 111.863,89, te vermeerderen met wettelijke rente. Het betreffende vonnis kunt u lezen door verder te klikken naar de uitspraak van de <a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2015:6415&amp;showbutton=true&amp;keyword=ECLI:NL:RBMNE:2015:6415" target="_blank" rel="noopener">rechtbank Midden-Nederland van 9 september 2015</a>.</p>
<h2>Aansprakelijkheid boekhouder: wat kunt u verwachten?</h2>
<p><a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=9&amp;paragraaf=1&amp;artikel=74&amp;z=2013-03-16&amp;g=2013-03-16" target="_blank" rel="noopener">Artikel 6:74 BW</a> verplicht de boekhouder om bij iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schade die de klant daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de boekhouder niet kan worden toegerekend. Indien u een boekhouder opdracht geeft om werkzaamheden te verrichten voor uw onderneming kunt u over het algemeen ten minste het volgende verwachten.</p>
<ul>
<li>Dat de gevoerde administratie voldoet aan de wettelijke eisen;</li>
<li>Dat fiscale aangiften tijdig worden ingediend;</li>
<li>Indien ook fiscale adviezen worden gegeven: dat deze adviezen kloppen;</li>
<li>Indien de boekhouder onvoldoende kennis heeft van fiscale deelgebieden: dat de boekhouder hierover geen adviezen verstrekt en aangeeft dat u een andere deskundige moet raadplegen;</li>
<li>Dat fiscale aangiften in overeenstemming met de wet- en regelgeving worden ingediend;</li>
<li>Dat opgestelde jaarrekeningen voldoen aan de gebruikelijke normen;</li>
<li>Dat verstuurde facturen in overeenstemming zijn met gemaakte prijsafspraken;</li>
<li>Dat niet zonder voorafgaand overleg stukken worden gestuurd naar de Belastingdienst, bancaire instellingen of het UWV.</li>
</ul>
<p>Binnen de samenwerking mag ook het een en ander van u verwacht worden. Zo dient u de boekhouder tijdig te voorzien van relevante stukken en relevante informatie te delen.</p>
<p>Indien de boekhouder niet aan zijn verplichtingen voldoet of zijn zorgplicht schendt kan sprake zijn van beroepsaansprakelijkheid van de boekhouder. De aansprakelijkheid van een boekhouder kan aan de orde komen indien de boekhouder onvoldoende zorgvuldig met uw belangen omgaat en fouten maakt.</p>
<p>In bepaalde gevallen zijn de gemaakte afspraken duidelijk vastgelegd. Echter, soms komt het voor dat geen duidelijk contract is opgesteld. De inhoud en omvang van de overeenkomst moet in dat geval aan de hand van alle feiten en omstandigheden worden vastgesteld. Vervolgens kan worden vastgesteld of sprake is van aansprakelijkheid van de boekhouder.</p>
<h2>Voor welke schade is een boekhouder aansprakelijk?</h2>
<p>De boekhouder kan aansprakelijk zijn indien door zijn of haar fouten belastingboetes worden opgelegd en/of belastingcontroles worden ingesteld. Ook kan het zijn dat u geen financiering hebt kunnen verkrijgen doordat de jaarrekening te laat is opgesteld of ondeugdelijk is. Indien door foutieve advisering teveel belasting is betaald kan er ook sprake zijn van schade die voor vergoeding in aanmerking komt. In bepaalde gevallen is het mogelijk om de aan de accountant betaalde vergoedingen terug te vorderen. Dit kan bijvoorbeeld door de overeenkomst te ontbinden.</p>
<h2>Aansprakelijk stellen boekhouder</h2>
<p>Het is belangrijk dat u tijdig en op de juiste wijze de boekhouder aansprakelijk stelt. Het op juiste wijze aansprakelijk stellen van de boekhouder is belangrijk.</p>
<p>Naast de regels van verjaring geldt ook de wettelijke plicht om tijdig te klagen (de klachtplicht). Indien u weet dat de boekhouder een belangrijke fout heeft gemaakt mag u niet te lang stilzitten. SVZ advocaten kan u bijstaan bij het opstellen van een aansprakelijkheidsbrief, het berekenen van de schade en indien nodig het voeren van een procedure. Neem contact op voor een vrijblijvende afspraak om te bespreken of in uw geval sprake is van beroepsaansprakelijkheid van de boekhouder. Ook indien u een rechtsbijstandverzekering hebt kunnen wij u bijstaan. In dat geval kunt u een beroep doen op uw recht op een vrije advocaatkeuze. SVZ advocaten adviseert u graag over de mogelijke aansprakelijkheid van een boekhouder.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Vaststellingsovereenkomst</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/vaststellingsovereenkomst/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 02 Jul 2021 08:24:57 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3456</guid>

					<description><![CDATA[Wanneer u een juridisch geschil heeft met een wederpartij, kunt u dit geschil voorleggen aan de rechter. Het is echter...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer u een juridisch geschil heeft met een wederpartij, kunt u dit geschil voorleggen aan de rechter. Het is echter ook mogelijk om afspraken met uw wederpartij te maken ter beëindiging van het geschil. Indien u voor deze tweede mogelijkheid kiest, doet u er verstandig aan om de gemaakte afspraken duidelijk vast te leggen in een zogenaamde vaststellingsovereenkomst (VSO). SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/aansprakelijkheidsrecht/">aansprakelijkheidsrecht</a>, contractenrecht en procesrecht. Wij hebben veel ervaring met het adviseren over, het opstellen van en het procederen over vaststellingsovereenkomsten.</p>
<h2>De vaststellingsovereenkomst: artikel 7:900 Burgerlijk Wetboek</h2>
<p>In het Burgerlijk Wetboek is in <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=15&amp;artikel=900&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:900 BW</a> en verder een wettelijke regeling over de vaststellingsovereenkomst opgenomen. De wet noemt een aantal regels over de vaststellingsovereenkomst. Naast de inachtneming van de wettelijke regels, is het belangrijk om de vaststellingsovereenkomst helder en duidelijk op te stellen. Door een duidelijke overeenkomst te maken, kunnen geschillen achteraf (en als gevolg daarvan een gerechtelijke procedure over de uitleg en betekenis van de vaststellingsovereenkomst) worden voorkomen.</p>
<h2>Opstellen vaststellingsovereenkomst</h2>
<p>Partijen kunnen een vaststellingsovereenkomst aangaan ter voorkoming of beëindiging van een bestaande onzekerheid of een bestaand geschil. Wat wij in de praktijk vaak zien is dat een vaststellingsovereenkomst wordt gesloten na schikkingsonderhandelingen. Dit kunnen schikkingsonderhandelingen tijdens een gerechtelijke zitting (comparitie van partijen) zijn. Het kan ook zo zijn dat partijen niet zover zijn gekomen en voordat er een gerechtelijke procedure is gestart met elkaar tot overeenstemming zijn gekomen. Het is van belang bij het opstellen van een vaststellingsovereenkomst een deskundige advocaat in te schakelen die u kan adviseren.</p>
<h2>Beoordelen vaststellingsovereenkomst</h2>
<p>Het kan ook zo zijn dat uw wederpartij (of diens advocaat/adviseur) te beëindiging van een geschil een vaststellingsovereenkomst heeft opgesteld. Het is voor u dan van belang om hierover onafhankelijk advies van een eigen adviseur in te winnen en te bekijken of uw rechten en belangen goed gewaarborgd zijn. SVZ advocaten heeft hierin veel ervaring. Wij kunnen voor u beoordelen of de vaststellingsovereenkomst aan de wettelijke vereisten voldoet en of uw belangen goed zijn gewaarborgd. Daarnaast kunnen wij eventuele tekstvoorstellen opstellen ter wijziging/aanvulling van de door de wederpartij opgestelde vaststellingsovereenkomst.</p>
<h2>Vaststellingsovereenkomst: vorderen van nakoming</h2>
<p>Indien een partij bij de vaststellingsovereenkomst op grond van de vaststellingsovereenkomst een bepaalde verplichting op zich heeft genomen, en deze partij komt deze op hem rustende verplichting niet na, dan kan de andere partij nakoming bij de rechter vorderen. Een heldere vaststellingsovereenkomst is in een dergelijke procedure van groot belang.</p>
<p>Pas nadat de rechter de eisende partij in het gelijk heeft gesteld, verkrijgt deze een executoriale titel en kan deze daadwerkelijk tot executie van zijn vordering over gaan.</p>
<h2>Vaststellingsovereenkomst: finale kwijting</h2>
<p>In beginsel verdient het de voorkeur om in de vaststellingsovereenkomst een bepaling op te nemen waarin wordt afgesproken dat partijen elkaar over en weer, nadat alle verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst zijn nagekomen, finale kwijting verlenen. Een dergelijk beding voorkomt dat een van partijen nog iets van de andere partij kan vorderen.</p>
<p>Indien niet op alle punten overeenstemming wordt bereikt en/of bepaalde onderdelen van het geschil niet worden meegenomen in de vaststellingsovereenkomst, kan over dit onderwerp later alsnog een gerechtelijke procedure gevoerd worden.</p>
<h2>Vernietiging vaststellingsovereenkomst</h2>
<p>Een vaststellingsovereenkomst is alleen vernietigbaar indien gebondenheid aan de vaststellingsovereenkomst in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit volgt uit <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=15&amp;artikel=904&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 7:904 lid 1 BW</a>. Dit is een zware toets. In de praktijk zorgt deze bepaling ervoor dat er slechts een marginale toetsing plaatsvindt. Uit de jurisprudentie blijkt echter dat het niet onmogelijk is een vaststellingsovereenkomst onder omstandigheden te vernietigen. Dit dient uiteraard per specifiek geval te worden beoordeeld.</p>
<h2>Advocaat vaststellingsovereenkomst</h2>
<p>SVZ advocaten heeft veel ervaring met het adviseren over vaststellingsovereenkomsten, het opstellen en beoordelen van vaststellingsovereenkomsten en het procederen over vaststellingsovereenkomsten. Indien u hierover vragen heeft of bijstand wenst te ontvangen, kunt u uiteraard vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> met ons opnemen om de mogelijkheden te bespreken.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Klachtplicht (artikel 6:89 BW)</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/klachtplicht/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 25 Jun 2021 14:02:01 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3448</guid>

					<description><![CDATA[Wanneer uw wederpartij een gebrekkig product of een gebrekkige dienst levert, is het van groot belang om hierover tijdig en...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer uw wederpartij een gebrekkig product of een gebrekkige dienst levert, is het van groot belang om hierover tijdig en op een juiste wijze te klagen. Met andere woorden: om uw vorderingen ten opzichte van de wederpartij veilig te stellen, dient u aan uw klachtplicht te hebben voldaan. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het contractenrecht, aansprakelijkheidsrecht en <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a>. In de praktijk komen wij vaak geschillen tegen waarin geprocedeerd wordt over de vraag of voldaan is aan de klachtplicht en de juridische gevolgen daarvan. Lees onderstaand artikel voor meer informatie.</p>
<h2>Klachtplicht: artikel 6:89 BW</h2>
<p><a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=9&amp;paragraaf=3&amp;artikel=89&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">Artikel 6:89 BW</a> bepaalt dat een schuldeiser op een gebrek in de prestatie van zijn contractuele wederpartij geen beroep meer kan doen indien en voor zover hij hierover niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, heeft geklaagd.</p>
<p>Het doel van deze bepaling is het bieden van bescherming aan de schuldenaar tegen te laat geuite en daardoor moeilijk te controleren en te betwisten klachten. Op grond van dit artikel mag de schuldenaar ervan uitgaan dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de overeenkomst beantwoordt. Indien dit niet het geval mocht zijn, mag de schuldenaar ervan uitgaan dat de schuldeiser dit met spoed aan de schuldenaar mededeelt, zodat deze de mogelijkheid heeft zich te verweren.</p>
<h2>Klachtplicht: levering producten en diensten</h2>
<p>De wettelijke regeling omtrent de klachtplicht ziet zowel op de levering van producten als diensten. Daarbinnen ziet het wetsartikel over de klachtplicht enkel op gevallen van ondeugdelijke nakoming: een gebrek in de prestatie. Het moet daarbij gaan om een feitelijk gebrek.</p>
<p>De klachtplicht heeft enkel betrekking op gebrekkige prestaties van de schuldenaar die niet aan zijn verbintenis beantwoord. De klachtplicht ziet uitdrukkelijk niet op een vordering uit onrechtmatige daad.</p>
<h2>Klachtplicht: vereisten</h2>
<p>De klachttermijn vangt aan op het moment dat de schuldeiser het gebrek heeft ontdekt of had moeten ontdekken. Op grond van de jurisprudentie geldt dat de schuldeiser (I) het in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van hem te verwachten onderzoek dient te verrichten en (II) binnen bekwame tijd na ontdekking van het gebrek klaagt bij de schuldenaar.</p>
<h2>Termijn onderzoek</h2>
<p>De tijd die de schuldeiser wordt gegund voor onderzoek, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Hierbij zijn onder meer van belang de aard en waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop dit aan het licht treedt en bijvoorbeeld de deskundigheid van de schuldeiser. Onder omstandigheden kan het verrichten van onderzoek door een deskundige noodzakelijk zijn. De vereiste mate van voortvarendheid van het onderzoek hangt tevens af van de ingewikkeldheid van het te verrichten onderzoek.</p>
<p>Als op grond van de overeenkomst en overige omstandigheden (sterke) aanwijzingen bestaan dat de schuldeiser mocht vertrouwen op het feit dat de prestatie niet gebrekkig is, zal van de schuldeiser minder snel (en voortvarend) onderzoek mogen worden verwacht. In zijn algemeenheid geldt namelijk dat een schuldeiser mag afgaan op de juistheid van de door de schuldenaar gedane mededelingen.</p>
<h2>Termijn uiten klacht</h2>
<p>Een vaste termijn voor het uiten van de klacht valt niet te geven.</p>
<p>In zijn algemeenheid geldt dat enig onderzoek of beraad is toegestaan. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of binnen bekwame tijd is geklaagd. Deze vraag dient te worden beantwoord met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval. SVZ advocaten heeft hierin veel ervaring en kan dit voor u beoordelen.</p>
<p>Van belang daarbij is onder meer of het belang van de schuldenaar is geschaad als gevolg van het verstrijken van de tijd. Als zijn belangen niet zijn geschaad, zal er minder snel reden zijn om de klacht plichtige partij te verwijten dat niet voortvarend genoeg is geklaagd.</p>
<h2>Inhoud klacht</h2>
<p>De klacht is vormvrij. De klacht moet evenwel in ieder geval vermelden dat de prestatie ondeugdelijk is. Dit is doorgaans echter onvoldoende. De schuldeiser moet tevens, voor zover mogelijk, mededelingen doen over de aard en omvang van de tekortkoming. Een en ander zodat de schuldenaar dit kan controleren en zich hiertegen kan verweren.</p>
<h2>Gevolg niet tijdig klagen</h2>
<p>Het gevolg van het verzaken van de klachtplicht is dat de schuldeiser alle rechten en bevoegdheden die hem op grond van de gebrekkigheid ten dienste stonden, verliest. De bepaling van artikel 6:89 BW vormt een toepassing van het leerstuk van rechtsverwerking (artikel 6:2 BW en 6:248 BW).</p>
<h2>Bewijslast</h2>
<p>De stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vraag of tijdig is geklaagd, komen pas aan de orde wanneer de schuldenaar het verweer voert dat niet tijdig is geklaagd. Wanneer dit verweer niet wordt gevoerd, blijft artikel 6:89 BW buiten toepassing. Als het verweer wel wordt gevoerd, dan moet de schuldeiser gemotiveerd stellen, en bij betwisting, zo nodig bewijzen dat en op welk moment is geklaagd.</p>
<h2>Advies SVZ advocaten</h2>
<p>Indien u naar aanleiding van dit artikel vragen mocht hebben over een specifiek geval, neem dan gerust vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op met SVZ advocaten. Wij helpen u graag verder!</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Huurverhoging na renovatie</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/huurverhoging-na-renovatie/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 07 Jun 2021 12:50:05 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3442</guid>

					<description><![CDATA[Wanneer u verhuurder bent van een sociale huurwoning of vrije sector woning, overweegt u wellicht om het gehuurde te renoveren...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wanneer u verhuurder bent van een sociale huurwoning of vrije sector woning, overweegt u wellicht om het gehuurde te renoveren en daarna de huurprijs te verhogen. Onder bepaalde omstandigheden is dit mogelijk. Het is echter verstandig om u hierover voorafgaand goed te laten informeren en adviseren. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a> en denkt graag met u mee.</p>
<h2>Wanneer is het toegestaan de huur te verhogen na renovatie?</h2>
<p>Er is sprake van renovatie of woningverbetering als de woning (al dan niet gedeeltelijk) wordt vernieuwd. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de huur te verhogen na renovatie:</p>
<ul>
<li>De huurder moet vooraf toestemming hebben gegeven voor de renovatie (Bij woningverbetering van een heel gebouw/complex, geldt dat dit mogelijk is als minimaal 70% van de bewoners hiermee instemt).</li>
<li>De renovatie moet een groter comfort tot gevolg hebben.</li>
<li>De huurverhoging moet in verhouding staan tot de gemaakte kosten.</li>
</ul>
<h2>Onderhoud: geen huurverhoging</h2>
<p>Let op: (groot) onderhoud van de woning valt niet onder renovatie en is geen reden voor huurverhoging. Van onderhoud is bijvoorbeeld sprake in geval van:</p>
<ul>
<li>Het aanpakken van het schilderwerk.</li>
<li>Het uitvoeren van reparaties.</li>
<li>Het plaatsen van nieuwe kozijnen.</li>
<li>Onderhoud en herstel van funderingen, gevels, trapportalen, galerijen, balkons en het onderhoud van lift of de cv.</li>
<li>Vervangen van rioleringen, gas-, water- en elektraleidingen.</li>
</ul>
<p>De verhuurder heeft immers tot taak gebreken te voorkomen en te verhelpen. De kosten die daarmee gemoeid zijn, moet de verhuurder bekostigen uit de lopende huurprijs eventueel vermeerderd met jaarlijkse reguliere huurprijsverhogingen.</p>
<p>Een voorbeeld: Het plaatsen van dubbel glas kwalificeert als een woningverbetering als gevolg waarvan het mogelijk is de huurprijs te verhogen. Het komt alleen vaak voor dat gelijktijdig ook de kozijnen worden vervangen. Normaal komt het onderhoud van kozijnen voor rekening van de verhuurder. Dit onderhoudt wordt, door vervanging van de kozijnen, uitgespaard. Onder die omstandigheden is het niet mogelijk alle kosten van de vervanging van de kozijnen mee te nemen in de huurverhoging. De weging van de kosten en de vertaling daarvan in de huurverhoging zorgt vaak voor discussie. Het moment waarop deze discussie doorgaans ontstaat (na vervanging) zorgt vaak voor extra complicaties. Doorgaans is dit namelijk op het moment dat de kozijnen al zijn vervangen, de kosten al zijn gemaakt en de staat van het onderhoud van de kozijnen niet meer valt vast te stellen.</p>
<h2>Huurverhoging na renovatie sociale huurwoning</h2>
<p>Voor het verhogen van de huurprijs na renovatie van een sociale huurwoning gelden uiteraard de hierboven genoemde vereisten. Een aanvullende eis voor sociale huurwoningen is dat de sociale huurwoning na de renovatie meer punten krijgt op basis van het puntensysteem dat geldt voor sociale huurwoningen.</p>
<h2>Huurverhoging na renovatie vrije sectorwoning</h2>
<p>Voor vrije sectorwoningen geldt het puntensysteem (dat voor sociale huurwoningen geldt) niet. De huurverhoging bij vrije sectorwoningen moet in redelijke verhouding staan tot de kosten die de verhuurder heeft gemaakt voor de nieuwe, toegevoegde voorzieningen. Dit dient specifiek per geval beoordeeld te worden. Uiteraard kunt u voor meer informatie vrijblijvend contact met ons opnemen.</p>
<h2>Toetsing huurprijsverhoging</h2>
<p>Op grond van<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=5&amp;paragraaf=Onderafdeling_2&amp;sub-paragraaf=1&amp;artikel=255&amp;z=2018-09-19&amp;g=2018-09-19" target="_blank" rel="noopener"> artikel 7:255 BW</a> hebben huurders het recht om een voorafgaand aan de renovatie met de verhuurder overeengekomen huurverhoging, achteraf te laten toetsen door de Huurcommissie of de Kantonrechter.</p>
<p>Zelfs met voorafgaande toestemming tot renovatie kan de huurprijswijziging achteraf dus getoetst worden en wellicht daardoor niet doorgevoerd worden. Het valt daarom aan te bevelen om u vooraf goed te laten informeren. Het valt daarbij aan te bevelen om voorafgaande aan de voorgenomen renovatie in ieder geval instemming te krijgen over de huurprijsverhoging, maar ook over de onderliggende berekening van de kosten. Welke kosten vallen onder onderhoud en welke kosten worden toegeschreven aan de verbetering? Dit geeft de Kantonrechter of de Huurcommissie meer houvast en vergroot de kans dat de gemaakte afspraken in stand worden gehouden.</p>
<h2>Advocaat huurrecht</h2>
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/huurrecht-advocaat-hilversum/">huurrecht</a> en adviseert u graag over kwesties rondom huurverhoging na renovatie. Indien het tot een procedure mocht komen, kunnen wij u hierin uiteraard ook bijstaan. Wij beschikken over een geruime proceservaring. Neem gerust vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op voor meer informatie.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het indienen van een tegenvordering in een juridische procedure</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/procesrecht/het-indienen-van-een-tegenvordering/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 14:50:32 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3438</guid>

					<description><![CDATA[Zowel ondernemers als particulieren krijgen ermee te maken. De ene partij meent een claim te hebben ten opzichte van de...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Zowel ondernemers als particulieren krijgen ermee te maken. De ene partij meent een claim te hebben ten opzichte van de andere partij. Wanneer partijen daar onderling niet uitkomen, kan een gerechtelijke procedure worden gestart. Het is als gedaagde partij echter ook mogelijk om in diezelfde procedure een tegenvordering in te dienen. Dit is een zogenoemde eis in reconventie. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a> en kan u adviseren over de mogelijkheden en de haalbaarheid van een eventuele eis in reconventie.</p>
<h2>Eis in reconventie</h2>
<p>Een gerechtelijke procedure wordt aanhangig gemaakt door het uitbrengen van een dagvaarding. Daarin staat de eis van de eisende partij vermeld. De gedaagde partij kan daarop reageren door het indienen van een conclusie van antwoord bij de rechtbank. Dit volgt uit het beginsel van hoor en wederhoor. SVZ advocaten kan u hierin bijstaan.</p>
<p>Als u echter meent dat u een tegenvordering op diezelfde wederpartij heeft, kunt u in de conclusie van antwoord een tegeneis oftewel een eis in reconventie opnemen. Hierin moet feitelijk en juridisch onderbouwd worden wat deze tegenvordering inhoudt. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden en de juridische haalbaarheid in uw specifieke geval.</p>
<h2>Voordelen indienen tegenvordering: besparing van kosten</h2>
<p>Het indienen van een tegenvordering in een door uw wederpartij aanhangig gemaakte procedure heeft een aantal voordelen. U hoeft in dat geval geen nieuwe procedure te starten, hetgeen veel tijd en kosten scheelt. Denk bijvoorbeeld aan deurwaarderskosten en het aan de rechtbank verschuldigde griffierecht.</p>
<h2>Voordelen indienen tegenvordering: beroep op verrekening</h2>
<p>Daarnaast behandelt de rechter de claims gelijktijdig, waardoor u over beide geschillen/punten een uitspraak krijgt. Dit kan voor u interessant zijn wanneer de rechter bijvoorbeeld uw wederpartij in conventie gelijk geeft en u veroordeelt tot betaling van een geldsom. Wanneer u vervolgens gelijk krijgt met betrekking tot uw eis in reconventie en uw wederpartij door de rechter veroordeeld wordt tot betaling van een geldbedrag aan u, kunt u een beroep doen op verrekening. Wij bespreken graag de mogelijkheden met u.</p>
<h2>Voordelen indienen tegenvordering: schikking</h2>
<p>Indien beide partijen over en weer vorderingen hebben, kan dit ertoe leiden dat zij eerder geneigd zijn om een minnelijke regeling te treffen. Procederen kost immers tijd en geld. Het indienen van een goed onderbouwde tegeneis kan ervoor zorgen dat partijen eerder tot een minnelijke regeling zullen komen. Een goede procesadvocaat kan hierin een belangrijke rol spelen.</p>
<h2>Tegenvordering in kort geding</h2>
<p>Ook in een <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&amp;boek=Eerste&amp;titeldeel=Tweede&amp;afdeling=Veertiende&amp;artikel=254&amp;z=2021-04-01&amp;g=2021-04-01" target="_blank" rel="noopener">kort geding</a> procedure is het mogelijk om een tegeneis in te dienen. Een kort geding procedure kan uitkomst bieden bij een geschil waarbij niet op de uitkomst van een (langdurige) bodemprocedure kan worden gewacht. Het betreft een voorlopige voorziening.</p>
<p>Vereiste voor het indienen van een eis in reconventie in een kortgeding procedure is wel dat deze tegeneis uiterlijk 24 uur voor de zitting wordt ingediend bij de rechtbank en kenbaar wordt gemaakt aan de wederpartij. Gebeurt dit niet tijdig, dan zal de tegeneis niet in behandeling worden genomen. SVZ advocaten heeft veel ervaring met het voeren van kortgeding procedures en kan u nader informeren over de mogelijkheden.</p>
<h2>Vonnis</h2>
<p>Aangezien er sprake is van één procedure waarin twee eisen worden behandeld, doet de rechter uitspraak in één vonnis. Indien u het niet eens bent met het vonnis, kunt u hiertegen in hoger beroep gaan.</p>
<h2>Advocaat procesrecht: eis in reconventie</h2>
<p>Het is in een gerechtelijke procedure van belang u voorafgaand aan en tijdens de procedure goed te laten adviseren en bijstaan door een gespecialiseerde procesadvocaat. SVZ advocaten beschikt over veel proceservaring en heeft daarnaast specialisten op de diverse rechtsgebieden in huis. Neem gerust vrijblijvend <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> met ons op voor meer informatie.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Gebreken aan zakelijke huurruimte: wie is verplicht tot herstel?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/gebreken-aan-zakelijke-huurruimte/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 20 May 2021 12:49:43 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3409</guid>

					<description><![CDATA[Indien er een bedrijfsruimte wordt gehuurd en deze bedrijfsruimte een gebrek vertoont, kunnen er geschillen optreden tussen huurder en verhuurder...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Indien er een bedrijfsruimte wordt gehuurd en deze bedrijfsruimte een gebrek vertoont, kunnen er geschillen optreden tussen huurder en verhuurder over de vraag wie aansprakelijk is voor de (herstel)kosten. In welke gevallen moet de huurder de kosten betalen en in welke gevallen komt dit voor rekening van de verhuurder? In dit artikel zullen wij u hierover meer inzicht geven.</p>
<p>SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a>. Wij staan zowel de huurders als verhuurders bij in geschillen rondom gebreken aan huurruimte.</p>
<h2><u>Wat is een gebrek bij zakelijke huurruimte?</u></h2>
<p><a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=2&amp;artikel=204&amp;z=2012-01-01&amp;g=2011-04-30" target="_blank" rel="noopener">Artikel 7:204 BW</a> noemt de volgende definitie van een gebrek:</p>
<p>“<em>Een gebrek is een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft</em>.”</p>
<p>Het komt er dus eigenlijk op neer dat de huurder niet het genot van de bedrijfsruimte welk genot hij (I) wel had verwacht bij het aangaan van de overeenkomst en (II) welk genot hij ook mocht verwachten van een goed onderhouden zaak.</p>
<p>Bij een gebrek kunt u onder andere denken aan ongedierteplagen, storingen in nutsvoorzieningen zoals warm water en beschadigingen van het gehuurde door externe oorzaken zoals inbraken en storm. Ook kan gedacht worden aan een slecht binnenklimaat in de bedrijfsruimte of veranderingen in overheidsvoorschriften die de aanwezigheid van vergunningen en/of veranderingen aan de bedrijfsruimte noodzakelijk maken.</p>
<h2><u>Welke gebreken komen voor rekening van de verhuurder bij zakelijke huurruimte?</u></h2>
<p>Indien een gebrek zich voordoet, heeft de verhuurder in beginsel een herstelplicht. De verhuurder moet gebreken verhelpen indien de huurder dit verlangt. Indien de huurder kenbaar heeft gemaakt dat er sprake is van een gebrek, ontstaat de verplichting voor verhuurder om dit te verhelpen. Onderneemt verhuurder geen stappen om het gebrek te herstellen? Dan kan de verhuurder aansprakelijk worden gesteld.</p>
<p>Dit wil verhuurder natuurlijk te allen tijde voorkomen. Indien u als verhuurder twijfelt of u een gebrek moet herstellen, kunt u advies inwinnen of het gestelde gebrek door u moet worden hersteld. SVZ advocaten beschikt over deze expertise en kan hierover een advies opstellen wat aansluit bij uw situatie.</p>
<h2><u>Welke gebreken komen voor rekening van de huurder?</u></h2>
<p>De verhuurder hoeft echter niet in alle gevallen tot herstel van het gebrek over te gaan. Er bestaan namelijk uitzonderingsgevallen waarin het herstellen van het gebrek voor rekening van de huurder komt. Hieronder wordt een opsomming gegeven:</p>
<ol>
<li>De verhuurder hoeft het gebrek niet te herstellen indien dat onmogelijk is;</li>
<li>De verhuurder hoeft het gebrek niet te herstellen wanneer dit uitgaven vereist die redelijkerwijs niet van de verhuurder gevergd kunnen worden;</li>
<li>In de gevallen waarin het gebrek aan de huurder is toe te rekenen/indien het gaat om een gebrek waarvoor de huurder jegens de verhuurder aansprakelijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de huurder bepaalde beschadigingen heeft veroorzaakt;</li>
<li>De huurder is daarnaast zelfstandig verplicht om kleine herstellingen te doen aan het gehuurde, waarvoor het niet noodzakelijk is om de verhuurder te raadplegen. Het gaat dan om zulke kleine herstellingen, die een gemiddeld handig huurder op een eenvoudige en niet kostbare wijze kan herstellen.</li>
<li>Tot slot heeft de verhuurder geen herstelplicht wanneer partijen hebben afgesproken dat er geen sprake is van een gebrek. Een dergelijke afspraak kan bijvoorbeeld in de huurovereenkomst en/of algemene voorwaarden zijn opgenomen.</li>
</ol>
<h2><u>Zakelijke huurruimte: definitie van gebrek opnemen in algemene voorwaarden</u></h2>
<p>Let op: deze wettelijke bepaling omtrent gebreken is niet van dwingend recht. Dit betekent dat partijen, in geval van bedrijfsruimte, de mogelijkheid hebben om van deze bepaling af te wijken en dat zij dus in de huurovereenkomst en/of algemene voorwaarden andere afspraken mogen opnemen.</p>
<p>Huurder en verhuurder kunnen overeenkomen wat zij wel en niet verstaan onder een ‘gebrek’. Het is daarom van belang om een specialist in te schakelen die uw huurovereenkomst goed kan analyseren of er een dergelijke afwijking is opgenomen. Elke huurovereenkomst is immers anders. Ook bij het <a href="https://svz-advocaten.nl/huurrecht/totstandkoming-van-een-huurovereenkomst/">tot stand komen van de huurovereenkomst</a> is het goed om na te denken over uw belangen als huurder dan wel verhuurder. Welke zaken wilt u uitdrukkelijk uitsluiten als gebrek? Laat u hierover (vooraf) goed adviseren.</p>
<h2><u>Welke stappen moeten worden ondernomen indien de verhuurder het gebrek niet herstelt?</u></h2>
<p>Wanneer er een gebrek wordt geconstateerd is de verhuurder in de hoofdregel verplicht om dit gebrek te verhelpen, behalve in de gevallen dat het gebrek voor rekening van huurder komt. Als de verhuurder het herstel nalaat, terwijl hem daarvoor een redelijke termijn is gegeven, kan de huurder het gebrek zelf verhelpen of dit door een derden laten doen. De kosten voor de reparatie komen dan alsnog voor rekening van de verhuurder. De huurder zal deze kosten (al dan niet via een gerechtelijke procedure) op de verhuurder kunnen verhalen.</p>
<p>Als huurder is het van belang dat u een gebrek altijd meldt bij uw verhuurder. Indien de huurder dit nalaat, bestaat het risico dat de huurder aansprakelijk is voor de (gevolg) schade die verhuurder lijdt door het in stand laten van het gebrek.</p>
<p>Indien de huurder het gebrek wel heeft gemeld bij de verhuurder, maar de verhuurder onderneemt hierop geen actie en er ontstaat schade, kan de verhuurder aansprakelijk worden gehouden voor deze geleden schade aan de zijde van de huurder.  Denk hierbij bijvoorbeeld aan de beschadiging van uw inventaris en bedrijfsvoorraden bij lekkage of winstderving als gevolg van een noodzakelijke bedrijfssluiting. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het onderbouwen en berekenen van schade. Wij kunnen u hierover nader adviseren.</p>
<h2>Advocaat huurrecht SVZ advocaten</h2>
<p>Kortom, het is van belang dat er stappen worden ondernomen door zowel huurder als verhuurder in de situatie dat er sprake is van een gebrek. Laat de situatie niet voortduren en schakel tijdig een adviseur in die u kan bijstaan in zulke situaties. U kunt hiervoor altijd <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">vrijblijvend contact opnemen met SVZ advocaten.</a> <a href="https://svz-advocaten.nl/huurrecht-advocaat-hilversum/">Een specialist huurrecht</a> en procesrecht kan u dan in het verdere traject begeleiden.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Volgorde verwerking betalingen bij openstaande facturen</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/openstaande-facturen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 14 May 2021 09:08:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3402</guid>

					<description><![CDATA[Als ondernemer krijgt u er altijd mee te maken: het debiteurenbeheer. Wanneer er diverse facturen open staan en u ontvangt...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Als ondernemer krijgt u er altijd mee te maken: het debiteurenbeheer. Wanneer er diverse facturen open staan en u ontvangt van een debiteur een (deel) betaling, dan rijst de vraag van welke factuur u deze betaling dient af te boeken. De vraag die wij in dit kader tevens vaak krijgen is: hoe zit het vervolgens met de reeds verschuldigde rente en (incasso)kosten? SVZ advocaten kan u hierover adviseren en kan u bijstaan in een eventuele incasso-procedure. Voor meer informatie kunt u uiteraard vrijblijvend contact met ons opnemen. In dit artikel vind u alvast enige informatie.</p>
<h2>Wettelijke regeling volgorde toerekening betalingen</h2>
<p>In de wet is opgenomen aan welke factuur van een debiteur een door hem verrichte betaling dient te worden toegerekend, namelijk in artikel 6:43 BW. Het is dus niet zo dat schuldeiser dan wel schuldenaar zelf kunnen bepalen op welke factuur en/of kosten een betaling wordt afgeboekt.</p>
<p>Wanneer een schuldenaar meer dan één factuur open heeft staan, gelden bij de betaling de volgende criteria om te bepalen aan welke factuur de betaling dient te worden toegerekend:</p>
<ol>
<li>de omschrijving van de betaling (door de schuldenaar);</li>
<li>de opeisbaarheid van de openstaande facturen;</li>
<li>de bezwaarlijkheid;</li>
<li>de ouderdom.</li>
</ol>
<h2>Volgorde afboeken betaling bij meerdere facturen</h2>
<p>De wetgever heeft aan de schuldenaar de bevoegdheid toegekend om zelf te bepalen welke schuld hij als eerste wil laten verdwijnen. De schuldenaar moet in dat geval een betalingkenmerk of factuurnummer noemen. Doet de schuldenaar dit niet, dan dient er gekeken te worden welke schuld opeisbaar is (van welke schuld de betalingstermijn is verstreken). Is er van één factuur de betaaltermijn verstreken? Dan dient de betaling van deze factuur afgeboekt te worden. Zijn er reeds van meerdere facturen de betaaltermijnen verstreken? Dan dient er gekeken te worden naar de vraag welke schuld het zwaarst op de schuldenaar drukt. Wat als meest bezwarend moet worden aangemerkt is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Beoordeeld moet worden bij betaling van welke schuld de schuldenaar het meeste belang heeft (hierbij speelt doorgaans de hoogte van de rente een beslissende rol). Is dit er één? Dan dient daarop te worden afgeboek. Zijn dat er meer? Dan moet gekeken worden welke factuur het langst open staat. Is dit er één? Dan dient de betaling op deze factuur te worden afgeboek. Zijn de facturen even oud? Dan wordt het door de debiteur betaalde geldbedrag naar rato op deze facturen in mindering gebracht.</p>
<h2>Volgorde afboeken in geval van één factuur, met bijkomende incassokosten en rente</h2>
<p>In het geval er maar één factuur open staat en de schuldenaar daarover incassokosten en rente verschuldigd is, geldt het volgende. In het geval dat de schuldenaar vervolgens een deelbetaling verricht, volgt uit de wet (artikel 6:44 BW) de volgorde waarop dient te worden afgeboekt:</p>
<ol>
<li>de kosten;</li>
<li>de vervallen rente;</li>
<li>het factuurbedrag (hoofdsom);</li>
<li>de lopende rente.</li>
</ol>
<p>Onder kosten wordt verstaan zowel de proceskosten als de buitengerechtelijke incassokosten. Met vervallen rente wordt bedoeld de vervallen en opeisbaar geworden rente. De hoofdsom betreft de oorspronkelijke vordering van de crediteur (exclusief kosten en rente). Met lopende rente wordt bedoeld de sinds de vorige vervaldatum van de rente weer ontstane rente, welke nog niet opeisbaar is.</p>
<h2>Regelend recht verwerken betalingen openstaande facturen</h2>
<p>De wettelijke regeling omtrent de toerekening van betaling, zoals hiervoor uiteengezet, is van regelend recht. Dit betekent dat schuldeiser en schuldenaar overeen kunnen komen dat toerekening van betalingen op een andere wijze/volgorde plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld door hierover een regeling in de algemene voorwaarden op te nemen.</p>
<h2>Advocaat SVZ advocaten bij geschillen over openstaande facturen</h2>
<p>SVZ advocaten kan u adviseren over de wijze waarop betalingen van debiteuren afgeboekt moeten worden op de openstaande facturen en/of kosten. Daarnaast kan SVZ advocaten met u meedenken over een eventueel voor uw specifieke geval gunstige wijze om (in uw algemene voorwaarden) af te wijken van de wettelijke regeling. Tot slot kunnen wij u uiteraard ook bijstaan in een gerechtelijke incassoprocedure, om zodoende uw vorderingen op uw wederpartij te incasseren. Neem voor meer informatie gerust vrijblijvend contact met ons op.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Rechten ondernemingsraad bij reorganisatie</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/ondernemingsrecht/recht-ondernemingsraad-reorganisatie/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[SVZ Advocaten]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 07 May 2021 10:49:03 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3389</guid>

					<description><![CDATA[Door de coronacrisis is reorganisatie van ondernemingen helaas meer en meer aan de orde. Een reorganisatiebesluit kan de grondslag zijn...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Door de coronacrisis is reorganisatie van ondernemingen helaas meer en meer aan de orde. Een reorganisatiebesluit kan de grondslag zijn voor het ontslaan van een groot aantal werknemers. Als ondernemingsraad (OR) is het van belang om te weten wat voor invloed de OR heeft op dit soort besluiten. In de praktijk blijkt dat de OR niet altijd wordt geïnformeerd of om advies wordt gevraagd over reorganisatiebesluiten. Het is dus van belang om als ondernemingsraad aan de bel te trekken wanneer de regels niet worden nageleefd door de ondernemer. Ondernemingsraad, ken je rechten! In deze blog wordt kort uiteengezet wat de rechten en bevoegdheden zijn van de ondernemingsraad in het kader van reorganisatie.</p>
<h2>Raadplegen ondernemingsraad</h2>
<p>Volgens de <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">Wet op de Ondernemingsraden</a> (WOR) is de ondernemer verplicht om de ondernemingsraad in te lichten en gegevens te verstrekken die nodig zijn bij de taakvervulling van de ondernemingsraad. De ondernemingsraad moet onder andere geraadpleegd worden tijdens bijzondere gebeurtenissen in de onderneming. Een reorganisatie is hier een goed voorbeeld van.</p>
<h2>Rechten en bevoegdheden van de Ondernemingsraad bij een reorganisatie</h2>
<p>Op grond van de WOR moet een ondernemingsraad geraadpleegd worden en om advies gevraagd worden voordat er door de ondernemer beslissingen genomen worden die betrekking hebben op wijziging in de organisatie of verdeling van bevoegdheden van de onderneming. Aangezien een reorganisatie ingrijpende gevolgen heeft voor de onderneming en de daar werkzame personen, is deze verplichting hier van toepassing. Dit betekent dat de ondernemingsraad om advies moet worden gevraagd bij het voorgenomen reorganisatiebesluit door de ondernemer.</p>
<p>De ondernemer moet zijn potentiële besluit, samen met een omschrijving van de noodzaak,  redenen en gevolgen, schriftelijk voorleggen aan de ondernemingsraad. Ook moet de ondernemer aangeven wat hij zal doen om de gevolgen van het reorganisatiebesluit voor de werknemers zoveel als mogelijk op te vangen. Dit moet op een zodanig tijdstip zodat de ondernemingsraad hier nog een wezenlijke invloed op kan uitoefenen. In rechtspraak weegt dit als een zwaar criterium.</p>
<p>De ondernemingsraad hoeft pas een advies uit te brengen indien het besluit ten minste één keer is voorgelegd in een overlegvergadering. Zo’n overlegvergadering vindt ten minste twee keer per jaar plaats. Hierin doet de ondernemer mededelingen die betrekking hebben op zaken zoals reorganisatie.</p>
<h2>Besluit na advies OR</h2>
<p>Als er na een positief of negatief advies van de ondernemingsraad een reorganisatiebesluit wordt genomen door de ondernemer, moet de ondernemingsraad hier zo snel mogelijk schriftelijk van op de hoogte worden gesteld. In het geval er van het advies van de ondernemingsraad wordt afgeweken, moet de ondernemer onderbouwen waarom hij van dat advies is afgeweken. De ondernemer moet daarbij in dat geval ingaan op alle punten die de ondernemingsraad heeft aangekaart. Ook kan de ondernemer pas uitvoering geven aan een besluit dat afwijkt van het advies van de ondernemingsraad na ten minste een maand na de dag waarop hij de ondernemingsraad van zijn besluit op de hoogte heeft gesteld.</p>
<p>De ondernemer kan zijn voorgenomen besluit niet wijzigen op punten waar de ondernemingsraad (nog) geen advies over heeft gegeven. Als hij het voorgenomen besluit op punten wil wijzigen op onderdelen die niet benoemd zijn in de adviesaanvraag, moet de ondernemer een nieuw voorgenomen besluit opstellen en deze opnieuw aan de ondernemingsraad voorleggen.</p>
<h2>Bevoegdheden ondernemingsraad bij niet inwinnen of afwijken van advies</h2>
<p>In alle gevallen moet de ondernemer het advies van de ondernemingsraad afwachten voordat hij tot een reorganisatiebesluit zal overgaan. Hiervan kan de door de ondernemer alleen worden afgeweken indien het advies door de ondernemingsraad niet binnen een redelijke termijn wordt gegeven. Bij het niet afwachten of niet (op de juiste wijze) inwinnen van het advies door de ondernemer kan de ondernemingsraad naar de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam om ervoor te zorgen dat het besluit niet kan worden uitgevoerd. De ondernemingsraad heeft dus een sterke positie.</p>
<p>Ook als de ondernemingsraad het niet eens is met een besluit van de ondernemer (deze wijkt bijvoorbeeld af van het advies), kan zij beroep instellen bij de Ondernemingskamer. Hierbij is het belangrijk dat dit beroep wordt ingesteld binnen een maand, omdat de ondernemer anders tot uitvoering van het besluit kan overgaan. Beroep kan ook worden ingesteld in het geval er feiten of omstandigheden aan het licht zijn gekomen waar de ondernemingsraad niet van op de hoogte was ten tijde van het opstellen van het advies en dit had kunnen leiden tot een ander advies.</p>
<h2>Aandachtspunten voor de ondernemingsraad</h2>
<p>Voor een ondernemingsraad is het dus van belang om te weten dat de ondernemer de ondernemingsraad om advies moet vragen. Als de ondernemingsraad het niet eens is met het genomen besluit, kan deze zelfs beroep instellen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. Belangrijk hierbij is wel dat de ondernemer een maand na het mededelen van het besluit, hieraan uitvoering kan geven.</p>
<p>De ondernemingsraad mag tevens een (juridisch) deskundige inschakelen voor bijstand en advies met betrekking tot het voorgenomen besluit of het bijwonen bij de vergaderingen met de ondernemer. Dit is handig voor de ondernemingsraad indien deze niet beschikt over de benodigde (juridische) kennis over de rechten en bevoegdheden van de ondernemingsraad of het voorgenomen besluit. De kosten voor het raadplegen van zo’n (juridisch) deskundige worden dan ten laste gebracht van de ondernemer.</p>
<p>Als ondernemingsraad is het verder van belang om te weten dat het advies in een keer goed moet worden opgesteld. Een advies wat is uitgebracht kan niet meer zomaar worden ingetrokken en/of aangepast. De ondernemingsraad kan immers alleen in beroep tegen punten van het besluit waarbij de ondernemer is afgeweken van het advies van de ondernemingsraad, geen advies heeft ingewonnen of indien er later feiten of omstandigheden aan het licht komen die maken dat het advies bij eerdere kennis van deze feiten of omstandigheden een ander advies was gegeven.</p>
<h3>Conclusie</h3>
<p>Bent u als ondernemer op zoek naar deskundig juridisch advies op het gebied van ondernemingsrecht? <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-ondernemingsrecht-hilversum/">Onze ervaren advocaten in ondernemingsrecht</a> begrijpen de complexe uitdagingen waarmee ondernemers te maken hebben en bieden professionele bijstand bij alle aspecten van het ondernemingsrecht.</p>
<p>Onze toewijding aan het begrijpen van uw specifieke zakelijke behoeften stelt ons in staat om op maat gemaakte juridische oplossingen te bieden. Maak een afspraak voor een vrijblijvend gesprek met een van onze advocaten en ontdek hoe SVZ Advocaten uw onderneming kan ondersteunen en beschermen op het gebied van ondernemingsrecht in Hilversum.</p>
<div class="content-format-highlight">
<h2>Advies, scholing en bijstand</h2>
<p><a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">SVZ Advocaten</a> staat ondernemingsraden bij met scholing, advies en/of staat ondernemingsraden bij in het geval van conflicten met de ondernemer en de juridische stappen die eventueel moeten worden genomen.</p>
</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat procedure huurrecht</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/advocaat-procedure-huurrecht/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 30 Apr 2021 08:06:58 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3382</guid>

					<description><![CDATA[In een bodemprocedure bij de kantonrechter kunt u een gerechtelijk oordeel krijgen over een huurconflict. Huurconflicten kunnen veelzijdig zijn. Zo...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>In een bodemprocedure bij de kantonrechter kunt u een gerechtelijk oordeel krijgen over een huurconflict. Huurconflicten kunnen veelzijdig zijn. Zo kan er bijvoorbeeld een conflict bestaan over de huurprijs, een huurachterstand, gebreken, onderhuur, de beëindiging van een huurovereenkomst et cetera. In deze gevallen verdient het de voorkeur om in overleg te treden met de huurder/verhuurder. Indien partijen er niet uitkomen, kan het starten van een gerechtelijke procedure onvermijdelijk zijn. Het is van belang u goed te laten adviseren over uw rechtspositie. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a> en het procesrecht en staat u graag bij.</p>
<h2>Wanneer is de kantonrechter bevoegd?</h2>
<p>De wet schrijft voor dat de kantonrechter bevoegd is als het gaat om:</p>
<ul>
<li>Zaken met een belang van maximaal € 25.000;</li>
<li>Zaken aangaande huurovereenkomsten;</li>
<li>Zaken aangaande arbeidsovereenkomsten;</li>
<li>Zaken aangaande consumentenovereenkomsten.</li>
</ul>
<p>In huurgeschillen is de kantonrechter dus op grond van de wet bevoegd om kennis te nemen van het geschil. Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden welke kantonrechter bevoegd is. Dit is in beginsel de rechter uit het arrondissement van de woon/vestigingsplaats van de gedaagde partij. De advocaten van SVZ advocaten zijn gespecialiseerd in het procesrecht en kunnen u hierover adviseren.</p>
<h2>Inhoud dagvaarding huurrecht</h2>
<p>Een <a href="https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Huren/Paginas/Uitgebreide-procedure-huren.aspx" target="_blank" rel="noopener">huurrechtprocedure</a> bij de kantonrechter begint met het uitbrengen van een dagvaarding.</p>
<p>In de dagvaarding staat onder meer:</p>
<ul>
<li>de datum van de betekening van de dagvaarding</li>
<li>uw voornamen, naam, adres en woon- of vestigingsplaats</li>
<li>de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder</li>
<li>de naam en de woonplaats van de andere partij</li>
<li>wat uw vordering is en de gronden waarop uw vordering is gebaseerd (eis en gronden)</li>
<li>welke bewijzen u heeft voor uw standpunt(en)</li>
<li>locatie/bevoegde kantonrechter</li>
<li>de datum en tijd van de zitting waarop de kantonrechter de zaak behandelt (rolzitting)</li>
<li>naam en adres van uw eventuele advocaat of andere gemachtigde</li>
</ul>
<p>De dagvaarding moet vervolgens door de deurwaarder worden betekend aan de wederpartij. De betekende dagvaarding dient vervolgens aan de rechtbank te worden gezonden (aanbrengen van de dagvaarding). Dit moet tijdig gebeuren, namelijk uiterlijk vóór de in de dagvaarding opgenomen roldatum. De gedaagde partij dient zich vóór de in de dagvaarding opgenomen datum bij de rechtbank bekend te maken (stellen). Op de in de dagvaarding opgenomen datum hoeven partijen dus nog niet voor de rechter te verschijnen.</p>
<h2>Verweer voeren tegen dagvaarding huurrecht</h2>
<p>De gedaagde partij in een huurrechtprocedure krijgt vervolgens een termijn (van in beginsel 4 weken) om verweer te voeren door een conclusie van antwoord in te dienen. In beginsel kan de gedaagde partij één keer uitstel (van 4 weken) verzoeken voor het indienen van de conclusie van antwoord. De vormvereisten bij de kantonrechter, en dus in huurrechtprocedures, zijn minder streng. Over het algemeen kan een brief met bijlagen worden ingediend waarin het standpunt van de gedaagde partij naar voren komt. De advocaten van SVZ advocaten kunnen u hierin adviseren en bijstaan.</p>
<p>Ook is het mogelijk een tegenvordering in te dienen. Dit wordt een eis in reconventie genoemd. Een eis in reconventie dient aan bepaalde formele eisen te voldoen. SVZ advocaten kan u ook daarover uiteraard nader adviseren.</p>
<h2>Procedure huurrecht: comparitie van partijen</h2>
<p>Nadat partijen hun standpunten via de hiervoor omschreven schriftelijke stukken bekend hebben gemaakt, volgt er een mondelinge ronde. Dit is de comparitie van partijen. De rechter gebruikt de mondelinge behandeling om inlichtingen van partijen te krijgen. U ontvangt hiervoor een schriftelijke uitnodiging van de rechtbank (met daarin de locatie en het tijdstip).</p>
<p>Wilt u zich tijdens de zitting beroepen op nieuwe schriftelijke informatie? Dan dient u deze stukken naar de kantonrechter en naar de tegenpartij te sturen. Deze stukken moeten minimaal 1 week voor de zitting binnen zijn.</p>
<p>Het is niet verplicht aanwezig te zijn tijdens de zitting. Wij adviseren u echter wel naar de mondelinge handeling te gaan. Zo kunt u vragen van de rechter beantwoorden en uw verhaal doen. Indien u niet verschijnt ter zitting, kan dit in u nadeel werken. Wij adviseren u tevens om u te laten bijstaan door een gespecialiseerde advocaat huurrecht.</p>
<p>Tijdens de zitting zal de kantonrechter doorgaans ook onderzoeken of een schikking tot de mogelijkheden behoort. Partijen krijgen vaak de gelegenheid om (op de gang) te bespreken of er een minnelijke regeling tot stand kan komen. Wanneer u een gespecialiseerde advocaat meeneemt naar de zitting, kan deze u adviseren over uw rechtspositie en over het eventueel doen of accepteren van een minnelijk voorstel.</p>
<h2>Procesadvocaat Huurrecht: SVZ advocaten</h2>
<p>In een huurrechtprocedure bij de kantonrechter kun u in persoon of bij gemachtigde procederen. U hoeft zich niet te laten bijstaan door een advocaat. Bij het opstellen van de processtukken, het voeren van verweer, het pleiten ter zitting en het treffen van een schikking, verdient het echter wel de voorkeur om u te laten adviseren en bijstaan door een gespecialiseerde advocaat huurrecht.</p>
<p>Wilt u een huurrechtprocedure starten? Of bent u gedagvaard om voor de kantonrechter te verschijnen in verband met een geschil binnen het <a href="https://svz-advocaten.nl/huurrecht-advocaat-hilversum/">huurrecht</a>? Neem dan gerust<a href="https://svz-advocaten.nl/contact/"> vrijblijvend contact op met SVZ advocaten</a> om de mogelijkheden te bespreken.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wanneer kunt u wettelijke rente of wettelijke handelsrente claimen?</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/aansprakelijkheidsrecht/wettelijke-handelsrente/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 06 Apr 2021 14:05:05 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[aansprakelijkheidsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3348</guid>

					<description><![CDATA[Indien er niet (tijdig) aan u als schuldeiser wordt betaald door de schuldenaar of u heeft niet (tijdig) aan uw...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Indien er niet (tijdig) aan u als schuldeiser wordt betaald door de schuldenaar of u heeft niet (tijdig) aan uw schuldeiser betaald, dan kan er aanspraak worden gemaakt op rente. Er bestaan verschillende soorten rente. Er kan sprake zijn van wettelijke rente, wettelijke handelsrente of een vooraf overeengekomen contractuele rente. De rente is bedoeld om de schuldeiser te compenseren voor de schade in de periode waarover hij de betaling nog niet ontving.</p>
<p>SVZ advocaten kan u (als ondernemer) bijstaan bij het incasseren van vorderingen met daarbovenop de wettelijke (handels)rente en incassokosten.</p>
<h2><strong>Wanneer is wettelijke rente verschuldigd?</strong></h2>
<p>De wettelijke rente (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=11&amp;artikel=119&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:119 BW</a>) is de ‘gewone’ rente en is van toepassing op niet-handelstransacties. Dit zijn veelal  overeenkomsten met particulieren of consumenten. Wettelijke rente kan worden gevorderd over de periode waarover de schuldenaar zijn verplichting tot betaling niet nakwam. Als er in de overeenkomst al een uiterste betalingsdatum was overeengekomen, is de schuldenaar vanaf dat moment in verzuim en geldt de periode tussen deze datum en het moment van nakomen voor de berekening van de wettelijke rente. Ook is sprake van verzuim vanaf het moment dat schuldenaar aan zijn schuldeiser heeft medegedeeld dat hij niet kan nakomen of zal nakomen.</p>
<p>Er kan ook middels een ingebrekestelling een redelijke termijn worden gegeven, indien deze niet uit de overeenkomst blijkt. De duur van de redelijke termijn hangt af van de omstandigheden van het geval. Hierbij kunnen onder andere de branche of de hoogte van het verschuldigde bedrag relevant zijn. Wanneer er na het verstrijken van de redelijke termijn niet wordt nagekomen, is sprake van verzuim en kan ook de wettelijke rente vanaf dat moment worden gevorderd.</p>
<p>De tekortkoming moet wel aan de schuldenaar toe te rekenen zijn. Er mag dus geen sprake zijn van bijvoorbeeld overmacht.</p>
<p>Om aanspraak te kunnen maken op de wettelijke rente hoeft er niet te worden bewezen dat sprake is van schade. Enkel het vaststellen van het verzuim is voldoende om hier aanspraak op te kunnen maken.</p>
<p>Wettelijke rente wordt vastgesteld bij Algemene Maatregel van Bestuur en bedraagt op dit moment 2%. Het is bij overeenkomst mogelijk om een hoger percentage vast te stellen. Indien een lager percentage wordt overeengekomen, geldt alsnog het percentage van 2%.</p>
<h3><u>Wanprestatie en de onrechtmatige daad</u></h3>
<p>Stel dat er sprake is van een schadevergoeding uit onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) of uit wanprestatie (artikel 6:74 BW), dan is er voor deze geldvordering uit schadevergoeding direct sprake van verzuim (artikel 6:83 onder b BW). Er is sprake van wanprestatie wanneer een van de partijen zijn verplichting (zijn gedeelte van de overeenkomst) niet of gedeeltelijk niet nakomt. Men spreekt van een onrechtmatige daad op het moment dat een van de partijen handelt of iets nalaat in strijd met een wettelijke verplichting of maatschappelijke norm.</p>
<p>Op het moment dat de vordering tot schadevergoeding niet direct wordt voldaan, is deze opeisbaar en is ook de wettelijke rente verschuldigd. Er hoeft dan geen ingebrekestelling te worden verstuurd.</p>
<h3><u>Onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking</u></h3>
<p>Wanneer u bijvoorbeeld twee keer dezelfde rekening heeft betaald of wanneer u een rekening heeft betaald en vervolgens de overeenkomst wordt ontbonden of wordt vernietigd, dan is er onverschuldigd betaald en is de ontvanger verplicht dit bedrag terug te betalen aan u (artikel 6:203 BW). Wanneer de ontvanger wist dat u dit bedrag ten onrechte betaalde en het niet (direct) heeft terugbetaald of wanneer hij in gebreke is gesteld, dan is er sprake van verzuim. Op dat moment is de wettelijke rente verschuldigd.</p>
<p>Er kan ook sprake zijn van een ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). Iemand is dan ten koste van een ander ongerechtvaardigd verrijkt en is in verzuim indien hij de schade die de ander lijdt, niet heeft vergoed, nadat hij in gebreke is gesteld en nalaat binnen de gestelde termijn te betalen. Er kan dan wettelijke rente bovenop de schadevergoeding worden gevorderd.</p>
<h2><strong>Wanneer kunt u wettelijke handelsrente claimen</strong></h2>
<p>De wettelijke handelsrente (<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005289&amp;boek=6&amp;titeldeel=1&amp;afdeling=11&amp;artikel=119a&amp;z=2020-07-01&amp;g=2020-07-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 6:119a BW</a>) is bedoeld als schadevergoeding bij het niet nakomen van handelstransacties. Dit betreft een implementatie van de Europese richtlijn 2000/35. Er is naar opvatting van het Hof van Justitie van de Europese Unie (15 december 2016) sprake van een handelstransactie wanneer er een overeenkomst tot het leveren van goederen of diensten bestaat tegen betaling. Deze overeenkomst geldt tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties. Een onderneming is naar opvatting van het Hof een organisatie welke handelt in het kader van haar zelfstandige beroepsmatige of economische activiteit. Dit betekent dat er sprake moet zijn één of meerdere personen die gestructureerd en duurzaam handelen onder een handelsnaam.</p>
<p>Ook bij wettelijke handelsrente moet er sprake zijn van een uiterste betaaldatum of geldt de termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur of de prestatie, dan wel na aanvaarding van de prestatie. De prestatie dient wel binnen uiterlijk 30 dagen na ontvangst te zijn aanvaard. Het is voor partijen ook mogelijk om onder voorwaarden de termijn te verlengen tot wel 60 dagen of meer. Er wordt ook hier gekeken naar de omstandigheden van het geval (artikel 6:119a lid 5 BW).</p>
<p>Wanneer een schuldeiser zelf nog verschuldigd is om zijn prestatie te leveren en er niet is betaald, dan is er geen wettelijke handelsrente verschuldigd. Stel X dient per 1 maart een vrachtwagen te leveren en Y dient dan op 1 april te hebben betaald, maar X levert niet tijdig, dan is X zelf (ook) in verzuim. Indien er niet wordt betaald door Y dan kan er door X geen wettelijke handelsrente worden verhaald.</p>
<p>Daarnaast is ook hierbij het bewijs van de schade niet vereist om de wettelijke handelsrente te vorderen en dient het niet nakomen toegerekend te kunnen worden aan de schuldenaar.</p>
<p>De wettelijke handelsrente is door de regering vastgesteld op 8% (per 1 januari 2020), maar hier kan bij overeenkomst van worden afgeweken. De wettelijke handelsrente is dus veel hoger dan de wettelijke rente.</p>
<h2><strong>Advocaat vorderen wettelijke rente</strong></h2>
<p>Mocht u vragen hebben of twijfelt u of u wettelijke (handels)rente kunt vorderen, <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">neem dan gerust contact op met SVZ Advocaten</a>. Wij staan voor u klaar voor deskundig advies en staan u graag bij in een eventuele procedure.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aansprakelijkheid bij benadeling huwelijksgemeenschap</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/familierecht-ondernemers/huwelijksgemeenschap/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 30 Mar 2021 11:21:48 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[familierecht voor ondernemers]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3341</guid>

					<description><![CDATA[Afhankelijk van het bestaan en de inhoud van huwelijkse voorwaarden kan tijdens het huwelijk een algemene of beperkte gemeenschap van...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Afhankelijk van het bestaan en de inhoud van huwelijkse voorwaarden kan tijdens het huwelijk een algemene of beperkte gemeenschap van goederen bestaan. In het zicht van de echtscheiding kan het voorkomen dat een echtgenoot gelden verduistert, grote schulden maakt of op andere wijzen gelden verspilt. Het is belangrijk tijdig actie te ondernemen. SVZ kan u bijstaan bij het beperken, voorkomen of verhalen van de schade.</p>
<h2><strong>Wetsartikel aansprakelijkheid benadeling huwelijksgemeenschap</strong></h2>
<p>In artikel 1:164 BW is het volgende over benadeling van de huwelijksgemeenschap opgenomen:</p>
<p>“<em>Indien een tussen de echtgenoten bestaande gemeenschap van goederen door één van hen is benadeeld doordat hij na de aanvang van het geding of binnen zes maanden daarvóór lichtvaardig schulden heeft gemaakt, goederen der gemeenschap heeft verspild, of rechtshandelingen als bedoeld </em>in <em>artikel 1:88 BW</em> <em>zonder de vereiste toestemming of beslissing van de rechtbank heeft verricht, is hij gehouden na de inschrijving van de beschikking waarbij de echtscheiding is uitgesproken, de aangerichte schade aan de gemeenschap te vergoeden</em>.”</p>
<p>Benadeling kan dus op drie wijzen geschieden:</p>
<ol>
<li>Lichtvaardig schulden maken;</li>
<li>Goederen van de gemeenschap verspillen; of</li>
<li>Rechtshandelingen waarvoor toestemming is vereist, zonder toestemming verrichten.</li>
</ol>
<h2><strong>Wanneer ontstaat aansprakelijkheid bij benadeling gemeenschap?</strong></h2>
<p>Volgens artikel 1:164 BW moet de benadeling zijn gepleegd rondom de echtscheiding. Dit betekent ofwel na aanvang van de echtscheidingsprocedure ofwel in een periode van zes maanden voordat de echtscheidingsprocedure begon. Een benadeling van de huwelijksgemeenschap van langer dan zes maanden voor de echtscheidingsprocedure, telt niet mee en wordt op grond van de wet niet bestraft.</p>
<h2><strong>Voorbeeld uitspraken benadeling gemeenschap</strong></h2>
<p>Over het verspillen van goederen van de gemeenschap wordt in de praktijk het meest geprocedeerd. Over de grond “lichtvaardig schulden maken” zijn aanzienlijk minder uitspraken bekend dan over de andere twee gronden. Dit komt vermoedelijk doordat de echtgenoot die de schuld maakt, hiervoor mede aansprakelijk is. Dat is toch minder aantrekkelijk dan het wegmaken van geld dat op een bankrekening staat.</p>
<h3>Voorbeeld geld verspillen bij echtscheiding: geld overmaken van gemeenschappelijke rekening naar bankrekening moeder</h3>
<p>Benadeling van de huwelijksgemeenschap kan bestaan in het verspillen van goederen van de gemeenschap. Zo had een man vlak voor de echtscheiding een bedrag van € 10.000 van hun gezamenlijke spaarrekening overgemaakt naar de rekening van zijn moeder. De man stelt dat dit bedrag is vrijgekomen uit de levensloopregeling bij zijn werkgever, maar laat na de stelling verder te onderbouwen. Het hof is daarom van oordeel dat de man hiermee de huwelijksgemeenschap heeft benadeeld en oordeelt dat hij de helft van het bedrag (€ 5.000) aan de vrouw moet voldoen (ECLI:NL:GHSHE:2020:1766).</p>
<p>In een andere zaak had een vrouw drie maanden voordat de echtscheidingsprocedure was begonnen, € 28.000 van de gezamenlijke spaarrekening gehaald en overgemaakt aan haar ouders.  De man vorderde dat de vrouw de helft van dit verdwenen spaarsaldo aan hem zou vergoeden. De vrouw had aangevoerd dat zij dit spaargeld van haar ouders had gekregen onder de voorwaarde dat zij 25 jaar getrouwd zou blijven. Nu niet aan die voorwaarde was voldaan, moest het geld terug, vond de vrouw. Op deze manier probeerde zij een schenking te construeren die helemaal buiten de huwelijksgemeenschap viel, zodat van benadeling van de gemeenschap geen sprake kon zijn.</p>
<p>Het Gerechtshof Den Haag dacht daar in 2014 anders over (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2014:3575" target="_blank" rel="noopener">ECLI:NL:GHDHA:2014:3575</a>). De vrouw kon niet aantonen dat zij het geld onder deze voorwaarde geschonken had gekregen van haar ouders, zodat het spaargeld gewoon in de huwelijksgemeenschap viel. Het Hof oordeelde daarom dat de vrouw door de onverplichte overboeking van het spaarsaldo aan haar ouders, goederen van de gemeenschap had verspild. Ze moest daarom alsnog de helft van het spaargeld aan haar ex-man vergoeden.</p>
<h3>Voorbeeld van tegenbewijs dat geen sprake is van benadeling huwelijksgemeenschap</h3>
<p>Ook bij een verdachte transactie, waarbij geld is verdwenen van een rekening, kan natuurlijk altijd tegenbewijs worden geleverd. Een man die drie maanden voor de echtscheiding € 27.000 opnam van de spaarrekening, moest weliswaar een vergoeding aan zijn ex-vrouw voldoen, maar dit was niet de helft, maar slechts een bedrag van ruim € 7.000. Waarom? Hij kon onder andere door zijn bankafschriften aantonen dat hij met een deel van het spaargeld gezamenlijke (woon)lasten had voldaan. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde in deze zaak in 2015 dat er geen sprake was van verspilling van het spaargeld, voor zover het was gebruikt voor noodzakelijke, deels gezamenlijke woonlasten en andere lasten.</p>
<h3>Voorbeeld verspillen vermogen bij echtscheiding door ondernemer: uittreden uit bedrijf zonder zakelijke vergoeding</h3>
<p>Ook het uittreden als vennoot van een, in casu, garagebedrijf vlak voor de echtscheiding, kan gezien worden als benadeling van de gemeenschap. In hoger beroep had de man aangevoerd dat hij vanwege zijn psychische gezondheid voor langere tijd niet meer kon functioneren in het bedrijf en om die reden is uitgetreden. Daarnaast stelt de man dat hij zich nooit heeft ingekocht in het bedrijf, zodat hij nu geen aanspraak op een vergoeding kan maken. Volgens de vrouw ligt dit anders. Zij voert aan dat de man enkel voor korte duur is uitgetreden als vennoot om zo zijn aandeel in de vennootschap buiten de verdeling te houden. Hij werkt namelijk nog steeds in het garagebedrijf. De vennootschap bestaat al sinds 1985 en beschikt mede daardoor over een bestaande klantenportefeuille en goodwill. De vrouw vindt dat het aandeel van de man in de onderneming op € 375.000 kan worden bepaald en dat de huwelijksgemeenschap voor dit bedrag is benadeeld.</p>
<p>Het Hof Amsterdam oordeelt dat de man de goederen van de gemeenschap heeft verspild (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2018:618" target="_blank" rel="noopener">ECLI:NL:GHAMS:2018:618</a>). De man heeft namelijk zijn stellingname niet goed bewezen. Zo heeft hij nagelaten zijn stelling over zijn psychische gezondheid nader te onderbouwen met feiten en concrete omstandigheden, is er niet gebleken van redenen voor de man om uit het garagebedrijf te treden waardoor er geen grond voor bestond en heeft de man onvoldoende weersproken dat het bedrijf een gezonde onderneming is en een groot klantenbestand heeft. Het Hof neemt dan ook aan dat het aandeel van de man in de vennootschap een bepaalde waarde vertegenwoordigde en dat hij deze waarde nu uit de gemeenschap heeft onttrokken. De man is gehouden de aangerichte schade te vergoeden aan de vrouw.</p>
<h2>Aansprakelijkheid bij echtscheiding door lichtvaardig schulden maken</h2>
<p>Als u getrouwd bent in algehele gemeenschap van goederen, dan vallen ook de schulden in deze gemeenschap. Bij een echtscheiding zij de echtgenoten voor gelijke delen draagplichtig voor deze schulden.</p>
<p>In 2013 oordeelde het Gerechtshof in Den Bosch dat het niet betalen van de hypotheekrente door de man in de maanden voor de echtscheiding, niet te beschouwen was als het lichtvaardig maken van schulden. De reden hiervoor was dat de man had aangegeven dat hij echt geen geld had om de hypotheekrente te betalen, terwijl de vrouw niet duidelijk had gemaakt waarom zij nu vond dat er lichtvaardig schulden zouden zijn gemaakt. (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:4790" target="_blank" rel="noopener">ECLI:NL:GHSHE:2013:4790</a>)</p>
<p>Een goede onderbouwing van uw standpunt is dus van cruciaal belang. SVZ advocaten staat u in dergelijke zaken graag bij en helpt u bij het vinden en formuleren van uw standpunt en daarbij behorende argumenten.</p>
<h2>Aansprakelijk stellen partner die de gemeenschap benadeeld</h2>
<p>Indien u geconfronteerd wordt met een partner die lichtvaardig schulden maakt of gelden verduisterd heeft,  is het belangrijk om tijdig in actie te komen. Naast het aansprakelijk stellen van uw partner kan in bepaalde gevallen beslag worden gelegd om het vermogen veilig te stellen. Ook andere maatregelen kunnen worden overwogen. Neem <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">contact</a> op voor een vrijblijvend gesprek over de mogelijkheden.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het adviesrecht van de Ondernemingsraad (OR)</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/ondernemingsrecht/het-adviesrecht-van-de-or/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[SVZ Advocaten]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 26 Mar 2021 18:06:21 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[ondernemingsrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3330</guid>

					<description><![CDATA[Een van de rechten die de Ondernemingsraad heeft – en misschien wel een van de bekendste rechten &#8211;  is het...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een van de <a href="https://svz-advocaten.nl/arbeidsrecht/ondernemingsraad-maak-gebruik-van-je-rechten/">rechten</a> die de<a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/arbeidsrecht/ondernemingsraad/"> Ondernemingsraad</a> heeft – en misschien wel een van de bekendste rechten &#8211;  is het adviesrecht. Het adviesrecht van de ondernemingsraad (OR) strekt zich uit tot een limitatief aantal voorgenomen besluiten die staan opgenomen in de <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002747&amp;hoofdstuk=IVA&amp;artikel=25&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">Wet op de Ondernemingsraden (WOR)</a>. In dit blog wordt kort het adviesrecht van de Ondernemingsraad</p>
<h2><strong>Voorgenomen besluit</strong></h2>
<p>Het adviesrecht heeft betrekking op een voorgenomen besluit van de ondernemer dat van belang is voor de onderneming. Bij het adviesrecht is allereerst het begrip ‘voorgenomen besluit’ van belang. Een voorgenomen besluit is voldoende concreet maar nog niet definitief. Hierbij maakt het niet uit welk orgaan of welke persoon namens de ondernemer het besluit zal nemen.</p>
<p>Indien de ondernemer slechts een idee heeft, spreken we van een beleidsvoornemen. De OR heeft geen adviesrecht ten aanzien van een beleidsvoornemen.</p>
<h2><strong>Belangrijk besluit</strong></h2>
<p>Het besluit moet verder een bepaalde relevantie hebben. Vandaar dat tevens van belang is dat het gaat om een ‘belangrijk besluit’. De in de wet opgesomde soorten besluiten waar een adviesrecht op van toepassing is, hebben bepaalde en soms zelfs ingrijpende gevolgen voor de in de onderneming werkzame personen. Hierbij zijn onder meer van belang de eventuele gevolgen van het besluit voor de werknemers, wijzigingen in de organisatie, of bijvoorbeeld verhuizing van het bedrijf naar een andere locatie. Voorgenomen besluiten die passen binnen de normale bedrijfsvoering kunnen doorgaans niet als belangrijk worden beschouwd. Waar bijvoorbeeld advies over moet worden verleend is het overdragen van de onderneming, het wijzigen van de plaats waar de onderneming zich bevindt, of het doen van een belangrijke investering in de onderneming.</p>
<h2><strong>Procedure adviesrecht</strong></h2>
<p>De ondernemer moet in geval dat sprake is van een voorgenomen en belangrijk besluit dit besluit schriftelijk aan de OR voorleggen. Hij geeft daarbij ook aan waarom hij dit besluit wil nemen, wat de verwachte gevolgen van het besluit voor de werknemers zullen zijn en welke maatregelen daarvoor zijn genomen. Dit voorleggen moet op zo’n moment gebeuren dat de OR nog wezenlijke invloed kan uitoefenen op het besluit.</p>
<p>De OR krijgt de mogelijkheid om tenminste één keer te overleggen in een overlegvergadering met de ondernemer over het te nemen besluit. De OR brengt vervolgens het advies uit aan de ondernemer. Zodra deze dan een besluit neemt, moet de OR hierover weer schriftelijk worden ingelicht. Als het besluit niet overeenkomt met het advies, moet de ondernemer uitleggen waarom deze heeft besloten om niet mee te gaan met het advies.</p>
<h2><strong>Bevoegdheden OR na geven advies</strong></h2>
<p>Indien het uiteindelijke besluit van de ondernemer niet overeenstemt met het advies van de OR, kan de uitvoering van het besluit met een maand worden opgeschort. Daarnaast is het voor de OR mogelijk naar de rechter te stappen en zo in beroep te gaan tegen het uiteindelijke besluit van de ondernemer. Dit laatste kan indien het advies niet overeenstemt met het besluit maar ook indien er later nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen die ervoor zouden hebben gezorgd dat het advies heel anders was uitgevallen.  De OR moet bij de Ondernemingskamer bewijzen dat de ondernemer niet in alle redelijkheid tot het genomen besluit had kunnen komen.</p>
<p>Indien de rechter beslist dat de ondernemer niet tot het besluit had kunnen komen, kan hij de ondernemer verbieden om het besluit uit te voeren, te verplichten om de gevolgen ervan te repareren, of een verbod op het plegen van uitvoeringshandelingen met betrekking tot dat besluit.</p>
<h2><strong>Conclusie</strong></h2>
<p>Het adviesrecht van de OR is dus een sterk middel om inspraak te bemiddelen. Recht hebben en recht halen zijn echter twee verschillende dingen. <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-ondernemingsrecht-hilversum/">De advocaten van SVZ advocaten</a> zijn bedreven in het bijstaan van ondernemingsraden. Bent u OR-lid <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">maak dan een afspraak</a> bij SVZ advocaten voor een vrijblijvend gesprek.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Advocaat alimentatie</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/familierecht-ondernemers/advocaat-alimentatie/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 25 Mar 2021 10:39:03 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[familierecht voor ondernemers]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3322</guid>

					<description><![CDATA[Waarom SVZ advocaten inschakelen bij een alimentatiegeschil? Alimentatie is een financiële onderhoudsverplichting waarbij de één (de onderhoudsplichtige) aan de ander...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h2>Waarom SVZ advocaten inschakelen bij een alimentatiegeschil?</h2>
<p>Alimentatie is een financiële onderhoudsverplichting waarbij de één (de onderhoudsplichtige) aan de ander (de onderhoudsgerechtigde) een bepaald bedrag per maand betaalt. Er bestaan twee soorten alimentatie: kinderalimentatie en partneralimentatie. Beide soorten zijn niet eenvoudig vast te stellen, en als een van de partijen een onderneming heeft, wordt het nog ingewikkelder. Bij het vaststellen van alimentatie wordt naar twee belangrijke uitgangspunten gekeken: de behoefte van de onderhoudsgerechtigde en de draagkracht van de onderhoudsplichtige. Kort gezegd wordt er dus gekeken naar wat de één nodig heeft en de ander kan betalen.</p>
<p>Bij een ondernemer is er discussie mogelijk over de hoogte van zijn draagkracht aangezien niet altijd even duidelijk is wat zijn inkomsten zijn. Deze fluctueren namelijk vaak. Door de alimentatieverplichting is het niet de bedoeling dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt. Door slechte economische omstandigheden kan het voorkomen dat de winsten, en daarmee verband houdend de inkomsten, flink lager uitvallen. De onderhoudsplichtige kan niet uit zichzelf het vastgestelde alimentatiebedrag aanpassen. Daarvoor is het noodzakelijk een procedure te starten met een <a href="https://svz-advocaten.nl/alimentatie-advocaat-hilversum/">advocaat</a>.</p>
<p>SVZ advocaten staat ondernemers bij in verschillende soorten procedures over alimentatie. Zo kan er een procedure gestart worden die gaat over het betwisten van de alimentatie, het verminderen van de hoogte ervan of juist het verkrijgen van alimentatie. Door onze financiële en fiscale kennis kunnen wij juist ondernemers uitstekend bijstaan als het aankomt op procedures over alimentatie. Wij kunnen gemakkelijk jaarrekeningen, grootboekkaarten en fiscale aangiften doorgronden en op goed niveau overleg voeren met uw accountant. SVZ advocaten maakt gebruik van professionele software voor het opstellen van alimentatieberekeningen. Daarnaast hebben wij veel proceservaring en kunnen wij tegen scherpe tarieven uw zaak in behandeling nemen.</p>
<h2>Advocaat betwisten alimentatie</h2>
<p>SVZ advocaten voert procedures voor ondernemers waarbij aan de rechtbank verzocht wordt om oudere beschikkingen over alimentatie alsnog met terugwerkende kracht aan te passen omdat destijds is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Zo kan het voorkomen dat ten tijde van de procedure geen actuele jaarcijfers beschikbaar waren of dat er onvoldoende is ingegaan op de financiële positie van de onderneming. Ook uitspraken over partneralimentatie die al definitief vaststaan kunnen op deze grond worden aangevochten. Hierdoor kunnen alimentatieschulden van ondernemers uit het verleden in specifieke gevallen verminderd worden.</p>
<p>Op grond van <a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&amp;boek=1&amp;titeldeel=17&amp;afdeling=1&amp;artikel=401&amp;z=2020-01-01&amp;g=2020-01-01" target="_blank" rel="noopener">artikel 1:401 lid 4 BW</a> kan een beslissing van de rechter over alimentatie gewijzigd of geheel ingetrokken worden indien achteraf blijkt dat van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Ook uitspraken die al in kracht van gewijsde zijn gegaan kunnen op deze wijze aangepast worden. Dus ook in gevallen waarin niet tijdig hoger beroep is ingesteld zijn er nog mogelijkheden waarbij SVZ advocaten u kunt bijstaan en adviseren.</p>
<h2>Advocaat verlagen of verhogen alimentatie</h2>
<p>De ontvanger van de alimentatie dient zich volgens vaste rechtspraak in te spannen om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is in het eigen levensonderhoud te voorzien. Dit betekent dat hij/zij naar betaald werk moet zoeken om in ieder geval deels in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Als de onderhoudsgerechtigde zich niet of niet genoeg inspant om betaald werk te vinden, dan kan dat reden zijn om de alimentatie te verlagen. Ook als het inkomen van de ontvanger is gestegen, kan dit een reden zijn om minder alimentatie te gaan betalen.</p>
<p>Verlaging van de alimentatie van een ondernemer is daarnaast mogelijk indien de omstandigheden van de onderhoudsplichtige zijn gewijzigd. Deze wijziging kan zien op de winstgevendheid van de onderneming waardoor de ondernemer minder middelen ter beschikking heeft om aan zijn (voor dan te hoge) alimentatieverplichting te voldoen. Zijn draagkracht wordt met andere woorden dus minder.</p>
<h2>Wijziging van omstandigheden alimentatie</h2>
<p>Zoals hiervoor al is gebleken, kan een wijziging van omstandigheden aanleiding geven om de alimentatie te verlagen. In artikel 1:401 lid 1 BW is opgenomen dat een rechterlijke uitspraak over de partneralimentatie gewijzigd kan worden als de uitspraak door een wijziging van omstandigheden niet langer voldoet aan de wettelijke maatstaven. Via deze procedure kan worden aangevoerd en berekend worden dat de draagkracht van de ondernemer is gedraald waardoor er minder alimentatie kan worden betaald. Voorbeelden van wijzigingen in omstandigheden kunnen zijn:</p>
<ul>
<li>Het dalen van de omzet van de onderneming;</li>
<li>Het ontstaan van zakelijke schulden waarop moet worden afgelost;</li>
<li>Het ontstaan van belastingschulden;</li>
<li>Verslechtering van de financiële positie van de onderneming door een crisis;</li>
<li>Kasstromen die minder beschikbaar zijn omdat hoge investeringen moeten worden verricht;</li>
<li>De bank die een krediet opeist;</li>
<li>Faillissement;</li>
<li>Een stijging van de kosten van de onderneming;</li>
<li>Wijziging in de fiscale wetgeving waardoor fiscale voordelen worden verminderd;</li>
<li>Er wordt in een nieuwe relatie een kind geboren waarvoor een onderhoudsplicht bestaat;</li>
<li>Het stijgen van de woonlasten.</li>
</ul>
<p>In de procedure om de alimentatie te verminderen kan de ondernemer stellen dat de behoefte van de ex-partner, de onderhoudsgerechtigde, is verminderd. Dit kan zich voordoen in de volgende omstandigheden:</p>
<ul>
<li>De ex-partner heeft hogere inkomsten verkregen;</li>
<li>De ex-partner verricht onvoldoende inspanningen om een hoger inkomen te verwerven;</li>
<li>De ex-partner heeft vermogen opgebouwd of schenkingen of erfenissen ontvangen;</li>
<li>De kinderen zijn meerderjarig geworden waardoor minder kosten gemaakt hoeven te worden;</li>
<li>De woonlasten zijn verminderd.</li>
</ul>
<h2>Spoedprocedure verhogen of verlagen alimentatie</h2>
<p>In spoedeisende situaties kan <a href="https://svz-advocaten.nl/advocaat-ondernemingsrecht-hilversum/">SVZ advocaten voor ondernemers</a> een spoedprocedure starten bij de rechtbank waarbij op korte termijn schorsing of vermindering van de alimentatie kan worden gerealiseerd. Hierdoor kan worden voorkomen dat de alimentatieverplichting doorloopt en de onderneming wordt geconfronteerd met invordering door een deurwaarder of het LBIO. In de spoedprocedure om de alimentatie van de ondernemer te verlagen zal geen diepgravend onderzoek worden ingesteld door de rechtbank. Er wordt op grond van de spoedeisende situatie slechts een voorlopig oordeel gegeven, ook wel een voorlopige voorziening genoemd. Ook in deze procedure is echter een goede cijfermatige onderbouwing aan de hand van financiële stukken en alimentatieberekeningen van groot belang. In een latere procedure, de bodemprocedure, wordt een definitieve beslissing genomen.</p>
<div class="content-format-highlight">
<p>Vanwege <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/fiscaal-recht/">onze cijfermatige en fiscale kennis</a> en ervaring met het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/procesrecht/">procesrecht</a> kunnen wij ondernemers uitstekend bijstaan bij het voeren van procedures om verlaging van de alimentatie te realiseren. Neem contact op met SVZ advocaten indien u advies wenst over het verkrijgen, betwisten of verminderen van de alimentatie.</p>
</div>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Hypotheekrenteaftrek en echtscheiding: de echtscheidingsregeling</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/fiscaal-recht/echtscheidingsregeling/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marinus van Zijtveld]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 18 Mar 2021 14:59:08 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[familierecht voor ondernemers]]></category>
		<category><![CDATA[fiscaal recht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3299</guid>

					<description><![CDATA[U gaat scheiden en heeft een eigen woning. Wanneer een echtscheidingsprocedure plaatsvindt wilt u natuurlijk zo lang mogelijk aanspraak kunnen...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>U gaat scheiden en heeft een eigen woning. Wanneer een echtscheidingsprocedure plaatsvindt wilt u natuurlijk zo lang mogelijk aanspraak kunnen maken op de hypotheekrenteaftrek, ook als u de woning noodgedwongen moet verlaten. Het verschilt per situatie hoe lang dit kan. Ook is onder andere van invloed of u getrouwd bent in gemeenschap van goederen of op basis van huwelijkse voorwaarden.</p>
<p>SVZ Advocaten is een kantoor dat gespecialiseerd is in fiscaal recht en echtscheidingsprocedures. Hierdoor zullen wij bij uw echtscheiding ook rekening houden met fiscale gevolgen.</p>
<p>De regeling van hypotheekrenteaftrek tijdens en na echtscheiding is complex. SVZ advocaten zal in een reeks van artikelen ingaan op de verschillende situaties.</p>
<p>In dit artikel wordt ingegaan op de echtscheidingsregeling waardoor de hypotheekrente nog twee jaar lang aftrekbaar kan zijn voor de echtgenoot die woning heeft verlaten.</p>
<h2>Echtscheidingsregeling: nog twee jaar renteaftrek na verlaten woning</h2>
<p>Alleen de rentelasten van schulden die zijn aangegaan voor de verwerving of verbetering van de eigen woning zijn fiscaal aftrekbaar. Er is alleen sprake van een eigen woning voor zover de woning als hoofdverblijf wordt gebruikt. Bij een echtscheiding zal een van de partijen de woning moeten verlaten. Een definitieve oplossing is dan vaak nog niet gevonden. Het zou bijzonder onwenselijk zijn indien de echtgenoot die de woning verlaat direct zijn aandeel in de rentelasten niet langer kan aftrekken omdat hij niet langer in de woning verblijft.</p>
<p>Op grond van artikel 3.111 lid 4 Wet IB 2001 kan de echtgenoot die de woning verlaat, en dus niet langer de woning gebruikt als hoofdverblijf, de woning nog gedurende twee jaren mede als hoofdverblijf in aanmerking nemen. Voorwaarde is wel dat de achterblijvende partner de betreffende woning als hoofdverblijf blijft gebruiken. De periode van twee jaar begint te lopen van het moment dat de echtgenoten duurzaam gescheiden van elkaar gaan leven. Dit betekent dat tijdens deze periode van twee jaar de woning zowel voor de achterblijvende partner als de vertrekkende partner als eigen woning kan kwalificeren. Dit is wel slechts alleen het geval voor de periode van de afwikkeling van de echtscheiding. Wanneer de echtscheiding is afgerond, ook wanneer u nog niet alle 24 maanden heeft ‘volgemaakt’, vervalt deze termijn (art. 5a lid 4 AWR) en komen de bepalingen van kracht die u overeengekomen bent met uw ex-partner.</p>
<p>Indien de woning in deze tweejaarstermijn te koop wordt gezet gelden de voorwaarden van de verhuisregeling. Vanaf het moment van verlaten van de woning wordt deze tijdelijk opgegeven als eigen woning. Indien de woning verlaten wordt door beide echtgenoten en de woning te koop wordt gezet, vindt de verhuisregeling zijn toepassing. In dat geval mag de woning gedurende drie kalenderjaren na het verlaten van de woning, nog worden opgegeven als eigen woning. In de periode dat het huis te koop wordt gezet en leegstaand is, telt de woning niet meer mee voor het eigenwoningforfait maar kan de hypotheekrente nog wel in aftrek worden genomen.</p>
<h2>Gemeenschappelijke woning: voorwaarden aftrek rente na scheiding</h2>
<p>Let op: in veel gevallen is de woning op grond van het huwelijksvermogensrecht of doordat de woning gezamenlijk is aangekocht gemeenschappelijk (ieder 50%). Ook de hypotheekschuld is dan door de echtgenoten gezamenlijk aangegaan. De rente wordt in dat geval voor 50% toegerekend aan echtgenoot A en voor 50% aan echtgenoot B. Iedere echtgenoot kan alleen de daadwerkelijk door hem of haar betaalde rente in aftrek brengen en alleen voor zover deze ook aan de betreffende echtgenoot kan worden toegerekend. In het geval de echtgenoten ieder 50% van de rente betalen kunnen zij deze rente ook beide in aftrek brengen. Indien een van de echtgenoten in deze situatie alle rente betaald kan slechts 50% van deze rente in aftrek worden gebracht. Het rentedeel dat voor de andere echtgenoot wordt betaald is dan niet aftrekbaar. Dit is uiteraard zeer onwenselijk. In bepaalde gevallen kan dit opgelost worden door de voor de andere partner betaalde rente als persoonsgebonden aftrek mee te nemen in de belastingaangifte. De rente moet dan voldoen aan de voorwaarden van een onderhoudsverplichting (alimentatie). Dit geldt zowel voor gehuwde als ongehuwde partners. Het juist vastleggen en onderbouwen van de afspraken kan in dergelijke gevallen erg belangrijk zijn.</p>
<p>Indien de echtgenoot die in de woning blijft wonen het (economische) eigendom van de woning volledig heeft gekregen, kan deze echtgenoot wel 100% van de rente betalen en aftrekken.</p>
<h2>Opgeven eigen woningforfait bij gemeenschappelijke woning</h2>
<p>Beide echtgenoten moeten ook tijdens de echtscheidingsprocedure 50% (althans, een percentage gelijk aan het eigendomsaandeel) van het eigenwoningforfait aangeven. Het eigenwoningforfait is een fictief inkomen dat gekoppeld is aan de eigen woning. Het opgeven van het eigenwoningforfait heeft feitelijk tot gevolg dat de aftrek van hypotheekrente wordt beperkt. Ook de echtgenoot die de woning verlaat dient dit eigenwoningforfait dus aan te geven.</p>
<p>Echter, feit is dat echtgenoot A 100% van het gebruiksgenot heeft en echtgenoot B 0%. Indien geen zakelijke vergoeding wordt betaald voor het gebruik van de woning (een gebruiksvergoeding) kan in veel gevallen het gebruik van de woning voor de belastingwetgeving als alimentatie in natura worden aangemerkt. De echtgenoot die in de woning blijft wonen geeft dan óók 50% van het eigenwoningforfait aan als ontvangen partneralimentatie. De echtgenoot die de woning verlaat geeft 50% van het eigenwoningforfait aan als betaalde alimentatie. Per saldo is in dat geval 100% van het eigen woning forfait belast bij de echtgenoot die woning blijft wonen en 0% bij de vertrekkende echtgenoot.</p>
<p>Het is belangrijk om bij het maken van afspraken rekening te houden met fiscale gevolgen. Neem voor meer informatie contact op met SVZ advocaten.</p>
<h2>Hypotheekrenteaftrek tijdens echtscheiding: voorbeeldsituaties</h2>
<p>Iedere situatie is anders en het is daarom belangrijk dat u een deskundige inschakelt die uw specifieke situatie kan beoordelen.  Voor de renteaftrek is het bijvoorbeeld van belang wie de hypotheekrente betaalt, wie in de woning blijft wonen en wie eigenaar is van de woning. Lees verder voor meer informatie over <a href="https://svz-advocaten.nl/echtscheidingsregeling-voorbeeldsituaties-renteaftrek-tijdens-echtscheidingsprocedure/">veel voorkomende situaties met betrekking tot hypotheekrenteaftrek tijdens de echtscheidingsprocedure</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Rechten en plichten bij onderhuur bedrijfsruimte</title>
		<link>https://svz-advocaten.nl/huurrecht/onderhuur-bedrijfsruimte/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Ilke Gerrits]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 18 Mar 2021 10:27:21 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Huurrecht]]></category>
		<category><![CDATA[procesrecht]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://svz-advocaten.nl/?p=3293</guid>

					<description><![CDATA[Een ondernemer die een bedrijfsruimte, kantoorruimte of winkelruimte huurt, kan de wens hebben om het gehuurde te onderverhuren aan een...]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Een ondernemer die een bedrijfsruimte, kantoorruimte of winkelruimte huurt, kan de wens hebben om het gehuurde te onderverhuren aan een derde. Zo kan de ruimte bijvoorbeeld te groot zijn of wordt de ruimte op andere wijze niet optimaal benut. Het kan dan wenselijk zijn om de bedrijfsruimte te onderverhuren. Onder onderverhuur wordt verstaan het door de hoofdhuurder sluiten van een huurovereenkomst met een derde, de onderhuurder. De vraag is of dit zomaar kan. De huurovereenkomst speelt hierbij een prominente rol. Onderverhuur is namelijk in beginsel toegestaan, tenzij er in de huurovereenkomst iets anders over wordt bepaald. SVZ advocaten is gespecialiseerd in het <a href="https://svz-advocaten.nl/rechtsgebieden/huurrecht/">huurrecht</a> en kan u hierover adviseren.</p>
<h2>Hoofdregel en uitzondering onderhuur</h2>
<p>Ondanks het feit dat er twee soorten bedrijfsruimten zijn (de zogenaamde 290-bedrijfsruimte en de 230a-bedrijfsruimte), geldt<a href="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&amp;boek=7&amp;titeldeel=4&amp;afdeling=3&amp;artikel=221&amp;z=2016-04-01&amp;g=2016-04-01" target="_blank" rel="noopener"> artikel 7:221 BW</a> voor beide soorten bedrijfsruimten als het gaat om onderhuur. In dit artikel staat dat het in gebruik geven van een gehuurde bedrijfsruimte in beginsel mag. Uitzondering hierop is indien de huurder moet aannemen dat de verhuurder tegen de onderhuur redelijke bezwaren heeft. Hierbij gaat het erom wat de huurder moest aannemen op het tijdstip van het aangaan van onderhuur. Bezwaren van de verhuurder kunnen de onderhuur zelf betreffen of de persoon van de onderhuurder. Voorbeelden hiervan zijn het type object dat verhuurd wordt, de aanwezigheid van bijzondere afspraken die aan de persoon of het bedrijf van de hoofdhuurder zijn verbonden, de persoon van de onderhuurder en een verhoogd risico voor schade aan de gehuurde zaak.</p>
<h2>Onderhuur in de huurovereenkomst</h2>
<p>Artikel 7:221 BW is echter van regelend recht. Partijen kunnen hier dus contractueel van afwijken en dat gebeurt bijna altijd. De verhuurder heeft natuurlijk graag zicht op degene die zijn pand huurt en/of onderhuurt. In de praktijk worden in veel huurovereenkomsten bepalingen opgenomen waarin staat dat het verboden is om het gehuurde te onderverhuren, behoudens schriftelijke toestemming van de verhuurder. De verhuurder heeft in beginsel dus de bevoegdheid de onderverhuur te weigeren.</p>
<p>Als er in het huurcontract ook een bestemmingsbepaling is opgenomen en dit wordt overtreden, dan is de weigering legitiem. Indien het gehuurde bijvoorbeeld alleen mag worden gebruikt als bakkerij, dan mag de verhuurder onderverhuur weigeren als de onderhuurder een café wil exploiteren. Weigering van onderhuur wordt anders als dit misbruik van recht oplevert of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.</p>
<h2>Toestemming voor onderhuur</h2>
<p>Indien de huurder wel toestemming krijgt van de verhuurder voor onderverhuur, dan draagt de huurder zorg voor een huurovereenkomst met de onderhuurder. De huurovereenkomst voor onderhuur staat namelijk los van de hoofdhuurovereenkomst. De hoofdverhuurder heeft geen contractuele relatie met de onderhuurder. Het is belangrijk om bepaalde punten in de onderhuurovereenkomst gelijk te houden aan de hoofdovereenkomst. Hierbij kunt u denken aan de huurtermijn, de betalingstermijnen, de opzegtermijnen en het gebruik van het gehuurde.</p>
<p>Ook is het van belang om duidelijke afspraken te maken over het onderhoud, het herstel en eventuele verbouwingen. De hoofdhuurder is namelijk aansprakelijk voor de nakoming van alle verplichtingen aan de verhuurder. Onze huurrechtspecialist bij SVZ advocaten kan u adviseren over de huurovereenkomst en u bijstaan bij het opstellen ervan.</p>
<h2>Weigering toestemming onderverhuur</h2>
<p>Als de huurder van een bedrijfsruimte ondanks het feit dat de verhuurder weigert in te stemmen met onderhuur, toch een onderhuurovereenkomst aangaat met een derde partij, dan kan de verhuurder een sommatiebrief sturen aan de huurder met het verzoek een einde te maken aan de onderhuur. Voldoet de huurder niet aan dit verzoek, dan gedraagt hij zich niet als een ‘goed huurder’. Als huurder overtreedt hij dan niet alleen het onderhuurverbod, maar handelt hij ook nog eens in strijd met de wet (artikel 7:213 BW). Dit levert de verhuurder gegronde redenen op om de huurovereenkomst in zijn geheel te ontbinden.</p>
<h2>Einde hoofdovereenkomst</h2>
<p>Door de onderhuur zijn twee huurovereenkomsten ontstaan, de hoofdhuur- en de onderhuurovereenkomst. De vraag is wat er met de onderhuur gebeurt als de hoofdhuurovereenkomst eindigt. In dit geval moet er wel een onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten bedrijfsruimtes.</p>
<h3>Artikel 290-bedrijfsruimte</h3>
<p>Bij artikel 290-bedrijfsruimte gaat het om panden die met namen voor midden- en kleinbedrijf worden gebruikt, zoals winkels en horecagelegenheden. In beginsel is het zo dat de onderhuur tegelijk met de hoofdhuur wordt beëindigd. De rechter bepaalt de datum van de beëindiging. Verzuimt de onderverhuurder voor de belangen van de onderhuurder op te komen, óf informeert deze hem onvoldoende, dan is de onderverhuurder verplicht de schade die de onderhuurder lijdt, te vergoeden. Let wel, dit geldt alleen bij bevoegde onderverhuur en wanneer de rechter de hoofdhuurovereenkomst beëindigt van een artikel 290-bedrijfsruimte. In alle overige situaties zal er onderhandeld moeten worden tussen de verschillende partijen om tot een passende oplossing te komen. De praktijk leert dat de onderhuurder het pand toch moet verlaten. De onderverhuurder kan het pand namelijk niet meer ter beschikking stellen nu de hoofdhuurovereenkomst niet meer geldt.</p>
<h3>Artikel 230a-bedrijfsruimte</h3>
<p>Onder dit regime bedrijfsruimte vallen voornamelijk kantoor- en fabrieksruimtes. In de wet zijn geen bepalingen opgenomen die bepalen wat de gevolgen zijn als de hoofdhuurovereenkomst wordt beëindigd. Hier geldt voornamelijk de logica die in de literatuur gehanteerd wordt: je kunt niet iets ter beschikking stellen, wat je niet meer hebt. Met andere woorden, de huurder die geen gebruik meer kan maken van de bedrijfsruimte omdat hij geen huurovereenkomst meer heeft, kan niet rechtsgeldig de bedrijfsruimte onderverhuren. De onderhuurder verblijft dan namelijk zonder recht of titel in het gebouw. Kortom, eindigt de hoofdhuurovereenkomst, dan eindigt ook de onderhuurovereenkomst.</p>
<p>In een rechtelijke procedure wordt bij beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde wel meer aandacht besteed aan de belangen van de onderhuurder. Het kan dus voorkomen dat de onderhuurder in de gehuurde bedrijfsruimte mag blijven zitten, maar wellicht onder andere voorwaarden. Hierover kunnen partijen onderhandelen. De Hoge Raad heeft bepaald dat de onderhuurder na het einde van de hoofdhuur gebruik mag blijven maken van het gehuurde als hij in afwachting is van de uitkomst van de onderhandelingen met de verhuurder voor een nieuwe (hoofd)huurovereenkomst. Hij is dan volgens onze hoogste rechter wel gehouden een gebruiksvergoeding aan de verhuurder te betalen (<a href="https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2013:BZ1782" target="_blank" rel="noopener">HR 24 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1782</a>).</p>
<h2>Schadevergoeding bij einde onderverhuur</h2>
<p>In bepaalde gevallen heeft de onderhuurder recht op schadevergoeding. Dit is bijvoorbeeld het geval als:</p>
<ul>
<li>De onderverhuurder hem onvoldoende heeft voorgelicht over de huurtermijn;</li>
<li>De onderverhuurder bij de beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst en de bepaling van het tijdstip voor ontruiming onvoldoende voor de belangen van de onderhuurder heeft gewaakt;</li>
<li>De hoofdverhuurder de huurovereenkomst heeft beëindigd met als reden het pand dringend zelf te moeten gebruiken en het gehuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen, terwijl dat niet het geval is.</li>
</ul>
<p>Als de hoofdverhuurder de huurovereenkomst beëindigd, dan kunnen zowel de huurder als de onderhuurder aanspraak maken op een verhuis- en herinrichtingsvergoeding.</p>
<h2>Advocaat huurrecht nodig?</h2>
<p>Als u als verhuurder, huurder of onder(ver)huurder een geschil heeft met betrekking tot onderhuur, dan staan onze advocaten u graag bij. SVZ advocaten beschikt over de benodigde specialistische kennis en ervaring op het gebied van het huurrecht en procesrecht en kan u  nader adviseren over de te nemen stappen met als doel het geschil tot een positief einde te brengen. Neem voor meer informatie <a href="https://svz-advocaten.nl/contact/">vrijblijvend contact</a> op.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
